Rowling_J_K_-_Harry_Potter_-_1_-_en_de_Steen_der_Wijzen

Формат документа: pdf
Размер документа: 1.15 Мб




Прямая ссылка будет доступна
примерно через: 45 сек.



  • Сообщить о нарушении / Abuse
    Все документы на сайте взяты из открытых источников, которые размещаются пользователями. Приносим свои глубочайшие извинения, если Ваш документ был опубликован без Вашего на то согласия.

J.K . R ow lin g
en d e S te en d er W ijz en

Hoofd stu k 1
DE JONGEN DIE BLEEF LEVEN
In de Ligusterlaan, op nummer 4, woonden meneer en mevrouw Duffeling.
Ze ware n er trots op dat ze dood normaal waren en als er ooit mensen waren
geweest van wie je zou denken dat ze nooit bij iets vreemds of
geheimzinnigs betrokken zouden raken waren zij het wel, want voor dat
soort onzin hadden ze geen tijd.
Meneer Duffeling was directeur van Drillings, een boormachinefabriek. Hij
was groot en gezet en had bijna geen nek, maar wel een enorme snor.
Mevrouw Duffeling was blond en mager en haar nek was twee keer zo lang
als normaal, wat goed van pas kwam omdat ze vaak over de schutting
gluurde om de buren te bespioneren. De Duffelings hadden een zoontje,
Dirk, en ze wisten zeker dat er nog nooit zo'n fantastische bab was
geweest.
De Duf felings hadden alles wat hun hartje begeerde, maar ze hadden ook
een geheim en hun grootste angst was dat dat ontdekt zou worden. Ze
zouden door de grond zakken van schaamte als iemand hoorde van de
Potters. Mevrouw Potter was de zus van mevrouw Duffeling, maar ze
hadden elkaar al jaren niet gezien; mevrouw Duffeling deed zelfs alsof ze
helemaal geen familie had, omdat haar zus en haar nietsnut van een man zo
on-Duf felingachtig waren als maar zijn kon. Bij de gedachte aan wat de
buren zouden zeggen als de Potters ooit op bezoek kwamen, knepen de
billen van de Duf felings samen. De Duffelings wisten dat de Potters ook
een zoon tje hadd en, maar dat hadden ze nog nooit gezien. Dat zoontje was
zelfs een extra reden om de Pott ers buiten de deur te houden; ze wilden niet
dat Dirk met zo'n kind om zou gaan.
Toen meneer en mevrouw Duffeling wakker werden, op de duffe grijze
dinsdag waarop ons verhaal begint, zou je bij het zien van de bewolkte
hemel absoluut niet gezegd hebben dat die dag overal in het land vreemde
en geheimzinnige dingen zouden gaan gebeuren. Meneer Duffeling zocht
neuriënd zijn saaiste das uit voor het werk en mevrouw Duffeling roddelde
er blij op los terwijl ze een krijsende Dirk in zijn kinderstoel wrong.
Ze zagen geen van allen een grote, geelbruine uil langs het raam fladderen.
Om halfnegen pakte meneer Duffeling zijn koffertje, gaf mevrouw

Duffeling een kus op haar wang en probeerde Dirk ook een zoentje te
geven, maar dat mislukte omdat Dirk net een woedeaanval had en zijn
cornflakes tegen de muur smeet. 'Kleine rakker,' grinnikte meneer
Duffeling. Hij stapte in zijn auto en reed achteruit de straat op.
Pas op de hoek van de straat zag hij voor het eerst iets vreemds een kat die
op een plattegro nd keek. Even drong dat niet tot meneer Duffeling door
toen draaide hij zich met een ruk om en keek nog eens goed. Er stond
inderdaad een cSHUVH kat op de hoek van de Ligusterlaan, maar die
plattegrond was nergens te beke nnen. Wat verbeeldde hij zich allemaal? Het
was natuurlijk gezichtsbedrog geweest. Meneer Duffeling knipperde met
zijn ogen en staarde naar de kat. De kat staarde terug. Terw ijl meneer
Duf feling de straat uitreed, keek hij in zijn spiegeltje. Nu las dat beest het
bordje met Ligusterlaan of lieve r gezegd, ze beek ernaar; katten konden niet
lezen, of het nou bordjes waren of plattegronden. Meneer Duffeling
schudde zijn hoofd en zette de kat uit zijn gedachten. Op weg naar zijn
werk dacht hij alleen nog aan boormachines en de grote order die hij binnen
hoopte te halen, maar aan de rand van de stad werden die prettige
mijmeringen wreed verstoord. Toen hij vastzat in de gebruikelijke file, viel
het hem op dat er een hoop vreemdgeklede mensen rondliepen. Mensen met
mantels aan. Meneer Duffeling had een bloedhekel aan lui met rare kleren
de idiote dingen die je die jonge ren van tegenwoordig zag dragen! Dit was
vast ook weer zo'n stomme modegril. Hij trommelde met zijn vingers op het
stuur en keek naar een zootje halvegaren dat vlak naast hem stond. Ze
fluisterden opgewonden en meneer Duffeling merkte tot zijn woede dat een
paar helemaal niet zo jong waren: die man daar, met die smaragdgroene
mantel, was toch zeker ouder dan hij! Je moest maar durven! Plotseling
besefte meneer Duffeling echter dat het natuurlijk een of andere idiote stunt
was waarschijnlijk zamelden ze geld in voor een goed doel. Ja, dat moest
het zijn. Het verkeer begon weer te rijden en een paar minuten later
parkeerde meneer Duf feling op het terrein van Drillings, met alleen nog
boormachines aan zijn hoofd.
Meneer Duffelings kantoor was op de negende verdieping en hij zat altijd
met zijn rug naar het raam. Als hij dat niet had gedaan, had het hem
misschien meer moeite gekost om zich op boormachines te concentreren.
Hij zag de uilen die op klaarlich te dag overvlogen niet, maar de mensen op
straat wel; ze wezen en staarden met open mond omhoog, terwijl de ene uil
na de andere overscheerde. De meesten hadden zelfs 's nachts nog nooit een

uil gezie n. Men eer Duffeling had een doodnormale, uilloze ochtend. Hij
kafferde vijf verschillende mensen uit, pleegde diverse belangrijke
telefoontjes en gaf nog een paar mensen de wind van voren. Hij was in een
opperbest humeur, tot hij tussen de middag op het idee kwam om even de
benen te strekken en iets lekkers te kopen bij de bakker aan de overkant.
Hij had helemaa l niet meer aan de mensen met hun rare mantels gedacht,
tot hij er een paar bij de bakker zag staan. In het voorbijgaan staarde hij hen
nijdig aan, want ze maakten hem zenuwachtig, al wist hij niet goed
waarom. Ook dit groepje fluisterde opgewonden en hij zag niet één
collectebus. Toen hij hen op de terugweg opnieuw passeerde, met een zakje
met een grote donut in zijn hand, ving hij een paar woorden op van hun
gesprek.
'De Potters, ja, dat heb ik ook gehoord -'
'ja, hun zoon Harr'
Meneer Duffeling bleef stokstijf staan. Bleek van angst keek hij achterom
naar de fluisteraars, alsof hij iets wilde zeggen, maar hij bedacht zich.
Hij stak haastig de weg over, rende de trap op naar zijn kanto or, snauwde
tegen zijn secret aresse dat hij niet gestoord wilde worden, greep de telefoon
en had bijna zijn eigen nummer gedraaid toen hij zich opnieuw bedacht. Hij
legde de hoorn weer op de haak, draaide aan zijn snor en bedacht dat... nee,
hij haalde zich dingen in zijn hoofd. Potter was tenslotte geen
ongebruikelijke naam. je had vast hordes Potters met een zoontje dat Harry
heette. Nu hij er goed over nadacht, wist hij niet eens zeker of de naam van
zijn neefje wel Harr was. Hij had die blaag per slot van rekening nooit
gezien. Misschien heette hij wel Hans. Of Harold. Het had geen zin om
mevrouw Duffeling van streek te maken: ze werd altijd zo snibbig als hij
iets over haar zus zei. Niet dat hij haar dat kwalijk nam als hij zo'n zus had
gehad... maar toch. die mensen met die mantels...
Het kostte hem die middag veel meer moeite om zich op boor machines te
concentreren en toen hij om vijf uur naar huis ging, was hij nog steeds zo
ongerust dat hij bij de uitgang pardoes tegen iemand opbotste.
'Sorry,' gromde hij, toen het piepkleine mannetje struikelde en bijna viel.
Het duurde even voor het tot meneer Duffeling doordrong dat het kereltje
een lila mantel droeg. Hij was kennelijk helemaal niet boos dat hij bijna van
de sokken was gelopen. Integendeel, hij glimlachte breed en zei met zo'n
raar piepstemmetje dat diverse voorbijgangers hem aanstaarden: 'U hoeft
zich niet te vero ntschuldigen, waarde heer, Vandaag kan niets me kwaad

maken! Wees blij, want Jeweetwel is verdwenen! Zelfs Dreuzels als u
zouden deze blije, blije dag moeten vieren!'
Het mannetje sloeg zijn armen om meneer Duffelings middel, omhelsde
hem stevig en liep door .
Meneer Duffeling stond aan de grond genageld. Hij was geknuf feld door
een wildvreemde en had ook zo'n idee dat hij was uitgescholden voor
Dreuzel, wat dat dan ook zijn mocht. Het duizelde hem. Haastig liep hij
naar zijn auto en reed naar huis, in de hoop dat hij zich het allemaal
verbeeld had. Dat had hij nog nooit eerder gehoopt, want hij was tegen
verbeelding.
Toen hij stopte bij nummer 4 viel zijn oog direct en dat maakte zijn humeur
er niet beter op op de cSHUVH kat die hij 's ochtends ook had gezien. Nu zat
ze op de tuinmuur . Hij wist zeker dat het dezelfde was; ze had een
opvallende tekening rond haar ogen.
'Ksssjt!' zei meneer Duf feling luid.
De kat verroerde zich niet, maar keek hem alleen streng aan. Was dit
normaal kattengedrag, vroeg meneer Duffeling zich af? Hij haalde een paar
keer diep adem en deed de deur open, nog steeds vastbesloten om niets
tegen zijn vrouw te zeggen.
Mevrouw Duffeling had een leuke, doodgewone dag gehad. Tijdens het
eten vertelde ze uitgebreid over de problemen die Zij Van Hiernaast met
haar dochter had en dat Dirk een nieuw woordje had geleerd ('Nietes!').
Meneer Duffelin g trachtte zich normaal te gedragen. Toen Dirk eindelijk
sliep, was hij nog net op tijd terug in de woonkamer om het laatste stukje
van het journaal te kunnen zien.
'En ten slotte melden overal vogelkenners dat de uilen in ons land zich
vandaag buitengewoon vreemd gedragen. Uilen jagen meestal 's nachts en
laten zich overdag vrijwel nooit zien, maar nu zijn er sinds zonsopgang al
honderden gesignaleerd, die in alle richtingen vliegen. De experts kunnen
de plotselinge verandering van hun slaappatroon niet verklaren.' De
nieuwslezer grijnsde. 'Heel msterieus. En nu naar Jim Hagelmans met het
weer . Dreigen er vannacht nog meer uilenstormen, Jim?'
'Nou, dat weet ik niet, Ted,' zei de weerman, 'maar niet alleen de uilen
gedragen zich vreemd. Kijkers uit het hele land, van Kent tot aan Yorkshire
en Dundee, hebben gebeld om te zeggen dat het, in plaats van de
regenbuien die ik gisteren had beloofd, alleen vallende sterren heeft
geregend! Misschien hebben sommige mensen hun vuurwerk wat te vroeg

afgestoken het is nog lang geen Oudjaar , beste kijkers! Maar ik kan wel
beloven dat het een regenachtige nacht wordt.'
Meneer Duffeling zat als versteend in zijn luie stoel. Vallende sterren?
Uilen op klaarlichte dag? Overal mVWHULHX]H mensen met mantels? En
gefluister, gefluister over de Potters...
Mevrouw Duffeling kwam binnen met twee kopjes thee. Meneer Duffeling
kon zich niet langer inhouden. Hij moest iets zeggen. Nerveus schraapte hij
zijn keel. 'Eh - Petunia -, schat je hebt de laatste tijd toch toevallig niet iets
van je zus gehoord?'
Zoals hij had verwacht, reageerde mevrouw Duffeling geschokt en
ontstemd. Normaliter deden ze tenslotte net alsof ze geen zus had.
'Nee,' zei ze nijdig. 'Hoezo?'
'Ik hoorde iets raars op het nieuws,' mompelde meneer Duffeling. 'Uilen...
vallende sterren... en er liepen een hoop rare mensen in de stad...'
'Nou en?' snauwde mevrouw Duf feling.
'Ik dach t dat... dat het misschien ... dat het iets te maken had met... je weet
wel... haar vrienden.'
Mevrouw Duf feling nam met dunne lippen een zuinig slokje thee en meneer
Duffeling vroeg zich af of hij durfde te zeggen dat hij de naam 'Potter' had
gehoord. Hij besloot dat hij dat niet durfde. In plaats daarvan zei hij zo
nonchalant mogelijk: 'Hun zoontje die zal ongeveer even oud zijn als Dirk,
nietwaar?'
'Dat zal wel,' zei mevrouw Duf feling stijfjes.
'Hoe heet hij ook alweer? HennRI]R"'
'Harry. Echt zo'n lelijke, ordinaire naam.'
'Inderdaad,' mompelde meneer Duffeling, met een heel hol gevoel in zijn
maag. 'Zeg dat wel, ja.'
Hij had het er de rest van de avond niet meer over, maar toen ze naar bed
gingen en mevrouw Duffeling even in de badkamer was, sloop meneer
Duffeling naar het slaapkamerr aam en tuurde naar het voortui ntje. De kat
zat er nog steeds. Ze staarde de Ligusterlaan in alsof ze er gens op wachtte.
Haalde hij zich dingen in zijn hoofd? Kon dit alles iets te maken hebben
met de Potters? Als dat zo was. .. als bekend werd dat ze familie waren van
hij dacht niet dat hij dat zou overleven.
De Duf felings stapten in bed. Mevrouw Duffeling viel snel in slaap, maar
meneer Duffeling bleef een hele tijd liggen piekeren. Zijn laatste,
geruststellende gedachte voor hij in slaap viel was dat, zelfs als de Potters

er inderd aad iets mee te maken hadden, dat nog niet betekende dat hij en
mevrouw Duffeling er ook bij betrokken zouden raken. De Potters wisten
maar al te goe d wat de Duf felings dachten van hun soort... Het was
onvoorstelbaar dat hij en Petunia in rare zaakjes verwikkeld zouden raken
hij geeu wde en draaide zich om nee, gelukkig stonden zij er helemaal
buiten.
Daar ver giste hij zich deerlijk in.
Meneer Duffelin g sukkelde uiteindelijk in slaap, maar de kat die buiten op
het muurtje zat was nog altijd klaarwakker . Ze zat zo stil als een standbeeld
en hield haar blik strak op de hoek van de Ligusterlaan gericht. Ze vertrok
geen spier toen iemand verderop met een autoportier sloeg en ook niet toen
er twee uilen laag overvlogen. Pas tegen middernacht verroerde de kat zich.
Plotseling en zo stil dat het leek alsof hij uit de grond was opgerezen,
verscheen er een man op de hoe k die de kat zo nauwlettend in de gaten had
gehouden. De kat sloeg met haar staart en kneep haar ogen half dicht.
Zo iema nd had er nog nooit door de Ligusterlaan gelopen. De man was
lang, mager en stokoud, te oordelen naar zijn zilver grijze haar en baard, die
zo lang waren dat hij ze allebei gemakkelijk in zijn broek kon stoppen. Hij
droeg een lang gewaad, een paarse mantel die over de grond streek en
laarzen met gespen en hoge hakken. Zijn heldere, lichtblauwe ogen
twinkelden achter halfronde brillenglaasjes en zijn neus was lang en krom,
alsof hij minstens twee keer gebroken was. Hij heette Albus Perkamentus.
Albus Perkamentus scheen niet te besef fen dat hij in een straat gearriveerd
was waar alles aan hem ongewenst was, van zijn laarzen tot zijn naam. Hij
zocht in de zakken van zijn mantel, maar besefte toen blijkbaar dat hij werd
bekeken en wierp plotseling een blik op de kat, die hem nog steeds vanaf
het andere einde van de straat aanstaarde. Om de een of andere reden vond
hij die aanblik amusant, want hij grinnikte en mompelde: 'Ik had het moeten
weten.'
In een binnenza k vond hij wat hij zocht: iets wat op een zilvere n aansteker
leek. Hij knipte het open, hield het omhoog en klikte ermee. De
dichtstbijzijnde straatlantaarn ging met een zacht, ploppend geluidje uit. Hij
klikte opnieuw en een tweede lantaarn flakkerde en werd donke r. Hij klikte
twaalf keer met de Uitsteker , tot de enige lichtjes twee piepkleine, gloeiende
puntjes waren: de ogen van de kat die hem aanstaarden. Zelfs als mevrouw
Duf feling nu uit het raam had gekeken, zouden haar kraaloogjes niet hebben
kunnen zien wat zich op het trottoir afspeelde. Perkamentus deed de

Uitsteker weer in zijn zak, liep naar nummer 4 en ging naast de kat op het
tuinmuurtje zitten. Hij keek niet naar het beest, maar zei na een paar tellen:
'Wat een toeval dat we elkaar hier tref fen, professor Anderling.'
Hij keek de cSHUVH kat glimlachend aan, maar het dier was verdwenen en
hij glimlachte tegen een streng uitziende vrouw met een vierka nte bril, die
precies dezelfde vorm had als de donkere strepen rond de ogen van de kat.
Zij droeg ook een mantel, een smaragdgroene. Haar zwarte, strak
achterover gekamde haar zat in een knotje en ze leek nogal gepikeerd.
'Hoe wist u dat ik het was?' vroeg ze.
'M'n beste professor , ik heb nog nooit een kat zo stijfjes zien zitten.'
'U zou ook stijf zijn als u de hele dag op een koude bakstenen muur had
gezeten,' zei professor Anderling.
'De hele dag? Terwijl u ook feest had kunnen vieren? Op weg hierheen ben
ik minstens tien feestjes gepasseerd.'
Professor Anderling snoof nijdig.
'Ja, iedereen zet de bloemetjes buiten,' zei ze ongeduldig. 'Je zou denken dat
ze wat voorzichtiger zouden zijn, maar nee hoor - zelfs de Dreu zels merken
dat er iets aan de hand is. Het was op hun journaal.' Ongeduldig gebaarde ze
met haar hoofd naar de donkere woonkamer van de Duf felings . 'Ik heb het
zelf gehoord. Zwermen uilen... vallende sterren... Ze zijn niet helemaal
achterlijk, weet u. Zoiets moest opvallen. Vallende sterren in Kent - ik wil
wedden dat Dedalus Diggel dat gedaan heeft. Die heeft nooit veel hersens
gehad.'
'Je kunt het ze niet kwalijk nemen,' zei Perkamentus vergoelijkend.
'T enslotte hebben we de afgelopen elf jaar bitter weinig te vieren gehad.'
'Dat weet ik,' zei professor Anderling geïrriteerd. 'Maar dat is nog geen
reden om alle remmen los te gooien. Onze mensen zijn onveran twoordelijk
bezig. Ze komen op klaarlichte dag op straat, dragen niet eens
Dreuzelkleren en roddelen er lustig op los.'
Ze keek Perkamentus vanuit haar ooghoeken aan, alsof ze hoopte dat hij
haar iets zou vertellen, maar dat deed hij niet en ze vervolgde: 'Het zou een
mooie boel zijn als, op de dag dat Jeweetwel eindelijk verdwenen schijnt te
zijn, de Dreuzels van ons bestaan horen. Hij is toch echt verdwenen,
Perkamentus?'
'Daar ziet het wel naar uit,' zei Perkamentus. 'We hebben veel om dankbaar
voor te zijn. W ilt u een zuurtje?'
'Een wat?'

'Een zuurtje. Een soort Dreuzelsnoepje. Ik vind ze eerlijk gezegd erg
lekker .'
'Nee, bedankt,' zei professor Anderling koeltjes, alsof dit niet het juiste
moment was voor zuurtjes. 'Zoals ik al zei, zelfs als Jeweetwel inderdaad is
verdwenen -'
'M'n beste professor , zo'n versta ndig iemand als u kan hem toch wel bij zijn
naam noemen? Altijd maar dat onzinnige "Jeweetwel" ik probeer al elf jaar
om de mensen zover te krijgen dat ze hem bij zijn naam noemen:
Voldemort.' Professor Anderling grimaste naar Perkamentus, die twee aan
elkaar gekleefde zuurtjes los probeerde te krijgen, merkte dat niet. 'Het is zo
verwarrend als iedereen steeds maar "Jeweetwel" roept. Ik heb nooit
begrepen waarom het zo beangstigend is om Voldemorts naam uit te
spreken.'
'Dat weet ik,' zei professor Anderling, half bewonderend en half geërgerd.
'Maar u bent anders, iedereen weet dat u de enige was voor wie jeweet nou,
goed, voor wie V oldemort bang was.'
'U vleit me,' zei Perkamentus kalm. 'Voldemort bezat krachten waar ik nooit
over zal beschikken.'
'Alleen omdat u te hoe zal ik het zeggen te nobel bent om ze te gebruiken.'
'Gelukkig is het donker . Ik heb niet meer zo gebloosd sinds madame Plijster
zei dat ze mijn nieuwe oorwarmers zo mooi vond.'
Professor Anderling keek hem scherp aan en zei: 'Die uilen zijn nog niets
vergeleken bij de geruchten die de ronde doen. Weet u wat ze zeggen? Over
de reden voor zijn verdwijning? Over wat hem uiteindelijk de das om heeft
gedaan?'
Blijkbaar had professor Anderling het onderwerp aangesneden dat ze
werkelijk wilde bespreken, de ware reden waarom ze de hele dag op die
koude harde muur had zitten wachten, want noch als kat noch als vrouw
had ze Perkamentus zo doordringend aangestaard als ze nu deed. Het was
duidelijk dat, wat 'iedereen' ook zei, ze het pas zou geloven als Perkamentus
het beve stigde. Maar Perkamen tus pulkte nog een zuurtje los en gaf geen
antwoord.
'Ze zeggen,' vervolgde ze, 'dat Voldemort gisteren plotseling in de
Halvemaanstraat opdook. Dat hij het op de Potters had gemunt. Ze zeggen
dat LilHQ-DPHV3RWWHUGDW]HGDW]HGDW]HGRRG]LMQ'
Perkamentus boog zijn hoofd en professor Anderling snakte naar adem.
'Lil en James... ik kan het niet geloven... ik wilde het niet geloven... o

Albus...'
Perkamentus klopte haar op haar schouder . 'Ik weet het... ik weet het...' zei
hij mistroostig.
Met trillende stem vervolgde professor Anderling: 'En dat is no g niet alles.
Ze zegg en dat hij ook geprobee rd heeft Harr te vermoorden, het zoontje
van de Potters . Maar - dat kon hij niet. Hij kon dat jongetje niet
vermoorden. Niemand weet hoe of waarom, maar ze zeggen dat, toen hij
Harr Potter niet kon doden, zijn macht gebroken werd en dat hij daarom is
verdwenen.'
Perkamentus knikte somber .
'Is dat is dat waar?' hakkelde professor Anderling. 'Na alles wat hij gedaan
heeft... alle men sen die hij heeft vermoord... kon hij één klein jongetje niet
aan? Het is gewoonweg verbijsterend... dat uitgerekend... maar hoe heeft
HarrGDWLQ
VKHPHOVQDDPRYHUOHHIG"'
'Daar kunnen we alleen maar naar gissen,' zei Perkamentus. 'Misschien
zullen we het nooit echt weten.'
Professor Anderling pakte een kanten zakdoek en bette haar ogen onder
haar brillenglazen. Met een luid, vochtig gesnuif haalde Perkamentus een
gouden horloge uit zijn zak en keek erop. Het was een heel merkwaardig
horloge. Het had twaalf wijzers, maar geen cijfers; in plaats daarvan
draaiden aan de rand kleine planeetjes rond. Toch was het voor
Perkamentus blijkbaar duidelijk, want hij deed het weer in zijn zak en zei:
'Hagrid is aan de late kant. Waarschijnlijk heeft hij gezegd dat ik hier zou
zijn?'
'Ja,' zei professor Anderling. 'En u wilt zeker niet zeggen wat u komt doen?'
'Ik kom Harr afleveren bij zijn oom en tante. Ze zijn de enige familie die
hij nog heeft.'
'U bedoelt toch niet nee, u kunt de mensen die hier wonen niet bedoelen,'
riep professor Anderling, die overeind sprong en op numm er 4 wees.
'Professor Perkamentus dat kan gewoon niet. Ik houd dat huis al de hele dag
in de gaten. U kunt zich geen twee mensen voorstellen die minder op ons
lijken. En hun zoontje - ik heb hem zijn moeder schoppend en trappend
door de straat zien sleuren, krijsend dat hij snoep wilde! En daar moet
Harr3RWWHUJDDQZRQHQ"'
'Dat is het beste voor hem,' zei Perkamentus gedecideerd. 'Zijn oom en tante
kunnen alles uitleggen als hij ouder is. Ik heb ze een brief geschreven.'
'Een brief?' herhaalde professor Anderling zwakjes en ze ging weer op het

muurtje zitten. 'Denkt u echt dat u alles kunt uitleggen in een brief? Die lui
zullen nooit één snars van hem snappen! Hij wordt beroemd een legende -
het zou me niks verbazen als deze dag later tot Harr Potterdag wordt
uitgeroepen er worden vast boeken over Harr geschreven - elk kind in
onze wereld zal zijn naam kennen!'
'Precies,' zei Perkamentus, die haar ernstig aankeek over zijn halfronde
brilletje. 'Dat is voldoende om elke jongen het hoofd op hol te brengen.
Wereldberoemd, nog voor hij kan lopen of praten! Beroemd om iets wat hij
zich zelf niet eens zal kunnen herinneren! Snap je niet dat het veel beter
voor hem is om ergens op te groeien waar hij daar niet steeds mee
geconfronteerd wordt, tot hij het aankan?'
Professor Anderling deed haar mond open, bedacht zich, slikte en zei: 'Ja ja,
u hebt gelijk. Maar hoe moet Harr hier komen?' Ze staarde naar zijn
mantel, alsof ze dacht dat hij HarrGDDUPLVVFKLHQYHUERr gen hield.
'Hagrid brengt hem.'
'Lijkt het u verstandig om zoiets belangrijks aan Hagrid toe te vertrouwen?'
'Ik vertrouw Hagrid blindelings,' zei Perkamentus.
'Ik zeg niet dat hij het hart niet op de juiste plaats heeft,' zei professor
Anderling met tegenzin, 'maar u moet toegeven dat hij vaak onvoorzichtig
is. Hij heeft de neiging om - wat is dat?'
Een laag, romm elend geluid verbrak de stilte in de straat. Het werd steeds
harder en ze keken om zich heen of ze ergens een koplamp zagen. Het
gerommel werd een gebulder , ze keken omhoog en plotseling kwam er een
enorme motorfiets uit de lucht vallen, die vlak voor hen op de straat landde.
De moto rfiets was dan misschien enorm, de bestuurder was nog veel groter .
Hij was bijna twee keer zo lang als normaal en minstens vijf keer zo breed.
Hij leek gewoon veel te groot om los rond te mogen lopen en bovendien
was hij zo woest - zijn gezicht ging grotendeels schuil achter een zwarte
baard en lange slierten zwart haar, hij had handen als vuilnisba kdeksels en
zijn voeten, die in leren laarzen waren gestoken, leken wel babGROILMQWMHV.
Hij hield een bundeltje dekens in zijn reusachtige, gespierde armen.
'Hagrid!' zei Perkamentus opgelucht. 'Daar ben je eindelijk. Hoe kom je aan
die motor?'
'Geleend, professor Perkamentu s,' zei de reus, die voorzichtig afstapte. 'Van
die jonge Sirius Zwarts. Ik heb 'm, meneer .'
'Geen problemen, hoop ik?'
'Nee, meneer 't huis lag in puin, maar ik wist 'm naar buiten te krijgen voor

die Dreu zels zich d'rmee gingen bemoeien. Hij viel in slaap toen we over
Bristol vlogen.'
Perkamentus en professor Anderling bogen zich over het bundeltje en zagen
een klein jongetje, dat sliep als een blok. Onder de lok pikzwart haar die
over zijn voorhoofd hing bevon d zich een merkwaardige snee, in de vorm
van een bliksemschicht.
'Is dat waar -' fluisterde professor Anderling.
'Ja,' zei Perkamentus. 'Dat litteken zal hij altijd houden.'
'Kunt u daar niks aan doen, professor Perkamentus?'
'Zelfs als ik dat kon, zou ik het nog niet doen. Littekens zijn soms heel
nuttig. Ik heb er zelf ook eentje, net boven mijn linkerknie en dat is precies
de plattegrond van de Londense metro. Nou geef hem maar aan mij, Hagrid.
Hoe eerder we dit achter de rug hebben hoe beter .'
Perkamentus pakte HarrDDQHQGURHJKHPQDDUKHWKXLVYDQGH'Xf felings.
'Ken ik - ken ik afscheid van 'm nemen, meneer?' vroeg Hagrid.
Hij boog zijn enorme, woeste hoofd en gaf Harr een zo te zien heel
kriebelige en harige kus. Plotseling jammerde Hagrid als een geslagen
hond.
'Ssst!' siste professor Anderling. 'Je maakt de Dreuzels nog wakker!'
'S-s-sorry ,' snikt e Hagrid, die zijn gezicht begroef in een grote, gespikkelde
zakdoek. 'Maar ik k-ken d'r gewoon niet tegen Lil en James dood en nou
mot dat arme kotertje bij een stel Dreuzels gaan wonen -'
'Ia ja, allemaal heel triest, maar verman je alsjeblieft, Hagrid. Dadelijk
worden we nog betrapt,' fluisterde professor Anderling, die Hagrid
voorzichtig op zijn arm klopte terwijl Perkamentus over de lage tuinmuur
stapte en naar de voordeur liep. Hij legde Harr op de deurmat, haalde een
brief uit zijn mantel, stopte die tussen Harr
V dekentjes en liep terug naar
de anderen. Wel een minuut lang staarden ze gedrieën naar het bundeltje;
Hagrids schouders schokten, professor Anderling knipperde driftig met haar
ogen en de twinkelende lichtjes die meestal in Perkamentus' ogen dansten,
schenen plotseling gedoofd te zijn.
'Nou,' zei Perkamentus uiteindelijk, 'dat was het dan. We hebben hier verder
niets te zoeken, dus laten we ook maar gaan feesten.'
'Ja,' zei Hagrid met een heel klein stemmetje. 'Laat ik eerst effe die motor
naar Sirius terugbrengen. Nou, trusten, professor Anderling professor
Perkamentus.'
Hagrid veegde zijn betraande ogen af met de mouw van zijn jas, hees zich

in het zadel van de motorfiets en trapte op de kickstarter; de motor steeg
bulderend op en verdween in het duister .
'Ik zie u binnen kort weer, professor Anderling,' zei Perkamentus met een
knikje. Professor Anderling snoot haar neus.
Perkamentus draaide zich om en liep de straat uit. Op de hoek bleef hij even
staan en pakte zijn zilveren Uitsteker. Hij klikte één keer en twaalf
lichtbollen schoten terug naar hun straatlantaarns, zodat de Ligusterlaan
plotseling weer een zee van oranje licht was en hij een cSHUVH kat aan het
andere uiteinde van de straat de hoek om zag glippen. Hij kon nog net het
bundeltje op het stoepje van nummer 4 onderscheiden.
'Veel geluk, Harry,' mompelde hij, Hij draaide zich abrupt om en verdween
met een zacht geruis van zijn mantel.
Een briesje ritse lde in de keuri ge heggen van de Ligusterlaan, die stil en
opgeruimd onder de inktzwarte hemel lag. Het was wel de allerl aatste straat
waar je verbijsterende gebeurtenissen zou verwachten. Harr Potter draaide
zich om in zijn dekentjes, maar werd niet wakker . Zijn kleine hand greep de
brief beet en hij sliep verder , zon der te weten dat hij speciaal was, zonder te
weten dat hij beroemd was, zonder te weten dat hij over een paar uur
gewekt zou wor den door het gekrijs van mevrouw Duffeling wanneer ze de
voordeur opendeed om de lege melkflessen buiten te zetten en zonder te
weten dat hij de komende weken aan één stuk door gepord en geknepen zou
worden door zijn neef Dirk... hij kon niet weten dat er op dat moment, door
het hele land, overal mensen in het geheim bijeenkwamen, die hun glazen
hieven en zacht en vol ontzag zeiden; 'Op Harr Potter - de jongen die bleef
leven!'

Hoofd stu k 2
HET VERDWENEN GLAS
Het was bijna tien jaar geleden sinds de Duf felings hun neefje op de
deurmat hadden aangetrof fen, maar de Ligusterlaan was nog exact
hetzelfde. De opkomende zon bescheen dezelfde keurige voortuintjes, werd
weerkaatst door dezelfde koperen 4 op de voordeur van de Duf felings en
kroop voorzicht ig hun woonkamer binnen, waarin ook vrijwel niets was
veranderd sinds meneer Duffeling dat onheilspellende nieuwsbericht over
die uilen had gezien. Alleen uit de foto's op de schoorsteenmantel bleek dat
de nodi ge tijd verstreken was. Tien jaar geleden hadden er rijen foto's
gestaan van iets wat veel op een grote roze strandbal met verschillend
gekleurde, gebreide mutsen leek, maar Dirk Duffeling was geen bab meer
en nu stonden er foto's van een dik blond jongetje dat op zijn eerste fiets
reed, in een draa imolen zat, een computerspelletje speelde met zijn vader en
geknuf feld en gekust werd door zijn moeder . Niets wees erop dat er nog een
jongen in huis woonde.
Toch was Harr Potter er nog steeds. Hij sliep, maar dat zou niet lang meer
duren. Zijn tante Petunia was al op en hij werd ruw gewek t door haar
schrille stem. 'Eruit! Opstaan! Nu!'
HarrVFKURNZDNNHr . Zijn tante bonsde weer op de deur .
'Eruit!' krijste ze. Harr hoorde haar naar de keuken lopen en de koekenpan
op het vuur zetten. Hij ging op zijn rug liggen en probee rde zich te
herinneren wat hij gedroomd had. Het was een fijne droom geweest, over
een vliegende motorfiets. Vreemd genoeg had hij het gevoel dat hij dat al
eerder had gedroomd.
Zijn tante stond weer voor de deur .
'Ben je al op?' vroeg ze.
'Bijna,' zei Harry.
'Nou, schiet een beetje op. Je moet het spek in de gaten houden. En waag
het niet om het te laten aanbranden. Alles moet perfect zijn op Dirks
verjaardag.'
HarrNUHXQGH.
'Wat zei je?' snauwde zijn tante door de deur heen.
'Niets, niets...'

Dirks verjaardag hoe had hij dat kunnen vergeten? Harr kwam langzaam
uit bed en zocht sokken. Hij vond een paar onder zijn bed en trok ze aan, na
er een spin te hebben afgeveegd. Daar was Harr aan gewend, want het
wemelde van de spinnen in de bezemkast onder de trap en daar sliep hij.
Toen hij zich had aangekleed, liep hij naar de keuken. De tafel bezweek
bijna onder Dirks cadeautjes. Zo te zien had hij de nieuwe computer
gekregen waar hij om gezeur d had, plus een tweede televisie en een
racefiets. Het was Harr een raadsel waarom Dirk in vredesnaam een
racefiets wilde, want hij was moddervet en had een bloedhekel aan alles wat
op lichaamsbeweging leek, behalve als hij iemand kon slaan. Harr was
Dirks favoriete boksbal, maar hij kreeg hem niet vaak te pakken. Je zou het
op het eerste gezicht niet zeggen, maar HarrZDVUD]HQGVQHO.
Misschien had het iets te make n met het feit dat hij in een donkere kast
sliep, maar Harr was klein en mager voor zijn leeftijd. Hij leek nog kleiner
en magerder doordat hij de afdankertjes van Dirk droeg en Dirk ongeveer
vier keer zo dik was als hij. Harr had een smal gezicht, knokige knieën,
zwart haar en felgroene ogen. Hij droeg een ronde bril die van plakband aan
elkaar hing, omdat Dirk hem zo vaak kapot had geslagen. Er was maar één
ding dat Harr beviel aan zijn uiterlijk en dat was een dun litteken op zijn
voorhoofd, in de vorm van een bliksemschicht. Hij had dat litteken altijd
gehad en de allereerste vraag die hij aan tante Petunia had gesteld, voor
zover hij zich kon herinneren, was hoe hij dat had opgelopen.
'Bij het auto-ongeluk waarbij je ouders zijn omgekomen,' had ze gezegd.
'En stel geen vragen.'
Stel geen vragen - dat was regel nummer één als je een enigszins rustig
leven wilde leiden bij de Duf felings.
Oom Herman kwam de keuken binnen terwijl HarrKHWVSHNRPNHHUGH.
'Kam je haar!' blafte hij, bij wijze van ochtendgroet.
Zo eens per week keek oom Herman even over de rand van zijn krant naar
Harr en riep dan dat zijn haar geknipt moest worden. Harr
V haar werd
waarschijnlijk vaker geknipt dan dat van alle andere jongens in zijn klas bij
elkaar , maar het hielp niet. Zijn haar groeide nu eenmaal zo alle kanten uit.
Harr was eieren aan het bakke n toen Dirk binnenkwam met zijn moeder .
Dirk leek erg op oom Herman. Hij had een groot, roze gezicht , bijna geen
nek, kleine, waterige blauwe oogjes en dik blond haar dat sluik op zijn
dikke, bolle hoofd lag. Tante Petunia zei vaak dat Dirk net een engeltje was
Harr]HLYDDNGDW'LUNQHWHHQYDUNHQPHWHHQWRXSHWMHZDV.

Harr zette borden eieren en spek op tafel, wat moeilijk was omdat er niet
veel ruimte was. Ondertussen telde Dirk zijn cadeautjes. Zijn gezicht
betrok.
'Zesendertig,' zei hij en hij keek zijn vader en moeder aan. 'Dat is twee
minder dan vorig jaar .'
'Je hebt het cadeau van tante Margot niet meegeteld, schat. Kijk, daar ligt
het, onder dat grote pak van pappie en mammie.'
'Nou, goed dan, zevenendertig,' zei Dirk, die rood aanliep. Harry, die zag
dat er ee n enorm e woedeaanval opkwam bij Dirk, schrokte zijn spek zo snel
mogelijk naar binnen, voor het geval Dirk de tafel omgooide.
Tante Petunia zag dat gevaar blijkbaar ook, want ze zei gauw: 'En als we
vandaag in de stad zijn, kopen we nog eens twee cadeautjes voor je. Wat
zeg je daarvan, schattebout? Nog twee cadeautjes. Is dat goed?'
Dirk dacht even na. Dat leek de nodige moeite te kosten, maar uiteindelijk
zei hij langzaam: 'Dan heb ik er dus zeven... nee, acht...'
'Negenendertig, schattebout,' zei tante Petunia.
'O.' Dirk plofte weer in zijn stoel neer en greep het dichtstbijzijnde pakje.
'Nou, goed dan.'
Oom Herman grinnikte.
'Die kleine rakker wil waar voor zijn geld, net als zijn vader . Zo mag ik het
horen, Dirk, jongen.' Hij streek door Dirks haar .
Op dat moment ging de telefoon . Tante Petunia liep naar de gang om op te
nemen en Harry en oom Herman keken hoe Dirk zijn racefiets uitpakte, een
filmcamera, een vliegtuigje met afstandsbesturing, zestien nieuwe
computerspelletjes en een video recorder . Hij rukte net het papier van een
gouden horloge toen tante Petunia weer binnenkwam. Ze keek zowel nijdig
als bezor gd.
'Slecht nieuws, Herman,' zei ze. 'Mevrouw Vaals heeft haar been gebroken.
Ze kan niet op hem passen.' Ze knikte naar Harry .
Dirks mond viel open van afsch uw, maar Harr
V hart sprong op. Elk jaar,
op Dirks verjaardag, namen zijn ouders hem en een vriendje mee naar een
pretpark, een hambur gertent of de bioscoop en elk jaar werd Harr gedumpt
bij mevrouw Vaals, een gestoord oud mens dat twee straten verderop
woonde. Harr vond het daar vreselijk. Het hele huis stonk naar bloemkool
en mevrouw Vaals wilde per se dat hij haar albums bekeek met foto's van
alle katten die ze ooit had gehad.
'Wat nu?' zei tante Petunia met een woedende blik op Harry , alsof hij het zo

gepland had, Harr wist dat hij eigenlijk medelijden moest hebben met
mevrouw Vaals omdat ze haar been had gebroken, maar dat was niet
gemakkelijk toen hij bedacht dat het nu een heel jaar zou duren voor hij de
portretten van Poekie, W itje, Pootjes en Pluimpje weer moest bekijken.
'We zouden Mar got kunnen bellen,' opperde oom Herman.
'Doe niet zo achterlijk, Herman. Ze kan dat joch niet uitstaan.'
De Duf felings spraken vaak over Harr alsof hij er niet bij was of eigenlijk
meer alsof hij iets weerzinwekke nds was dat hen toch niet begreep, een slak
of zo.
'En hoe heet ze ook weer , die vriendin van je, Yvonne?'
'Op vakantie in Majorca,' snauwde tante Petunia.
'Ik zou ook gewoon thuis kunnen blijven,' opperde Harr hoopvol (dan zou
hij eindelijk op tv kunnen zien wat hij wilde en misschien zelfs een tijdje op
Dirks computer kunnen spelen).
Tante Petunia keek alsof ze een citroen had ingeslikt.
'En dan één grote puinhoop aantref fen als we thuiskomen?' grauwde ze.
'Ik zou het huis heus niet opblazen,' zei Harry , maar ze luisterden niet.
'We zou den hem mee kunnen nemen naar de dierentuin,' zei tante Petunia
langzaam, '... en hem dan in de auto laten zitten...'
'Die auto is gloednieuw! Ik wil niet dat hij ergens met zijn vingers
aankomt...'
Dirk begon luidruchtig te huilen. Hij huilde niet echt, het was jaren geleden
dat hij voor het laatst echt had gehuild, maar hij wist dat hij zijn zin zou
krijgen als hij een gezicht trok en jammerde.
'Niet huilen, Dirkje, kleine schattebout! Mammie zorgt wel dat hij jouw
speciale dag niet verpest!' riep ze en ze sloeg haar armen om hem heen.
'Ik... wil... niet... dat... hij... meegaat!' krijste Dirk, tussen de gierende,
geveinsde snikken door . 'Hij v-verpest altijd alles!' Onder de arm en van zijn
moeder keek hij HarrJHPHHQJULMQ]HQGDDQ.
Op dat moment ging de bel. 'O, lieve hemel, ze zijn er al!' riep tante Petunia
geagiteerd en een paar tellen later kwam Dirks beste vriend Pieter Pulking
binnen, samen met zijn moeder . Als Dirk andere jongens sloeg hield Pieter ,
een mager ventje met een ratachtig gezicht, meestal hun armen op hun rug
gedraaid. Dirk stopte meteen met doen alsof hij huilde.
Een halfuur later zat Harry , die gewoon niet kon geloven dat hij zo geboft
had, samen met Pieter en Dirk achter in de auto van de Duf felings en was
hij voor het eers t in zijn leven op weg naar de dierentuin. Zijn oom en tante

hadden niet geweten wat ze anders met hem aanmoesten, maar voor ze op
pad gingen had oom Herman hem even apart genomen.
'Ik waarschuw je, jongen,' had hij gezegd, met zijn grote, paarse gezicht
vlak bij dat van Harry , 'ik waarschuw je als je streken uithaalt, het geeft niet
wat, sluit ik je tot Kerstmis op in die bezemkast.'
'Ik doe heus niets,' zei Harry . 'Echt...'
Maar oom Herman geloofde hem niet. Niemand geloofde hem.
Het probleem was dat er vaak wonderlijke dingen gebeurden met Harr en
het was onbegonnen werk om de Duf felings aan hun verstand te peuteren
dat hij daar niets aan kon doen.
Op een keer was tante Petunia het zo beu geworden dat Harr
V talloze
bezoeken aan de kapper absoluut geen resultaat hadden dat ze de
keukenschaar had gepakt en hem bijna helemaal kaal had geknipt. Ze had
alleen zijn pon laten zitten 'om dat afschuwelijke litteken te verber gen'.
Dirk had zich een breuk gelache n en Harr had geen oog dichtgedaan bij de
gedachte aan de reacties op school, waar hij toch al het lachertje was door
zijn slobberkleren en plakbandbril. Toen hij de volgende ochtend wakker
werd, was zijn haar echter weer normaal en leek het alsof tante Petunia er
nooit de schaar in had gezet. Dat was hem op een week eenzame opsluiting
in zijn bezemka st komen te sta an, ook al had hij geprobeerd uit te leggen
dat hij niet kon uitleggen waarom het zo snel was aangegroeid.
Een andere keer had tante Petunia hem willen dwingen een
weerzinwekkende oude trui van Dirk te dragen (bruin met oranje stippen).
Hoe meer moeite ze deed om hem over zijn hoofd te trekken, hoe kleiner hij
leek te worden, tot hij uiteindelijk alleen nog geschikt zou zijn geweest voor
een handpop. Tante Petunia was tot de conclusie gekomen dat hij was
gekrompen in de was en tot Harr
VRSOXFKWLQJZDVKLMQLHWJHVWUDIW.
Daarentegen had hij zich wel vreselijk in de nesten gewerkt door op het dak
van de schoolke uken te worden betrapt. Dirk en zijn vriendjes hadden hem
op de hielen gezeten, zoals zo vaak, en plotseling had Harry daar op de
schoorsteen gezeten. Harr was net zo verbaasd geweest als iedereen, maar
de Duf felings hadden een boze brief gekregen van het schoolhoofd, waarin
ze klaagde dat Harr op het dak van een schoolgebouw was geklommen.
Maar het enige wat hij had gedaan (had hij oom Herman toegeschreeuwd
door de deur van zijn bezemka st) was achter de vuilniscontainers bij de
keukendeur springen. Harr vermoedde zelf dat hij midden in zijn sprong
omhoog was geblazen door een plotselinge windvlaag.

Maar vandaag zou er niets misga an. Het was zelfs het gezelscha p van Pieter
en Dirk waard om eindelijk eens een dag niet door te brengen op school, in
zijn kast of in de bloemkoolwalm bij mevrouw V aals.
Onder het rijden klaagde oom Herman aan één stuk door tegen tante
Petunia. Hij klaagde graag, over van alles en nog wat: zijn werk, Harry , de
gemeente, Harry, de bank en Harr waren enkele favoriete onderwerpen,
maar die ochtend waren het motorfietsen.
'Scheuren als maniakken, die jonge vandalen,' zei hij toen ze werden
ingehaald door een motor .
'Ik heb vannach t over een motorfiets gedroomd,' zei Harry , die zich dat
plotseling herinnerde. 'Hij vloog.'
Oom Herman knalde bijna tegen de auto voor hem. Hij draaide zich om en
schreeuwde met een gezicht als een reusachtige biet met een snor tegen
Harr:
'MOT ORFIETSEN KUNNEN NIET VLIEGEN!'
Dirk en Pieter gnif felden.
'Dat weet ik ook wel,' zei Harry . 'Het was maar een droom.'
Maar hij wou dat hij niets gezegd had. Als er één ding was waar de
Duffelings een hekel aan hadden, nog meer dan aan vragen, dan was het
wel als hij zei dat iets zich gedra gen had op een manier die niet hoorde. Het
deed er niet toe of dat in een droom of een tekenfilm was geweest - ze
dachten blijkbaar dat hem dat op ongewenste ideeën zou kunnen brengen,
Het was een mooie, zomerse zondag en het wemelde van de gez innen in de
dierentuin. Bij de ingang kochten de Duf felings grote chocoladeijsjes voor
Dirk en Pieter en omdat de vriendelijke dame in de ijskar Harr al had
gevraagd wat hij wilde voor ze hem weg konden sleuren, kreeg hij een
goedkoop citroenwaterijsje. Het smaakte helemaal niet slecht, dacht Harry
likkend, terwijl hij naar een gorilla keek die op zijn kop krabde. Hij leek als
twee druppels water op Dirk, alleen was hij niet blond.
Harr had de fijnste ochtend sinds tijden. Hij bleef zorgvuldig op een paar
passen afstand van de Duf felings, zodat Dirk en Pieter , die al gauw genoeg
begonnen te krijgen van de dieren, niet hun toevlucht zouden nemen tot hun
favoriete tijdverdrijf, namelijk Harr slaan. Ze aten in het restaurant van de
dierentuin en toen Dirk een woedeaanval kreeg omdat zijn bananasplit niet
groot genoeg was, bestelde oom Herman een tweede en mocht Harr de rest
van de eerste opeten.
Achteraf besefte Harr dat het allemaal te mooi was om lang te kunnen

duren.
Na de lunch gingen ze naar het reptielenhuis. Hier was het koel en donker
en in de muren zaten verlichte ramen. Achter het glas kropen en gleden
allerlei soorten hagedissen en slangen over stukken hout en steen. Dirk en
Pieter wilden enorme, giftige cobra's en dikke, mensenvermorzelende
pWKRQV zien en Dirk vond al gauw de grootste slang in het hele
reptielenhuis. Die had zijn lijf twee keer om oom Hermans nieuwe auto
kunnen wikkelen en hem tot een vuilnisbak kunnen pletten maar op dat
moment leek hij daar weinig zin in te hebben. Hij sliep als een blok.
Dirk drukte zijn neus tegen het glas en staarde naar de glanzende bruine
windingen.
'Laat hem bewegen,' zanikte hij tegen zijn vader . Oom Herman tikte op het
glas, maar de slang verroerde zich niet.
'Nog eens,' commandeerde Dirk. Oom Herman klopte hard met zijn
knokkels op het glas, maar de slang snurkte door .
'Wat een afgang,' schamperde Dirk en hij liep verder ,
Harr ging voor het glas staan en keek aandachtig naar de slang. Het zou
hem niets verbaasd hebben als die van pure verveling was doodgegaan -
nooit eens ander gezelschap dan idioten die de hele dag met hun vingers op
het glas tikten om hem wakke r te maken. Het was nog erger dan zijn
bezemkast, waar de enige bezoeker tante Petunia was, die 's ochtends op de
deur bonsde. Hij mocht tenminste ook in de rest van het huis komen.
Plotseling deed de slang zijn kleine, donkere oogjes open. Langzaam, heel
langzaam, hief hij zijn kop op tot zijn ogen op gelijke hoogte waren met die
van Harry .
Hij knipoogde.
Harr staarde hem aan en keek toen snel om zich heen, maar verder had
niemand het gezien. Hij keek de slang weer aan en knipoogde ook.
De slang gebaarde met zijn kop naar oom Herman en Dirk, sloeg zijn ogen
ten hemel en wierp Harr een blik toe die duidelijk betekende: 'Dat doen ze
nou altijd.'
'Weet ik,' mompelde Harr door het glas heen, hoewel hij niet zeker wist of
de slang hem kon horen. 'Dat moet echt balen zijn.'
De slang knikte heftig.
'Waar kom je eigenlijk vandaan?' vroeg Harry. De slang prikte met zijn
staart naar een bordje naast het glas. Harr las: Boa Constrict or, Brazilië.
'W as het daar leuk?'

De boa constrictor gebaarde opnieuw met zijn staart naar het bordje en
Harr las: Specimen geboren in gevangenschap. 'O, dus je bent nog nooit in
Brazilië geweest?'
Net toen de slang zijn kop schudde, klonk er een oorverdovend gebrul en
maakten HarrHQGHVODQJHHQVSURQJHWMHYDQVFKULN:
'DIRK! MENEER DUFFELING! KIJK DIE SLANG EENS! NIET TE
GELOVEN W AT HIJ DOET!'
Dirk waggelde zo snel mogelijk terug.
'Uit de weg, jij,' zei hij en hij gaf Harr een stomp in zijn ribben. Harr was
verrast en viel met een smak op de betonnen vloer. W at er daar na gebeurde
ging zo snel dat niemand het precies kon volgen -het ene moment stonden
Pieter en Dirk met hun neus tegen het glas gedrukt en het volgende
sprongen ze krijsend van schrik achteruit.
Harr ging overeind zitten en snakte naar adem; het glas voor de kooi van
de boa was verdwenen. De enor me slang ontrolde zich en gleed de kooi uit
overal in het reptielenhuis sprintten gillende mensen naar de uitgangen.
Terwijl de slang langsglipte, had Harr kunnen zweren dat een lage,
sissende stem zei: 'Brazzzilië, ik kom eraan... bedankt, amigo.'
De opzichter van het reptielenhuis verkeerde in shocktoestand.
'Maar het glas,' herhaalde hij steeds. 'W aar is het glas gebleven?'
De direc teur van de dierentuin zette persoonlijk een kop sterke, zoete thee
voor tante Petunia en maakte wel tien keer zijn excuses. Pieter en Dirk
konden alleen brabbelen. Voo r zover Harr had gezien, had de slang
gewoon speels naar hun voeten gehapt toen hij langsgleed, maar tegen de
tijd dat ze weer in oom Herma ns auto zaten, beweerde Dirk dat het beest
bijna zijn been had afgebeten en zwoer Pieter dat hij op een haar na was
doodgedrukt. Maar het ergste, in elk geval voor Harry, was dat Pieter
uiteindelijk voldoende kalmeerde om te zeggen: 'Harr praatte tegen hem.
Ja toch, Harr"'
Oom Herman wachtte tot Pieter naar huis was voor hij Harr onder den
nam. Hij was zo kwaad dat hij nauwelijks iets kon zeggen. Het enige wat
hij kon uitbreng en was: 'Weg - bezemkast - blijf - geen eten!' Vervolgens
plofte hij weer trillend in zijn stoel neer en moest tante Petunia gauw een
groot glas cognac voor hem inschenken.
Een paar uur later lag Harr in zijn donkere kast en wilde maar dat hij een
horloge had. Hij wist niet hoe laat het was en kon er daarom niet zeker van
zijn dat de Duf felings al sliepen . Als ze nog op waren, durfde hij niet naar

de keuken te sluipen om iets te eten te halen.
Hij woonde al bijna tien jaar bij de Duf felings, tien ellendige jaren, zolang
hij zich kon herinneren, sinds zijn ouders waren omgekomen bij dat auto-
ongeluk. Hij kon zich niet herinneren of hij zelf ook in die auto had gezeten
toen zijn ouders waren verongelukt. Soms, als hij zijn geheugen pijnigde
tijdens zijn lang e uren in de bezemkast, had hij een vreemd visioen: een
oogverblindende groene lichtflits en een brandende pijn op zijn voorhoofd.
Dat was waarschijnlijk dat ongeluk geweest, hoewel hij zich niet kon
voorstellen waar dat groene licht vandaan kwam. Van zijn ouders kon hij
zich niets herinneren. Zijn oom en tante spraken nooit over zijn vader en
moeder en hij mocht uiteraard niets vragen. Er waren geen foto's van hen in
huis.
Toen Harr jonger was had hij vaak gedroomd dat een onbekend familielid
hem zou komen halen, maar dat was nooit gebeurd; de Duf felings waren
zijn enige famili e. Toch dacht (of hoopte) hij dat wildvreemde mensen hem
af en toe herken den op straat. Heel vreemde wildvreemden. Een piepklein
mannetje met een pimpelpaarse hoge hoed had voor hem gebogen toen hij
boodschappen deed met tante Petunia en Dirk. Na woedend aan Harr te
hebben gevraagd of hij die man kende, had tante Petunia hem de winkel
uitgesleurd zonder iets te kopen. Een verwilderd uitziende oude vrouw , die
van top tot teen in het groen was gehuld, had op een keer vrolijk naar hem
gezwaaid in de bus. Een kale man met een lange paarse jas had hem laatst
midden op straat een hand gegeven en was zonder een woord te zeggen
weer doorgelop en. En het merkwaardigste was de manier waarop al die
mensen plotseling leken te verdwijnen als Harr hen beter probeerde te
bekijken.
Op school had Harr geen vrienden, iedereen wist dat Dirk en zijn maatjes
die gekke Harr Potter, met zijn oude slobberkleren en kapot te bril, niet
konden luchten of zien en niemand wilde het verbruien bij Dirk en zijn
maatjes.

Hoofd stu k 3
DE BRIEF V AN NIEMAND
De onts napping van de Braziliaanse boa kwam Harr op de allerlangste
straf van zijn leven te staan. Tegen de tijd dat hij de bezemkast uit mocht,
was de zomervakantie begonnen en had Dirk zijn nieuwe filmcamera
kapotgemaakt, zijn vliegtuigje met afstandsbesturing laten neerstorten en
tijdens zijn allereerste ritje op zijn racefiets mevrouw Vaals van de sokken
gereden, toen ze op krukken de Ligusterlaan overstak.
Harr was blij dat hij niet naar school hoefde, maar er viel niet te
ontsnappen aan Dirks vrienden, die elke dag langskwamen. Pieter, Dennis,
Mark en Gordon waren stuk voor stuk groot en dom, maar Dirk was de
grootste en domste en daarom de leider . De anderen deden maar al te graag
mee aan Dirks lievelingssport: HarrSHVWHQ.
Daarom bracht Harr zo veel mogelijk tijd buitenshuis door, ron dslenterend
en nadenkend over het einde van de vakantie. Dan zag hij een klein
lichtpuntje, want in september zou hij naar de middelbare school gaan en
voor het eerst van zijn leven verlost zijn van Dirk. Dirk was ingeschreven
bij Ballings, oom Hermans oude school, net als Pieter Pulking, maar Harry
ging naar het J.F. Treitercollege, de plaatselijke middelbare school. Dat
vond Dirk heel grappig.
'Ze stoppen je kop in de plee op je eerste dag op het Treitercoll ege,' zei hij
tegen Harry . 'Ga je mee naar boven om te oefenen?'
'Nee, bedankt,' zei Harry . 'Die arme plee heeft nog nooit zoiets smerigs als
jouw kop hoeve n verwerken - dadelijk wordt hij nog misselijk.' En hij nam
snel de benen, voor Dirk begreep wat hij gezegd had.
In juli ging tante Petunia met Dirk naar Londen, om zijn Balling suniform te
kopen. Harr werd bij mevrouw Vaals gedumpt, maar die was minder erg
dan gewoonlijk. Ze had haar been gebroken doordat ze over een van haar
katten was gestruikeld en ze was niet zo gek op die beesten als vroeger .
Harr mocht tv kijken en ze gaf hem zelfs een plak chocolade cake, die ze
zo te proeven al een paar jaar in huis had.
's Avon ds paradeerde Dirk door de woonkamer in zijn splinternieuwe
uniform. Leerlingen van Ballin gs droegen een roodbruin jack een oranje
drollenvanger en een platte strohoed, die daar een matelot werd genoemd.

Bij het uniform hoorde ook een knoestige wandelstok, die de jongens
gebruikten om elkaar te slaan als de leraren niet keken. Dat werd geacht
karaktervormend te zijn.
Toen hij Dirk daar zag staan, in zijn nieuwe knickerbocker , zei oom
Herman bruusk maar geroerd dat dat het mooiste moment van zijn leven
was. Tante Petunia barstte in tranen uit en zei dat ze gewoo n niet kon
geloven dat dat haar lieve kleine Dirkje was, zo knap en volwassen zag hij
eruit. Harr durfde niets te zeggen. Hij moest zijn lachen zo vreselijk
inhouden dat hij bang was dat hij al twee ribben had gebroken.
Toen Harr de volgende ochtend in de keuken kwam, hing daar een
doordringende stank, die afkomstig was uit een grote zinken teil in de
gootsteen. Harry keek in de teil. Hij was gevuld met grijs water , waarin
smerige lompen dreven.
'W at is dat?' vroeg hij aan tante Petunia. Ze kneep haar lippen samen, zoals
altijd wanneer hij het waagde om een vraag te stellen.
'Je nieuwe schooluniform.'
HarrNHHNQRJPDDOVLQGHWHLO.
'O,' zei hij. 'Ik wist niet dat het zo nat moest zijn.'
'Doe niet zo stom ,' snauwde tante Petunia. 'Ik verf een paar oude kleren van
Dirk grijs. Als ik klaar ben, lijkt het net een normaal uniform.'
Dat betwijfelde Harr ten zeerste, maar het leek hem beter om er niet
tegenin te gaan. Hij ging aan tafel zitten en probeerde er niet aan te denken
wat voor indruk hij zou maken op zijn eerste dag op het Treitercollege
waarschijnlijk zouden de andere leerlingen denken dat hij stukken
gedroogde olifantshuid droeg.
Dirk en oom Herman kwamen binnen en trokken hun neus op bij het ruiken
van Harr
V nieuwe uniform. Oom Herman sloeg zijn krant open, zoals
gewoonlijk en Dirk, die zijn Ballingsstok constant bij zich had, mepte
ermee op tafel.
Ze hoorden de brievenbus klepperen en de post op de deurmat plof fen.
Haal de post even, Dirk,' zei oom Herman vanachter zijn krant.
'Laat HarrKHPPDDUKDOHQ'
'Haal de post even, Harry.'
'Laat Dirk hem maar halen.'
'Geef hem een klap met je Ballingsstok, Dirk.'
Harr ontweek de Ballingsstok en ging de post halen. Er lagen drie dingen
op de mat: een ansicht van oom Hermans zus Mar got, die met vakantie was

op het eiland Wight, een bruine envelop die waarschijnlijk een rekening
bevatte en een brief voor Harry .
Harr pakte de brief en keek ernaar , terwijl zijn hart op en neer danste als
een reusachtig elastiek. Hij had nog nooit van zijn leven een brief gehad.
Wie zou hem er tenslotte een sturen? Hij had geen vrienden en geen familie
hij was niet eens lid van de bibliotheek en kreeg daarom zelfs geen
onbeleefde briefjes omdat hij zijn boeken niet op tijd had ingeleverd. Maar
toch had hij nu een brief, een brief die zo duidelijk geadresseerd was dat er
geen twijfel mogelijk was:
De Heer H. Potter
De Bezemkast onder de T rap
Ligusterlaan 4
Klein Zanikem
Surrey
De enve lop was dik en zwaar en van een soort gelig perkament en het adres
was in smaragdgroene inkt geschreven. Er zat geen postzegel op.
HarrNHHUGHGHHQYHORSPHWWULOOHQGHKDQGHQRPHQ]DJHHQSDDUVODN]HJHO,
met een wapen erop: een leeuw , een raaf; een das en een slang, rond een
grote letter 'Z'.
'Schiet een beetje op, jongen,' riep oom Herman vanuit de keuken.
'Controleer je soms of er bombrieven bij zijn?' Hij grinnikte om zijn eigen
grap.
Harr liep naar de keuken, nog steeds naar zijn brief starend. Hij gaf oom
Herman de rekening en de ansicht, ging zitten en maakte langzaam de gele
envelop open.
Oom Herman scheurde de envelop met de rekening open, snoof vol walging
en keerde de ansicht om.
'Mar got is ziek,' zei hij tegen tante Petunia. 'Een verkeerde mossel gegeten
of zo...'
'Pa!' riep Dirk plotseling. Pa. HarrKHHIWLHWV'
Harr wilde net de brief openv ouwen, die van hetzelfde zware perkament
was als de envelop, toen oom Herman hem uit zijn hand griste.
Die is van mij'!' zei HarrHQKLMSUREHHUGHKHPWHUXJWHSDNNHQ.
'Wie zou jou nou een brief schrijven?' zei oom Herman schamper . Hij
schudde de brief met één hand open en las hem. Zijn gezicht veranderde

sneller van rood in groen dan een stoplicht en daar bleef het niet bij: een
paar tellen later had het de grijsachtig witte kleur van oude havermout.
'P-P-Petunia!' bracht hij moeizaam uit.
Dirk wilde de brief ook lezen en probeerde hem te grijpen, maar oom
Herman hield hem hoog boven zijn hoofd, zodat hij er niet bij kon. Tante
Petunia pakte de brief nieuwsgierig aan en las de eerste regel. Even leek het
alsof ze zou flauwvallen. Ze greep naar haar keel en maakte een raar,
gesmoord geluid.
'Herman! O, lieve hemel Herman!'
Ze staarden elkaar aan en schen en vergeten te zijn dat Dirk en Harr ook
nog in de keuken waren. Dirk was het niet gewend om genegeerd te worden
en hij gaf zijn vader een ferme tik op zijn hoofd met zijn Ballingsstok.
'Ik wil die brief ook lezen,' zei hij luid.
'Ik wil die brief lezen,' zei HarrZRHGHQG
ZDQWKLMLVYDQPLM'
'Naar buiten, allebei,' kraste oom Herman, die de brief haastig terug in de
envelop propte. HarrEOHHI]LWWHQ.
'IK WIL MIJN BRIEF TERUG!' schreeuwde hij.
'Ik wil hem lezen!' zei Dirk op hoge toon.
'ERUIT!' bulderde oom Herman . Hij greep Harr en Dirk bij hun nekvel,
gooide ze de gan g op en smeet de keukendeur met een klap dicht. Harr en
Dirk vochten een woedend maar geruisloos conflict uit over wie er aan het
sleutelgat mocht luisteren; Dirk won en dus ging Harry , wiens bril aan één
oor bengelde, plat op zijn buik liggen, zodat hij aan de splee t tussen de
drempel en de deur kon luisteren.
'Herman,' zei tante Petunia met trillende stem, 'heb je dat adres gezien? Hoe
weten ze in vredesnaam waar hij slaapt? Je denkt toch niet dat ze het huis in
de gaten houden?'
'Spionnen - telelenzen - richtmicrofoons,' mompelde oom Herman
verwilderd.
'Maar wat nu, Herman? Moeten we terugschrijven? Zeggen dat we niet
willen dat -'
Harr zag de glimmende zwarte schoenen van oom Herman door de keuken
ijsberen.
'Nee,' zei hij uiteindelijk. 'Nee, we negeren die brief gewoon. Als ze geen
antwoord krijgen... ja, dat is het beste... gewoon niets doen...'
'Maar -'
'lk wil zo ieman d niet in huis hebben, Petunia! Hebben we, toen we hem

kregen, niet gezworen dat we dat soort gevaarlijke onzin de kop zouden
indrukken?'
Toen oom Herman 's avonds thuiskwam van zijn werk, deed hij iets wat hij
nog nooit eerder had gedaan; hij kwam naar Harr
VEH]HPNDVW.
'Waar is mijn brief?' zei Harr zodra oom Herman zich naar binnen had
gewrongen. 'W ie heeft me geschreven?'
'Niemand. Hij was verkeerd geadresseerd,' zei oom Herman kortaf. 'Ik heb
hem verbrand.'
'Hij was niet verkeerd geadresseerd,' zei Harr kwaad. 'Mijn kast stond
erop.'
'Zwijg!' bulderde oom Herman en er vielen een paar spinnen van het
plafond. Hij haalde een paar keer diep adem en dwong zichzelf om te
glimlachen. Zo te zien deed dat pijn.
'Eh - tja, Harr - wat die bezemkast betreft. Je tante en ik hebben het erover
gehad... je wordt eigenlijk te groot... we dachten dat het misschien leuk zou
zijn als je Dirks tweede slaapkamer kreeg.'
'Waarom?' zei Harry .
'Geen vragen!' snauwde zijn oom. 'Breng je spullen naar boven, nu meteen.'
De Duf felings hadden vier slaap kamers: eentje voor oom Herman en tante
Petunia, een logeerkamer (die eigenlijk alleen werd gebruikt door oom
Hermans zus Margot), eentje waar Dirk sliep en eentje waar Dirk al het
speelgoed bewaarde dat hij niet in zijn eerste slaapkamer kwijt kon. Harry
hoefde maar één keer heen en weer te lopen om zijn spullen te verhuizen
van zijn bezemk ast naar zijn nieuwe slaapkamer . Hij ging op bed zitten en
keek om zich heen. Bijna alles in de kamer was kapot. De nog geen maand
oude filmcamera lag op een kleine tank waarmee Dirk ooit over de hond
van de buren was gewalst; in de hoek stond Dirks allereerste televisie, die
hij kapot had geschopt toen zijn favoriete programma was vervallen; in die
grote vogelkooi had een papegaai gezeten die Dirk op school had geruild
voor een luchtbu ks, die nu met verbogen loop op een plank lag omdat Dirk
erop was gaan zitten. Andere planken stonden vol met boeken . Dat waren
de enige dingen die zo te zien nooit met een vinger waren aangeraakt.
Beneden hoorde hij Dirk tegen zijn moeder blèren: 'Ik wil hem daar niet...
ik heb die kamer nodig... zeg dat hij weg moet...'
Harr zuchtte en ging languit op bed liggen. Gisteren had hij nog alles
willen geven om deze kamer te krijgen, maar nu had hij veel liever in zijn
kast gezeten met die brief dan hierboven zonder .

De volgende ochtend heerste er een ongewone stilte aan de ontbijttafel.
Dirk verkeerde in shocktoestan d. Hij had gegild en gekrijst, zijn vader
geslagen met zijn Ballingsstok, expres overgegeven, zijn moeder geschopt
en zijn schildpa d door het glas van de serre gegooid en toch had hij zijn
kamer niet terug. Harr dacht aan gisterochtend en wenste vurig dat hij die
brief in de hal had opengemaa kt. Oom Herman en tante Petunia wierpen
elkaar steeds duistere blikken toe.
Toen de post kwam zei oom Herman, die blijkbaar zijn best deed om aardig
te zijn tegen Harry, dat Dirk die moest gaan halen. Ze hoorden hem met zijn
Ballingsstok op allerlei dingen in de gang slaan en toen riep hij: 'Er is er
weer een! De Heer H. Potter , De Kleinste Slaapkamer, Ligusterlaan 4 -'
Met een gesmoorde kreet sprong oom Herman overeind en rende naar de
hal, met Harr op zijn hielen. Oom Herman moest Dirk op de grond gooien
om de brief te kunnen afpakken, wat bemoeilijkt werd door het feit dat
Harr hem van achteren bij zijn nek had gegrepen. Na veel onoverzichtelijk
geworstel, waarbij iedereen een hoop klappen kreeg van de Ballingsstok,
kwam oom Herman uiteindelijk hijgend overeind, met Harr
V brief in zijn
hand geklemd.
'Ga naar je kast - ik bedoel je kamer ,' zei hij amechtig tegen Harry. 'Dirk, ga
gewoon weg.'
Harr ijsbeerde door zijn nieuwe kamer. Iemand wist dat hij niet meer in de
bezemkast woonde en blijkbaar ook dat hij die eerste brief niet had
ontvangen. Dat betekende toch dat ze het dan opnieuw zouden proberen?
En deze keer zou hij zor gen dat het niet misliep. Hij had een plan.
De volgende ochtend om zes uur ging de gerepareerde wekker. Harr zette
hem snel uit en kleedde zich geruisloos aan, want hij wilde de Duf felings
niet wakker maken. Zonder het licht aan te doen sloop hij de trap af.
Hij was van plan om de postbode op de hoek van de Ligusterlaan op te
wachten en om de brieven voor nummer 4 te vragen. Met bonzend hart liep
hij voorzichtig door de donkere gang naar de voordeur .
'AAAAAUW!'
Harr sprong haast een meter de lucht in hij was op iets groots en sponzigs
getrapt, iets wat op de deurmat lag iets levends!
Boven ging het licht aan en Harr zag tot zijn afschuw dat dat grote,
sponzige ding het gezicht van zijn oom was. Oom Herman had in een
slaapzak bij de voordeur gelegen, overduidelijk met de bedoeling om
Harr
V plannetje te dwarsbomen . Hij foeterde Harr een halfuu r lang uit en

zei toen dat hij thee moest gaan zetten. Harr sjokte ellendig en verslagen
naar de keuken en tegen de tijd dat hij terugkwam, was de post al geweest
en oom Herman letterlijk in de schoot geworpen. Harr zag drie brieven,
die stuk voor stuk in groene inkt waren geadresseerd.
'Ik wil -' begon hij, maar oom Herman scheurde de brieven voor zijn ogen
in piepkleine stukjes.
Oom Herman ging die dag niet naar zijn werk. Hij bleef thuis en spijkerde
de brievenbus dicht.
'Kijk,' legde hij aan tante Petuni a uit, met zijn mond vol spijkers, 'als ze die
brieven niet kunnen bezor gen, geven ze het heus wel op.'
'Ik weet niet of dat wel werkt, Herman.'
'O, die lui hebbe n rare kronkels in hun hoofd, Petunia. Ze denken niet zoals
jij en ik,' zei oom Herman, die een spijker probeerde in te slaan met de plak
cake die tante Petunia net had gebracht.
Op vrijd ag arriveerden er niet minder dan twaalf brieven voor Harry . Omdat
ze niet door de brievenbus konden, waren ze onder de deur door geduwd en
langs het kozijn naar binnen geschoven. Er waren er zelfs een paar door het
raampje van het toilet op de benedenverdieping gefrommeld.
Oom Herman bleef opnieuw thuis. Na alle brieven te hebben verbrand,
pakte hij zijn hamer en spijkers weer en spijkerde de spleten langs de voor -
en achte rdeur dicht, zodat niemand het huis nog in of uitkon. Terwijl hij
hamerde neuriede hij 'Een eigen huis' en schrok hij op van plotselinge
geluidjes.
Op zaterdag begon de boel echt uit de hand te lopen. Er bleken
vierentwintig brieven voor Harr naar binnen te zijn gesmokkeld, opgerold
en verbor gen in elk van de twee dozijn eieren die de stomverbaasde
melkboer door het raam van de woonkamer aan tante Petunia had
aangegeven. Terwijl oom Herman woedend met het postkantoor en de
melkcentrale belde, in een poging iemand te vinden om tegen te klagen,
versnipperde tante Petunia de brieven in haar keukenmachine.
'Wie wil in vredesnaam zo dolgraag met jou in contact komen?' vroeg Dirk
verbijsterd aan Harry .
Toen oom Herman zondag aan de ontbijttafel plaatsnam, leek hij weliswaar
moe en afgetobd, maar ook gelukkig.
'Op zondag wordt geen post bezor gd,' zei hij blij terwijl hij jam op zijn
krant smeerde. 'Eindelijk verlost van die verdomde brieven -'
Hij had dat nog niet gezegd of er kwam iets uit de schoorsteen suizen, dat

met een klap tegen zijn achterhoofd ketste. Het volgende moment floten er
wel dertig of veertig brieven als kogels uit de haard. De Duf felings doken
weg, maar HarrVSURQJRSHQSUREHHUGHHUHHQWHJULMSHQ-
'Eruit! ERUIT!'
Oom Herman greep Harr bij zijn middel en smeet hem de gang op. Toen
tante Petunia en Dirk ook naar buiten waren gehold, met hun armen voor
hun gezicht, trok oom Herman de keukendeur met een klap dicht. Binnen
hoorden ze nog steeds brieven de kamer inzeilen en tegen de muren en de
vloer ketsen.
'Dat was de laatste druppel!' zei oom Herman, die kalm probeerde te blijven
maar tegelijkertijd grote plukke n haar uit zijn snor trok. 'Ik wil dat jullie
over vijf minute n klaarstaan. We gaan weg. Pak alleen wat kleren in. En
geen tegenspraak!'
Hij zag er zo gevaarlijk uit, met zijn halve snor, dat niemand durfde te
protesteren. Tien minuten later hadden ze de dichtgespijkerde deur
opengewrikt en scheurden ze richting snelweg. Dirk zat zacht snikkend
achterin; zijn vader had hem een paar draaien om zijn oren gegeven omdat
hij zo traag was. Hij had verwoed geprobeerd om zijn tv, video en computer
in zijn sporttas te proppen.
Ze reden. En reden. Zelfs tante Petunia durfde niet te vragen waar ze heen
gingen. Om de zoveel tijd maakte oom Herman een scherpe bocht en reed
dan een tijdje in de tegenover gestelde richting.
'Afschudden... kwijtraken,' mompelde hij dan.
Ze stopten niet één keer om iets te eten of te drinken. Toen het donker werd,
zat Dirk te brullen. Hij had nog nooit zo'n afschuwelijke dag beleefd. Hij
had honger , hij had vijf tv-programma's gemist die hij graag had willen zien
en hij had nog nooit zo lang geen buitenaardse wezens afgeslacht op zijn
computer .
Ten langen leste stopte oom Herman bij een naargeestig hotel aan de rand
van een grote stad. Dirk en Harr deelden een kamer met twee
eenpersoonsbedden, met muffe, vochtige lakens. Dirk snurkte, maar Harry
sliep niet. Piekerend zat hij op de vensterbank en staarde naar de koplampen
van passerende auto's.
De volgende ochtend kregen ze oude cornflakes en toost met koude tomaten
uit blik voor het ontbijt. Ze waren net klaar met eten toen de eigenaresse
van het hotel naar hun tafeltje kwam.
'Neem me niet kwalijk, maar is iemand van u soms meneer H. Potter? Er

liggen hier een stuk of honderd van bij de receptie.'
Ze hield een brief omhoog, zodat ze het adres in groene inkt konden lezen:
De Heer H. Potter
Kamer 17
Hotel Spoorzicht
Cakeworth
Harr graaide naar de brief, maar oom Herman sloeg zijn hand weg. De
vrouw staarde hen aan.
'Ik neem ze wel,' zei oom Herman, die snel opstond en meel iep naar de
receptie.
Lijkt het je niet beter om gewoon naar huis te gaan, schat?' opperde tante
Petunia een paar uur later schuchter , maar oom Herman hoorde haar niet
eens. Niemand wist wat hij zocht. Hij was een bos ingereden , gestopt en
uitgestapt, had even om zich heengekeken en zijn hoofd geschud en was
toen weer ingestapt en door gereden. Dat had hij herhaald op een grote,
omgeploegde akker, halverwege een lange hangbrug en op het dak van een
hoge parkeer garage.
'Papa is knetter gek geworden, hè?' vroeg Dirk aan het eind van de middag
op dof fe toon aan tante Petunia. Oom Herman was ergens aan zee gestopt,
had de anderen opgesloten in de auto en was verdwenen.
Het begon te regenen. Grote, dikke druppels roffelden op het dak van de
auto. Dirk snotterde.
'Het is maandag,' zei hij tegen zijn moeder . 'Vanavond is de Grote
Humberto! Ik wil er gens logeren waar ze tv hebben!'
Maandag. Dat deed Harr ergens aan denken. Als het inderdaad maandag
was en wat dat aanging kon je meestal op Dirk vertrouwen, vanwege de tv
was het mor gen Harr
VHOIGHYHUMDDUGDJ.
Uiteraard waren zijn verjaardag en nooit echt feestelijk - vorig jaar hadden
de Duf felings hem een kleerhanger en een paar oude sokken van oom
Herman gegeven. Maar toch, je werd niet iedere dag elf.
Oom Herman kwam terug, met een brede grijns op zijn gezicht. Hij had een
lang, smal pak bij zich, maar gaf geen antwoord toen tante Petunia vroeg
wat hij had gekocht.
'Ik heb het ideale vakantiehuis je gevonden!' zei hij. 'Kom op! Iedereen
uitstappen!'

Buiten was het ijskoud. Oom Herman wees op een grote rots in zee. Boven
op de rots balanceerde het armzaligste hutje dat je je kon indenken. Eén
ding was zeker: ze hadden daar geen tv .
'Voor vannacht wordt storm voorspeld!' zei oom Herman , die zich
vergenoegd in zijn handen wreef. 'En deze heer is zo vriendelijk om ons
zijn bootje te lenen.'
Een tandenloze oude man kwam naar hen toe sjokken en wees met een
nogal boosaardi ge grijns op een oud roeibootje, dat op de staalgrauwe
golven dobberde.
'Ik heb al rantsoen ingeslagen, dus aan boord allemaal!' zei oom Herman.
Het was niet te harden in het bootje. IJskoude regendruppels en stuivend
zeewater liepen langs hun nek omlaag en een poolwind striemde hun
gezicht. Na wat uren roeien leek kwamen ze eindelijk bij de rots. Oom
Herman ging hen glibberend en uitglijdend voor naar het vervallen hutje.
Binnen was het helemaal vreselijk; het stonk er naar zeewier , de wind
gierde door de kieren in de houten wanden en de haard was kil en vochtig.
Er waren maar twee kamers.
Oom Hermans rantsoen bleek uit vier bananen en één zakje chips per
persoon te bestaan. Hij probeerd e vuur te maken, maar de lege chipszakjes
rookten en verschrompelden alleen maar .
'Nu zouden die brieven goed van pas komen, hè?' zei hij opgewekt.
Hij was in een opperbest humeur. Blijkbaar was hij ervan overtuigd dat
niemand enige kans maakte om daar in een vliegende storm brieven te
bezorgen. Dat dacht HarrRRNPDDUGLHJHGDFKWHYUROLMNWHKHPQLHWRS.
Toen het donker werd, stak de beloofde storm op. Opspattend water van de
torenhoge golven kletste tegen de muren en de smerige ramen klepperden in
de wind. In de tweede kamer vond tante Petunia een paar schimmelige
dekens en ze maakte een bed op voor Dirk op de mottige oude bank. Zij en
oom Herman namen het hobbelige bed in de andere kamer in beslag en
Harr mocht het zich gemakkelijk maken op het zachtste stukje vloer, onder
de dunste en meest gerafelde deken.
In de loo p van de avond werd de storm steeds woester . Harr deed geen oog
dicht. Huiverend woelde en draaide hij, in een poging het zich ietsje
behaaglijker te maken. Zijn maag rommelde van de honger . Di rks gesnurk
werd overstemd door het verre gedonder van het onweer dat tegen
middernacht was begonnen. Aan de lichtgevende wijzerplaat van Dirks
horloge, dat aan zijn vette pols over de rand van de bank bungelde, zag

Harr dat hij over tien minuten jarig zou zijn. Hij keek hoe zijn elfde
verjaardag met elke tik dichterb ij kwam en vroeg zich af of de Duf felings
eraan zouden denken dat hij jarig was, en waar die briefschrijver nu was.
Nog vijf minute n. Harr hoorde buiten iets kraken. Hij hoopte dat het dak
niet op het punt stond te bezw ijken, hoewel hij het daar eigenlijk alleen
maar warmer van kon krijgen. Nog vier minuten. Als ze terugkwamen,
puilde het huis aan de Ligusterla an misschien wel zo uit van de brieven dat
hij er op de een of andere manier een kon stelen.
Nog drie minute n. Was dat de zee, die zo hard tegen het huisje beukte? En
(nog twee minuten) wat was dat rare, krakende geluid? Brokkelde de rots af
door de golven?
Nog één minuut en dan zou hij elf zijn. Nog dertig seconden... twintig... tien
-negen misschien maakte hij Dirk wel wakker , alleen om hem te pesten -
drie - twee - een - BOEM!
Het hele huisje trilde en Harr ging recht overeind zitten. Er stond iemand
voor de deur , die binnengelaten wilde worden.

Hoofd stu k 4
DE SLEUTELBEW AARDER
Boem. Er werd opnieuw geklopt. Dirk schrok wakker. 'W as dat een kanon?'
vroeg hij slaapdronken. In de andere kamer vielen allerlei dingen om en
oom Herman kwam binnenstor men, met een geweer in zijn handen; nu
wisten ze wat er in dat lange, smalle pak had gezeten.
'Wie is daar?' schreeuwde hij. 'Ik waarschuw je - ik ben gewapend!'
Even was het stil en toen - KRAAK!
De deur kreeg zo'n geweldige klap dat de scharnieren finaal afscheurden en
hij met een oorverdovende dreun op de grond viel.
Er stond een reus in de deuropen ing. Zijn gezicht ging bijna helemaal schuil
achter zijn lange, verwilderde haar en verwarde, ongekamde baard, maar
tussen al dat haar kon je nog net twee ogen zien, die glommen als zwarte
torren.
De reus wurmde zich het hutje binnen en bleef halfgebukt staan, zodat zijn
hoofd tegen het plafond streek. Hij raapte de deur op en drukte hem
moeiteloos terug in het kozijn. Het geraas van de storm nam ietsje af. Hij
draaide zich om en keek ze allemaal aan.
'Hebben jullie toevallig een koppie thee of zo? 't W as een hele reis...'
Hij liep met grote passen naar de bank, waar Dirk hem stokstijf van angst
aanstaarde.
'Schuif es op, dikke papzak,' zei de vreemdeling.
Dirk maakte een piepend geluidje, schoot weg en verschool zich achter zijn
moeder , die op haar beurt doodsbang ineengedoken zat achter oom Herman.
'En daar hebben we Harr
VFKDOGHGHUHXV.
Harr keek naar het woeste, harige gezicht van de indrin ger en zag
lachrimpeltjes rond zijn kleine zwarte oogjes.
'De laatste keer dat ik je zag, was je nog maar een kotertje,' zei de reus. 'Je
bent net je pa, maar je hebt de ogen van je ma.'
Oom Herman maakte een raar , raspend geluid.
'Ik eis dat u dit pand onmiddellijk verlaat, meneer!' zei hij. 'U maakt zich
schuldig aan huisvredebreuk!'
'O, hou je kop toch, Duf feling, saaie drol die je d'r bent,' zei de reus.
Hij boog zich over de rugleuni ng van de bank, trok het geweer uit oom

Hermans handen, legde er net zo gemakkelijk een knoop in alsof het van
rubber was gemaakt en gooide het in een hoek.
Oom Herman maakte nog een raar geluidje, alsof hij een muis was waarop
werd getrapt.
'Hoe 't ook zij, Harry ,' zei de reus, die de Duf felings de rug toekeerde, 'ik
wens je een hartstikke fijne verjaardag. Ik heb wat voor je - mis schien is ie
een beetje geplet, maar hij smaakt vast nog tof.'
Uit een binnenzak van zijn zwarte overjas haalde hij een enigszins
verfomfaaide kartonnen doos. Harr maakte hem met trillende vingers open
en zag een grote, kleverige chocoladetaart met Fijne Verjarin g Harr in
letters van groen glazuur .
Harr keek de reus opnieuw aan. Hij wilde hem bedanken, maar op weg
naar zijn mond verdwaalden die woorden en wat er uitkwam was: 'Wie bent
u?'
De reus grinnikte.
'Klopt, ik heb me eigen nog niet voorgesteld. Rubeus Hagrid,
Sleutelbewaarder en T erreinknecht van Zweinstein.'
Hij stak een gigantische hand uit en schudde Harr
VKHOHDUP.
'En hoe zit 't no u met die thee?' zei hij handenwrijvend. 'Trouw ens, in wat
sterkers spuug ik ook niet.'
Zijn blik viel op de lege haard en de verschrompelde chipszakjes. Hij snoof
en boog zich over de haard; ze konden niet zien wat hij deed, maar toen hij
een paar tellen later achteruit stapte, brandde er plotseling een laaiend vuur.
De vochtige hut baadde in een flakkerend licht en Harr voelde de warmte
over zich heen spoelen, alsof hij in een heet bad was gestapt.
De reus ging weer op de bank zitten, die doorboog onder zijn gewicht en
begon allerlei dingen uit zijn jaszakken te halen: een koperen ketel, een
platgedrukt pakje worstjes, een pook, een theepot, een stel gebutste bekers
en een fles met een amberkleurige vloeistof, waar hij gauw een forse teug
van nam voor hij thee ging zetten. Al gauw knapperden de worstjes boven
het vuur en begon het heerlijk te ruiken in de hut. Niemand zei iets terwijl
de reus in de weer was, maar toen hij de eerste zes dikke, sappige, lichtelijk
aangebrande worstjes van de pook schoof, werd Dirk een beetje onrustig.
'Ik wil niet dat je iets van hem aanneemt, Dirk,' zei oom Herman scherp.
De reus grinnikte duister .
'Die dikke reuze lkop van een zoon van je hoeft heus niet verder vetgemest
te worden, Duf feling, maak je maar geen zor gen.'

Hij gaf de worstjes aan Harry , die zo'n honger had dat hij nog nooit zoiets
heerlijks had geproefd, maar toch kon hij zijn ogen niet van de reus
afhouden. Uiteindelijk, omdat blijkbaar verder niemand van plan was iets
uit te leggen, zei hij: 'Het spijt me vreselijk, maar ik weet nog steeds niet
echt wie u bent.'
De reus nam een grote slok thee en veegde zijn mond af met de rug van zijn
hand.
'Zeg maar Hagrid, dat doet iedereen,' zei hij. 'Zoals ik al zei , ben ik de
sleutelbewaarder van Zweinstein, Zweinstein ken je tuurlijk.'
'Eh - nee,' zei Harry .
Hagrid keek hem geschokt aan.
'Het spijt me,' zei HarrYOXJ.
'Spijt 't jou?' blafte Hagrid. Hij draaide zich om en staarde naar de angstige
Duf felings, die zo ver mogelijk wegkropen in de schaduwen. 'Hullie mot 't
spijten! Ik wist best dat je die brieven niet kreeg, maar ik had nooit gedacht
dat je niet eens van Zweinstein wist. Jemig de pemig! Heb je je dan nooit
niet afgevraagd waar je ouwelui al die dingen geleerd hebben?'
'Wat voor dingen?' vroeg Harry .
'WAT VOOR DINGEN?' bulderde Hagrid. 'Ho es ef fe, ho es effe!'
Hij sprong woedend overeind en leek het hele hutje te vullen. De Duf felings
drukten zich tegen de wand.
'Willen jullie me wijsmaken,' gromde hij tegen de Duf felings, 'dat deze
jongen - deze jongen! - niks weet van -van NIKS?'
Dat ging Harr te ver . Tenslotte ging hij naar school en waren zijn cijfers
helemaal niet slecht.
'Ik weet wel iets,' zei hij. 'Ik ben best goed in wiskunde en zo.'
Dat wuifde Hagrid weg. 'Ik bedoel in onze wereld. Jouw wereld. Mijn
wereld. De wereld van je ouwelui.'
'Wat voor wereld?'
Het was alsof Hagrid op het punt stond te ontplof fen. 'DUFFELING!'
brulde hij.
Oom Herman was doodsbleek geworden en mompelde iets wat veel op
'Mummelwummel' leek. Hagrid staarde HarrYHUELMVWHUGDDQ.
'Maar je weet toch wel van je ma en pa?' zei hij. 'Ik bedoel, die zijn
beroemd. Jij bent beroemd.'
'Wat? M'n vader en moeder waren toch niet echt beroemd?'
'Je weet 't niet je weet 't echt niet...' Hagrid haalde zijn vinge rs door zijn

haar en staarde HarrYHUERXZHUHHUGDDQ.
'Weet je niet wat je bent?' zei hij uiteindelijk.
Plotseling kreeg oom Herman zijn stem terug.
'Zwijg!' commandeerde hij. 'Geen woord meer! Ik verbied u om die jongen
iets te vertellen!'
Een heel wat dapperder man dan Herman Duffeling zou het in zijn broek
hebben gedaan bij het zien van Hagrids woedende blik; toen Hagrid
eindelijk weer iets kon uitbrengen, trilde elke letter greep van kwaadheid.
'Heb je dat nooit verteld? Nooit niet verteld wat er in die brief van
Perkamentus stond? Ik was d'r zelf bij! Ik heb gezien dat Perk amentus die
brief achterliet, Duf feling! En dat hebben jullie al die jaren geheim
gehouden?'
'Wat hebben ze geheim gehouden?' vroeg HarrJUHWLJ.
'ZWIJG! IK VERBIED JE VERDER TE GAAN!' gilde oom Herman in
paniek.
Tante Petunia snakte vol afschuw naar adem.
'O, steek je kop toch in de plee en trek door!' zei Hagrid. 'Harr je bent een
tovenaar .'
Er viel een dood se stilte. Alleen de zee en de gierende wind waren nog te
horen.
'Ik ben een wat?' bracht HarrWHQVORWWHPRHL]DDPXLW.
'Een tovenaar , tuurlijk,' zei Hagrid. Hij plofte weer op de bank neer, die
piepte en kraakt e en nog verder doorboog. 'En een verdomd goeie ook, lijkt
me, zodr a je een beetje bent bijgespijkerd. Wat zou je anders kennen wezen,
met zo'n ma en pa? En nou wordt 't hoog tijd dat je eindelijk die brief es
leest.'
Harr stak zijn hand uit en nam ten langen leste de gelige envelop in
ontvangst, die in smaragdgroene inkt geadresseerd was aan De Heer H.
Potter, De Vloer , Hutje-op-de-Rots, De Zee. Hij haalde de brief eruit en las:
ZWEINSTEINS HOGESCHOOL VOOR HEKSERIJ & HOCUS-POCUS
Hoofd: Albus Perkamentus
( Commandeur in de Orde van Merlijn,
Int. Tover grootmeester , Heksenleider 1e Klas, Opperste Hotemetoot van de
Wereldbond van T overlieden )

Geachte heer Potter,
Het doet me genoegen u te kunnen mededelen dat u in aanmerking komt
voor een plaats aan Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus.
Bijgaand treft u een lijst aan van schoolboeken en andere benodigdheden.
Het schooljaar begint op 1 september .
Gelieve vóór 31 juli per uil te reageren.
Hoogachtend,
Minerva Anderling,
Assistent-schoolhoofd
Er knetterde een vuurwerk aan vragen door Harr
V hoofd en hij wist
gewoon niet wat hij het eerst moest zeggen. Na een paar minut en stamelde
hij: 'Hoe bedoelt ze, per uil?'
'Gatsakke, dat doet me eraan denken,' zei Hagrid, die zichzelf zo hard voor
zijn hoofd sloeg dat een karrenpaard onderuit zou zijn gegaan Uit weer een
andere jaszak haalde hij een uil - een echte, levende, nogal verfomfaaide uil
- een lange ganzenveer en een rol perkament. Met zijn tong tussen zijn
tanden krabbelde hij een briefje, dat HarrRQGHUVWHERYHQNRQOH]HQ:
Geachte meneer Perkamentus,
Heb Harr]LMQEULHIJHJHYHQ*DPRr gen met hem zijn spullen kopen.
Weer is verschrikkelijk. Hoop dat u in goede gezondheid verkeert.
Hagrid
Hagrid rolde het briefje op en gaf het aan de uil, die het in zijn snavel
klemde. Hij liep naar de deur , gooide de uil de stormwind in, kwam terug en
ging weer zitten, alsof dat even normaal was als telefoneren.
HarrEHVHIWHGDW]LMQPRQGRSHQKLQJHQGHHGKHPYOXJZHHUGLFKW.
'Waar was ik gebleven?' zei Hagrid, maar op dat moment stapte oom
Herman het flakkerende schijnsel van het haardvuur in. Hij was nog steeds
asgrauw , maar zo te zien ook woedend.
'Hij gaat niet,' zei hij.
Hagrid gromde.
'Denk je dat zo'n dikke Dreuzel als jij hem ken tegenhouden?' zei hij.
'Een wat?' vroeg HarrJHwQWHUHVVHHUG.
'Een Dreuzel,' zei Hagrid. 'Zo noemen we lui die niet kennen toveren, zoals
hun. En helaas ben je grootgebracht door de allerstomste Dreuzels die ik

ooit van me leven heb gezien.'
'Toen we hem in huis namen, hebben we gezworen dat we een eind zouden
maken aan dat soort nonsens, dat we die eruit zouden rammen!' zei oom
Herman. 'T ovenaar, m'n hoela!'
'Wisten jullie dat?' zei Harry . 'Wisten jullie dat ik dat ik een tovenaar was?'
'Of we dat wisten?' krijste tante Petunia plotseling. 'Of we dat wisten?
Natuurlijk wisten we dat! Wat kon je anders zijn, met zo'n idiote zus als ik
had? Zij kreeg net zo'n brief als jij en verdween naar die school en kwam
elke vakantie thuis met haar zakken vol kikkerdril en veranderde dan
theekopjes in ratten. Ik was de enige die haar zag zoals ze wer kelijk was -
een monster! Maar voor mijn vader en moeder was het altijd Lil dit en
LilGDW=HZDUHQWURWVGDW]HHHQKHNVLQGHIDPLOLHKDGGHQ'
Ze haalde diep adem en tierde toen verder , alsof ze dat jaren had opgekropt.
'En toen ontmoe tte ze die Potter en later trouwden ze en kree g ze jou en
natuurlijk wist ik dat jij net zo abnormaal zou zijn en toen werd ze ook nog
eens opgeblazen en werden wij met jou opgescheept!'
Harr was doodsbleek geworden. Zodra hij weer kon praten zei hij:
'Opgeblazen? Jullie zeiden dat ze een auto-ongeluk hadden gehad.'
'AUT O-ONGELUK?' bulderde Hagrid, die zo woedend overeind sprong dat
de Duf felings gauw terugrenden naar hun hoek. 'Hoe zouden Lil en James
Potter omgekom en kennen wezen bij een auto-ongeluk? 't Is gewoon
verschrikkelijk! Een schandaal! Harr Potter die niks van z'n eigen afweet,
terwijl elk kind in onze wereld z'n naam kent!'
'Maar waarom dan? W at is er gebeurd?' vroeg HarrGULQJHQG.
Hagrids woede verdween en hij keek plotseling ongerust.
Dit had ik nooit verwacht,' zei hij zacht en zor gelijk. 'Perkamentus zei dat 't
niet mee zou vallen om je te pakken te krijgen, maar ik had geen idee dat je
zo weinig wist. Ik weet niet of ik het aangewezen persoontje ben om 't te
vertellen, Harr maar iemand mot 't doen -je ken niet naar Zweinstein als je
van niks weet.'
Hij keek de Duf felings vuil aan.
'Nou, laat ik maar zoveel mogelijk vertellen - alles ken niet, want sommige
dingen zijn nog steeds een groot mVWHULH'
Hij ging zitten, staarde een paar tellen naar het vuur en zei toen: 't Begint
allemaal, zou je kennen zeggen, met een zekere een zekere - 't is
ongelooflijk dat je niet weet hoe ie heet, iedereen in onze wereld weet -'
'Wie?'

'Nou als 't effe ken, zeg ik z'n naam liever niet. Niemand, trouwens.'
'Waarom niet?'
'Alle slangen en serpenten op een stokkie, Harry, omdat de mensen nog
steeds bang zijn. jemig de pemig, wat is dit moeilijk! Kijk, je had vroeger
een tovenaar die... 't slechte pad opging. Zo slecht als maar zijn kon. Nog
slechter dan slecht. En hij heette...'
Hagrid slikte moeizaam, maar er kwam geen geluid uit zijn mond.
'Kun je het niet opschrijven?' stelde HarrYRRr .
'Nee ik ken 't niet spellen. Nou, goed dan -Voldemort.' Hagrid huiverde.
'Laat me dat alsjeblieft niet nog een keer zeggen. Hoe dan ook, die tovenaar
ging zo'n twintig jaar geleden op zoek naar volgelingen. En die kreeg ie ook
- sommigen waren bang en ande ren wilden gewoon ook macht, want macht
kreeg ie zeker , steeds meer. Donkere tijden, Harry. Je wist niet wie je
vertrouwen kon, je durfde geen vriendschap te sluiten met vreemde heksen
of tovenaars... d'r gebeurden vreselijke dingen. Hij was bezig de boel over
te neme n. Tuurlijk verzetten sommige mensen zich en die vermoordde ie.
Op een verschrikkelijke manier. Een van de weinige veilige plekkies was
Zweinstein. Volg ens mijn was Perkamentus de enigste voor wie Jeweetwel
bang was. De school durfde ie niet aan te pakken, of in elk geval nog niet.
Nou waren je ma en pa twee van de beste tovenaars die ik ooit gekend heb.
Allebei hoofdmonitor toen ze op Zweinstein zaten! 't Grootste mVWHULH is
dat Jeweetwel nooit eerder geprobeerd had ze in te palmen... hij wist vast
dat ze te dik waren met Perkamentus om ook maar iets te mak en te willen
hebben met de Duistere Zijde. Misschien dacht ie dat ie ze toch kon
overhalen... of misschien wilde ie ze gewoon uit de weg ruimen . W e weten
alleen dat ie tien jaar geleden in ene opdook in 't dorp waar jullie woonden,
op Halloween. Jij was een jaar oud. Hij kwam naar jullie huis en - en -'
Hagrid haalde een smerige, gestippelde zakdoek te voorschijn en snoot zijn
neus met een geluid als een misthoorn.
'Sorry,' zei hij. 'Maar 't is ook zo er g - ik kende je ma en pa en je kon je geen
twee aardigere mensen indenke n maar goed Jeweetwel vermoordde ze. En
toen - en dat is 't grootste mVWHULH - probeerde ie jou ook om zeep te
helpen. Waarschijnlijk wou ie drie vliegen in één klap slaan of misschien
hield ie tegen die tijd gewoon van mensen mollen. Maar dat lukte 'm niet.
Heb je je nooit afgevraagd hoe je aan dat litteken op je voorhoofd komt?
Da's niet zomaar een snee. Dat krijg je als je getrof fen wordt door een
krachtige, boosaardige vloek - een vloek die 't einde betekende van je pa en

ma en zelfs jullie huis - maar tegen jou werkte 't niet en daarom ben je zo
beroemd. Niemand heb 't overleefd als ie besloten had 'm te vermoorden,
behalve jij, en hij heb veel van de beste heksen en tovenaars uit die tijd
koudgemaakt - de Magisters, de Biegels, de Protsers. Hij was nog maar een
babHQWRFKKHEMH
WRYHUOHHIG'
Er gebeurde iets heel pijnlijks in Harr
V hoofd. Terwijl Hagrid zijn verhaal
vertelde, zag hij die oogverblindende groene lichtflits weer, duidelijker dan
ooit tevoren en voor het eerst herinnerde hij zich ook iets anders - een hoge,
kille, wrede lach.
Hagrid keek hem triest aan.
'Ik heb je zelf onder 't puin vandaan gehaald, op bevel van Perkamentus en
je afgeleverd bij dat stelletje daar ...'
'Allemaal geleuter,' zei oom Herman. Harr maakte een sprongetje van
schrik. Hij was bijna vergeten dat de Duf felings er ook nog waren. Oom
Herman leek zijn strijdlust hervonden te hebben en hij keek Hagrid
woedend aan, met gebalde vuisten.
'Nou moet je een s goed luisteren, jongeman,' snauwde hij. 'Ik geef toe dat er
iets eigenaardigs aan je is, al had dat waarschijnlijk best verholpen kunnen
worden door een flink pak rammel - en wat dat gezwets over je ouders
betreft, nou, ik zal niet ontkennen dat dat inderdaad twee halvegaren waren.
Volgens mij is de wereld beter af zonder dat soort lui - eigen schuld dikke
bult, zogezegd, hadden ze zich maar niet met die tovenaarstSHV moeten
inlaten. Ik wist wel dat ze vervelend aan hun eind zouden komen, maar
opgeruimd staat netjes en -'
Opeens sprong Hagrid overeind . Hij griste een verfomfaaide roze paraplu
uit zijn jas, richtte die als een zwaard op oom Herman en zei: 'Ik waarschuw
je, Duf feling - ik waarschuw je. Nog één woord...'
Oom Hermans moed zakte hem weer in de schoenen toen hij zag dat hij op
het punt stond om aan een roze paraplu gespiest te worden door een harige
reus; hij drukte zich tegen de muur en hield zijn mond.
'Da's beter,' zei Hagrid zwaar ademend en hij plofte weer op de bank neer,
die tot op de grond was door gezakt.
HarrKDGHFKWHUQRJHHQKHOHERHOYUDJHQKRQGHUGHQYUDJHQ.
'Maar wat is er dan gebeurd met V ol - sorry, met Jeweetwel?'
'Goeie vraag, Harry. Die is pleit e. Spoorloos. Op dezelfde avond dat ie jou
probeerde te mollen. Daardoor ben je nog beroemder . Da's namelijk 't
allergrootste mVWHULH snappie... hij werd alsmaar machtiger dus waarom

zou ie dan opeens verdwijnen? Sommigen zeggen dat ie dood is. Geklets,
als je 't mijn vraagt. Kweenie of ie nog wel voldoende mens in zich had om
dood te kennen gaan. Anderen zeggen dat ie nog steeds er gens rondhangt en
z'n kans afwach t, maar daar geloof ik ook niks van. Een hoop lui die aan
zijn kant stonden, kwamen weer terug naar de onze. Bij sommigen was 't
net alsof ze uit een soortement trance ontwaakten. Ik denk niet dat dat ze
gelukt was als ie nog terug had kennen komen. De meesten denken dat ie
nog ergens rondzwerft, maar al z'n macht kwijt is. Te zwak om door te
gaan. Iets heb hem genekt, Harry. Er is die nacht iets gebeurd waar ie niet
op had gerekend. Ik weet niet wat, dat weet niemand - maar iets aan jou heb
hem de kop gekost.'
Hagrid keek Harr aan met ogen die gloeiden van trots en genegenheid,
maar in plaats van zelf ook trots en blij te zijn, wist Harr zeker dat er een
vreselijke vergissing was gemaakt. Een tovenaar? Hij? Dat was toch
onmogelijk? Hij was zijn hele leven afgerammeld door Dirk en
gekoeieneerd door tante Petunia en oom Herman; als hij echt een tovenaar
was geweest, zouden ze toch direct in wratterige padden zijn veranderd als
ze geprobeerd hadden hem op te sluiten in zijn bezemkast? Als hij de
grootste tovenaar ter wereld had verslagen, waarom had Dirk hem dan altijd
kunnen schoppen en trappen alsof hij een voetbal was?
'Hagrid,' zei hij zacht, 'ik denk dat je je ver gist. Volgens mij kan ik geen
tovenaar zijn.'
Tot zijn verbazing grinnikte Hagrid.
'Geen tovenaar , hè? Heb je nooit dingen laten gebeuren als je bang of boos
was?'
Harr staarde naar het vuur . Nu hij erover nadacht... al die rare dingen waar
zijn oom en tante woest om waren geworden, waren altijd gebeurd als hij
overstuur of kwaad was gewee st... toen hij achterna werd gezeten door
Dirks vriendjes, was hij plotseling en op onverklaarbare wijze ontsnapt...
toen hij er als een berg tegenop had gezien om met dat idiote kapsel naar
school te gaan, was zijn haar in één nacht aangegroeid ... en had hij de
laatste keer dat Dirk hem had geslagen geen wraak genomen, zonder dat
zelf te besef fen? Had hij geen boa constrictor op hem afgestuurd?
Harr keek glimlachend naar Hagrid, die hem met een grijns van oor tot oor
aanstaarde.
'Zie je wel?' zei Hagrid. 'Harr Potter geen tovenaar - wacht maar, je wordt
nog beroemd op Zweinstein.'

Oom Herman gaf zich echter niet zomaar gewonnen.
'Ik heb toch gezegd dat hij niet gaat?' siste hij. 'Hij gaat naar het
Treitercollege en daar mag hij blij mee zijn. Ik heb die brieven gelezen. Hij
heeft allerlei onzin nodig boeken met spreuken en een toverstaf en -'
'Als ie wil gaan, zal zo'n duffe Dreuzel als jij 'm heus niet tegenhouden,'
gromde Hagrid. 'De zoon van Lil en James Potter niet naar Zweinstein
laten gaan! Je bent niet goed bij je bolle hoofd. Direct toen ie werd geboren,
is ie al ingeschreven. Nee, hij gaat naar de beste school voor hekserij en
hocus-pocus ter wereld. Na zeven jaar kent ie z'n eigen niet meer terug.
Daar is ie voor de verandering tenminste es onder jongens en meissies van
z'n eigen soort en 't beste schoolhoofd dat Zweinstein ooit heb gehad, Albus
Perka -'
'IK WEIGER KAPITALEN UIT TE GEVEN ZODAT EEN OF ANDERE
OUWE GEK HEM GOOCHELKUNSTJES KAN LEREN!' schreeuwde
oom Herman.
Maar daarmee ging hij te ver. Hagrid greep zijn paraplu en liet die
ronddraaien boven zijn hoofd. 'WAAG HET NIET ALBUS
PERKAMENTUS TE BELEDIGEN IN MIJN BIJZIJN!' bulderde hij.
Hij liet de paraplu omlaag zwiepen en wees ermee op Dirk. Er volgden een
paarse lichtflits, een geluid alsof er een rotje afging, een doordringende gil
en een tel later sprong Dirk paniekerig krijsend op en neer , met zijn handen
tegen zijn dikke achterwerk gedrukt. T oen hij zich omdraaide, zag HarrGDt
er een krullerige varkensstaart uit een gat in zijn broek stak.
Oom Herman brulde iets, duwde tante Petunia en Dirk de andere kamer in,
wierp nog één doodsbenauwde blik op Hagrid en trok de deur met een klap
dicht.
Hagrid staarde naar zijn paraplu en streek over zijn baard.
'Ik had me niet zo motten laten gaan,' zei hij spijtig, 'maar gelukkig werkte 't
niet. Ik wou 'm in een varken veranderen, maar ik denk dat ie al zoveel op
een varken leek dat er niet veel te veranderen was.'
Hij keek HarrDDQYDQRQGHU]LMQERUVWHOLJHZHQNEUDXZHQ.
'Ik zou 't fijn vinden als je d'r niks over zei op Zweinstein,' zei hij. 'Ik - eh -
mag eigenlijk niet toveren, strikt gesproken. Ik mocht alleen wat dingetjes
doen om je te kennen volgen en die brieven te bezor gen en zo - dat was een
van de redenen waarom ik dat baantje zo graag wou -'
'Waarom mag je niet toveren?' vroeg Harry .
'Nou - kijk - ik heb zelf ook op Zweinstein gezeten, maar eh ik ben d'raf

getrapt, om je de waarheid te zeggen. In me derde jaar Hun hebben me
toverstaf in tweeën gebroken en meer van dat soort ongein . Maar van
Perkamentus mocht ik blijven, als jachtopziener en terreinknecht. Een
prachtkerel, die Perkamentus.'
'Waarom ben je eraf getrapt?'
"t Is laat en we hebben morgen een hoop te doen,' zei Hagri d luid. 'We
motten naar de stad, boeken kopen en zo.'
Hij deed zijn dikke zwarte jas uit en gooide die naar Harry .
'Hier, slaap daar maar onder,' zei hij. 'En schrik niet als ie een beetje
wriemelt. Volge ns mij zitten d'r nog een paar hazelmuizen in een van de
zakken.'

Hoofd stu k 5
DE WEG IS WEG
Harr werd de volgende ochtend vroeg wakker . Het was al licht, maar toch
hield hij zijn ogen stijf dicht. 'Het was maar een droom,' sprak hij zichzelf
toe. 'Ik droomde dat een reus die Hagrid heette kwam vertellen dat ik naar
een scho ol voor tovenaars mocht. Als ik mijn ogen opendoe, lig ik weer
thuis in mijn kast.' Plotseling klonk er een luid getik.
'Tante Petunia, die op de kastd eur klopt,' dacht Harr mistroostig. Toch
deed hij zijn ogen nog niet open. Het was zo'n fijne droom geweest.
T ik. T ik. Tik.
'Ja ja,' mompelde Harry . 'Ik sta al op.'
Hij ging overeind zitten en Hagrids dikke jas gleed van hem af. De zon
scheen het hutje in, de storm was over gewaaid, Hagrid sliep op de ingezakte
bank en een uil met een krant in zijn snavel tikte met zijn klauw op het
raam.
Harr krabbelde vlug overeind. Hij voelde zich zo blij dat het net was alsof
er een grote ballon werd opgeblazen in zijn binnenste. Hij wrikte het raam
open. De uil klapwiekte naar binnen en liet de krant op Hagrid vallen, die
niet wakker werd. De uil landde fladderend op de vloer en ging Hagrids jas
te lijf.
'Hou op.'
Harr probeerde de uil weg te jagen, maar die pikte naar hem met zijn
scherpe snavel en bleef aan de jas plukken. 'Hagrid!' riep Harry . 'Er zit een
uil -'
'Betaal hem,' gromde Hagrid, met zijn gezicht in de kussens van de bank.
'Hij wil geld voor 't bezor gen van die krant. Kijk in de zakken.' Het leek
alsof Hagrids jas alleen maar uit zakken bestond sleutelbossen,
slakkenkorrels, klosjes touw , pepermuntjes, theezakjes...
Wat?'
Uiteindelijk haalde HarrHHQKDQGYROYUHHPGHPXQWHQWHYRRUVFKLMQ.
'Geef hem vijf Knoeten,' zei Hagrid slaperig. 'Knoeten?'
'Die kleine bronzen muntjes.'
Harr pakte vijf bronzen muntjes. De uil stak een poot met een klein leren
zakje uit zodat Harr het geld erin kon doen en vloog weer weg door het

open raam.
Hagrid geeuwde luid, ging overeind zitten en rekte zich uit.
'Laten we maar es gaan, Harry. W e hebben een hoop te doen. W e motten
naar Londen, om spullen te kopen voor school.'
Harr bekeek de tovermunten. Hij had net iets bedacht en het was alsof die
blije ballon in hem was lekgeprikt.
'Eh Hagrid?'
'Hmm?' zei Hagrid, die zijn reusachtige laarzen aantrok.
'Ik heb geen geld en je hebt oom Herman gehoord. Hij wil niet betalen
zodat ik kan leren toveren.'
'Maak je geen zorgen,' zei Hagrid, die opstond en op zijn hoofd krabde.
'Dacht je soms dat je ouwelui je niks hadden nagelaten?'
'Maar als hun hele huis verwoest is -'
'Ze bewaarden hun goud niet thuis, jongen! Nee, we gaan eerst naar
Goudgrijp. De tovenaarsbank. Hier , neem een worstje. Koud smaken ze ook
niet slecht en ik zou trouwens geen nee zeggen tegen een stukkie
verjaardagstaart.'
'Hebben tovenaars ook eigen banken?'
'Eentje maar . Goudgrijp. W ordt gerund door kobolden.'
HarrOLHW]LMQZRUVWYDOOHQ.REROGHQ"'
'Klopt dus je zou wel maf wezen om die te beroven. Klooi nooit met
kobolden, Harry. Goudgrijp is de veiligste plek ter wereld om iets te
bewaren behalve misschien Zweinstein. Eerlijk gezegd mot ik sowieso naar
Goudgrijp. Opdracht van Perkamentus. Iets voor Zweinstein.' Hagrid rekte
zich trots uit. 'Dat soort belangrijke akkefietjes laat ie meest al aan mijn
over. Jou zoeken dingen ophalen bij Goudgrijp hij weet dat ie me ken
vertrouwen, snappie? Heb je alles? Dan gaan we.'
Harr volgde Hagrid naar buiten, de rots op. De lucht was helderblauw en
de zee flonkerde. Het bootje dat oom Herman had gehuurd lag er nog, met
een heleboel water onderin.
'Hoe ben je hier gekomen?' vroeg Harry , die keek of hij een andere boot
zag.
'Gevlogen,' zei Hagrid.
'Gevlogen?'
'Ja maar we gaan terug met 't bootje. Ik mag eigenlijk niet toveren, nu jij
d'rbij bent.'
Ze stapt en in het bootje. Harr staarde naar Hagrid en probeerde hem in

gedachten te zien vliegen.
'Wel bal en om dat hele end te roeien,' zei Hagrid, die Harr opnieuw vanuit
zijn ooghoeken aankeek. 'Als ik eh die schuit wat sneller laat gaan, zou je
d'r dan je kop over willen houden op Zweinstein?'
'Natuurlijk,' zei Harry , die dolgraag nog meer toverkunsten wilde zien.
Hagrid haalde zijn roze paraplu te voorschijn en tikte er twee keer mee op
de zijkant van de boot, die snel in de richting van het land begon te varen.
'Waarom zou je wel gek zijn om Goudgrijp te willen beroven?' vroeg Harry .
'Spreuken bezweringen,' zei Hagrid, die zijn krant opensloeg. 'Ze zeggen
dat de extra beveiligde kluizen worden bewaakt door draken. En eerst mot
je 't zien te vin den Goudgrijp legt honderden kilometers onder Londen,
snappie? Diep onder de onder grondse. Zelfs als je wat te pakken kreeg, zou
je doodhongeren voor je de weg terug had gevonden.'
Harr dacht daarover na terwijl Hagrid zijn krant, De Ochtendprofeet, las.
Harr had van oom Herman geleerd dat mensen niet graag gestoord werden
als ze de krant lazen, maar hij had zo ongelooflijk veel vragen dat dat heel
moeilijk was.
"t Ministerie van Toverkunst heb weer es geblunderd, zoals gewoonlijk,'
mompelde Hagrid, terwijl hij een pagina omsloeg.
'Heb je een Ministerie van T overkunst?' flapte HarrHURQZLOOHNHXULJXLW.
'Ja, tuurlijk,' zei Hagrid. 'Ze wilden Perkamentus als minister , maar die
verdomde 't om Zweinstein te verlaten en daarom hebben hun dat baantje
maar aan die ouwe Cornelis Droebel gegeven. Over klunzen gesproken!
V andaar dat ie Perkamentus iedere ochtend bestookt met uilen, om raad te
vragen.'
'Maar wat doet het Ministerie van T overkunst?'
'Nou, voornamelijk voor de Dreuzels geheim houden dat er nog steeds
overal heksen en tovenaars zijn.'
'Waarom?'
"W aarom? Jemig de pemig, Harry, anders zou iedereen magische
oplossingen willen voor z'n sores. Nee, we worden liever met rust gelaten.'
Op dat moment stootte de boot zachtjes tegen de kade. Hagrid vouwde zijn
krant op en ze liepen de stenen trap op naar de straat.'
Hagrid werd veel aangestaard terwijl ze door het stadje naar het station
liepen en dat kon Harr de voorbijgangers niet kwalijk nemen. Hagrid was
niet alleen twee keer zo lang als iedereen, maar wees ook steeds op
doodgewone dingen zoals parkeermeters en zei dan luid: 'Mot je dat nou

toch es zien, HarrWat die Dreuzels allemaal niet verzinnen, hè?'
'Hagrid,' zei Harr een beetje hijgend, want hij moest hollen om hem bij te
houden. 'Hebben ze echt draken bij Goudgrijp?'
'Nou ja, dat zeggen ze,' zei Hagrid. 'Jemig, wat zou ik graag een draak
willen hebben.'
'Willen hebben?'
'Ja, al vanaf dat ik klein was we zijn d'r .'
Ze waren bij het station. Over vijf minuten ging er een trein naar Londen en
Hagrid, die geen verstand had van 'Dreuzelgeld', zoals hij het noemde, gaf
HarrZDWEDQNELOMHWWHQRPNDDUWMHVWHNRSHQ.
In de tre in werd en ze nog veel meer aangestaard. Hagrid nam twee plaatsen
in beslag, haalde een breiwerkje te voorschijn en ging verder met iets wat
veel van een kanariegele circustent weghad.
'Heb je die brief nog, Harr"
vroeg hij terwijl hij steken telde. Harr haalde
de perkamenten envelop uit zijn zak.
'Mooi,' zei Hagrid. 'D'r zit een lijst bij van alles wat je nodig hebt.'
Harr vouwde een tweede papier open, dat hij gisteravond niet gezien had
en las:
ZWEINSTEINS HOGESCHOOL V OOR HEKSERIJ EN HOCUS-POCUS
UNIFORM
Eerstejaarsstudenten hebben nodig:
1. Drie effen werkgewaden (zwart)
2. Eén effen puntmuts (zwart) voor schooltijd
3. Eén paar beschermende handschoenen (drakenhuid of soortgelijk)
4. Een wintermantel (zwart, met zilver en speld)
N.B.: Alle kledingstukken moeten van naamlabels zijn voorzien

VERPLICHTE LECTUUR
Alle leerlingen moeten in het bezit zijn van de volgende werken:
Het Standaard Spreukenboek (Niveau I) door Miranda W iggelaar
De Geschiedenis van de Toverkunst door Mathilda Belladonna
Theoretische Gr ondslagen der Magie door Adalbert Zwatel
Gedaanteverandering: een Boek voor Beginners door Emeric Morfo

Duizend Magische Kruiden en Paddestoelen door Philippa Zwam
Magische Brouwsels en Drankjes door Arsenius Gr ein
Fabeldieren en Waar Ze T e Vinden door Spiritus Zalmander
De Zwarte Kunsten: Een Handboek voor Zelfbescherming door Quinten
Tondel

OVERIGE BENODIGDHEDEN
1 toverstaf
1 ketel (tin, standaar dmaat 2)
1 set glazen of kristallen flesjes
1 telescoop
1 set koperen weegschalen
Leerlingen mogen tevens een uil of een kat of een pad meenemen.
Ouders worden eraan herinner d dat eerstejaars geen eigen bezemstelen
mogen bezitten.
'Kun je dat allem aal kopen in Londen?' vroeg Harr zich hardo p af. 'Als je
maar weet waar je wezen mot,' zei Hagrid.
Harr was nog nooit in Londen geweest en hoewel Hagrid blijkbaar wist
waar hij zijn moest, was hij er duidelijk niet aan gewend om daar op een
normale manier te komen. Hij kwam klem te zitten in het draaihek van de
onder grondse en klaagde luidkeels dat de stoelen te klein en de treinen te
langzaam waren.
'Ik snap niet hoe die Dreuzels 't redden zonder toverkunst,' zei hij terwijl ze
de defecte roltrap opliepen naar een drukke winkelstraat.
Hagrid was zo gigantisch dat iedereen haastig voor hem opzij ging: Harry
hoefde alleen maar vlak achter hem te blijven. Ze passeerden boekwinkels
en platenzaken, hamburgertenten en bioscopen, maar geen enkele winkel
die eruitzag alsof je er een toverstaf kon kopen. Het was een doodgewone
straat, vol doodgewone mensen. Konden er kilometers onder het wegdek
werkelijk bergen betoverd goud verbor gen zijn? Bestonden er echt winkels
waar ze boeken met toverspreu ken en bezemstelen verkochten? Was het
allemaal niet gewoon één gigan tische grap van de Duf felings? Als Harry
niet had gewete n dat de Duf felings geen enkel gevoel voor humor hadden,
zou hij dat miss chien hebben gedacht, maar hoewel alles wat Hagrid hem

tot dusver had verteld even ongeloofwaardig was, vertrouwde Harr hem
om de een of andere reden toch.
'We zijn er ,' zei Hagrid, die bleef staan. 'De Lekke Ketel. Een beroemde
kroeg.'
Het was een piepklein, groezelig cafeetje. Als Hagrid er niet op had
gewezen, had Harr het niet eens gezien. De mensen die haastig
langsliepen, keurden het kroegj e geen blik waardig. Hun ogen gleden van
de grote boeken zaak aan de ene kant naar de platenwinkel aan de andere,
alsof ze de Lekke Ketel helemaal niet zagen. Harr had het merkwaardige
gevoel dat alleen hij en Hagrid het konden zien, maar voor hij daar iets over
kon zeggen, had Hagrid hem al naar binnen geloodst.
Voor zo'n beroemde kroeg was het binnen heel donker en haveloos. Een
paar oude vrouwtjes dronken in een hoek piepkleine glaasjes sherry . Eentje
rookte een lange pijp. Een klein mannetje met een hoge hoed praatte met de
oude barman, die zo kaal was als een biljartbal en nog het meest weghad
van een verschrompelde walnoot. Toen ze binnenkwamen, verstomde het
geroezemoes, iedereen scheen Hagrid te kennen; ze zwaaiden en lachten en
de barman pakte een glas en zei: 'Het vaste recept, Hagrid?'
'Vandaag niet, Tom. Ik heb een klus voor Zweinstein,' zei Hagrid, die Harry
een klap op zijn schouder gaf met zijn enorme hand, zodat Harr
V knieën
haast bezweken.
'Lieve hemel,' zei de barman, die HarrDDQVWDDUGH
,VGDW]RXGDWPLVVFKLHn
-'
Het was plotseling doodstil geworden in de Lekke Ketel.
'Wel heb ik ooit,' fluisterde de oude barman. 'Harr3RWWHr ... wat een eer.'
Hij kwam achter de bar vandaan, liep haastig op Harr af en greep zijn
hand, met tranen in zijn ogen.
'Blij u te zien, meneer Potter , blij u te zien.'
Harr wist niet wat hij moest zeggen, iedereen staarde hem aan. Het
vrouwtje lurkte aan haar pijp zonder te besef fen dat hij uit was. Hagrid
grijnsde trots.
Er klonk een luid geschraap van stoelen en een paar tellen later moest Harry
opeens alle bezoekers van de Lekke Ketel een hand geven.
'Roos Kwekkeboom, meneer Potter . Ongelooflijk dat ik u nu in levenden
lijve ontmoet.'
'Ik ben trots om u te leren kennen, meneer Potter, heel trots.' 'Ik heb u altijd
al een hand willen geven ik ben er gewoon doodnerveus van.'

'Aangenaam, meneer Potter, bijzonder aangenaam. Mijn naam is Diggel.
Dedalus Diggel.'
'Ik heb u al eerder ontmoet,' zei Harry . Dedalus Diggel was zo opgewonden
dat zijn hoge hoed van zijn hoofd viel. 'U heeft ooit voor me gebogen in een
winkel.'
'Dat weet hij nog!' riep Dedalu s Diggel, die de anderen aankeek. 'Horen
jullie dat? Hij weet het nog!'
HarrVFKXGGHWDOOR]HKDQGHQ5RRV.ZHNNHERRPEOHHIPDDUWHUXJNRPHQ.
Nerveus schuifelde een bleke jongeman met een zenuwtrek bij zijn oog naar
HarrWRH.
'Professor Krinkel!' zei Hagrid. 'Harry, dit is professor Krinkel, een van je
leraren op Zweinstein.'
'P-P-Potter ,' stotterde professor Krinkel, die Harr
V hand greep. 'Een w-w-
waar ge-genoegen!'
'Waar geeft u les in, professor Krinkel?'
'V-V erweer tegen de Z-Z-Zwarte Kunsten,' mompelde professor Krinkel,
alsof hij daar zelf liever niet aan dacht. 'N-niet dat jij daar bbehoefte aan
hebt, nietwaar P-Potter?' Hij lachte zenuwachtig. 'Je ggaat zeker s-spullen
kopen? Ik k-kom zelf een nieuw b-boek over vampiers ophalen.' Alleen al
die gedachte leek hem de stuipen op het lijf te jagen.
De anderen stonden echter niet toe dat professor Krinkel Harr te veel voor
zichzelf opeiste. Het duurde bijna tien minuten om weg te komen, maar
uiteindelijk slaagde Hagrid erin om zich verstaanbaar te maken.
'We motten gaan d'r is een hoop te doen. Kom, Harry .'
Roos Kwekkeboom gaf Harr voor het laatst een hand en toen nam Hagrid
hem mee achter de bar, naar een klein, ommuurd binnenplaatsje, waar
behalve een vuilnisbak en wat onkruid niets te zien was.
Hagrid keek HarrJULMQ]HQGDDQ.
'Ik zei 't toch? Ik zei toch dat je beroemd was? Zelfs professor Krinkel stond
te trillen op z'n benen maar goed, dat doet ie meestal.'
'Is hij altijd zo nerveus?'
'Ja. Arme kerel. Een prima stel hersens. Alles ging goed zolang ie gewoon
uit boek en leerd e, maar toen nam ie een jaar vrij om veldwerk te doen... Ze
zeggen dat ie vampiers heb ontmoet in 't Zwarte Woud en d'r was ook
trammelant met een feeks daarna is ie nooit meer de ouwe geweest. Bang
voor z'n leerlingen, bang voor z'n eigen vak waar heb ik die plu ook weer
gelaten?'

Vampiers? Feeksen? Het duizelde Harry. Ondertussen telde Hagrid de
bakstenen in de muur boven de vuilnisemmer .
'Drie omhoog... twee naar rechts...' mompelde hij. 'Oké, Harry , opgepast.'
Hij tikte drie keer met de punt van zijn paraplu op de muur.
De baksteen waar hij op getikt had trilde wriemelde in het midden
verscheen een gaatje, dat grote r en groter werd en een paar tellen later
stonden ze voor een gebogen poort, die zelfs voor Hagrid ruim genoeg was,
een poor t die naar een met keien geplaveide straat leidde, die slingerend en
kronkelend uit het zicht verdween.
'Welkom op de W egisweg,' zei Hagrid.
Hij grijnsde bij het zien van Harr
V verbijsterde gezicht. Ze liepen onder de
poort door; Harr keek achterom en zag dat de poort direct weer
ineenkromp tot een massieve muur .
De zon scheen glanzend op een grote stapel ketels voor de dichtstbijzijnde
winkel. Ketels Alle Maten Koper, Roodkoper , Tin, Zilver Zelfroerend
Opvouwbaar stond er op een bord.
'ja, je heb d'r een nodig, maar eerst gaan we je geld halen,' zei Hagrid.
Harr had nog een stuk of acht ogen erbij willen hebben. Hij keek constant
om zich heen terwijl ze de straat uitliepen en probeerde alles tegelijk te
zien: de winkels, de dingen die buiten stonden, de winkelende mensen. V oor
de Apot hekerij schudde een mollige vrouw haar hoofd en mompelde: 'Zijn
ze nou helemaal gek geword en? Zeventien Sikkels voor een onsje
drakenlever!'
Er steeg een zacht gekras op uit een donker zaakje met het opschrift
Braakbal's Uilenboetiek Bos-, Kerk-, Veld-, Oor- en Sneeuwuilen. Diverse
jongens van Harr
V leeftijd stonden met hun neus tegen een etalage vol
bezemstelen. 'Moet je die zien,' hoorde Harr er eentje zeggen. 'De nieuwe
Nimbus 2000 de snelste ooit -' Je had winkels waar ze mantels verkochten,
winkels vol telescopen en wonderlijke zilveren instrumenten die Harr nog
nooit eerder had gezien, etalages die volgepakt waren met tonnen vol
vleermuismilten en palingogen, wankele, torenhoge stapels boeken met
toverspreuken, ganzenveren en rollen perkament, flesjes voor
toverdrankjes, globes van de maan...
'Goudgrijp,' zei Hagrid.
Ze ware n bij een sneeuwwit gebouw aangekomen dat hoog boven de andere
winkeltjes uittorende. Naast de glanzend gepoetste bronzen deuren stond, in
een vuurrood en goudkleurig uniform, een 'Ja, dat is een kobold,' zei Hagrid

zacht terwijl ze het witte stenen bordes opliepen. De kobold was een kop
kleiner dan Harry , met een schrander , donker gezicht, een puntbaardje en
heel lange ving ers en voeten. Hij boog toen ze naar binnen gingen. Nu
stonden ze voor een tweede dubbele deur, van zilver , met een gegraveerde
tekst:

Treed binnen, vr eemdeling, maar sla acht.
Op het lot dat hier de hebzucht wacht.
Wie neemt wat hij niet heeft ver diend
Krijgt een hoge rekening ingediend.
Wie diep in de aar de een schat opspoort,
Die nooit aan hem heeft toebehoor d,
Is hierbij gewaarschuwd: dief, u stuit,
Op meer dan alleen de verwachte buit

'Zoals ik al zei, je zou wel maf wezen om die tent te beroven,' zei Hagrid.
Twee kobolden deden buigend de zilveren deuren open en ze kwamen in
een reusachtige marmeren zaal, waar nog een stuk of honderd kobolden op
hoge krukken aan een lange balie zaten en in dikke grootboeken
krabbelden, munten afwogen met koperen weegschalen en edelstenen
bestudeerden door een loep. De zaal had ontelbare deuren en weer andere
kobolden loodsten mensen die deuren in en uit. Hagrid en Harr liepen naar
de balie.
'Mogge,' zei Hagrid tegen een kobold die vrij was. 'We komen wat duiten
uit de kluis van Harr3RWWHUKDOHQ'
'Heeft u de sleutel, meneer?'
'Mot ik ergens hebben,' zei Hagrid, die zijn zakken leegde op de balie. Hij
gooide een handvol schimmelige hondenbrokken op het grootb oek van de
kobold, die zijn neus optrok. Harr keek naar de kobold rechts van hem, die
robijnen afwoog die zo groot waren als gloeiende kolen.
'Hebbes,' zei Hagrid uiteindelijk en hij stak een piepklein gouden sleuteltje
omhoog.
De kobold bekeek het aandachtig.
'Dat schijnt in orde te zijn.'
'En ik heb ook een brief van professor Perkamentus,' zei Hagri d gewichtig
en hij stak zijn borst vooruit, "t Gaat om die Dinges in kluis 713.'

De kobold las de brief zorgvuldig door.
'Uitstekend,' zei hij en hij gaf hem terug aan Hagrid. 'Ik laat u door iemand
naar de kluizen brengen. Grijphaak!'
Grijphaak was ook een kobold. Zodra Hagrid de hondenbrokken weer in
zijn zak had gepropt, volgden hij en Harr*ULMSKDDNQDDUHHQ]LMGHXr .
'Wat is die Dinges in kluis 713?' vroeg Harry .
'Ken ik niet zeggen,' zei Hagrid mVWHULHXV 'Streng geheim 't Heb wat met
Zweinstein te maken. Perkamen tus heb me z'n vertrouwen gegeven. Als ik
iets zou verklappen, vlieg ik d'ruit.'
Grijphaak hield de deur open en Harry , die verwacht had nog meer marmer
te zien, zag tot zijn verbazing dat ze zich in een smalle stenen gang
bevonden, die werd verlicht door vlammende toortsen. De gang liep steil
omlaag en er zat en kleine spoorrails in de vloer . Grijphaak floot en er kwam
een karretje aandenderen. Ze stapten in, Hagrid met de nodige moeite, en
reden meteen weg.
Eerst raasden ze door een doolhof van kronkelende gangen. Harry
probeerde zich hun route te herinneren: links, rechts, rechts, links,
middelste vork, rechts, links, maar dat was onmogelijk. Het rammelende
karretje scheen te weten waar het heen moest, want Grijphaak stuurde niet.
Harr
V ogen prikten in de kille wind die langsgierde, maar toch hield hij ze
wijd open. Op een bepaald moment dacht hij dat hij vuur zag oplaaien aan
het eind van een gang en hij keek of dat misschien een draak was, maar hij
was al te laat ze daalden steeds dieper en passeerden een onder gronds meer,
waar reusachtige stalactieten en stalagmieten uit het plafond en de vloer
groeiden.
'Ik weet nooit wat het verschil is tussen een stalagmiet en een stalactiet,'
riep HarrERYHQKHWODZDDLXLWWHJHQ+DJULG.
'Stalagmiet is met een "m",' zei Hagrid. 'En stel alsjeblieft geen vragen,
want ik geloof dat ik niet goed word.'
Hij zag inderdaad erg groen en toen het karretje uiteindelijk stopte bij een
kleine deur in de wand en Hag rid uitstapte, moest hij een tijdje tegen de
muur leunen tot zijn knieën niet meer trilden
Grijphaak maakte de deur open. Er kolkte groene rook naar buiten en toen
die optrok, snakte Harr naar adem. Binnen zag hij bergen gouden munten.
Grote stapels zilver . Hopen kleine bronzen Knoeten.
'Allemaal van jou,' zei Hagrid glimlachend.
Allemaal van Harr het was ongelooflijk. Daar hadden de Duf felings niets

van geweten, anders hadden ze het ingepikt voor hij met zijn ogen kon
knipperen. Ze klaagden altijd dat het een vermogen kostte om Harr op te
voeden en de hele tijd had er diep onder Londen een klein fortuin op hem
liggen wachten.
Hagrid hielp HarrRPZDWJHOGLQHHQ]DNWHGRHQ.
'Die gouden munten zijn Galjoenen,' legde hij uit. 'Eén Galjoen is zeventien
zilveren Sikkels en één Sikkel is negenentwintig Knoeten. Zo simpel als
wat. Oké, dat lijkt me genoeg voor een paar semesters. De rest bewaren we
voor je.' Hij wendde zich tot Grijphaak. 'Kluis 713, en ietsje langzamer ,
graag.'
'Er is maar één snelheid,' zei Grijphaak.
Ze gingen nog dieper en nog sneller . De lucht werd kouder en kouder
terwijl ze om scherpe bochten scheurden. Ze denderden over een
ondergronds ravijn en Harr boog zich over de rand van de kar, om te
kijken wat zich op de duistere bodem bevond, maar Hagrid kreunde en trok
hem aan zijn nekvel terug.
Kluis 713 had geen sleutelgat.
'Opgepast!' zei Grijphaak gewichtig. Hij streek zacht met lange vingers over
de deur en die smolt gewoon weg.
'Als iemand anders dan een kobold van Goudgrijp dat deed, zou hij door de
deur gezogen worden en binnen opgesloten zitten,' zei Grijphaak.
Hoe vaak controleren jullie of er iemand binnen zit?' vroeg Harry .
'Zo eens in de tien jaar,' zei Grijphaak met een boosaardige grijns.
Harr was ervan overtuigd dat er iets heel speciaals in die extra beveiligde
kluis moest liggen en hij boog zich gretig voorover , in de verwachting op
zijn minst fabelachtige juwelen te zullen zien maar eerst dacht hij dat de
kluis leeg was. Toen zag hij een klein, groezelig, in bruin papier gewikkeld
pakje op de grond liggen. Hagrid raapte het op en stopte het diep in een
jaszak. Harr wilde dolgraag weten wat het was, maar was wel zo
verstandig om dat niet te vragen.
'Kom op, stap weer in die rotka r en zeg niks tegen me op de terugweg. Ik
ken beter me mond dichthouden,' zei Hagrid.
Na een wilde terugrit stonden ze weer voor Goudgrijp, knipperend met hun
ogen in het zonl icht. Harr wist niet waar hij eerst naartoe zou gaan, nu hij
een zak vol geld had. Hij hoef de niet te weten hoeveel ponden er in een
Galjoen gingen om te besef fen dat hij meer geld had dan hij ooit in zijn
leven had gehad meer geld dan zelfs Dirk ooit had gehad.

'Laten we eerst je uniform gaan halen,' zei Hagrid, met een knikje naar
Madame Mallekin, Gewaden voor Alle Gelegenheden. 'Hoor es Harry , vind
je 't erg als ik effe een hartversterkertje neem in de Lekke Ketel? Ik word
altijd hondsbero erd van die karretjes van Goudgrijp.' Hij zag er inderdaad
nog steeds wat onpasselijk uit, zodat Harr alleen en nogal nerveus de zaak
van madame Mallekin binnenging.
Madame Mallekin was een gedr ongen, opgewekte heks, die van top tot teen
in het lila was gehuld.
'Is het voor Zweinstein, liefje?' zei ze toen Harr iets wilde zeggen. 'Ik heb
alles op voorraad bij een andere leerling wordt net de maat opgenomen.'
Achter in de zaak stond een jongen met een bleek, spits gezicht op een
krukje, terwijl een tweede heks zijn lange zwarte gewaad vastspeldde.
Madame Mallekin zette Harr op een kruk naast hem, gooide een lang
gewaad over zijn hoofd en begon het op de juiste lengte af te spelden.
'Hallo,' zei de jongen. 'Ga je ook naar Zweinstein?'
'Ja,' zei Harry .
'M'n vader is hiernaast boeken kopen en ma is verderop in de straat op zoek
naar een goede toverstaf,' zei de jongen. Hij praatte lijzig en nogal bekakt.
'En daarna sleep ik ze mee om een paar wedstrijdstelen te bekijk en. Ik snap
niet waarom eerstejaars geen eigen bezemstelen mogen hebben. Ik denk dat
ik net zo lang zeur tegen mijn vader tot hij er toch een koopt. Die weet ik
dan heus wel naar binnen te smokkelen.'
HarrPRHVWHr g aan Dirk denken.
'Heb jij je eigen bezemsteel?' vervolgde de jongen.
'Nee,' zei Harry .
'Ben je een beetje goed in Zwerkbal?'
'Nee,' zei Harr opnieuw en hij vroeg zich af wat Zwerkbal in hemelsnaam
was.
'Ik wel pa zegt dat het een schan de zou zijn als ik niet in het afdelingsteam
kom en dat ben ik met hem eens. W eet jij al op welke afdeling je komt?'
'Nee,' zei Harry, die zich met de minuut stommer begon te voelen.
'Nou ja, dat hoor je natuurlijk pas op school, maar ik weet al dat ik in
Zwadderich kom daar heeft mijn hele familie gezeten. Stel je voor dat je bij
Huf felpuf komt! Dan ging ik net zo lief direct van school, jij ook niet?'
'Hmmm,' zei Harry , die graag iets interessanters had willen bedenken.
'Moet je die vent zien!' zei de jongen plotseling en hij knikte naar de
etalage. Hagrid stond voor het raam. Hij keek Harr grijnzend aan en wees

op twee grote ijsjes, om duidelijk te maken dat hij niet binnen kon komen.
'Dat is Hagrid,' zei Harry , blij dat hij eindelijk iets wist wat die jongen niet
wist. 'Hij werkt op Zweinstein.'
'O ja,' zei de jongen. 'Ik heb wel eens van hem gehoord. Iemand van het
personeel, nietwaar?'
'Hij is terreinknecht,' zei Harry , die een steeds grotere hekel aan de jongen
begon te krijgen.
'Ja, dat bedoel ik. Hij is een soort wildeman, heb ik gehoord; hij woont in
een huisje op het terrein en om de zoveel tijd wordt hij dronken, probeert
dan te toveren en steekt zijn bed in de fik.'
'Ik vind hem geweldig,' zei HarrNRHOWMHV.
'Werkelijk?' zei de jongen schamper . 'W aarom is hij bij je? Waar zijn je
ouders?'
'Die zijn dood,' zei Harr kortaf. Hij had geen zin om daar nu uitgebreid op
in te gaan.
'O, sorry ,' zei de ander , al klonk dat allesbehalve overtuigend. 'Maar ze
waren toch wel ons soort mensen, hoop ik?'
'Ze waren tovenaars, als je dat bedoelt.'
'Ik vind echt dat ze die andere soort niet zouden moeten toelaten, jij wel?
Die zijn gewoon anders. Ze hebben niet van jongs-af aan geleerd hoe het
hoort, zoals wij. Sommigen horen voor het eerst van Zweinstein als ze die
brief krijgen. Stel je voor! Nee, dat moet beperkt blijven tot de oude
toverfamilies. Hoe heet je trouwens van je achternaam?'
Voor Harr antwoord kon geven zei madame Mallekin: 'Zo, ik ben klaar ,
liefje,' en Harry , die blij was dat hij een excuus had om niet langer met de
jongen te hoeven praten, sprong snel van zijn kruk.
'Nou, dan zien we elkaar wel op Zweinstein,' zei de bekakte jongen.
Harr was nogal stil terwijl hij het ijsje opat dat Hagrid voor hem had
gekocht (chocolade en frambozenijs met nootjes). 'W at is er?' zei Hagrid.
'Niets,' loog Harry. Ze gingen naar een winkel om perkament en
ganzenveren te kopen en Harr vrolijkte een beetje op toen hij een flesje
inkt ontdekte dat van kleur veranderde tijdens het schrijven Buiten zei hij:
'Hagrid, wat is Zwerkbal?'
'Jemig de pemig , Harry , ik ver geet steeds hoe weinig je weet dat je niet eens
van Zwerkbal heb gehoord!'
'Maak het alsjeb lieft niet nog erger ,' zei Harry . Hij vertelde over de bleke
jongen in de winkel van madame Mallekin.

' en hij zei dat kinderen uit Dreuzelgezinnen eigenlijk niet toegelaten
zouden moeten worden -'
'Jij komt niet uit geen Dreuzelgezin. Als ie had geweten wie je was hij heb
je naam van jongs af aan gehoord, want z'n eigen ouwelui zijn ook
tovenaars je heb ze ontmoet in de Lekke Ketel. En wat weet hij d'r nou
helemaal van? Sommigen van de beste tovenaars die ik ooit heb gezien
kwamen uit een lang geslacht van Dreuzels kijk maar naar je eigen ma!
Moet je zien wat die voor zus had!'
'Maar wat is Zwerkbal dan?'
'Da's onze sport. Tovenaarsspo rt. Net zoiets net zoiets als voetbal bij de
Dreuzels iedereen heb verstand van Zwerkbal 't wordt in de lucht gespeeld,
op bezemstelen en met vier ballen de spelregels zijn een beetje moeilijk uit
te leggen.'
'En wat zijn Zwadderich en Huf felpuf?'
'Verschillende afdelingen van de school. Je heb d'r vier . Ze zeggen dat op
Huffelpuf alleen sukkels zitten, maar -'
'Ik wed dat ik bij Huf felpuf kom,' zei HarrVRPEHr .
'Huffelpuf is altijd nog beter dan Zwadderich,' zei Hagrid duister. 'Alle
heksen en tovenaars die in de fout zijn gegaan, hebben op Zwadderich
gezeten, Jeweetwel zelf ook, trouwens.'
'Heeft V ol sorr-HZHHWZHORS=ZHLQVWHLQJH]HWHQ"'
'Jaren en jaren geleden,' zei Hagrid.
Ze kochten Harr
V schoolboeken in het zaakje van Klieder & Vlek, waar de
planken tot aan het plafond waren volgepakt met in leer gebonden boeken
zo groot als stoeptegels; boeken zo klein als postzegels in zijden banden;
boeken vol vreemde tekens en sPEROHQ en een paar boeken waar helemaal
niets in stond. Zelfs Dirk, die nooit las, zou hebben gepopeld om sommige
van die boeken in handen te krijgen. Hagrid moest Harr bijna wegslepen
bij Vervloekingen en tegenvervloekingen (Betover uw Vrienden en Verwar
uw Vijanden met de Nieuwste W raaknemingen. Haaruitval, Knikknieën,
Stotterstuipen en nog veel, veel meer) door professor V eninus Viridiaan.
'Ik keek alleen maar hoe ik Dirk kon vervloeken.'
'Ik zeg niet dat dat geen goed idee is, maar je mag nooit geen magie
gebruiken in de Dreuzelwereld, behalve onder heel speciale
omstandigheden,' zei Hagrid. 'En bovendien zouden die vervloekingen toch
niet werken, je mot nog een hoop studeren voor je op dat niveau bent.'
Hagrid wilde ook niet dat Harry een massief gouden ketel kocht ('D'r staat

tin op je lijssie'), maar ze kochten wel een mooie weegschaal met
gewichten, om de ingrediënten voor toverdranken af te wegen en een
opvouwbare koperen telescoop. Daarna gingen ze naar de Apo thekerij, die
zo fascinerend was dat ze de vreselijke stank haast vergaten: een mengeling
van rotte eieren en overjarige kool. Op de grond stonden tonnen met
slijmerige smurrie, aan de muren hingen planken vol potten met kruiden,
gedroogde wortels en felgekleurde poeders en aan het plafond hingen
bosjes veren, rissen slagtanden en met elkaar verwarde klauwen. Terwijl
Hagrid de eigenaar om een voorraad basisingrediënten voor toverdranken
vroeg, staarde Harr naar de zilveren hoorns van eenhoorns, die
eenentwintig Galjoenen per stuk kostten en naar minuscule, fonkelend
zwarte keveroogjes (vijf Knoeten per schep).
Toen ze weer voor de Apothekerij stonden, keek Hagrid op Harr
VOLMVW.
'Alleen nog je toverstaf o ja, en ik heb ook nog geen verjaarscadeautje voor
je gekocht.'
HarrYRHOGHGDWKLMURRGZHUG
MHKRHIWHFKWQLHW'
'Ik weet dat ik niet hoef. W eet je wat, ik koop een beessie voor je. Geen pad,
die zijn al jaren uit de mode, dan zou iedereen je uitlachen en ik hou niet
van katten, daar mot ik altijd van niesen. Je krijgt een uil. Alle leerlingen
willen uilen, die zijn hartstikke nuttig. Ze bezor gen brieven en noem maar
op.'
Twintig minuten later stonden ze weer voor Braakbals Uilenboetiek, die
donker was gew eest en vol gerit sel en felle ogen die fonkelden als juwelen.
Harr had een grote kooi bij zich met een prachtige sneeuwuil, die lekker
zat te slapen met haar kop onder haar vleugel. Harr stamelde steeds
bedankjes en klonk net als professor Krinkel.
'Ja, 't is goed,' zei Hagrid bruusk. 'Je zal niet veel cadeautjes hebben gehad
van die Duf felin gs. Nou alleen nog effe naar Olivander - de bes te zaak voor
een toverstok en jij heb 't beste van 't beste nodig.'
Een toverstok... daar had Harr]LFKQXHFKWRSYHUKHXJG.
De laatste winkel was smal en sjofel. Afbladderende gouden letters boven
de deur vermeldden: Olivander. Maker van Exclusieve Toverstokken sedert
382 voor Christ us. In de stof fige etalage lag één enkele toverstok op een
vaal paars kussen.
Ze gingen naar binnen en achter in de zaak klingelde een bel. In het
piepkleine, schemerige winkeltje stond één gammele stoel, waar Hagrid op
plaatsnam. Harr had het gevoel dat hij in een heel strenge bibliotheek was;

hij slikte de vele nieuwe vragen die bij hem opkwamen in en staarde naar
de duizenden smalle dozen die tot aan het plafond waren opgestapeld. Om
de een of andere reden gingen zijn nekhaartjes overeind staan. Zelfs het stof
en de stilte tintelden, vol verbor gen magie.
'Goedemiddag,' zei een zachte stem en Harr maakte een sprongetje van
schrik. Hagrid moest ook gesch rokken zijn, want de gammele stoel kraakte
luid en hij stond snel op.
Er stond een oude man voor hem, met grote, bleke ogen die glommen als
manen in het duistere winkeltje.
'Hallo,' zei HarrRSJHODWHQ.
'Aha,' zei de man. 'Ja, ja. Ik dacht al dat ik u binnenkort zou zien. Harry
Potter .' Het was geen vraag. 'U hebt de ogen van uw moeder . Ik herinner me
als de dag van gisteren dat ze zelf haar eerste toverstaf kwam kopen.
Zesentwintig centimeter, soepel, van wilgenhout. Een prima stok voor
bezweringen.'
Meneer Olivander kwam een stap dichterbij en Harr hoopte dat hij met
zijn ogen zou knipperen. Die zilverachtige, starende blik was nogal
griezelig.
'Je vade r, daarentegen, gaf de voorkeur aan een stok van mahonie.
Zevenentwintig komma acht centimeter . Buigzaam. Iets meer kracht en
prima voor gedaanteveranderingen. Ik zeg wel dat je vad er daar de
voorkeur aan gaf, maar uiteraard kiest de stok in feite de tovenaar .'
Meneer Olivander was nu zo dichtbij dat hij en Harr bijna neus aan neus
stonden. Harr]DJ]LMQHLJHQVSLHJHOEHHOGLQGLHPLVWLJHRJHQ.
'Dus dat is waar ...'
Meneer Olivander streek met een lange witte vinger over het
bliksemvormige litteken op Harr
VYRRUKRRIG.
'Ik moet helaas bekennen dat ik de toverstok heb verkocht die daar
verantwoordelijk voor is. Vierendertig komma zeven centimeter . T axushout.
Een krachtige toverstok, zeer krachtig, vooral in de verkeerde handen... Als
ik had geweten wat die stok later allemaal zou aanrichten...'
Hij schu dde zijn hoofd en zag tot Harr
V opluchting plotseling Hagrid
staan.
'Rubeus! Rubeus Hagrid! Wat leuk om je weer eens te zien.. . eikenhout,
veertig komma zes centimeteren redelijk buigzaam, nietwaar?'
'Klopt, meneer , klopt.'
'Dat was een goede staf. Maar ik neem aan dat ze hem gebro ken hebben

toen je van school werd gestuurd?' zei meneer Olivander, plotseling streng.
'Eh ja, inderdaad, meneer,' zei Hagrid, die met zijn voeten schuifelde. 'Maar
ik heb de stukken nog steeds,' voegde hij er heel wat opgewekter aan toe.
'Maar je gebruikt ze hopelijk toch niet?' zei meneer Olivander scherp.
'Nee, tuurlijk niet, meneer ,' zei Hagrid vlug. Harr merkte dat hij zijn roze
paraplu heel stevig beetgreep toen hij dat zei.
'Hmmm,' zei meneer Olivander , die Hagrid doordringend aankeek. 'Goed
meneer Potter. Eens even zien.' Hij haalde een lang meetlint met zilveren
cijfers uit zijn zak. 'W at is uw stafarm?'
'Eh nou, ik ben rechts,' zei Harry .
'Zoudt u uw arm willen uitsteken? Prima, dank u.' Hij nam Harr
V maten:
schouder tot vinger , pols tot elleboog, schouder tot vloer , knie tot oksel en
als laats te de omtrek van zijn hoofd. Terwijl hij dat deed zei hij: 'Elke
toverstok van Olivander bezit een kern van een krachtige, magische
substantie. We gebruiken eenhoornharen, de staartveren van de feniks en
het hartenbloed van draken. Geen twee toverstokken van Olivander zijn
hetzelfde, net zoals ook geen twee eenhoorns, feniksen of draken hetzelfde
zijn. En uiteraard bereikt u nooit zo'n goed resultaat met de stok van een
andere tovenaar .'
Harr besefte plotseling dat het meetlint, dat nu de afstand tussen zijn
neusgaten mat, dat uit zichzelf deed. Meneer Olivander schuifelde langs de
planken en pakte dozen.
'Genoeg,' zei hij en het meetlin t viel in een kluwen op de grond. 'Goed,
meneer Potter. Probeert u deze eens. Berken en drakenbloed.
Tweeëntwintighalve centimeter. Lekker flexibel. Pak hem gewoon en zwaai
ermee.'
Harr pakte de toverstok en wui fde er wat opgelaten mee in het rond, maar
meneer Olivander griste hem vrijwel meteen weer uit zijn hand.
'Esdoorn en feniksveer . Zeventieneenhalve centimeter. Heef t een fijne
zwiep. Probeert u maar .'
Harr probeerde het maar hij had de stok nauwelijks opgeheven of meneer
Olivander pakte hem weer af.
'Nee, nee alstu blieft, ebbenhout en eenhoornhaar , eenent wintighalve
centimeter , veerkrachtig. V ooruit, vooruit, probeer maar .'
Harr probeerde. En probeerde. Hij had geen idee waar meneer Olivander
op wachtte. De stapel gebruikt e toverstokken op de gammele stoel werd
groter en groter , maar hoe meer stokken meneer Olivander van de planken

haalde, hoe gelukkiger hij scheen te worden.
'Lastige klant, hè? Maakt u zich geen zorgen, we vinden de perfecte stok
wel. Ik vraag me af ja, waarom niet? Een ongewone combinatie hulst en
feniksveer , zevenentwintig komma acht centimeter , lekker soepel.'
Harr pakte de stok en kreeg plotseling een warm gevoel in zijn vingers.
Hij hief de stok hoog op en liet hem omlaag zwiepen door de stof fige lucht.
Een stroom rode en gouden vonken spoot als vuurwerk uit de punt van de
stok en wierp dansende lichtplekjes op de muren. Hagrid juichte en klapte
in zijn handen en meneer Olivander riep: 'Bravo! Geweldig! Ja, heel goed.
Wel, wel, wel... wat vreemd... wat ontzettend vreemd...'
Hij deed Harr
V stok terug in de doos, verpakte die in bruin papier en
mompelde nog steeds: 'V reemd... vreemd...'
'Neemt u me niet kwalijk, maar wat is er zo vreemd?' vroeg Harry .
Meneer Olivander keek HarrGRRUGULQJHQGDDQPHW]LMQEOHNHRJHQ.
'Ik kan me elke stok herinneren die ik ooit heb verkocht, meneer Potter . T ot
aan de laatste toe. Toevallig is er van de feniksstaart die in uw stok is
verwerkt nog een veer afgekomen eentje maar. Het is echt heel
merkwaardig dat u voorbestemd was voor deze stok, terwijl u aa n zijn broer
dat litteken te danken hebt.'
HarrVOLNWH.
'Ja, vierendertig komma zeven centimeter . T axushout. Merkwaardig hoe dat
soort dingen gebeurt. De staf kiest de tovenaar , laten we dat niet vergeten...
ik denk dat we grootse dingen van u kunnen verwachten, meneer Potter .,.
Tenslotte heeft Hij-Die-Niet-Genoemd-Mag-W orden ook grootse dingen
verricht, vreselijk, maar groots.'
Harr rilde. Hij wist niet zeker of hij meneer Olivander wel echt aardig
vond. Hij betaalde zeven gouden Galjoenen voor zijn toverstok en meneer
Olivander liet hen buigend uit.
De zon stond laag aan de hemel toen Harr en Hagrid terugslenterden over
de Wegisweg. Ze gingen door de muur heen en liepen terug door de Lekke
Ketel, die nu uitgestorven was. Harr zei niets terwijl ze de stra at uitliepen;
hij merk te niet eens dat hij aangegaapt werd in de onder grondse, afgeladen
met rare pakjes en met die slap ende sneeuwuil op schoot. Ze gingen weer
met een roltrap omhoog en stonden in Paddington Station; Harr besefte
pas waar hij was toen Hagrid op zijn schouder tikte.
'We hebben nog tijd om een happie te eten voor je trein gaat,' zei hij.
Hij trakt eerde Harr op een hamburger, die ze opaten aan een tafeltje met

plastic stoeltjes. Harr keek om zich heen. Alles leek om de een of andere
reden heel vreemd.
'Alles oké, Harr"MHEHQW]RVWLO
]HL+DJULG.
Harr wist niet zeker of hij het kon uitleggen. Hij had de beste verjaardag
van zijn leven achter de rug en toch hij kauwde op zijn hambur ger en zocht
naar woorden.
'Iedereen vindt me heel speciaal,' zei hij ten slotte. 'Al die mensen in de
Lekke Ketel, professor Krinkel, meneer Olivander ... maar ik weet helemaal
niets van toveren. Hoe kunnen ze nou grootse dingen van me verwachten?
Ik ben beroemd, maar ik kan me niet eens herinneren waarom. Ik weet niet
wat er is gebeurd toen Vol sorry , op de avond dat mijn ouders om het leven
zijn gekomen.'
Hagrid boog zich over het tafelt je. Achter zijn verwarde baard en borstelige
wenkbrauwen ging een heel vriendelijke glimlach schuil.
'Maak je niet druk, Harry . Je zal 't gauw genoeg leren. Op Zweinstein mot
iedereen bij 't begin beginnen, dus dat zit wel snor.. W ees gewo on jezelf. Ik
weet dat 't moeil ijk is. Een beke nde naam is altijd lastig, maar ik weet zeker
dat je 't geweldi g zal vinden op Zweinstein. Dat vond ik ook en nog steeds,
om je de waarheid te zeggen.'
Hagrid bracht Harr naar de trein die hem terug zou brengen naar de
Duffelings en gaf hem een envelop.
'Je treink aartje voor Zweinstein, ' zei hij. '1 September King's Cross Station
't staat er allema al op. Als je heibel krijgt met de Duf felings, stuur dan je uil
met een brief ze weet me wel te vinden... tot ziens, Harry .'
De trein begon te rijden. Harr wilde zo lang mogelijk naar Hagrid kijken,
tot hij hem niet meer kon zien; hij ging op zijn knieën op de bank zitten en
drukte zijn neus tegen het raam, maar toen hij met zijn ogen knipperde, was
Hagrid plotseling verdwenen.

Hoofd stu k 6
VER TREK V AN PERRON 9 ¾
Harr
V laatste maand bij de Duf felings was bepaald geen pretje, ook al was
Dirk zo bang voor Harr dat hij niet met hem in één kamer wilde zijn en
sloten tante Petu nia en oom Herman Harr niet meer op in zijn bezemkast.
Ze schreeuwden ook niet meer tegen hem en dwongen hem geen vervelende
karweitjes te doen, ze zeiden helemaal niets meer tegen hem. Ze waren niet
alleen woedend , maar ook doodsbang en deden alsof Harr onzichtbaar
was. In veel opzichten was dat een vooruitgang, maar na een tijdje werd het
nogal deprimerend.
Harr bleef op zijn eigen kamer, met alleen zijn uil als gezelschap. Hij had
besloten haar Hedwig te noemen, een naam die hij was tegengekomen in
Geschiedenis van de Toverkunst. Zijn schoolboeken waren heel interessant
en vaak lag hij tot diep in de nacht te lezen, terwijl Hedwig kwam en ging
door het open raam. Gelukkig stofzuigde tante Petunia zijn kamer niet meer ,
want Hedwig kwam steeds terug met dode muizen. Elke avond, voor het
slapen, streepte Harr een datum af op het papiertje dat hij aan de muur had
geprikt en telde hij de dagen af tot één september .
Op de laatste dag van augustus besloot hij dat hij nu echt met zijn oom en
tante moest praten over hoe hij de volgende dag op het station in Londen
moest komen. Hij ging naar de woonkamer , waar ze naar een kwis zaten te
kijken en schraapte zijn keel, om te laten merken dat hij er was. Dirk rende
krijsend de kamer uit.
'Eh oom Herman?'
Oom Herman gromde, ten teken dat hij luisterde. 'Eh ik moet morgen op het
station in Londe n zijn om de trein te nemen naar Zweinstein.' Oom Herman
gromde opnieuw . 'Zoudt u me een lift kunnen geven?' Grom. Harr ging er
maar vanuit dat dat ja betekende.
'Bedankt.'
Hij wilde net weer naar boven gaan toen oom Herman warempel iets zei.
'Rare manier om naar een toverschool te gaan. Hebben alle vliegende
tapijten een lekke band of zo?' Harr zei niets. 'Waar is die school
trouwens?'
'Weet ik niet,' zei Harry , die dat nu voor het eerst besefte. Hij haalde het

kaartje dat Hagr id hem had gegeven uit zijn zak. 'Ik moet om elf uur de
trein nemen van perron 9¾,' las hij. Zijn oom en tante staarden hem aan.
'Perron wat?'
9 ¾:
'Praat geen onzi n,' zei oom Herman. 'Perron 9 ¾ bestaat niet.' 'Het staat op
mijn kaartje.'
'Stapel,' zei oom Herman. 'Stapelkrankjorem, allemaal. Je zult zien. Wacht
maar . Goed, we brengen je wel naar het station. Het is dat we morgen
sowieso naar Londen moeten, anders had ik het niet gedaan.'
'Waarom moeten jullie naar Londen?' vroeg Harry, in een poging de sfeer
vriendelijk te houden.
'We gaan met Dirk naar het ziekenhuis,' gromde oom Herman. 'Die
verdomde staart moet eraf voor hij naar Ballings gaat.'
Harr werd de volgende ochtend om vijf uur wakker , te opgewonden en
zenuwachtig om nog te kunnen slapen. Hij stond op en trok een
spijkerbroek aan, omdat hij niet in tovenaarsgewaden naar het station wilde
gaan hij zou zich wel in de trein verkleden. Hij controleerde zijn lijstje van
Zweinstein voor de zoveelste keer, om er zeker van te zijn dat hij niets
vergeten was, keek of Hedwig veilig in haar kooi zat en ijsbeerde
ongeduldig door zijn kamer tot de Duf felings opstonden. Twee uur later was
Harr
V enorme, loodzware hutkoffer in de auto van de Duf felin gs gehesen,
hadden tante Petunia en oom Herman Dirk na veel gepraat zover gekregen
dat hij naast HarrGXUIGHWH]LWWHQHQJLQJHQ]HRSZHJ.
Om half elf waren ze er. Oom Herman smeet Harr
V hutkoffer op een
karretje en reed dat het station binnen. Dat vond Harr ongewoon
vriendelijk, tot oom Herman met een hatelijke grijns bij de perrons bleef
staan.
'Daar zijn we dan, jongen. Perron 9 perron 10. Jouw perron zou er tussenin
moeten zitten, maar volgens mij is het nog niet gebouwd.'
Hij had uiteraar d gelijk. Boven het ene perron hing een grote plastic 9 en
daarnaast een grote plastic 10, maar ertussenin was niets te zien.
'Nou, veel plezier op school,' zei oom Herman met een nog hatelijkere
grijns. Zonder verder een woord te zeggen vertrok hij. Harr keek om en
zag de Duf felings wegrijden, schaterend van het lachen. Zijn mond voelde
plotseling kurkdroog aan. Wat nu? Een hoop mensen keken hem
verwonderd aan, omdat hij Hed wig bij zich had. Hij zou het aan iemand
moeten vragen.

Hij klam pte een passerende conducteur aan, maar durfde niet naar perron ¾
te vragen. De conducteur had nog nooit van Zweinstein gehoord en toen
bleek dat Harry niet eens wist in welk deel van het land zich dat bevond,
werd hij kwaad , alsof hij dacht dat Harr hem in de maling nam. Harry
begon wanhopig te worden en vroeg naar de trein die om elf uur vertrok,
maar volgens de conducteur was die er niet. Uiteindelijk liep de man nijdig
verder , iets mom pelend over kleine ettertjes. Harr moest zijn best doen om
niet in paniek te raken. Volgens de grote klok boven het bord met
vertrektijden had hij nog tien minuten om de trein naar Zweinstein te
vinden en hij had geen flauw idee hoe hij dat moest aanpakken. Hij was
gestrand in een vreemd station, met een hutkof fer die hij nauwelijks kon
tillen, een zak vol tovenaarsgeld en een grote uil.
Waarschijnlijk was Hagrid vergeten te zeggen dat hij iets moest doen, zoals
op de derde baksteen van links tikken om op de Wegisweg te komen. Hij
vroeg zich af of hij zijn toverstok te voorschijn moest halen en op het hokje
van de kaartjescontroleur tussen perron 9 en 10 moest tikken.
Op dat moment passeerde een groepje mensen en hij ving een paar woorden
op van hun gesprek.
' natuurlijk boordevol Dreuzels -'
Harr draaide zich haastig om en zag een mollige vrouw en vier jongens,
stuk voor stuk met vuurrood haar. Ze hadden ook alle vier een karretje met
net zon hutkof fer als die van HarrHQHHQXLO.
Harr volgde hen met bonzend hart. Ze bleven staan en Harr ook, zo
dichtbij dat hij hen net kon verstaan.
'En, op welk perron moeten we zijn?' zei de moeder van de jongens.
9 ¾' piepte een klein meisje, ook met rood haar, dat haar moeders hand
vasthield. 'Ma, waarom mag ik niet mee...'
'Je bent nog te jong, Ginny . Niet zeuren. Oké, Percy, ga jij maar eerst.'
Zo te zien de oudste jongen liep met kordate passen naar perron 9 en 10.
Harr keek en deed zijn best om niet met zijn ogen te knipper en, voor het
geval hij weer iets miste maar net toen de jongen bij het hek tussen de twee
perrons was, zwermde er een groep toeristen langs en tegen de tijd dat de
laatste rugzak was verdwenen, was de jongen ner gens meer te bekennen.
'Nu jij, Fred,' zei de mollige vrouw.
'Ik ben Fred niet, ik ben Geor ge,' zei de jongen. 'Noem jij jezelf onze
moeder? Zie je dan niet dat ik Geor ge ben, mens?' 'Sorry, George, schat.'
'Ik maakte maar een grapje, ma. Ik ben Fred,' zei de jongen. Hij liep naar

het hek en zijn tweelingbroer riep dat hij moest opschieten. Dat deed hij
waarschijnlijk ook, want een paar tellen later was hij verdwene n. Hoe had
hij hem dat geflikt?
Nu liep de derd e broer gedecideerd naar het hek tussen de perrons hij was
er bijna en toen was hij ner gens meer.
Er zat niets anders op.
'Neemt u me niet kwalijk,' zei HarrWHJHQGHPROOLJHYURXw .
'Hallo, liefje,' zei ze. 'Ga je voor het eerst naar Zweinstein? Ron is ook
nieuw .' Ze wees op haar vierde en jongste zoon. Hij was mager en
slungelig, met sproeten, grote handen en voeten en een lange neus.
'Ja,' zei Harry . 'Ik weet alleen ik weet alleen niet goed -' 'Ho e je op het
perron moet komen?' zei ze vriendelijk en HarrNQLNWH.
'Maak je geen zor gen,' zei ze. 'Je hoeft alleen maar recht op het hek tussen
perron 9 en 10 af te lopen. Niet stoppen en ook niet bang zijn dat je
ertegenop botst, dat is heel belangrijk. Als je het een beetje eng vindt, kun
je het beter op een holletje doen. V ooruit, ga nu maar, voor Ron.'
'Eh oké,' zei Harry .
Hij draaide zijn karretje om en staarde naar het hek, dat er heel solide
uitzag.
Hij liep op het hek af. Mensen die op weg waren naar perron 9 en 10
stootten tegen hem aan. Harr begon sneller te lopen. Hij zou tegen het
hokje van de kaartjescontroleur knallen en dan zouden de pop pen aan het
dansen zijn. Hij boog zich over zijn karretje en begon moeizaa m te hollen
het hek kwam steeds dichterb ij hij kon niet meer stoppen hij kon het
karretje niet meer tegenhouden nog maar een halve meter hij kneep zijn
ogen dicht en wachtte op de klap -
Die bleef uit... hij holde gewoon verder ... hij deed zijn ogen open.
Aan een overvol perron stond een vuurrode stoomlocomotief. Op een bord
boven zijn hoof d las hij Zwein steinexpres, 11 uur . Harr keek om en zag
een boog van smeedijzer op de plaats waar het hokje van de
kaartjescontroleur was geweest, met daarboven de woorden Perron 9 ¾. Het
was hem gelukt.
De rook van de locomotief dreef over de hoofden van de druk pratende
mensen op het perron, terwijl katten in alle soorten en maten tussen hun
benen zigzagden. Uilen krasten knorrig tegen elkaar, boven het
geroezemoes en geschraap van zware hutkof fers uit.
De eerst e rijtuig en zaten al vol. Sommige leerlingen hingen uit de raampjes

om met hun familie te praten en anderen vochten om een plekje. Harry
duwde zijn karretje verder, op zoek naar een plaatsje. Een jongen met een
rond gezicht zei: 'Oma, ik ben m'n pad weer kwijt.'
'O, Marc el,' hoorde hij de oude vrouw zuchten. Een jongen met dreadlocks
werd omringd door een groepje nieuwsgierige leerlingen.
'Laat eens zien, Leo. V ooruit.'
De jong en deed het deksel van de doos die hij in zijn armen hield en de
omstanders krijsten en gilden toen er een lange, harige poot uit de doos
stak.
Harr wurmde zich tussen de mensen door, tot hij bijna helemaal aan het
eind van de trein een lege coupé ontdekte. Hij zette Hedwig binnen, begon
zijn hutkoffer naar de deur van de trein te schuiven en probeerde hem het
trapje op te hijsen, maar hij kon nauwelijks één kant van de grond krijgen
en liet hem twee keer op zijn voet vallen.
'Moet ik helpen?' Het was een van de roodharige tweelingbroers, die hij was
gevolgd door het hek.
'Ja, graag,' hijgde Harry .
'Hé, Fred, kom eens helpen!'
Met behulp van de tweeling werd Harr
VKXWNRf fer uiteindelijk veilig in een
hoekje van de coupé gestouwd.
'Bedankt,' zei Harry, die zijn zweterige haar uit zijn gezicht streek.
'Wat is dat?' zei een van de broers plotseling en hij wees op Harr
s
bliksemvormige litteken.
'jeetje,' zei de ander . 'Ben jij toevallig ?'
'ja, hij is het,' zei zijn broer . 'Je bent het toch?' vroeg hij aan Harry . 'W at?'
zei Harry .
'Harr3RWWHr ,' zei de tweeling in koor .
'O, die,' zei Harry. 'Ik bedoel, ja, dat ben ik.'
De jongens gaapten hem aan en HarrYRHOGHGDWKLMHHQNRSDOVYXXUNUHHJ,
maar tot zijn opluchting klonk op dat moment buiten een stem.
'Fred? George? Zijn jullie daar?' 'W e komen, ma.'
De broers wierpen een laatste blik op HarrHQVSURQJHQGHWUHLQXLW.
Harr ging aan het raampje zitten, waar hij halfverscholen naar het
roodharige gezin kon kijken en kon horen wat ze zeiden. De moeder van de
jongens had haar zakdoek te voorschijn gehaald.
'Je hebt iets op je neus, Ron.'
Haar jongste zoon probeerde weg te duiken, maar ze greep hem en wreef

over het puntje van zijn neus. 'Ma hou op!' Hij wist zich los te rukken.
'Aah, had kleine Ronnieponnie dan iets op z'n neusje?' zei een van de
tweelingbroers. 'Hou je kop,' zei Ron. 'Waar is Perc"
zei hun moeder .
'Daar komt hij.'
De oudste jongen kwam met grote passen aanlopen. Hij had zich al
verkleed en droeg nu een wapp erend zwart Zweinsteingewaad. Harr zag
een glanzende zilveren speld met de letter K op zijn borst.
'Ik kan niet lang blijven, ma,' zei hij. 'Ik zit voorin. De klassenoudsten
hebben twee coupés voor zichzelf -'
'Wat, ben je klassenoudste, Perc"
zei een van de tweelingbroers, alsof hij
stomverbaasd was. 'Dat had je wel eens mogen vertellen. Wat een
verrassing!'
'Wacht eens, ik geloof dat hij er iets over gezegd heeft,' zei zijn
tweelingbroer . 'Eén keer, misschien -'
'Of twee -'
'Per minuut -'
De hele zomer lang -'
'O, hou je mond toch,' zei Perc de Klassenoudste. 'Waarom heeft Percy
trouwens een nieuw gewaad?' zei een van de tweelingbroers.
'Omdat hij klassenoudste is,' zei hun moeder trots. 'Nou, schat, veel plezier
op school stuur een uil als je er bent.'
Ze kuste Perc op zijn wang en hij vertrok. Vervolgens wendde ze zich tot
de tweeling.
'En jullie gedragen je dit jaar , hoor je? Als ik nog een keer een uil krijg
omdat jullie een toilet hebben opgeblazen of- 'Een toilet opgeblazen? We
hebben nooit een toilet opgeblazen.'
'Trouwens wel een prima idee. Bedankt, ma.'
'Dat is niet grappig. En pas een beetje op Ron.'
'Maak je maar niet ongerust, we zullen goed voor die lieve kleine
Ronnieponnie zor gen.'
'Hou je kop,' zei Ron opnieuw . Hij was al bijna net zo lang als de tweeling
en zijn neus was roze op de plaats die zijn moeder had schoongewreven.
'Zeg ma, raad eens? Raad eens wie we in de trein hebben ontmoet?'
HarrWURN]LMQKRRIGVQHOWHUXJ]RGDW]HKHPQLHWNRQGHQ]LHQNLMNHQ.
'Weet je nog wel, die jongen met dat zwarte haar, die vlak achter ons liep?
Weet je wie dat is?' 'W ie dan?' 'Harr3RWWHU'
Harr hoorde het kleine meisje roepen: 'O ma, mag ik ook even de trein in,

om hem te zien? Alsjeblieft...'
'Je hebt hem al gezien, Ginny. Die arme jongen is geen beest in de
dierentuin, dat je ongestoord kunt aangapen. Is hij het echt, Fred? Hoe weet
je dat?'
'We heb ben het gevraagd. Zijn litteken gezien. Hij heeft er echt een net een
bliksemschicht.'
'Arme schat geen wonder dat hij moederziel alleen was. Ik vroeg me al af
waarom. Hij was o zo beleefd toen hij vroeg hoe hij op het perron moest
komen.'
'Dat zal best, maar zou hij ook nog weten hoe Jeweetwel eruitziet?'
Hun moeder werd plotseling heel streng.
'Ik verbied je dat te vragen, Fred. Nee, waag het niet. Alsof hij daaraan
herinnerd wil worden op zijn eerste schooldag.' 'Goed, goed, maak je niet
dik.' Iemand blies op een fluit.
'Vooruit, schiet op!' zei hun moeder en de drie jongens stapten haastig in. Ze
leunden uit het raampje om haar een afscheidskus te geven en hun zusje
begon te huilen.
'Niet janken, Ginny . We zullen vaak een uil sturen.'
'We sturen je wel een wc-bril.'
'Geor ge!'
'Geintje, ma.'
De trein begon te rijden en Har r zag de moeder van de jongens zwaaien.
Hun zusje probe erde half lachend, half huilend met de trein mee te hollen,
tot hij uiteindelijk te snel ging en ze bleef staan en ook zwaaide.
De trein ging een bocht om en Harr keek hoe het meisje en haar moeder
uit het zicht verdwenen. Huizen flitsten langs en Harr voelde een golf van
opwinding. Hij wist niet wat hem te wachten stond maar het kon alleen
maar beter zijn dan wat hij achterliet.
De deur van de coupé gleed open en de jongste roodharige broer kwam
binnen.
'Zit hier iemand? ' vroeg hij en hij wees op de bank tegenover Harry. 'V erder
is alles vol.'
Harr schudde zijn hoofd en de jongen ging zitten. Hij wierp stiekem een
blik op Harry , maar keek toen snel uit het raam en deed alsof hij helemaal
niet nieuwsgierig was. Harr zag dat hij nog steeds een zwarte veeg op zijn
neus had.
'Hé, Ron.'

De tweeling kwam binnen.
'We gaan naar het midden van de trein Leo Jordaan heeft een
reuzentarantula bij zich.' 'Oké,' mompelde Ron.
'Harry,' zei de andere tweelingbr oer, 'hebben we ons al voor geste ld? Fred en
George W emel. En dat daar is Ron. T ot straks.'
'Dag,' zeiden HarrHQ5RQ'HEURHUVGHGHQGHGHXUYDQGHFRXSpGLFKW.
'Ben jij echt Harr3RWWHU"
IODSWH5RQHUXLW.
HarrNQLNWH.
'O ik dacht dat het misschien een grap van Fred en Geor ge was,' zei Ron.
'En heb je echt ik bedoel...' Hij wees op Harr
VYRRUKRRIG.
Harr streek zijn pon weg, zodat hij het bliksemvormige litteken kon zien.
Ron staarde ernaar . 'Dus dat is waar Jeweetwel -' 'Ja,' zei Harry, 'maar ik
weet er niets meer van.'
'Niets?' zei Ron gretig.
'Nou ik herinner me nog een hoop groen licht, maar verder niets.'
'Wauw ,' zei Ron. Hij staarde Harr een paar tellen aan, besefte toen
blijkbaar dat dat onbeleefd was en keek snel weer uit het raam.
'Is ieder een in jouw familie een tovenaar?' vroeg Harry, die Ron net zo
interessant vond als Ron hem.
'Eh ja, ik dacht het wel,' zei Ron . 'Ik geloof dat ma een achterneef heeft die
boekhouder is, maar daar praten we nooit over .'
'Dan weet je waarschijnlijk al een hoop van toveren.'
De Wemels waren duidelijk een van die oude toverfamilies waar die bleke
jongen op de W egisweg het over had gehad.
'Ik heb gehoord dat je bij Dreuzels in huis moest,' zei Ron. 'Hoe zijn die?'
'Vreselijk nou, niet allemaal. Maar mijn oom en tante en neefje wel. Ik wou
dat ik drie tovenaarsbroers had gehad.'
'Vijf,' zei Ron, die om de een of andere reden nogal somber keek. 'Ik ben de
zesde die naar Zweinstein gaat en dat betekent dat ik een hoop moet
waarmaken. Bill en Charlie zijn al afgestudeerd Bill was hoofd monitor en
Charlie aanvoerder van het Zwerkbalteam. En nu is Perc klassenoudste en
halen Fred en Geor ge een hoop streken uit maar hebben ze ook goede
cijfers en moet iedereen om ze lachen. Ze verwachten allemaal dat ik net zo
goed zal zijn, maar als ik dat ben is het eigenlijk niks bijzonder s, omdat zij
het al eerder hebben gedaan. Als je vijf broers hebt, krijg je ook alleen maar
afdankertjes. Ik heb Bills oude gewaden, Charlie's oude toverstok en Perc
s
oude rat.'

Ron stak zijn hand in de zak van zijn jasje en haalde een dikke, grijze,
slapende rat te voorschijn.
'Hij heet Schurfie en je hebt niks aan hem. Hij wordt bijna nooit wakker .
Perc heeft een uil gekregen van mijn vader toen hij klassenoudste werd,
maar ze hadden geen gel-, ik bedoel, ik werd met Schurfie opgescheept.'
Rons oren werd en rood. Hij vond blijkbaar dat hij zijn mond voorbij had
gepraat, want hij staarde weer uit het raam, maar Harr vond het helemaal
niet gênant dat je geen geld had voor een uil. Tenslotte had hij tot voor kort
ook nooit één rooie cent gehad . Hij vertelde Ron dat hij altijd de oude
kleren van Dirk had moeten dragen en nooit een echt verjaarscadeau had
gekregen en daar vrolijkte Ron weer wat van op.
en tot Hagrid dat vertelde, wist ik niet dat ik een tovenaar was en ook niets
van mijn ouders of V oldemort -' Ron hapte naar adem. 'W at?' zei Harry.
'Je zei de naam van Jeweetwel zei Ron, geschokt maar ook vol ontzag. 'Ik
zou gedacht hebben dat juist jij -'
'lk probeer echt niet dapper te doen door die naam te zeggen,' zei Harry . 'Ik
heb alleen nooit geweten dat dat niet hoort. Zie je wat ik bedoel? Ik moet
nog zoveel leren.' Voor het eers t bracht hij iets onder woorden wat hem al
een tijd dwarszat. 'Ik wil wedden dat ik de slechtste van de klas ben.'
'Vast niet. Er zijn altijd een hoop leerlingen uit Dreuzelgezin nen en die
pikken het snel genoeg op.'
Terwijl ze praatten had de trein Londen verlaten en nu denderden ze langs
velden vol koeien en schapen. Ze deden er een tijdje het zwijgen toe en
keken naar de langsflitsende velden en weggetjes.
Zo rond halfeen klonk er een hoop gekletter op de gang. Een opgewekte,
mollige vrouw met kuiltjes in haar wangen schoof de deur open en zei:
'Willen jullie iets van mijn karretje, jongens?'
Harry , die niet had ontbeten, sprong overeind, maar Rons oren werden weer
rood en hij mom pelde dat hij boterhammen had. Harr stapte het gangpad
op.
Toen hij bij de Duf felings woonde, had hij nooit geld gehad voor snoep en
nu zijn zakken rammelden van het goud en zilver , wilde hij net zo veel
Marsen kopen als hij maar eten kon maar de vrouw verkocht geen Mars.
Wat ze wel had waren Smekkies In Alle Smaken, Slobbers Beste
Bubbelgum, Chocokikkers, Droptoverstokken, Pompoentaartjes, Ketelkoek
en nog meer dingen die Harr nooit eerder had gezien. Omdat hij niets
wilde missen, kocht hij van alles wat en betaalde de vrouw elf zilveren

Sikkels en zeven bronzen Knoeten.
Ron staarde met grote ogen naar Harr toen hij dat allemaal meezeulde naar
de coupé en op de bank neer gooide. 'Heb je soms honger?'
'Ik rammel,' zei Harry, die een grote hap van een pompoentaartje nam.
Ron had een vormeloos pakje te voorschijn gehaald, dat vier dikke
boterhammen bevatte. Hij trok een boterham van elkaar en zei: 'Ze vergeet
altijd dat ik niet van cornedbeef hou.'
'Ruilen?' zei Harry , die hem een taartje aanbood. 'V ooruit -'
'je lust dat broo d vast niet. Het is kurkdroog,' zei Ron. 'Ze heeft niet veel
tijd,' voegde hij er haastig aan toe. 'Je weet wel, omdat we met z'n vijven
zijn en zo.'
'Vooruit, neem een taartje,' zei Harry , die nog nooit iets had gehad om met
een ande r te delen en trouwens ook nooit iemand met wie hij iets kon delen.
Het was prettig om daar zo te zitten met Ron en al die taartjes en koek naar
binnen te werken (naar het brood keek niemand meer om).
'Wat zijn dit?' vroeg Harry, die een zakje Chocokikkers pakte. 'Toch geen
echte kikkers, hoop ik?' Hij had zo langzamerhand het gevoel dat niets hem
nog kon verbazen.
'Nee,' zei Ron. 'Maar kijk eens wat er voor plaatje bij zit. Ik heb Agrippa
nog niet.'
'Wat?'
'O, dat weet je natuurlijk niet bij elke Chocokikker zit een plaatje, je weet
wel, om te verzamelen. Beroemde heksen en tovenaars. Ik heb er een stuk
of vijfhonderd, maar Agrippa en Ptolemeus ontbreken nog.'
Harr haalde de wikkel van zijn Chocokikker en keek op het plaatje. Hij
zag een man met een halfrond brilletje, een grote, kromme neus, lang,
zilvergrijs haar en een dito snor en baard. Onder de foto stond Albus
Perkamentus.
'Dus dit is Perkamentus!' zei Harry .
'Je wilt toch niet zeggen dat je nog nooit van Perkamentus hebt gehoord?'
zei Ron. 'Mag ik een kikker? Misschien zit Agrippa daarbij bedankt -'
HarrGUDDLGHKHWSODDWMHRPHQODV:
Albus Perkamentus, het huidige Hoofd van Zweinstein, wordt door velen
als de grootste tovenaar van de moderne tijd beschouwd. Hij is vooral
beroemd door het verslaan van de duistere magiër Grindelwald in 1945,
door zijn ontdekking van de twaalf verschillende toepassingen van
drakenbloed en door zijn onderz oek op het gebied van de alchemie met zijn

partner, Nicolaas Flamel. Professor Perkamentus houdt van kamermuziek
en bowlen.
Harr draaide het kaartje om en zag tot zijn verbijstering dat Perkamentus'
gezicht was verdwenen.
'Hij is weg!'
'Je kan moeilijk verwachten dat hij de hele dag blijft rondhangen,' zei Ron.
'Hij komt wel weer terug. Nee, ik heb Morgana weer en daar heb ik er al
een stuk of zes van... wil jij haar? je kunt ze ook gaan sparen.'
Rons blik dwaalde af naar de stapel onuitgepakte Chocokikkers.
'Pak maar,' zei Harry . 'W ist je tro uwens dat bij de Dreuzels mensen gewoon
altijd op foto's blijven staan?'
'Meen je dat? Blijven ze altij d doodstil staan?' zei Ron stomverbaasd.
'Idioot!'
Harr
V mond viel haast open toen Perkamentus het plaatje weer
binnenschuifelde en even glimlachte. Ron wilde veel liever kikkers eten dan
naar Beroemde Heksen en Tovenaars kijken, maar Harr kon zijn ogen niet
van hen afhouden. Al gauw had hij niet alleen Perkamentus en Mor gana,
maar ook Hengist de Heksenzie ner, Alberic, Oberon, Circe, Paracelsus en
Merlijn. Uiteindelijk scheurde hij zijn blik los van de druïde Cliodna, die
aan haar neus krabde en maakte een zakje met Smekkies In Alle Smaken
open.
'Daar moet je mee oppassen,' waarschuwde Ron. 'Met alle smaken bedoelen
ze ook alle smaken er zitten heel gewone snoepjes tussen, die naar chocola
of pepermunt of marmelade smaken, maar soms is het spinazie of lever of
pens. Geor ge beweert dat hij er ooit een heeft gehad die naar snot smaakte!'
Ron pakte een groen snoepje, bekeek het achterdochtig en beet er een klein
stukje af.
'Getver zie je wel? Spruitjes.'
Ze vermaakten zich een tijdje uitstekend met het verorberen van Smekkies
In Alle Smaken. Harr at snoepjes die naar toost, kokos, witte bonen,
aardbeien, kerrie, gras, koffie en sardientjes smaakten en was zelfs zo
dapper om een flintertje te proeven van een merkwaardig grijs snoepje waar
Ron niets van moest hebben en dat naar peper bleek te smaken.
Het langsflitsende landschap werd steeds wilder: de keurige akkers en
weiden hadden plaatsgemaakt voor bossen, kronkelende rivieren en
donkergroene heuvels.
Er werd op de deur van hun coupé geklopt en de jongen met het ronde

gezicht die Harr al eerder op perron 9 ¾ had gezien kwam binnen. Het
huilen stond hem blijkbaar nader dan het lachen.
'Sorry,' zei hij, 'maar hebben jullie toevallig een pad gezien?'
Toen ze hun hoofd schudden jammerde hij: 'Ik ben hem kwijt! Hij gaat er
steeds vandoor!'
'je vindt hem heus wel terug,' zei Harry .
'Ja,' zei de jongen mistroostig. 'Nou, als jullie hem zien...'
Hij ging weer weg.
'Ik snap niet waar hij zich zo druk om maakt,' zei Ron. 'Als ik een pad had,
zou ik juist proberen hem zo sne l mogelijk kwijt te raken. Maar laat ik maar
niks zeggen, want ik zit tenslotte met Schurfie opgescheept.'
De rat lag nog steeds te snurken op Rons schoot.
'Als hij dood was zou je geen verschil zien,' zei Ron vol walgin g. 'Gisteren
heb ik geprobeerd hem geel te maken, zodat hij wat interessanter zou
worden, maar dat werkte niet. Kijk, ik zal het laten zien...'
Hij rommelde in zijn hutkof fer en haalde er een gehavende toverstok uit.
Hier en daar waren er stukjes afgesprongen en aan het uiteind e glinsterde
iets wits.
'Het eenhoornhaar puilt er bijna uit. Maar goed -'
Hij had net zijn stok opgeheven toen de coupédeur weer opengleed. De
jongen zonder pad was terug, maar deze keer had hij een meisje bij zich. Ze
had haar nieuwe Zweinsteingewaad al aan.
'Heeft iemand een pad gezien? Marcel is de zijne kwijt,' zei ze. Ze had een
bazige stem, een hoop krullerig bruin haar en nogal grote voortanden.
'We zeid en net dat we die niet gezien hebben,' zei Ron, maar het meisje
luisterde niet. Ze keek naar de toverstok in zijn hand. 'O, wilde je gaan
toveren? Laat maar eens zien.' Ze ging zitten. Ron keek nogal geschokt. 'Eh
oké.'
Hij schraapte zijn keel.
'Boterbloemen, goud, zonlicht en banaan,
Maak die dikke, domme rat geel als saf fraan.'
Hij zwaa ide met zijn toverstok, maar er gebeurde niets. Schurfi e bleef grijs
en snurkte door .
'Weet je zeker dat dat een echte spreuk is?' zei het meisje. 'Dan is het niet
zo'n beste, hè? Ik heb al een paar eenvoudige spreuken geprobeerd, gewoon
om te oefenen en die werkten allemaal. Verder heeft niemand in mijn
familie talent voor toveren, het was een enorme verrassing toen ik die brief

kreeg, maar ik was dolblij ik bedoel, tenslotte is Zweinstein de allerbeste
school voor hekserij en hocus-pocus die er bestaat. Ik ken alle
schoolboeken natuurlijk al uit mijn hoofd, ik hoop dat dat voldoende is en
ik heet trouwens Hermelien Grif fel. Wie zijn jullie?'
Ze zei dat allemaal heel snel.
Harr keek even naar Ron en zag tot zijn opluchting aan zijn verbijsterde
uitdrukking dat hij ook niet alle schoolboeken uit zijn hoofd had geleerd.
'Ron W emel,' mompelde Ron.
'Harr3RWWHr ,' zei Harry.
'Meen je dat?' zei Hermelien. 'Ik weet natuurlijk alles van je af, ik heb wat
extra boeken gehaald, voor de achter grondinformatie en je staat in Moderne
Magische Geschiedenis en De Opkomst en Onder gang van de Zwarte Kunst
en in Grote Magische Gebeurtenissen van de T wintigste eeuw.'
'Oh ja?' zei HarrYHUERXZHUHHUG.
'Lieve hemel, wist je dat niet eens? In jouw geval had ik dat al lang
nagekeken,' zei Hermelien. 'Weten jullie al op welke afdeling jullie komen?
Ik heb het zo hier en daar gevraagd en ik hoop dat ik bij Grif foendor kom,
dat lijkt me de beste. Ik heb gehoord dat Perkamentus daar ook op heeft
gezeten, maar misschien kan Ravenklauw er ook mee door... Afijn, laten we
maar weer op zoek gaan naar Marcels pad. Jullie kunnen je beter verkleden,
want we zijn er zo.'
Ze vertrok en nam de jongen zonder pad mee.
'Ik weet niet op wat voor afdeling ik kom, maar ik hoop dat het niet de hare
is,' zei Ron. Hij smeet zijn toverstok weer in zijn koffer. 'Stomm e spreuk ik
heb hem van Geor ge, maar ik wed dat hij wist dat hij nep was.'
'Op welke afdeling zitten je broers?' vroeg Harry .
'Griffoendor ,' zei Ron, die weer neerslachtig scheen te worden. 'Daar
hebben ma en pa ook gezeten. Ik zal wat te horen krijgen als ik er niet op
kom. Misschien valt Ravenklauw inderdaad wel mee, maar stel je voor dat
ze me bij Zwadderich indelen!'
'Dat is toch de afdeling waar V ol ik bedoel Jeweetwel heeft gezeten?'
'Klopt,' zei Ron. Hij zakte somber onderuit.
'Weet je, volgens mij zijn de puntjes van Schurfie's snorharen inderdaad wat
lichter,' zei Harry , in een poging Ron af te leiden. 'Wat doen je twee oudste
broers eigenlijk nu ze van school zijn?'
Harr vroeg zich al een tijdje af wat een afgestudeerde tovenaar voor werk
deed.

'Charlie zit in Roemenië om draken te bestuderen en Bill is in Afrika. Daar
doet hij iets voor Goudgrijp,' zei Ron. 'Heb je het trouwens gehoord van
Goudgrijp? Er stonden zulke koppen in De Ochtendprofeet, maar die
bezorgen ze waarschijnlijk niet bij Dreuzels. Iemand heeft geprobeerd een
extra beveiligde kluis te kraken.'
HarrVWDDUGHKHPDDQ.
'Meen je dat? W at is er met ze gebeurd?'
'Niets, daarom is het juist zulk groot nieuws. Ze zijn ontsnapt. mijn vader
zegt dat alleen een machtige duistere magiër Goudgrijp een loer zou kunnen
draaien, maar blijkbaar hebben ze niets meegenomen. Dat is juist zo gek.
Natuurlijk is iedereen extra bang als zoiets gebeurt, uit angst dat Jeweetwel
erachter zou kunnen steken.'
Harr dacht over dat nieuws na. Iedere keer als Jeweetwel ter sprake kwam,
voelde hij nu een kleine tinteling van angst. Waarschijnlijk hoorde dat bij
het opgenomen worden in de tovenaarswereld, maar het was veel prettiger
geweest toen hij nog gewoon 'Voldemort' had kunnen zeggen zonder zich
zorgen te hoeven maken.
'Wat is je favoriete Zwerkbalteam?' vroeg Ron.
'Eh ik ken er niet eentje,' biechtte HarrRS.
'Wat!' Nu was Ron pas echt verbijsterd. 'O, dat is de moois te sport ter
wereld!' Hij begon uitgebreid te vertellen over de vier ballen en de posities
van de zeven spelers en hij beschreef beroemde wedstrijden die hij samen
met zijn broers had gezien en de bezemsteel die hij wilde kopen als hij geld
had. Net toen hij Harr de subtielere aspecten van het spel duidelijk
probeerde te maken, gleed de deur van de coupé weer open, maar deze keer
was het niet Marcel de padzoeker of Hermelien Grif fel.
Er kwamen drie jongens binnen en Harr herkende de middelste meteen: de
bleke jongen uit de winkel van madame Mallekin. Hij bekeek Harr nu met
heel wat meer belangstelling dan op de W egisweg.
'Is het echt waar?' zei hij. 'iedereen zegt dat Harr Potter in dez e coupé zit.
Dus dat moet jij zijn. Ja toch?'
'Ja,' zei Harry . Hij keek naar de andere jongens, die allebei zwaar van
postuur waren en er bijzonder gemeen uitzagen. Ze leken wel lijfwachten,
zoals ze daar aan weerszijden van de bleke jongen stonden.
'O ja, dit is Korzel en dat is Kwast,' zei de bleke jongen achteloos, toen hij
Harr]DJNLMNHQ
(QLNKHHW0DOILGXV'UDFR0DOILGXV'
Ron kuchte een beetje, wat misschien bedoeld was om zijn gegrinnik te

verbergen. Draco Malfidus keek hem aan.
'Vind je mijn naam grappig? Ik hoef niet te vragen wie jij bent. Mijn vader
zei al dat de Wemels rood haar en sproeten hebben en meer kinderen dan ze
zich kunnen veroorloven.'
Hij wendde zich weer tot Harry .
'je zult merken dat sommige tovenaarsfamilies beter zijn dan andere, Potter,
je moet niet aanpappen met de verkeerde soort. Daar kan ik je bij helpen.'
Hij stak zijn hand uit, maar die pakte HarrQLHWDDQ.
'Ik kan heel goed zelf beslissen wie de verkeerde mensen zijn, dank je,' zei
hij koeltjes.
Draco Malfidus werd niet echt rood, maar kreeg wel een soort blos op zijn
bleke wangen.
'Ik zou maar oppassen als ik jou was, Potter ,' zei hij langzaam, 'Als je niet
wat beleefder wordt, vergaat het je net zo als je ouders. Die wisten ook niet
wat goed voor ze was. Als je omgaat met schorem als de Wemels en die
Hagrid, raak je zelf ook besmet.'
Zowel HarrDOV5RQVWRQGRS5RQVJH]LFKWZDVHYHQURRGDOV]LMQKDDr .
'Zeg dat nog eens!' zei hij.
'O, wou je vechten?' schamperde Malfidus.
'Tenzij jullie snel maken dat jullie wegkomen,' zei Harr heel wat dapperder
dan hij zich voelde, want Korze l en Kwast waren een stuk groter dan hij en
Ron.
'Maar we hebben geen zin om weg te gaan, nietwaar jongens? Wij hebben
ons eten al op, maar ik zie dat jullie nog hebben.'
Kwast wilde een van de Choco kikkers pakken die naast Ron op de bank
lagen en Ron sprong op hem af, maar voor hij Kwast met één vinger had
aangeraakt, slaakte die al een oorverdovende kreet.
Schurfie de rat bengelde aan Kwasts vinger, met zijn scherpe tandjes diep in
zijn vlees. Korzel en Malfidus sprongen haastig achteruit terwijl Kwast
Schurfie krijsend rondzwiepte en toen Schurfie uiteindelijk losliet en tegen
het raam knalde, namen ze alle drie snel de benen. Misschien dachten ze dat
er nog meer ratten verstopt zaten tussen het snoepgoed of misschien hadden
ze voets tappen gehoord, want een paar tellen later kwam Hermelien Griffel
binnen.
'Wat is er hier aan de hand?' vroeg ze, met een blik op het snoepgoed
waarmee de grond bezaaid was en op Ron, die Schurfie aan zijn staart
oppakte.

'Ik geloo f dat hij buiten westen is,' zei Ron tegen Harry. Hij beke ek Schurfie
wat beter . 'Nee niet te geloven hij slaapt weer .'
Dat klopte.
'Kende je Malfidus al?'
HarrYHUWHOGHRYHUKXQRQWPRHWLQJRSGHW egisweg.
'Ik heb van zijn familie gehoord,' zei Ron duister . 'Ze behoorden tot de
allereersten die terugkeerden naar onze kant toen Jeweetwel was
verdwenen. Ze zeiden dat ze behekst waren, maar daar gelooft mijn vader
niks van. Hij zegt dat Malfidus' vader maar al te graag bereid was om over
te lopen naar de Duistere Zijde.' Hij keek Hermelien aan. 'Kunnen we iets
voor je doen?'
'Ik zou maar gauw mijn gewaad aantrekken, als ik jullie was. Ik ben net
helemaal voorin geweest en de machinist zegt dat we er bijna zijn. Jullie
hebben toch niet gevochten, hè? Dadelijk zitten jullie al in de nesten voor
we goed en wel op school zijn.'
'Schurfie heeft gevochten, wij niet,' zei Ron nijdig. 'En zou je ons even
alleen willen laten, zodat we ons kunnen verkleden?'
'Goed, goed ik kwam alleen maar binnen omdat veel mensen zich
kinderachtig gedragen en op en neer rennen door de gang paden,' zei
Hermelien gepikeerd. 'En wist je trouwens dat je een veeg op je neus hebt?'
Ron keek haar woedend na, maar Harr staarde uit het raam. Het begon te
schemeren en onder de donkerpaarse hemel zag hij bergen en bossen. Het
was inderdaad alsof de trein langzamer begon te rijden.
Hij en Ron deden hun jasjes uit en trokken hun lange zwarte gewaden aan.
Dat van Ron was iets te klein zijn sportschoenen staken eronderuit.
Er galmde een stem door de trein: 'Over vijf minuten arriveren we bij
Zweinstein. Laat uw koffers alstublieft in de trein achter . De bagage wordt
afzonderlijk naar school vervoerd.'
Harr
V maag tolde van de zenuwen en hij zag dat Ron bleek was onderzijn
sproeten. Ze propten de laatste zoetigheid in hun zakken en wrongen zich
de overvolle gang op.
De trein ging steeds langzam er rijden en stopte uiteindelijk. Mensen
drongen naar de deur en stapten een piepklein, donker perronnetje op. Harry
rilde in de kille avondlucht. Plotseling danste er een lamp op en neer boven
hun hoofden en hoorde Harr een vertrouwde stem: 'Eerstejaars! Eerstejaars
hierheen. Alles kits, Harr"'
Hagrids grote, harige gezicht keek hem breed grijnzend aan over een zee

van hoofden.
'Vooruit, volg mij maar nog meer eerstejaars? Pas op 't afstappie!
Eerstejaars met mij mee!'
Uitglijdend en struikelend volgden ze Hagrid over een smal, steil pad. Aan
weerszijden van het pad was het zo donker dat Harr vermoedde dat daar
dichte bossen waren. Er werd niet veel gezegd. Marcel, de jonge n die steeds
zijn pad kwijt was, snikte een paar keer zacht.
'Zo dadelijk zien jullie Zweinstein voor 't eerst,' riep Hagrid over zijn
schouder . 'Gelijk om het hoekie.' Er klonk een luid 'Oooooh!'
Het smalle pad kwam plotseling uit aan de oever van een groot, inktzwart
meer. Hoog op een berg, aan de overkant van het meer , stond een enorm
kasteel, met talloze torens en torentjes en ramen die fonkelend afstaken
tegen de sterrenhemel.
'Niet meer dan vier per boot!' riep Hagrid en hij wees op een vloot kleine
bootjes, die bij de oever in het water dobberden. Harr en Ron kregen in
hun bootje gezelschap van Marcel en Hermelien.
'Iedereen aan boord?' schreeuwd e Hagrid, die een boot voor zich alleen had.
'Oké V AREN!'
De bootjes voeren allemaal tegelijk weg en gleden stil over het
spiegelgladde water. De kinderen staarden zwijgend naar het reusachtige
kasteel dat bove n hen uittorende en groter en groter werd naarmate ze de
voet van de klif naderden.
'Koppen omlaag!' riep Hagrid toen de eerste bootjes bij de klif waren; ze
bogen hun hoofd en de bootjes gleden door een gordijn van klimop, dat een
grote opening bedekte. Ze dreven een donkere tunnel door, die blijkbaar tot
onder het kastee l voerde en kwa men uit bij een onder gronds haventje, waar
ze uitstapten op een strand van stenen en kiezels.
'Hé, jij daar! Is dit jouw pad?' zei Hagrid, die de bootjes controleerde nadat
de leerlingen waren uitgestapt.
'Willibrord!' riep Marcel opgetogen en hij stak zijn handen uit. Ze
klauterden door een gang in de rotsen omhoog, achter het licht van Hagrids
lamp aan en arriveerden uiteindelijk op een glad, vochtig grasveld in de
schaduw van het kasteel.
Ze liepen een stenen bordes op en dromden samen bij de gigan tische eiken
deur.
'Is iedereen er? Heb jij je pad nog?'

Hagrid hief zijn enorme vuist op en bonsde drie keer op de deur van het
kasteel.

Hoofd stu k 7
DE SOR TEERHOED
De deur zwaaide meteen open en ze zagen een lange, zwartharige heks met
een smaragdgroen gewaad. Ze had een streng gezicht en Harr besefte
meteen dat je haar beter te vriend kon houden.
'De eerstejaars, professor Anderling,' zei Hagrid. 'Bedankt, Hagrid. Ik neem
het wel over .'
Ze deed de deur wijd open. De hal was zo groot dat het hele huis van de
Duffelings erin gepast zou hebb en. De stenen muren werden verlicht door
vlammende toortsen, net als bij Goudgrijp, het plafond was zo hoog dat ze
het niet eens konden zien en recht tegenover hen leidde een schitterende
marmeren trap naar de bovenverdiepingen.
Ze volgd en professor Anderling over de hardstenen vloer. Harr hoorde het
geroezemoes van honderden stemmen opklinken uit een deuropening
rechts. De overige leerlingen waren er blijkbaar al maar professor
Anderling ging de eerstejaars voor naar een leeg kamertje dat aan de hal
grensde en ze dromden naar binnen. Ze stonden heel wat dichter op elkaar
dan ze anders gedaan zouden hebben en keken nerveus om zich heen.
'Welkom op Zweinstein,' zei professor Anderling. 'Zo dadelijk begint het
banket om het begin van het nieuwe schooljaar te vieren, maar voor jullie
plaatsnemen in de Grote Zaal, worden jullie verdeeld over de verschillende
afdelingen. Die Indelingsceremonie is belangrijk, want tijdens je verblijf
hier fungeert je afdeling min of meer als je familie, jullie volgen lessen met
de rest van de afdeling, slapen op de afdelingsslaapzaal en brengen je vrije
tijd door in jullie eigen leerlingenkamer . De vier afdelingen zijn
Griffoendor , Huf felpuf, Ravenklauw en Zwadderich. Elke afdeling heeft
zijn eigen, nobele geschiedenis en heeft opmerkelijke heksen en tovenaars
voortgebracht. Tijdens jullie verblijf op Zweinstein leveren eventuele
triomfen afdelingspunten op en worden bij overtreding van de regels punten
afgetrokken. Aan het eind van het schooljaar wordt aan de afdeling met de
meeste punten een beker toegekend. Ik hoop dat iedereen zijn of haar
afdeling eer zal bewijzen. De Indelingsceremonie begint zo, in
aanwezigheid van de overige leerlingen en leraren. Ik stel voor dat jullie je
een beetje opknappen terwijl jullie wachten.'

Haar blik bleef even op Marcels mantel rusten, die onder zijn linkeroor was
vastgeknoopt en op de zwarte veeg op Rons neus. Harr probeerde
zenuwachtig zijn haar glad te strijken.
'Ik kom jullie halen als we zover zijn,' zei professor Anderling. 'Maak
alsjeblieft geen herrie terwijl jullie wachten.'
Ze vertrok en HarrVOLNWH.
'Hoe verdelen ze ons precies over die afdelingen?' vroeg hij aan Ron.
'Een soort test, geloof ik. Fred zei dat het erg pijnlijk is, maar volgens mij
hield hij me voor de gek.'
Harr kreeg een hol gevoel in zijn maag. Een test? In het bijzijn van de hele
school? Maar hij wist niets van toveren wat zou hij in vredesna am moeten
doen? Hij had niet verwacht dat ze direct na aankomst al aan de bak zouden
moeten. Ongerust keek hij om zich heen en zag de anderen ook benauwd
kijken. Niemand zei iets, behalve Hermelien Griffel, die iets fluisterde over
de toverspreuke n die ze allemaa l geleerd had en zich afvroeg welke ze zou
moeten gebruiken. Harr probeerde niet naar haar te luisteren. Hij was nog
nooit zo zenuwa chtig geweest, zelfs niet toen hij ooit een briefje van school
aan de Duf felings had moeten laten zien omdat hij het toupetje van een
leraar op de een of andere manier blauw had gekleurd. Hij staarde naar de
deur. Ieder moment kon profess or Anderling binnenkomen en dan kon hij
het wel schudden.
Plotseling sprong hij bijna een halve meter de lucht in en een hoop andere
kinderen gilden.
'Wat krijgen we -'
Hij snak te naar adem, net als de andere leerlingen. Zo'n twintig spoken
kwamen door de achtermuur drijven. Ze waren parelachtig wit en
doorschijnend en gleden druk pratend door het vertrek. Ze keurden de
nieuwelingen geen blik waardig en waren blijkbaar in een hefti ge discussie
verwikkeld. De geest van een kleine dikke monnik zei: 'Je moet vergeten en
vergeven, zeg ik altijd maar . We zouden hem nog een kans moeten geven -'
'M'n beste Broeder , we hebben Foppe al meer dan genoeg kansen gegeven.
Hij bezo rgt ons een slechte reputatie en bovendien is hij niet eens een echt
spook. Hé, wat doen jullie hier?'
Een spook met een kanten kraag en een kniebroek zag plotseling de
eerstejaars staan.
Niemand zei iets.
'Nieuwe leerlingen!' zei de Dikke Monnik, die glimlachend omkeek, 'jullie

worden dadelijk ingedeeld, neem ik aan?' Een paar kinderen knikten
zwijgend.
'Ik hoop jullie terug te zien in Huf felpuf!' zei de Monnik. 'Dat was mijn
afdeling.'
'Vooruit, doorzweven!' zei iemand pinnig. 'De Indelingsceremonie gaat
beginnen.'
Het was professor Anderling. De spoken zweefden een voor een door de
muur.
'Ga in de rij staan en volg me,' zei professor Anderling tegen de eerstejaars.
Harry , die het merkwaardige gevoel had dat zijn benen plotseli ng van lood
waren, ging achter een jongen met rossig haar staan, met Ron weer achter
hem. Zo liepen ze de kamer uit, staken de hal over en gingen door dubbele
deuren de Grote Zaal binnen.
Zelfs in zijn verbeelding had Harr zich nog nooit zo'n wonder baarlijke en
magnifieke ruimte voorgesteld. Hij werd verlicht door duizen den en nog
eens duizenden kaarsen, die boven vier lange tafels zweefden waaraan de
overige leerlingen zaten. De tafels waren gedekt met glanzende gouden
borden en bekers en aan het uiteinde van de zaal stond een lange tafel
waaraan de leraren zaten. Professor Anderling liet de eerstejaars halthouden
tegenover de andere leerlingen, met de leraren achter zich. De honderden
starende gezichten leken net bleke lantaarns in het flakkerende kaarslicht.
Hier en daar zaten spoken tussen de leerlingen, dof glanzend als beslagen
zilver . Voornamelijk om die starende blikken niet te hoeven zien, keek
Harr omhoog en zag een fluweelachtig zwart plafond, dat beza aid was met
sterren. 'Daar heb ik over gelezen in Een Beknopte Beschrijving van
Zweinstein,' hoorde hij Hermelien fluisteren. 'Het plafond is behekst, zodat
het net de buitenlucht lijkt.'
Het was moeilijk te geloven dat er inderdaad een plafond was en dat het dak
van de Grote Zaal niet gewoon open was.
Harr keek snel weer omlaag toen professor Anderling zwijgend een kruk
met vier poten neerzette. Op de kruk legde ze een puntige tovenaarshoed,
die gera feld en ontzettend smerig was en vol opgenaaide stukken zat. Tante
Petunia zou hem direct in de vuilnisbak hebben gegooid.
Misschien moest hij proberen een konijn uit die hoed te toveren, dacht
Harr verwilderd. Daar begon het tenminste naar uit te zien. Hij zag dat de
hele zaal naar de hoed staarde en keek er daarom zelf ook naar. Een paar

tellen heerste er doodse stilte, maar toen bewoog de hoed een beetje. Een
scheur bij de rand ging open, net als een mond en de hoed begon te zingen:
Ik ben misschien wat sjofel,
Maar dat is de buitenkant,
Niemand weet zo goed als ik,
Van de hoed en van de rand.
Op gebr eide mutsen kijk ik neer ,
En ook op hoge hoeden,
ik ben de Sorteerhoed van de school.
En weet meer dan je zou vermoeden.
Al puilen de geheimen uit je hoofd,
De Sorteerhoed ziet ze vast,
Dus zet me op, dan zeg ik je,
Wat het beste bij je past.
Misschien hoor je bij Griffoendor ,
Bekend om zijn dapperheid, ridderlijkheid en durf en lef,
Is wat Griffoendor onderscheidt.
Misschien hoor je bij Huffelpuf,
Vind je har d werken oké,
Huffelpuffers blinken uit door moed,
en hebben geduld voor twee.
En bij het wijze Ravenklauw ,
Vinden mensen met verstand,
Die geleer d en bij de pinken zijn,
Altijd wel een geestverwant.
Misschien voel je je pas werkelijk thuis,
Als je naam bij Zwadderich prijkt.
Die sluwe lui schuwen echt niets,
Als hun doel maar wor dt bereikt.
Dus raak vooral niet in paniek,
Zet me rustig op je kop,
Al ben ik een hoed,
ik heb van jou,
Vast een vrij hoog petje op.

De zaal barstte in spontaan applaus uit toen de hoed was uitgezongen. Hij
boog naar de vier tafels en verroerde zich niet meer .
'Dus we hoeven alleen die hoed op te zetten!' fluisterde Ron tegen Harry. 'Ik
vermoord Fred! Hij zei dat we met een trol moesten vechten.'
Harr glimlacht e flauwtjes. Ja, die hoed opzetten was heel wat beter dan
toverspreuken doen, maar toch wenste hij vurig dat er niet zo veel mensen
toe zouden kijken. De hoed scheen nogal veel te verlangen; Harr voelde
zich helemaal niet dapper of sluw of wat dan ook. Als de hoed had
gezongen over een afdeling voor leerlingen die zich een beetje misselijk
voelden, zou die geknipt voor hem zijn geweest.
Professor Anderling stapte naar voren, met een rol perkament in haar hand.
'Als ik je naam zeg, zetten jullie de hoed op en gaan op het krukje zitten om
ingedeeld te worden,' zei ze. 'Albedil, Hannah!'
Een meisje met een roze gezicht en blonde vlechten liep haast struikelend
naar de kruk en ging zitten. Ze zette de hoed op, die over haar ogen zakte en
even viel er een stilte -
'HUFFELPUF!' riep de hoed.
De leerl ingen rechts juichten en klapten toen Hannah aan de tafel van
Huffelpuf ging zitten. Harr zag dat de geest van de Dikke Monnik vrolijk
naar haar zwaaide.
'Bonkel, Suzanne!'
'HUFFELPUF!' riep de hoed opnieuw en Suzanne ging haastig naast
Hannah zitten. 'Bootsman, T err

5AVENKLAUW!'
De tweede tafel van links applaudisseerde en diverse Ravenklauwen
stonden op om T errHHQKDQGWHJHYHQ.
'Brokkeling, Amanda' werd ook ingedeeld bij Ravenklauw , maar 'Broom,
Belinda' werd de eerste Griffoen dor en de meest linkse tafel barstte in luid
gejuich uit; Harr]DJ5RQVWZHHOLQJEURHUVMRHOHQHQURHSHQ.
'Bullemans, Margriet' werd de eerste Zwadderich. Misschien was het
verbeelding, maar na alles wat Harr over Zwadderich had gehoord, vond
hij het maar een misselijk stelletje.
Harr begon zich steeds akeliger te voelen. Hij moest aan zijn oude school
denken, als tijdens gPOHV teams werden gekozen. Hij werd altijd als laatste
gekozen, niet omdat hij er niets van kon, maar omdat niemand wilde dat
Dirk zou denk en dat ze hem aardig vonden. 'Flets-Frim el, Joost!'
'HUFFELPUF!'
Harr merkte dat de hoed soms vrijwel direct riep welke afdeling het zou

worden, maar soms ook even de tijd nam. 'Filister , Simon', de jongen met
het rossige haar die naast Harry in de rij stond, moest bijna een minuut op
het krukje blijven zitten voor de hoed ten slotte besloot dat hij een
Grif foendor was.
'Grif fel, Hermelien!'
Hermelien rende bijna naar het krukje en drukte de hoed gretig op haar
hoofd.
'GRIFFOENDOR!' riep de hoed en Ron kreunde.
Plotseling kwam er een gruwelijke gedachte op bij Harry , zoals gruwelijke
gedachten wel vaker doen als je zenuwachtig bent. Stel dat hij helemaal niet
werd gekozen? Stel dat hij daar gewoon minutenlang bleef zitten, met die
hoed over zijn ogen, tot professor Anderling hem ongeduldig van zijn hoofd
plukte en zei dat er blijkbaar een ver gissing was gemaakt en dat hij beter
met de eerste de beste trein weer naar huis kon gaan?
Marcel Lubberm ans, de jongen die steeds zijn pad kwijt was, struikelde en
viel bijna toen hij naar het krukje liep en de hoed deed er heel lang over om
de knoop door te hakken. Toe n hij uiteindelijk 'GRIFFOENDOR' riep,
holde Marcel gauw terug zonder de hoed af te zetten en moe st hij onder
daverend gelach terugsjokken om hem aan 'Maanzaat, Melissa' te geven.
Toen Malfidus aan de beurt was, liep hij met grote, arrogante passen naar
het kruk je; de hoed had zijn hoofd nauwelijks aangeraakt of hij krijste al:
'ZWADDERICH!'
Zelfvoldaan ging Malfidus weer bij zijn maatjes Korzel en Kwast zitten.
Er waren niet veel leerlingen over .
'Molm... 'Noot'... 'Park'... twee tweelingzusjes, 'Patil' en 'Patil'... 'Pekel,
Sally... en toen, ten langen leste 'Potter , Harr'
Harr liep naar de kruk en plots eling klonk overal gefluister in de zaal, als
kleine, sissende brandjes. 'Zei ze Potter?' 'De Harr3RWWHU"'
Het laatste wat Harr zag voor de hoed over zijn ogen zakte, was een zaal
vol mensen die hem reikhalzend aankeken. Een tel later staarde hij naar de
donkere binnenkant van de hoed. Hij wachtte af.
'Hmmm,' zei een stemmetje in zijn oor. 'Moeilijk. Heel moeilijk. Meer dan
voldoende moed, zie ik. En een goed stel hersens. Talent heb je ook, lieve
hemel, ja en een sterke drang om je te bewijzen. Heel interessant... Waar zal
ik je indelen?'
Harr greep de rand van de kruk beet en dacht: 'Niet bij Zwad derich, niet
bij Zwadderich!'

'Niet bij Zwadd erich, hè?' zei het stemmetje. 'Weet je dat zeker? Je zou
grootse dingen kunnen doen, weet je. Het zit allemaal in je hoofd en
Zwadderich zou je helpen om groot te worden, dat staat vast nee? Nou, als
je het echt zeker weet, houden we het maar op -GRIFFOENDOR!'
Harr hoorde dat laatste woord door de hele zaal galmen. Hij deed de hoed
af en liep met knikkende knieën naar de tafel van Griffoendor . Hij was zo
blij dat hij niet bij Zwadderich was ingedeeld dat hij nauwelijks merkte dat
hij het luidst werd toegejuicht van iedereen. Perc de klassenoudste stond
op om hem een hand te geven en zijn tweelingbroers schreeuwden: 'Wij
hebben Potter! Wij hebben Potter!' Harr ging tegenover het spook met de
kanten kraag zitten dat hij eerder op de avond had gezien. Het spook klopte
hem op zijn arm, waardoor Harr het afschuwelijke gevoel kreeg dat hij
zijn arm plotseling in een emmer met ijswater had gestoken.
Nu kon hij de Oppertafel zien. Aan het dichtstbijzijnde uiteinde zat Hagrid.
Hun blikken kruisten elkaar en Hagrid stak zijn duim op. Harr grijnsde. En
daar, aa n het midden van de tafel, zat Albus Perkamentus, in een grote
gouden stoel. Harr herkende hem meteen, van het plaatje dat bij die
Chocokikker had gezeten. Perkamentus' zilverkleurige haar was het enige in
de zaal dat net zo helder glansde als de spoken. Harr zag ook professor
Krinkel, de zenuwachtige leraar uit de Lekke Ketel. Hij zag er heel
eigenaardig uit, met een grote paarse tulband op.
Er moesten nog maar drie mensen ingedeeld worden. 'Turpijn , Lisa' werd
een Ravenklauw en toen was Ron aan de beurt. Tegen die tijd zag hij
lichtgroen. Harr duimde voor hem onder tafel en een tel later riep de hoed:
'GRIFFOENDOR!'
HarrNODSWHKDDVWQRJOXLGHUGDQGHUHVWWRHQ5RQQDDVWKHPQHHUSORIWH.
PercW emel boog zich voor HarrODQJV
*RHG]R5RQXLWVWHNHQG
]HLKLj
pompeus. 'Zabini, Bella,' kwam bij Zwadderich en vervolgens rolde
professor Anderling haar perkament op en nam de sorteerhoed mee.
Harr keek naar zijn lege goude n bord en besefte opeens dat hij rammelde
van de honger . Het leek eeuwe n geleden dat hij die pompoen taartjes had
gegeten.
Albus Perkamentus stond op. Hij glimlachte en spreidde zijn armen, alsof
hij nog nooit zoiets moois had gezien als de aanblik van al die leerlingen.
'Welkom!' zei hij. 'Welkom op Zweinstein, aan het begin van een nieuw
schooljaar . V oor het feestmaal begint, zou ik graag een paar woorden willen
zeggen. En dit zijn ze: Domkop! Blubber! Kleinood! Kriel! Dank u.'

Hij ging weer zitten. Iedereen klapte en juichte, maar Harr wist niet of hij
moest lachen.
'Is hij een beetje getikt?' vroeg hij onzeker aan Percy .
'Getikt?' zei Perc luchtig. 'Hij is een genie! De grootste tovenaar ter
wereld. Maar hij is inderdaad getikt. W il je aardappels, Harr"'
Harr
V mond viel open. De schalen waren plotseling afgeladen met eten.
Hij had nog nooit zo veel dingen gezien die hij lekker vond: rosbief,
gebakken kip, varkens- en lamskarbonaadjes, worstjes, spek, biefstuk,
gekookte aardappelen, gebakken aardappelen, patat, pasteitj es, erwtjes,
worteltjes, jus, ketchup en, om de een of andere onnaspeurbare reden,
pepermuntballetjes.
De Duf felings hadden Harr niet echt laten verhongeren, maar hij had ook
nooit zo veel mogen eten als hij wilde. Alles wat Harr lekker vond had
Dirk gauw opgeschrokt, zelfs als hij er misselijk van werd. Harr laadde
zijn bord vol met van alles en nog wat, behalve pepermunt balletjes en
begon te eten. Het smaakte allemaal heerlijk.
'Dat ziet er echt lekker uit,' zei het spook met de kanten kraag triest, terwijl
hij keek hoe Harr]LMQELHIVWXNNOHLQVQHHG.
'Kunt u niet -'
'Ik heb al bijna vijfhonderd jaar niet meer gegeten,' zei het spook. 'Dat is
natuurlijk ook niet nodig, maar ik mis het wel. Mag ik me even voorstellen?
Heer Hendrik van Malkontent tot Maling, tot uw dienst. Inwonend spook
van de Grif foendortoren.' '
'Ik weet wie u bent!' zei Ron plotseling. 'Mijn broer heeft over u verteld u
bent Haast Onthoofde Henk!'
'Eerlijk gezegd heb ik liever dat jullie me heer Hendrik van Malkontent
noemen -' begon het spook stijfjes, maar hij werd in de rede gevallen door
Simon Filister .
'Haast Onthoofd? Hoe kan je nou haast onthoofd zijn?'
Heer Hendrik keek nogal gepikeerd, alsof het gesprek niet verli ep zoals hij
wilde.
Op deze manier !' zei hij geïrrit eerd. Hij pakte zijn linkeroor en trok. Zijn
hele hoofd klapte opzij en viel op zijn schouder , alsof het aan een scharnier
zat. Het was duidelijk dat iemand geprobeerd had hem te ontho ofden, maar
daar niet helemaal in geslaagd was. Haast Onthoofde Henk genoot van hun
verbijsterde gezichten. Hij gooide zijn hoofd weer op zijn nek, kuchte even
en zei: 'Zo nieuwe Griffoendors! Ik hoop dat jullie ons dit jaar het

afdelingskampioenschap gaan bezorgen? Griffoendor heeft nog nooit zo
lang niet gewonnen. Zwadderich heeft zes jaar achter elkaar de beker in de
wacht gesleept! De Bloede rige Baron wordt zo langzamerhand
onuitstaanbaar . Dat is het spook van Zwadderich.'
Harr keek naar de tafel van Zwadderich en zag een afschuwelijk spook
zitten, met uitdrukkingsloze, starende ogen, een uitgemer geld gezicht en
een gewaad dat bespetterd was met zilverachtig bloed. Hij zat naast
Malfidus, die, zo zag Harr tot zijn genoegen, niet echt blij leek met zijn
tafelgenoot.
'Hoe komt al dat bloed op zijn kleren?' vroeg Simon nieuwsgierig.
'Dat heb ik nooit gevraagd,' zei Haast Onthoofde Henk tactvol.
Toen iedereen zich te barsten had gegeten, verdwenen de etensrestjes
vanzelf en waren de borden plotseling weer brandschoon. Een tel later
verschenen de toetjes. IJs in alle smaken die je maar bedenken kon,
appeltaart, stroopwafels, moorkoppen, jamdonuts, vla, aardbeien,
drilpudding, rijstpudding...
HarrSDNWHHHQVWURRSZDIHOHQKHWJHVSUHNJLQJRYHURSKXQIDPLOLHV.
'Ik ben half en half,' zei Simon. 'M'n pa is een Dreuzel. Ma vertelde pas dat
ze een heks was toen ze getrouwd waren. Dat was wel even schrikken.'
De anderen lachten.
'En jij, Marcel?' zei Ron.
'Nou, ik ben opgevoed door mijn oma en die is heks,' zei Marcel, 'maar mijn
familie dacht heel lang dat ik honderd procent Dreuzel was. Mijn oudoom
Alfred probeerde me steeds te verrassen, om zo een beetje toverkracht uit
me los te wringen hij heeft me zelfs een keer van de pier in Blackpool
geduwd en toen ben ik bijna verdronken maar er gebeurde helemaal niets,
tot m'n achtste. Oudoom Alfred kwam thee bij ons drinken en hij hield me
net aan mijn enkels uit het zolderraam toen oudtante Edna riep dat er
schuimtaartjes waren en hij me per ongeluk losliet. Maar ik stuiterde dwars
door de tuin en zo de straat op. Iedereen was dolblij. Oma huilde zelfs, zo
gelukkig was ze.
En je had hun gezichten moeten zien toen ik die brief van scho ol kreeg; ze
dachten dat ik misschien niet voldoende tovertalent had om in aanmerking
te komen. Oudoom Alfred was zo blij dat hij die pad voor me heeft
gekocht.'
Aan de andere kant van Harr hadden Perc Wemel en Hermelien het over
de lessen ('Ik hoop echt dat ze direct beginnen, want er is zovee l te leren. Ik

ben vooral geïnteresseerd in Transfiguratie, je weet wel, dingen van
gedaante laten veranderen, Iedereen zegt dat dat heel moeilijk is, maar -'; 'Je
begint met kleine dingetjes, lucifers in naalden veranderen en zo.'
Harry , die zich warm en soezerig begon te voelen, keek opnieuw naar de
Oppertafel. Hagrid nam een grote slok uit zijn beker . Professo r Anderling
praatte met professor Perkamentus. Professor Krinkel, met zijn idiote
tulband, sprak met een leraar met vettig zwart haar, een kromme neus en
een tanige huid.
Het gebeurde totaal onverwacht . De leraar met de kromme neus keek Harry
recht in de ogen en er schoot een scherpe, stekende pijn door het litteken op
Harr
VYRRUKRRIG.
'Auw!' HarrGUXNWH]LMQKDQGWHJHQ]LMQKRRIG.
'Wat is er?' vroeg Percy .
'N-niets.'
De pijn verdween even snel als hij gekomen was, maar het gevo el dat Harry
aan de blik van die leraar had over gehouden, bleef heel wat langer hangen;
het gevoel dat hij HarrDEVROXXWQLHWPRFKW.
'Wie is die leraar die met professor Krinkel praat?' vroeg hij aan Percy .
'Oh, ken je Krinkel al? Geen wonder dat hij zo nerveus is. Dat is professor
Sneep. Hij geeft les in Toverdra nken, maar eigenlijk tegen zijn zin iedereen
weet dat hij op Krinkels baantje uit is. Sneep weet ontzettend veel van de
Zwarte Kunsten.'
HarrKLHOG6QHHSHHQWLMGMHLQGHJDWHQPDDUGLHNHHNKHPQLHWPHHUDDQ.
Uiteindelijk verdwenen de toetjes ook en stond professor Perkamentus weer
op. Het werd stil in de zaal.
'Ahum nog even een paar mededelingen aan het begin van het schooljaar ,
nu we gedrenkt en gevoederd zijn. Vooral de eerstejaars moeten weten dat
het bos op het schoolterrein verboden gebied is. Die waarschuwing moeten
sommige oudere leerlingen zich trouwens ook nog maar eens goed
inprenten.'
Perkamentus' twinkelende ogen keken even naar de broertjes W emel.
Meneer Vilder , de conciër ge, heeft me verzocht om jullie eraan te
herinneren dat er tussen de lessen niet getoverd mag worden op de gangen.
In de tweede week van het schoo ljaar worden er proefwedstrijden gehouden
voor de Zwerkbalteams. Leerlingen die voor hun afdeling willen spelen,
moeten contact opnemen met madame Hooch. En ten slotte wil ik jullie op
het hart drukken dat de rechter gang op de derde verdieping dit jaar

verboden terrein is voor iedereen die geen uiterst pijnlijke dood wil sterven.'
HarrODFKWHPDDUKLMZDVHHQYDQGHZHLQLJHQ.
"Dat meent hij toch niet?' mompelde hij tegen Percy.
'Ik denk het wel,' zei Percy , die Perkamentus fronsend aankeek. 'Vreemd.
Meestal geeft hij een reden waarom we ergens niet mogen komen. Het bos
zit vol gevaarlijke dieren, dat weet iedereen. Hij had het best aan de
klassenoudsten mogen vertellen, vind ik.'
'En laten we nu, voor we naar bed gaan, uit volle borst het schoollied
zingen!' riep Perkamentus. Harr zag de glimlachjes van de andere leraren
verstrakken.
Perkamentus zwaaide met zijn toverstok, alsof hij een vlieg wilde wegjagen
die op het uitein de zat en er vloog een lang gouden lint uit, dat boven de
tafels bleef zweven en kronkelend woorden vormde.
'Iedereen mag zijn of haar lievelingsmelodie zingen,' zei Perkamentus. 'En
van je ene, tweeë!' De hele zaal brulde:

Zweinstein, Zweinstein, Zwijnig Zweinstein,
Leer ons toch volop.
Of we nu oud en kaal zijn.
Of jong met een puistenkop.
Prop onze hoofden vol met weetjes,
Hopelijk voelen ze zich daar thuis,
Want nu zijn ze leeg en tochtig,
Vol vliegjes, stof en gruis.
Leer ons wat het weten waar d is,
Maak ons ietsje minder dom,
Doe je best, dan doen wij de r est,
En studeren onze hersens kr om'.

Niemand was op hetzelfde moment klaar. Uiteindelijk zongen alleen de
tweelingbroertjes W emel nog, op een heel trage, treurmarsachtige manier .
Perkamentus dirigeerde hun laatste regels met zijn toverstok en toen ze
waren uitgezongen, klapte hij het luidst van iedereen.
'Ah, muziek!' zei hij en hij veeg de zijn ogen af. 'Een grotere betovering dan
al onze armzalige pogingen hier! En nu naar bed. V ooruit met de geit!'
De eerstejaars van Griffoendo r volgden Perc door de druk kletsende

massa's leerlingen. Ze verlieten de Grote Zaal en liepen de marmeren trap
op. Harr
V benen voelden weer loodzwaar aan, maar alleen omdat hij moe
was en zo veel had gegeten. Hij was zelfs te slaperig om zich erover te
verbazen dat de mensen op de portretten in de gangen fluisterden en wezen
toen ze langskw amen of dat Perc hen twee keer voorging door deuren die
waren verborgen achter wandkleden en schuivende panelen in de
lambrisering. Geeuwend sjokten ze nog meer trappen op en Harr vroeg
zich net af hoe ver het nog was toen ze plotseling bleven staan.
Vlak voor hen zweefde een bos wandelstokken in de lucht en toen Percy
nog een stap deed, vlogen die op hem af.
'Foppe,' fluisterde Perc tegen de eerstejaars. 'Een klopgeest.' 'Foppe.' zei
hij met stemverhef fing, 'laat je zien.'
Er klonk een luid, onbeleefd geluid, alsof de lucht uit een ballon ontsnapte.
'Moet ik het tegen de Bloederige Baron zeggen?'
Ze hoorden een knalletje en er verscheen een klein mannetje met een brede
mond en boosaardige, donkere ogen, dat in kleermakerszit door de lucht
zweefde, met de wandelstokken in zijn hand.
'Ooooo!' zei hij venijnig grinnikend. 'Kleine eerstejaartjes! Dat wordt
lachen!'
Hij schoot op hen af en ze doken haastig weg.
'Maak dat je wegkomt of ik zeg het tegen de Baron, Foppe. Ik meen het!'
blafte Percy .
Foppe stak zijn tong uit, liet de wandelstokken op Marcels hoofd vallen en
verdween. Ze hoorden hem door de gang scheren en tegen de harnassen
kletteren.
'Met Foppe moet je oppassen,' zei Perc terwijl ze doorliepen. 'De
Bloederige Baron is de enige die hem een beetje in de hand heeft. Zelfs van
de klassenoudsten trekt hij zich niets aan. W e zijn er.'
Helemaal aan het einde van de gang hing een portret van een dikke dame in
een roze zijden jurk.
Wachtwoord?' zei ze.
Caput Draconis, ' zei Percy . Het portret zwaaide opzij en onthulde een rond
gat in de muur . Ze klauterden erdoor Marcel moest een kontje krijgen en
kwamen in de leerlingenkamer van Griffoendor , een gezellig, rond vertrek
vol gem akkelijke, vormeloze stoelen. Perc wees de meisjes op een deur
die naar hun slaapzaal leidde en de jongens op een andere. Boven aan een
wenteltrap, ze bevonden zich duidelijk in een van de torens , trof fen ze

eindelijk hun bedden aan: vijf hemelbedden met donkerrode, fluwelen
gordijnen. Hun koffers waren al naar boven gebracht. Ze waren te moe om
nog veel te praten en trokken direct hun pMDPD
VDDQHQSORIWHQLQEHG.
'Het eten is echt eersteklas, hè?' mompelde Ron door de gordijnen heen. 'Ga
weg, Schurfie! Hij zit aan mijn lakens te knagen.'
Harr wilde Ron vragen of hij ook stroopwafels had genomen, maar hij viel
vrijwel direct in slaap.
Misschien had Harr iets te veel gegeten, want hij had een heel
eigenaardige droom. Hij droeg de tulband van professor Krinkel, die tegen
hem praatte en zei dat hij direct moest overstappen naar Zwadde rich, omdat
dat zijn lot was. Harr zei tege n de tulband dat hij niet naar Zwadderich
wilde en die werd zwaarder en zwaarder; hij probeerde hem van zijn hoofd
te rukken, maar hij werd pijnlijk strak. Plotseling hoorde hij Malfidus
lachen terwijl hij met de tulband worstelde en toen veranderde Malfidus in
Sneep, die leraar met de kromm e neus, wiens lach hoog en kil was. Harry
zag een groene lichtflits en werd zwetend en trillend wakker .
Hij draa ide zich om en viel weer in slaap en toen hij de volgen de ochtend
wakker werd, kon hij zich de droom niet meer herinneren.

Hoofd stu k 8
DE T OVERDRANK MEESTER
'Kijk, daar .'
'Waar?' 'Naast die lange slungel met dat rode haar.' 'Met die bril.' Heb je z'n
gezicht gezien?'
'En zijn litteken?'
Vanaf het moment dat Harr 's ochtends de slaapzaal verliet, werd hij
achtervolgd door gefluister . Lee rlingen die op weg waren naar hun lessen
keken hem reikhalzend na, liepe n expres terug om hem opnieuw te passeren
op de gang en staarden hem dan nieuwsgierig aan. Harr was daar niet echt
blij mee, want het kostte hem al genoeg moeite om de leslokalen te vinden.
Er ware n 142 trappen in Zweinstein: brede, statige trappen; smalle,
gammele trappen, trappen die op vrijdag plotseling naar een heel andere
verdieping voerden en trappen met halverwege een verdwijnende tree, waar
je voora l niet moest vergeten overheen te springen. Bovendien had je
deuren die alleen open wilden gaan als je het beleefd vroeg, of ze op precies
de juiste plaats kietelde en deu ren die helemaal geen deuren waren, maar
massieve muren die deden alsof. Het was moeilijk om je te herin neren waar
iets was, omdat veel dingen zich leken te verplaatsen. De mensen op de
portretten gingen soms bij elkaa r op bezoek en Harr was ervan overtuigd
dat de harnassen konden lopen.
De spoken maakten het er ook niet makkelijker op: je schrok je een ongeluk
als er ee ntje geluidloos door een deur gleed die jij net probee rde open te
krijgen. Haast Onthoofde Henk was altijd bereid om nieuwe Griffoendors
de weg te wijzen, maar Foppe de Klopgeest was erger dan twee gesloten
deuren en een neptrap als je hem tegenkwam en al te laat was voor je les.
Hij liet prullenmanden op je hoo fd vallen, trok vloerkleden onder je voeten
vandaan, bekogelde je met krijtjes of dook opeens geruisloos achter je rug
op, pakte je dan bij je neus en krijste: 'HEBBES!'
Argus Vilder , de conciër ge, was zo mogelijk nog erger dan Foppe. Harr en
Ron wisten het al de eerste ochtend bij hem te verbruien. Ze werden door
Vilder betrapt toen ze probeerden een deur open te krijgen die helaas
precies naar de gang op de derd e verdieping leidde die tot verbo den gebied
was verklaard. Hij geloofde niet dat ze verdwaald waren en dreigde met

eenzame opsluiting in de kerkers, maar gelukkig werden ze gered door
professor Krinkel, die toevallig langskwam.
Vilder had een kat, mevrouw Norks, een mager , stofkleurig beest met
uitpuilende, lichtgevende ogen, net als die van Vilder zelf. Ze patrouilleerde
vaak in haar eentje door de gangen en als ze zag dat je iets deed wat niet
mocht, als je ook maar één streepje over de schreef ging, schoot ze direct
weg om V ilder te halen, die dan twee tellen later hijgend en piepend kwam
aansjokken. Vilder kende de geheime gangen van de school beter dan
iedereen (behalve misschien de broertjes Wemel) en kon even onverwacht
opduiken als welk spook dan ook. De leerlingen konden zijn bloed wel
drinken en hoopten vurig dat ze mevrouw Norks ooit nog eens een fikse
schop zouden kunnen verkopen.
En als je dan eindelijk het lokaal had weten te vinden, had je de lessen zelf
nog. Toveren had heel wat meer om het lijf dan alleen met een toverstok
zwaaien en rare woorden uitkramen, merkte HarrDOJDXw .
Elke woensdag om middernacht bestudeerden ze de hemel door hun
telescopen en leerden de namen van de sterren en de bewegingen van de
planeten. Drie keer per week gingen ze naar de kassen achter het kasteel
voor hun lessen Kruidenkunde onder leiding van professor Stronk, een
kleine, gezette heks. Van haar leerden ze hoe ze voor al die bijzondere
planten en zwammen moesten zorgen en waar ze voor gebruikt werden.
Verreweg het saaiste vak was de Geschiedenis van de Toverkunst, het enige
onderwerp dat gedoceerd werd door een spook. Professor Kist was stokoud
geweest toen hij op een avond voor het haardvuur in de docen tenkamer in
slaap viel, en de volgende ochtend had hij zijn lichaam achtergelaten toen
hij was opgestaan om les te geven. Kist neuzelde maar door met zijn
monotone stem, terwijl ze namen en jaartallen neerkrabbelden en zich
steeds ver gisten tussen Emeric de W raakzuchtige en Uric het W arhoofd.
Professor Banning gaf les in Spreuken en Bezweringen en was een
piepklein tovenaartje dat op een stapel boeken moest gaan staan om over
zijn bureau heen te kunnen kijken.
Toen hij aan het begin van hun eerste les hun namen oplas en bij die van
Harr kwam, piepte hij van opwinding, viel van zijn boeken en verdween
uit het zicht.
Professor Anderling was weer anders. Harr had terecht de indruk gekregen
dat je haar beter te vriend kon houden. Ze was streng en intell igent en zei
tijdens hun eerste les direct waar het op stond.

'Transfiguratie behoort tot de ingewikkeldste en gevaarlijkste takken van
magie die jullie op Zweinstein zullen leren,' zei ze. 'Wie zich tijdens de les
misdraagt, kan opkrassen en hoeft niet meer terug te komen, jullie zijn
gewaarschuwd.'
Vervolgens veranderde ze haar bureau in een varken en weer terug.
Iedereen was diep onder de indr uk en popelde om aan de slag te gaan, maar
ze merkten al gauw dat het nog lang zou duren voor zij ook meubels in
dieren konden veranderen. Na een hoop lastige aantekeningen te hebben
gemaakt, kregen ze opdracht om een lucifer in een naald te vera nderen. Aan
het eind van de les was alleen de lucifer van Hermelien Grif fel ietsje
veranderd; professor Anderling liet zien dat hij zilverkleurig en puntig was
geworden en trakteerde Hermelien op een zeldzame glimlach. Het vak waar
iedereen zich op had verheugd was Verweer Tegen de Zwarte Kunsten,
maar het bleek dat Krinkels lessen niet helemaal serieus konden worden
genomen. In zijn lokaal hing een doordringende knoflookwalm die volgens
de geruc hten bedoeld was om een vampier af te weren met wie hij het in
Roemenië aan de stok had gehad en die hem, zo vreesde hij, ooit nog eens
te graze n zou komen nemen. Hij vertelde dat hij zijn tulband cadeau had
gekregen van een Afrikaanse prins, omdat hij hem van een lastige zombie
had verlost, maar ze wisten niet zeker of ze dat geloofden. Ten eerste werd
Krinkel rood en begon hij over het weer te praten toen Simon Filister gretig
vroeg hoe hij die zombie had verslagen en ten tweede merkten ze dat de
tulband vreemd rook. Volgens de broertjes Wemel had Krinkel die ook
volgepropt met knoflook, zodat hij altijd en overal beschermd zou zijn.
Tot zijn oplucht ing merkte Harr dat hij geen straatlengte achterlag op de
anderen. Veel leerlingen kwamen uit Dreuzelgezinnen en hadden, net als
hij, geen flauw idee gehad dat ze heksen en tovenaars waren. Er was zo’n
hoop te leren dat zelfs iemand als Ron eigenlijk niet veel voorsprong had.
Vrijdagochtend was een belangr ijk moment voor Harr en Ron, want toen
wisten ze eindelijk in de Grote Zaal te komen zonder één keer te verdwalen.
'Wat staat er voor vandaag op het programma?' vroeg Harry, terwijl Ron
suiker over zijn havermout strooide.
'Een blokuur Toverdranken met de Zwadderaars,' zei Ron. 'Sneep is hoofd
van Zwadderich en ze zeggen dat hij ze altijd voortrekt. Nu kunnen we
mooi kijken of dat waar is.'
'Ik wou dat Anderling ons ook voortrok; verzuchtte Harry. Professor
Anderling was hoofd van Griffoendor , maar had hen gisteren desondanks

met een enorme berg huiswerk opgezadeld.
Op dat moment arriveerde de post. Harr was er inmiddels aan gewend,
maar de eerste ochtend was hij zich doodgeschrokken. Tijdens het ontbijt
was de Grote Zaal volgestroom d met wel honderd uilen, die om de tafels
bleven cirkelen tot ze hun baasjes zagen en brieven en pakjes op hun schoot
hadden laten vallen.
Tot dusv er had Harr nog niets gekregen van Hedwig. Af en toe knabbelde
ze even aan zijn oor en at een stukje toost, voor ze met de andere
schooluilen ging slapen in de Uilenvleugel. Deze keer landde ze echter
fladderend tussen de marmelade en de suikerpot en liet een briefje op
Harr
VERUGYDOOHQ+DUU scheurde het direct open.
Beste Harry, stond er in slordig e hanenpoten, ik weet dat je vri jdagmiddag
vrij heb, dus heb je zin om rond een uur of drie thee te komen drinken? Ik
wil weten hoe je eerste week op school is geweest. Stuur een briefje terug
met Hedwig.
Hagrid
Harr leende Rons ganzenveer , krabbelde Ja graag, tot vanmiddag achter op
het briefje en stuurde Hedwig weer weg.
Het was maar goed dat Harr zich kon verheugen op thee bij Hagrid, want
de Toverdrankles was het er gste dat hij tot dusver had meegemaakt.
Bij het feestma al aan het begi n van het schooljaar had Harry de indruk
gekregen dat professor Sneep een hekel aan hem had. Na de eerste
Toverdrankles wist hij dat dat niet zo was. Sneep had geen hekel aan Harry
hij haatte hem.
De Toverdrankle ssen vonden plaats in de kerkers. Het was daar kouder dan
in de rest van het kasteel en het zou er al griezelig genoeg zijn geweest
zonder al die schappen vol glazen potten met dieren op sterk water .
Net als Banning begon Sneep met het oplezen van de namen en net als
Banning pauzeerde hij even toen hij bij Harr
VQDDPNZDP.
'Ah,' zei hij zacht. 'Harr3RWWHr . Onze nieuwe beroemdheid.'
Draco Malfidus en zijn maatjes Korzel en Kwast gniffelden. Sneep las de
rest van de namen op en keek de leerlingen aan. Zijn ogen waren zwart, net
als die van Hagrid, maar hadden niets van Hagrids hartelijkheid. Sneeps
ogen waren kil en leeg en deden aan donkere tunnels denken.
'Jullie zijn hier om de subtie le wetenschap en exacte kunst van het

toverdrankbrouwen te leren,' begon hij. Sneep fluisterde bijna, maar toch
verstonden ze elk woord. Net als professor Anderling kon Sneep moeiteloos
orde houden. 'Omdat daar weinig hersenloos stokgezwaai bij komt kijken,
zullen velen van jullie nauwelijks geloven dat dit ook toverkunst is. Ik
verwacht niet dat jullie de schoonheid van een zacht pruttelende ketel zullen
waarderen, van de kringelende damp, de delicate kracht van vloe istof fen die
door de menselijke aderen kruipen en de geest bedwelmen, de zintuigen
begoochelen... ik kan jullie leren hoe jullie roem kunnen brouwen, glorie
kunnen destiller en en zelfs de dood kunnen bottelen als jullie tenminste niet
zulke grote reuzelkoppen zijn als de meeste leerlingen.'
Er volgde opnieuw een stilte na dat toespraakje. Harr en Ron keken elkaar
met opgetrokken wenkbrauwen aan. Hermelien Grif fel zat op het puntje van
haar stoel en wilde blijkbaar dolgraag bewijzen dat zij geen reuzelkop was.
'Potter!' zei Sneep plotseling. 'W at krijg ik als ik gemalen affodilwortel
toevoeg aan een aftreksel van alsem?'
Gemalen wortel van wat aan een aftreksel van wat? Harr keek naar Ron,
die net zo verbijsterd leek, maar Hermelien had haar hand opgestoken.
'Geen idee, meneer ,' zei Harry . Sneeps mondhoeken krulden schamper .
'Wel, wel roem is blijkbaar niet alles.' Hij negeerde Hermeliens opgestoken
hand.
'Laten we het nog eens proberen, Potter. W aar zou je zoeken als ik om een
bezoar vroeg?'
Hermelien stak haar hand zo hoog mogelijk op, maar Harr had geen flauw
idee wat een bezoar was. Hij probeerde niet naar Malfidus, Korzel en
Kwast te kijken, die schudden van het lachen.
'Ik zou het niet weten, meneer .'
'Je dach t zeker dat jij het niet nodig had om voor het begin van het
schooljaar je boeken eens in te kijken, Potter?'
Harr dwong zichzelf om recht in die kille ogen te kijken. Hij had zijn
boeken wel degelijk ingekeken bij de Duf felings, maar verwachtte Sneep
soms dat hij Duizend Magische Kruiden en Paddenstoelen nu al uit zijn
hoofd kende?
Sneep negeerde Hermeliens trillende hand nog steeds.
'Wat is het verschil tussen monnikskap en akoniet?'
Hermelien stond op en haar vingers kwamen bijna tegen het plafond van de
kerker .
'Geen idee,' zei Harr kalm. 'Maar ik geloof dat Hermelien het weet.

Waarom vraagt u het niet aan haar?'
Een paar leerlingen lachten; Harr
V blik kruiste die van Simon en die
knipoogde, maar Sneep kon het minder waarderen.
'Ga zitten!' snauwde hij tegen Hermelien. 'Voor je informatie, Potter: uit
affodil en alsem brouwen we een slaapdrank die zo krachtig is dat hij ook
bekend staat als de Drank van de Levende Dood. Een bezoar is een steen uit
een geitenmaag, die beschermt tegen de meeste soorten vergif. Monnikskap
en akoniet zijn één en dezelfde plant. Nou? Waarom schrijven jullie dat niet
op?'
Plotseling werd haastig naar ganzenveren en perkament gezocht. Boven het
lawaai uit zei Sneep: 'En Griffoendor krijgt een punt aftrek omdat je zo
brutaal was, Potter .'
De rest van de les verliep ook niet bepaald gunstig voor de Grif foendors.
Sneep verdeelde hen in paren en ze moesten een eenvoudig drankje mengen
om zweren te genezen. Hij beende door de kerker in zijn lange zwarte
gewaad en keek hoe ze gedroo gde brandnetels afwogen en slangentanden
fijnstampten. Op iedereen had hij wel iets aan te merken, behalve op
Malfidus, die hij blijkbaar mocht. Net toen hij tegen de rest van de klas zei
dat ze moesten kijken hoe perfect Malfidus zijn gehoornde slakken had
gekookt, klonk er een luid gesis en kolkten er wolken gifgroene rook door
de kerker . Marcel was er op de een of andere manier in gesl aagd om de
ketel van Simon in een verwro ngen klomp metaal te veranderen en hun
toverdrank gutste over de stenen vloer en brandde gaten in de schoenen van
de leerli ngen. Binnen een paar tellen stond de hele klas op hun krukjes.
Marcel, die doordrenkt werd toen de ketel het begaf, kreunde van pijn. Zijn
armen en benen waren overdekt met kloppende rode zweren.
'Idioot!' snauwde Sneep, die de gemorste toverdrank opruimde met één
zwaai van zijn stok. 'je hebt de stekelvarkenstekels er zeker bij gedaan
zonder de ketel van het vuur te nemen?'
Marcel jammerde zacht, terwijl er nu ook grote zweren verschenen op zijn
neus.
'Breng hem naar de ziekenboeg! ' snauwde Sneep tegen Simon en hij richtte
zijn aandacht op HarrHQ5RQGLHQDDVW0DUFHOEH]LJZDUHQJHZHHVW.
'jij daar Potter . W aarom heb je niet gezegd dat hij die stekels er nog niet bij
moest doen? Je dacht zeker dat jij extra goed voor de dag zou komen als hij
er een rotzooitje van maakte, hè? Dat kost Grif foendor nog een punt.'
Die beschuldigi ng was zo onee rlijk dat Harr zijn mond opendeed om te

protesteren, maar Ron schopte hem achter hun ketel.
'Hou je gedeisd, ' mompelde hij. 'Ik heb gehoord dat je aan Sneep een hele
kwaaie kunt hebben.'
Toen ze een uur later de kerke r verlieten, voelde Harr zich verward en
somber. In zijn eerste week had hij Grif foendor al twee punten gekost.
Waarom had Sneep zo'n vreselijke hekel aan hem?
'Kop op,' zei Ron. 'Sneep trekt ook altijd punten af bij Fred en Geor ge. Mag
ik mee naar Hagrid?'
Om vijf voor drie verlieten ze het kasteel en staken het terrein over. Hagrid
woonde in een klein houten huisje aan de rand van het verboden bos.
Buiten, bij de deur , lagen een paar overschoenen en een kruisboog.
Toen Harr klopte, hoorden ze binnen een wild gekrabbel en een
oorverdovend geblaf. 'Af, Muil' bulderde Hagrid.
De deur ging op een kier open en Hagrids grote, harige gezicht verscheen.
'Wacht ef fe,' zei hij. 'Af, Muil.'
Hij liet hen binnen terwijl hij met moeite een reusachtige zwarte wolfshond
in bedwang hield.
Het huis bestond uit één enkele ruimte. Aan het plafond hingen hammen en
fazanten, boven het haardvuur borrelde een koperen ketel en in de hoek
stond een enorm bed met een lappendeken.
'Doe alsof jullie thuis zijn,' zei Hagrid, die Muil losliet. De hond sprong op
Ron af en begon zijn oren te likk en. Blijkbaar was Muil, net als Hagrid, niet
zo woest als hij er uitzag.
'Dit is Ron,' zei Harr tegen Hagrid, die kokend water in een grote theepot
schonk en krentenbollen op een bord deed.
'Alweer een Wemel, hè?' zei Hagrid, met een blik op Rons sproeten. 'Ik ben
me halve leven bezig om je tweelingbroers uit 't bos te jagen.'
De krentenbollen waren zo hard dat ze er hun tanden bijna op braken, maar
Harr en Ron deden alsof ze lekker waren en vertelden Hagrid over hun
eerste lessen. Muil legde zijn kop op Harr
V knie en kwijlde zijn gewaad
onder .
Tot genoegen van HarrHQ5RQRPVFKUHHI+DJULGV ilder als 'die ouwe zak'
'En wat die kat betreft, die mevrouw Norks, die zou ik graag es voorstellen
aan Muil. Weet je dat ze me altijd overal volgt als ik in de school ben? Ik
ken d'r gewoon niet afschudden dat moet ze van V ilder.'
Harr vertelde over de eerste les van Sneep. Net als Ron zei Hagrid dat
Harr zich geen zor gen moest maken en dat Sneep bijna niet één leerling

aardig vond.
'Maar het is net alsof hij mij echt haat.'
'Onzin!' zei Hagrid. 'Waarom in vredesnaam?'
Desondanks had HarrGHLQGUXNGDW+DJULGKHPQLHWHFKWZLOGHDDQNLMNHQ.
'Hoe gaat 't met je broertje Charlie?' vroeg Hagrid aan Ron. 'Ik mocht hem
graag hij kon goed met beesten overweg.'
Harr vroeg zich af of Hagrid opzettelijk van onderwerp was veranderd.
T erwijl Ron vertelde over Charlie's werk met draken, pakte Harr een
stukje papier dat half onder de theemuts lag. Het was een knipsel uit De
Ochtendprofeet:
LAA TSTE NIEUWS INBRAAK GOUDGRIJP Het onderzo ek naar de
inbraak bij Goudgrijp op 31 juli, die voor het werk van onbeken de, Duistere
heksen of tovenaars wordt gehouden, duurt voort.
Kobolden van Goudgrijp benadrukten vandaag dat er niets ontvreemd was.
De doorzochte kluis was juist die dag geleegd. 'Maar we zeggen toch niet
wat erin zat, dus hou je erbuiten , als je weet wat goed voor je is,' verklaarde
de zegskobold van Goudgrijp.
Harr herinnerde zich dat Ron hem in de trein had verteld dat iemand
geprobeerd had Goudgrijp te beroven, maar hij had niets gezegd over de
datum.
'Hagrid!' zei hij. 'Die inbraak bij Goudgrijp was op mijn verjaardag!
Misschien wel net toen wij er ook waren!'
Nu was het over duidelijk dat Hagrid hem niet wilde aankijken. Hij gromde
en liet de krent enbollen nogmaals rondgaan. Harr las het artikeltje nog
eens over. De doorzochte kluis was juist die dag geleegd. Hagrid had kluis
713 leeggehaald, als je dat tenm inste legen kon noemen. Er had alleen een
groezelig pakje in gezeten. Hadden de dieven dat gezocht?
Toen Harr en Ron tegen etenstijd terugliepen naar het kaste el, met hun
zakken vol krentenbollen die ze uit beleefdheid niet hadden willen afslaan,
bedacht Harr dat geen enkele les hem tot dusver zo veel stof tot nadenken
had gegeven als hun bezoek aan Hagrid. Had Hagrid dat pakje net op tijd
opgehaald? Waar was het nu? En wist Hagrid iets over Sneep, iets wat hij
niet aan HarrZLOGHYHUWHOOHQ?

Hoofd stu k 9
DUEL OM MIDDERNACHT
Harr had nooit gedacht dat hij nog eens iemand zou ontmoeten aan wie hij
een grotere heke l had dan aan Dirk, maar dat was voor hij Draco Malfidus
leerde kennen. Gelukkig deden de Grif foendors alleen toverdranken samen
met Zwadderich en hadden ze weinig last van Malfidus, maar dat
veranderde toen ze een briefje in de leerlingenkamer zagen hangen. Ze
lazen het en kreunden hartgrondig. Op donderdag begonnen de vlieglessen
en Grif foendor was bij Zwadderich ingedeeld.
TSLVFK
zei Harr duister . 'Precies wat ik altijd gewild heb. Compleet voor
gek zitten op een bezem waar Malfidus bij is.' Hij had zich juist zo
verheugd op leren vliegen. 'Je weet niet of je voor gek zult staan,' zei Ron
sussend. 'Malfidus leutert altijd maar dat hij zo goed is in Zwerkbal, maar
volgens mij is dat grootspraak.'
Malfidus praatte inderdaad veel over vliegen. Hij klaagde luidkeels over het
feit dat eerstejaa rs niet in aanm erking kwamen voor het Zwerkbalteam en
vertelde lange, opschepperige verhalen, die er altijd mee eindig den dat hij
op het nippertje ontsnapte aan Dreuzels in helikopters. Hij was trouwens
niet de enige: als je Simon Filister mocht geloven, had hij het grootste
gedeelte van zijn kindertijd op een bezem doorgebracht. Zelfs Ron vertelde
aan iedereen die maar wilde luisteren over die keer dat hij bijn a tegen een
hangglider was geknald op Charlie's oude bezem, iedereen die uit een
tovenaarsfamilie kwam had het constant over Zwerkbal. Ron had al een
fikse ruzie over voetbal gehad met Daan Tomas, die bij hen op de zaal sliep.
Ron snapte niet wat er zo spannend was aan een spel met één bal, waarbij
niemand mocht vliegen. Harr had Ron met een stok tegen Daan’ s poster
van W est Ham zien porren, in een poging de voetballers te laten bewegen.
Marcel had nog nooit van zijn leven op een bezemsteel gezeten, omdat zijn
grootmoeder dat streng verboden had. Eerlijk gezegd vond Harr dat ze
daar groot gelijk in had gehad, omdat Marcel ook als hij met beide benen op
de grond stond al een onevenredig groot aantal ongelukken veroorzaakte.
Hermelien Griffel was bijna net zo zenuwachtig als Marcel als het om
vliegen ging. Dat kon je niet uit boeken leren al had ze dat wel geprobeerd.
Donderdagochtend, na het ontbijt, verveelde ze iedereen dood met tips die

ze had opgepikt uit een boek uit de bibliotheek, Zwerkbal Voor Beginners.
Marcel hing aan haar lippen, want hij greep alles gretig aan wat hem kon
helpen om op zijn bezemsteel te blijven zitten, maar de and eren waren
dolblij toen Hermeliens gezeur onderbroken werd door de komst van de
post.
Harr had niet één brief meer gekregen sinds het kattenbelletje van Hagrid
en dat was Malf idus uiteraard ook opgevallen. Malfidus' uil bracht constant
pakken snoep van thuis, die hij handenwrijvend openmaakte aan de tafel
van Zwadderich.
Een kerkuil bracht een klein pakje van Marcels grootmoeder . O pgewonden
maakte hij het open en liet de anderen een glazen bal zien, zo groot als een
stuiter en gevuld met witte rook.
'Een Geheugens teen!' zei hij. 'Oma weet dat ik vaak dingen vergeet hieraan
kun je zien of je iets vergeten bent. Kijk, je houdt hem stevig in je hand en
als hij rood wordt o...' Zijn gezicht betrok, want de Geheugen steen kreeg
plotseling een vuurrode kleur , '... dan ben je iets vergeten...'
Marcel probeerde zich net te herinneren wat hij vergeten was toen Draco
Malfidus langs de tafel van Griffoendor liep en de Geheugenst een uit zijn
hand griste.
Harr en Ron sprongen overeind. Ze hoopten half en half dat ze Malfidus te
lijf zoud en kunnen gaan, maar professor Anderling, die van alle leraren het
snelst zag wanneer er iets aan de hand was, stond in een oogwenk aan hun
tafel.
'Wat gebeurt hier?'
'Malfidus heeft mijn Geheugensteen, professor.' Met een nijdig gezicht
gooide Malfidus de Geheugensteen weer op tafel.
'Ik wou alleen even kijken,' zei hij en hij sjokte verder , met Korzel en Kwast
op zijn hielen.
Om half vier 's middags liepen Harry, Ron en de andere Grif foendors
haastig het bord es af voor hun allereerste vliegles in het park. Het was een
mooie, winderige dag en het gras golfde onder hun voeten terwijl ze over de
zacht glooiende gazons naar het oefenveld liepen. De bomen van het
verboden bos, helemaal aan de andere kant van het terrein, zwaaiden duister
heen en weer .
De Zwadderaars waren er al en twintig bezemstelen lagen in een keurige rij
op de grond. Harr had Fred en Geor ge Wemel horen klagen over de
schoolbezems. Ze zeiden dat sommige begonnen te trillen als je te hoog

steeg of een kleine afwijking naar links hadden.
Hun vlieginstructrice, madame Hooch, arriveerde ook. Ze had kort grijs
haar en gele ogen, als een havik.
'Waar wachten jullie op?' blafte ze. 'iedereen naast een bezemsteel. Vooruit,
schiet op.'
Harr keek naar zijn bezem. Hij was oud en sommige takjes staken alle
kanten uit.
'Hou je rechterhand boven je bezem en zeg "Omhoog!" riep madame
Hooch, die voor de leerlingen stond.
'OMHOOG!' riep iedereen.
Harr
V bezem sprong meteen in zijn hand, maar hij was een van de
weinigen. Die van Hermelien was alleen omgerold en die van Marcel had
helemaal niet bewogen. Misschien voelden bezems, net als paar den, of hun
berijder bang was, dacht Harry; aan de trilling in Marcels stem hoorde je
duidelijk dat hij zijn voeten veel liever stevig op de grond hield.
Vervolgens deed madame Hooch voor hoe je moest opstappen zonder van je
bezem te glijden en liep langs de leerlingen om hun greep te corrigeren. Tot
hun genoegen hoorden Harr en Ron haar tegen Malfidus zeggen dat hij het
al jaren verkeerd deed.
'Als ik op mijn fluitje blaas, zetten jullie je hard af tegen de grond,' zei
madame Hooch. 'Hou je bezem recht, stijg ongeveer een meter en daal dan
weer door je iets naar voren te buigen. W acht op mijn fluitje! Drie twee -'
Maar Marcel, die nerveus en onrustig was en bang was dat hij als enige op
de grond zou blijven staan, zette zich nog voor madame Hooch het fluitje
naar haar mond had gebracht al uit alle macht af.
'Kom terug, jongen!' riep ze, maar Marcel schoot omhoog, als een kurk uit
een fles vier meter zes meter . Harr zag zijn angstige, bleke gezicht omlaag
kijken, naar de grond die in de diepte verween. Hij zag hem naar adem
happen, van zijn bezem glijden en BENG een dreun, een lelijk gekraak en
Marcel lag slap op de grond, met zijn gezicht in het gras. Zijn bezemsteel
rees hoger en hoger , dreef langzaam in de richting van het verboden bos en
verdween uit het zicht.
Madame Hooch boog zich over Marcel, met een gezicht dat net zo bleek
was als het zijne.
'Gebroken pols,' hoorde Harr haar mompelen. 'Vooruit, jongen het valt
mee. Sta op.'
Ze wendde zich tot de overige leerlingen.

'Niemand verroert een vin terwijl ik deze jongen naar de ziekenboeg breng!
jullie blijven van die bezems af, of jullie vliegen nog sneller van Zweinstein
dan je "Zwerkbal" kunt zeggen. Kom maar , jong.'
Marcel hobbelde met een betraand gezicht en zijn andere hand om zijn
gebroken pols met madame Hooch mee, die haar arm om zijn schouders
had.
Zodra ze buiten gehoorsafstand waren, barstte Malfidus in lachen uit.
'Zag je zijn smoel? W at een ongelooflijke kluns!'
De andere Zwadderaars lachten ook.
'Hou je kop, Malfidus,' snauwde Parvati Patil.
'Ooo, nemen we het op voor Lubbermans?' zei Patt Park van Zwadderich,
een meisje met een nors gezich t. 'Ik had nooit gedacht dat jij van dikke
kleine huilebalken hield, Parvati.'
'Kijk!' zei Malfidus, die iets van de grond griste. 'Daar heb je dat stomme
ding dat zijn grootmoeder heeft gestuurd.'
Hij hield de Geheugensteen omhoog, die glom in het zonlicht.
'Geef hier , Malfidus,' zei Harr]DFKW,HGHUHHQKLHOGRSPHWSUDWHQ.
Malfidus glimlachte venijnig.
'Ik denk dat ik hem ergens opberg, zodat Lubbermans hem later kan
ophalen wat dacht je van boven in een boom?'
'Geef hier!' schreeuwde Harry, maar Malfidus was al op zijn bezem
gesprongen en opgestegen. Hij had niet gelogen; hij kon inderdaad goed
vliegen. Hij bleef bij de hoogste takken van een eik zweven en riep; 'Kom
maar halen, Potter!'
HarrJUHHS]LMQEH]HP.
'Nee!' riep Hermelien Griffel. 'Madame Hooch zei dat we ons niet mochten
verroeren je werkt ons nog allemaal in de nesten.'
Harr negeerde haar . Het bloed bonsde in zijn oren. Hij stapte op zijn
bezem, zette zich hard af en sch oot omhoog. De lucht suisde door zijn haar,
zijn gewaad wapperde achter hem aan en in een flits van vreugd e besefte hij
dat hij iets had ontdekt waar hij goed in was zonder dat hij het hoefde te
leren; vliegen was een makkie, vliegen was fantastisch. Hij trok de bezem
iets verder omhoog, om extra te stijgen en hoorde de meisj es beneden
angstig gillen en Ron bewonderend joelen.
Hij maakte een scherpe bocht en bleef recht tegenover Malfidus zweven,
die zo te zien zijn ogen niet kon geloven.
'Geef hier,' riep Harry , 'of ik trap je van je bezem!'

'O ja?' zei Malfidus, die schamper probeerde te doen maar nogal ongerust
leek.
Harr wist op de een of andere manier precies wat hij moest doen. Hij boog
zich voorover , greep de bezemsteel met beide handen vast en schoot als een
speer op Malfid us af, die hem op het nippertje wist te ontwijken. Harry
maakte opnieuw een scherpe bocht en bleef zweven. Een paar mensen
applaudisseerden.
'Nu heb je geen Korzel en Kwast om je hachje te redden, Malfidus,' riep
Harry.
Die gedachte was blijkbaar ook bij Malfidus opgekomen.
'Pak hem dan, als je kan!' riep hij. Hij gooide de glazen bal in de lucht en
schoot naar de grond.
Harr zag de bal opstijgen en vallen, alsof het in slow motion gebeurde. Hij
boog zich voorover , drukte zijn bezemsteel omlaag en dook naar beneden,
sneller en sneller , in een poging de bal te grijpen. De wind floot in zijn oren,
de leerli ngen gilden, hij strekte zijn hand uit en nog geen halve meter boven
de gron d ving hij de bal op en kon hij de bezem nog net op tijd
rechttrekken. Hij plofte zacht op het gras, met de Geheugensteen in zijn
vuist.
'HARR Y POTTER!'
Zijn vreugde daalde nog sneller dan zijn bezem had gedaan. Professor
Anderling kwam aanrennen. T rillend krabbelde HarrRYHUHLQG.
'Nog nooit in al de tijd dat ik lesgeef op Zweinstein -' Professor Anderling
was bijna sprakeloos van schrik en haar brillenglazen flitsten woedend.
'Hoe durf je je had je nek wel kunnen breken -'
'Het was zijn schuld niet, professor -' 'Hou je mond, Patil.' 'Maar Malfidus -'
'Genoeg, Wemel. Kom mee, Potter .'
Harr zag de triomfantelijke gezichten van Malfidus, Korzel en Kwast
terwijl hij versuft achter professor Anderling aansjokte, die met grote
passen naar het kasteel liep. Hij wist zeker dat hij van school zou worden
gestuurd. Hij wilde iets zeggen, zichzelf verdedigen, maar het was alsof hij
iets aan zijn stembanden had. Professor Anderling marcheerde verder,
zonder om te kijken; hij moest hollen om haar bij te houden. Hij had het
verknald. Hij had het nog geen twee weken uitgehouden. Over tien minuten
zou hij bezig zijn koffers te pakken. Wat zouden de Duf felings zeggen als
hij plotseling weer op de stoep stond?
Ze liepen het bordes en de mar meren trap op en nog steeds zei professor

Anderling niets. Ze rukte deuren open en beende door de gangen, met een
ellendige Harr in haar kielzog. Misschien bracht ze hem naar
Perkamentus. Hij dacht aan Hagrid, die ook van school was gestuurd maar
had mogen aanblijven als terreinknecht. Misschien kon hij Hagrids hulpje
worden. Zijn maag draaide om bij die gedachte: Ron en de anderen die
volleerde tovenaars werden, terwijl hij over het terrein sjokte en Hagrids tas
droeg.
Professor Anderling stopte bij een lokaal en stak haar hoofd om de deur .
'Neemt u me niet kwalijk, professor Banning, maar mag ik Plank even?'
Plank? dacht Harr verbijsterd. Bedoelde ze een stuk hout, om hem mee af
te ranselen?
Plank was echter een mens, een gespierde vijfdeklasser , die nogal verbaasd
de gang opkwam.
'Kom mee,' zei professor Anderling en ze liepen de gang uit. Plank keek
HarrQLHXZVJLHULJDDQ.
'Hierheen.'
Professor Anderling loodste hen naar een lokaal dat leeg was, op Foppe na,
die vieze woorden op het schoolbord kalkte.
'Maak dat je wegkomt, Foppe!' blafte ze. Foppe gooide het krijtje met een
klap in de prullenbak en scheerde vloekend naar buiten. Professor
Anderling smeet de deur dicht en keek de twee jongens aan.
'Potter, dit is Olivier Plank. Plank ik heb een Zoeker voor je.' Planks
uitdrukking veranderde van verwarring in verrukking. 'Meent u dat,
professor?'
'Absoluut,' zei professor Anderling. 'Die jongen is een natuurtalent. Ik heb
nog nooit zoiets gezien. Was dat de eerste keer dat je op een bezemsteel zat,
Potter?'
Harr knikte zwijgend. Hij had geen flauw idee wat het allemaal te
betekenen had, maar kennelijk zou hij niet direct van school worden
gestuurd en hij kreeg weer wat gevoel in zijn benen.
'Hij ving dat ding na een duikvlucht van meer dan vijftien meter,' zei
professor Anderling. 'En hij had geen schrammetje. Dat zou zelfs Charlie
Wemel hem niet hebben nagedaan.'
Plank keek alsof al zijn dromen waren uitgekomen. 'Heb je ooit een
Zwerkbalwedstrijd gezien, Potter?' vroeg hij opgewonden.
'Plank is aanvoerder van het team van Griffoendor ,' legde professor
Anderling uit.

'En hij heeft ook precies de goed e bouw voor een Zoeker ,' zei Plank, die om
Harr heen liep. 'Licht behendig we moeten wel een fatsoenlijke bezem
voor hem zien te versieren, professor een Nimbus 2000 of een Helleveeg 7,
lijkt me.'
'Ik zal het er met professor Perkamentus over hebben en kijken of er niet te
sjoemelen valt met die eerstejaarsregel. We hebben dringend behoefte aan
een beter team dan vorig jaar. In die laatste wedstrijd zijn we werkelijk
afgemaakt door Zwadderich. Ik durfde Severus Sneep wekenlan g niet recht
in het gezicht te kijken...'
Professor Anderling staarde HarrVWUHQJDDQRYHUGHUDQGYDQKDDUEULO.
'Ik wil wel horen dat je hard traint, Potter . Anders kom ik misschien terug
op mijn besluit om je niet te straf fen.' Plotseling glimlachte ze.
'Je vader zou trots op je zijn geweest,' zei ze. 'Hij was zelf ook een
uitstekende Zwerkballer .'
'Dat meen je niet?'
Het was etenstijd en Harr had net aan Ron verteld wat er gebeurd was toen
hij was afgevoerd door professor Anderling. Ron had een stuk pastei aan
zijn vork, maar scheen dat totaal ver geten te zijn.
'Zoeker?' zei hij. 'Maar eerstejaa rs worden nooit, je moet de jongste speler
zijn in zo'n -'
'Honderd jaar,' zei Harry , die zijn mond volpropte met pastei. Hij had extra
veel honger na al die opwinding. 'Dat zei Plank tenminste.'
Ron was zo verbijsterd, zo onder de indruk dat hij Harr alleen maar kon
aangapen.
'Volgende week begint de training,' zei Harry . 'Maar zeg het verder tegen
niemand. Plank wil het nog geheim houden.'
Fred en Geor ge Wemel kwamen de zaal binnen, zagen Harr zitten en
liepen naar hem toe.
'Goed gedaan,' zei Geor ge zacht. 'We hoorden het van Plank. Wij zitten ook
in de ploeg als Drijvers.'
'Ik weet zeker dat wij dit jaar de Zwerkbalcup winnen,' zei Fred. 'Dat is ons
niet meer gelukt sinds het vertrek van Charlie, maar dit jaar hebben we een
fantastisch team. Je moet wel erg goed zijn, Harry. Plank maakte zo
ongeveer een vreugdedansje toen hij het vertelde.'
'Afijn, we moeten weer gaan. Leo Jordaan beweert dat hij een nieuwe
geheime gang naar buiten heeft ontdekt.'
'Vast die gang achter het beeld van Gregorius de Kruiper , die wij in onze

eerste week al hebben gevonden. Tot ziens.'
Fred en Geor ge waren nauwelijks weg toen er een heel wat minder
welkome bezoeker verscheen: Malfidus, geflankeerd door Korzel en Kwast.
'Aan je galgenm aal bezig, Potter? Wanneer neem je de trein terug naar de
Dreuzels?'
'Je bent heel wat dapperder als je vaste grond onder je voeten hebt en je
kleine vriendjes bij je hebt,' zei Harr koel. Korzel en Kwast waren
allesbehalve klein, maar de Oppertafel zat vol met leraren en ze konden
alleen maar met hun vingers knakken en HarrYXLODDQNLMNHQ.
'Ik neem het zo in m'n eentje tegen je op,' zei Malfidus. 'Vanavo nd nog, als
je dat wilt. Een tovenaarsduel. Alleen toverstokken geen lichamelijk
contact. W at is er? Zeker nog nooit van een tovenaarsduel gehoord?'
'Natuurlijk wel,' zei Ron, die zich snel omdraaide. 'Ik ben zijn secondant.
W ie neem jij?'
Malfidus keek schattend naar Korzel en Kwast.
'Korzel.' zei hij. 'Wat dacht je van middernacht? In de prijzenkamer , die is
nooit op slot.'
Nadat Malfidus was vertrokken, keken HarrHQ5RQHONDDUDDQ.
'Wat is een tovenaarsduel?' zei Harry . 'En hoe bedoel je dat je mijn
secondant bent?'
'Nou, een secondant neemt de boel over als de duellist het loodje legt,' zei
Ron nonchalant en hij stak eindelijk zijn hap koude pastei in zijn mond.
Toen hij Harr
V gezicht zag voegde hij er haastig aan toe: 'Maar mensen
gaan alleen dood in echte duels, je weet wel, tussen echte tovenaars. Jij en
Malfidus kunnen elkaar hoogstens met vonken besproeien. Jullie kennen
niet voldoende toverkunst om echt schade aan te richten. En ik wed
trouwens dat hij dacht dat je zou weigeren.'
'Maar als ik nou met mijn toverstok zwaai en er gebeurt niets?' Dan gooi je
je stok weg en geef je hem een dreun,' suggereerde Ron.
'Neem me niet kwalijk.'
Ze keken op en zagen Hermelien Grif fel.
'Kun je hier niet eens rustig eten?' zei Ron.
Hermelien negeerde hem en zei tegen Harr 'Ik hoorde toevallig wat jij en
Malfidus zeiden -'
'Heel toevallig, ja,' mompelde Ron.
'en je mag niet 's nachts door school zwerven. Denk eens aan de punten die
Griffoendor kwijtraakt als je bet rapt wordt en je wordt vast betrapt. Je bent

heel erg egoïstisch bezig.'
'En bemoei jij je alsjeblieft met je eigen zaken,' zei Harry .
'Tot over heel lang,' zei Ron.
Desondanks was het niet bepaal d het volmaakte einde van de dag, bedacht
Harr toen hij later wakker lag en luisterde naar het gesnurk van Daan en
Simon (Marcel was nog niet terug uit de ziekenboeg). Ron had hem de hele
avond goedbedoelde raad gegeven, zoals: 'Ik zou wegduiken als hij je
probeert te vervloeken, want ik kan me niet herinneren hoe je vloeken moet
blokkeren.' Ze liepen grote kans om betrapt te worden door Vilder of
mevrouw Norks en Harr had het gevoel dat hij zijn geluk wel erg op de
proef stelde door op één dag de regels twee keer te overtred en. Aan de
andere kant zag hij het smalende gezicht van Malfidus steeds opdoemen uit
het duist er. Dit was zijn grote kans om Malfidus in een eerlijk duel een lesje
te leren en die kon hij niet voorbij laten gaan.
'Halftwaalf,' mompelde Ron uiteindelijk. 'Laten we gaan.'
Ze trokken hun ochtendjas aan, pakten hun toverstokken en slopen naar de
wenteltrap. In de leerlingenkam er smeulde het haardvuur nog na, zodat de
fauteuils gebochelde zwarte schimmen leken. Ze waren bijna bij het
portretgat toen uit de dichtstbijzijnde stoel een stem opklonk. 'Ik kan
gewoon niet geloven dat je dit echt wilt doorzetten, Harry .'
Een lamp flakke rde en ze zagen Hermelien Griffel, met een roze ochtendjas
en een nijdig gezicht.
'Jij!' zei Ron woedend. Ga terug naar bed'
'Het heeft maar weinig gescheeld of ik had het tegen je broer gezegd,'
snauwde Hermelien. 'Perc is klassenoudste die zou er wel een stokje voor
hebben gestoken.'
HarrNRQJHZRRQQLHWJHORYHQGDWLHPDQG]REHPRHL]XFKWLJNRQ]LMQ.
'Vooruit,' zei hij tegen Ron. Hij duwde het portret van de Dikke Dame opzij
en klom door het gat.
Hermelien was niet van plan om zich zo gemakkelijk gewonnen te geven.
Ze volgde Ron door het gat en siste als een boze gans: 'Geven jullie dan
niks om Grif foendor? Jullie denken alleen aan jezelf. Ik wil niet dat
Zwadderich de beker wint en door jullie raken we nu vast alle punten kwijt
die ik va n profes sor Anderling heb gekregen omdat ik die spreuken wist bij
Wisselvloeken.'
'Ga weg.'
'Goed, maar ik heb jullie gewaarschuwd! Morgen, als jullie in de trein naar

huis zitten, denken jullie vast nog vaak aan wat ik gezegd heb. Jullie zijn zo
-'
Ze kwamen er nooit achter wat ze waren, want toen Hermelien aan de
Dikke Dame wilde vragen om weer binnengelaten te worden, zag ze een
leeg schilderij. De Dikke Dame was bij iemand op nachtbezoek en
Hermelien kon de toren van Grif foendor niet meer in.
'Wat nu?' vroeg ze schril.
'Dat is jouw probleem,' zei Ron. 'Wij moeten gaan, anders komen we te
laat.'
Nog voor ze aan het einde van de gang waren, werden ze al ing ehaald door
Hermelien. 'Ik ga mee,' zei ze. 'V ergeet het maar!'
'Denk je soms dat ik hier blijf staan tot ik gesnapt word door Vilder? Als hij
ons alle drie betrapt, vertel ik wat er aan de hand is. Dan zeg ik dat ik jullie
probeerde tegen te houden en kunnen jullie dat bevestigen.'
'Je hebt wel lef' begon Ron luid.
'Hou alsjeblieft je mond!' zei Harr scherp. 'Ik hoor iets.' Het was een soort
gesnuif.
'Mevrouw Norks?' fluisterde Ron, die door het duister tuurde.
Het was mevrouw Norks niet, maar Marcel. Hij lag te snurken op de grond,
maar schrok wakker toen ze naar hem toe slopen.
'Godzijdank! Ik lig hier al uren. Ik weet het nieuwe wachtwoord niet meer .'
Niet zo hard, Marcel. Het wachtwoord is "varkenssnuit" maar daar heb je
nu niets aan. De Dikke Dame is pleite.' Hoe is het met je arm?' vroeg Harry .
'prima,' zei Marcel, die zijn arm liet zien. 'Madame Plijster had hem binnen
een minuut genezen.'
'Goed zo nou, hoor eens, Marcel, we moeten gaan, maar we komen later -'
'Laat me niet alleen!' zei Marcel, die haastig overeind krabbelde. 'Ik wil niet
in m'n eentje achterblijven. De Bloederige Baron is al twee keer
langsgeweest.'
Ron keek op zijn horloge en wierp een woedende blik op Hermelien en
Marcel.
'Als we door jullie toedoen worden gesnapt, zal ik niet rusten voor ik de
Vloek van de Druipneus heb geleerd waar Krinkel over vertelde en ik die
tegen jullie heb gebruikt.'
Hermelien deed haar mond open, misschien om Ron te verte llen hoe de
Vloek van de Druipneus precies ging, maar Harr siste dat ze haar mond
moest houden en wenkte.

Ze draafden door gangen waar het maanlicht in banen door de hoge ramen
viel. Bij elke hoek verwachtte Harr dat ze Vilder of mevrouw Norks tegen
het lijf zouden lopen, maar ze hadden geluk. Ze holden de trap op naar de
derde verdieping en slopen op hun tenen naar de prijzenkamer .
Malfidus en Korzel waren er nog niet. De kristallen vitrines schitterden in
het maanlicht. Bekers, schilden, schalen en beeldjes glansden zilver- en
goudkleurig in het schemerduist er. Ze schuifelden langs de muu r en hielden
de deuren aan beide kanten in de gaten. Harr pakte zijn toverst ok, voor het
geval Malfidus onverwacht binnenkwam en hem direct te lijf ging. De
minuten kropen voorbij.
'Hij is laat. Misschien durft hij niet,' fluisterde Ron.
Plotseling hoorden ze een gelui d in de aangrenzende kamer en maakten ze
een sprongetje van schrik. Harry hief net zijn toverstok op toen ze een stem
hoorden en niet die van Malfidus.
'Ruik maar eens goed, m'n liefje. Misschien verschuilen ze zich in een
hoek.'
Het waren Vilder en mevrouw Norks. Vol afschuw gebaarde Harr dat de
anderen hem moesten volgen; snel en geruisloos repten ze zich naar de
andere deur. Marcels gewaad was nog maar net om de hoek gefladderd toen
ze Vilder de prijzenkamer binnen hoorden komen.
'Ze moe ten hier zijn,' hoorden ze hem mompelen. 'Waarschijnlijk houden ze
zich ergens schuil.'
'Hierheen!' fluisterde Harr tegen de anderen en hoewel ze ver stijfd waren
van schrik, slop en ze toch haast ig door een lange galerij vol harnassen. Ze
hoorden Vilder dichterbij komen. Plotseling maakte Marcel een angstig,
piepend geluidje en zette het op een lopen. Hij struikelde, greep Ron om
zijn middel en viel tegen een harnas.
Er volgd e voldoende geratel en gekletter om het hele kastee l wakker te
maken.
'LOPEN!' schreeuwde Harr en ze sprintten de galerij uit, zonder te kijken
of Vilde r hen volgde. Ze zwaaid en om de deurpost heen en holden door de
ene gang na de andere. Harr ging voorop, ook al had hij geen idee waar ze
waren. Ze doke n onder een wandkleed door, merkten dat ze zich in een
geheime gang bevonden, renden die zo snel mogelijk door en kwamen uit
bij het Bezweringenlokaal, dat een heel eind van de prijzenkamer was.
'Volgens mij zijn we hem kwijt,' hijgde Harry, die tegen de kille muur
leunde en zijn voorhoofd afveegde. Marcel stond dubbelgebogen uit te

blazen.
'Ik zei 't toch,' pufte Hermelien, die haar hand tegen haar zij drukte. 'Ik zei 't
toch.'
'We moeten zo snel mogelijk terug naar onze eigen toren,' zei Ron.
'Malfidus heeft je beetgenomen,' zei Hermelien tegen Harry. 'Dat snap je
toch wel? Hij was helemaal niet van plan om te komen opdagen, V ilder wist
dat er iemand in de prijzenkamer zou zijn. Waarschijnlijk heeft hij een tip
gekregen van Malfidus.'
Harr dacht dat ze waarschijnlijk gelijk had, maar hij was niet van plan om
dat toe te geven.
'Laten we gaan.'
Zo eenvoudig was het niet. Na hoogstens tien passen rammelde er een
deurknop en kwam er iets uit een lokaal schieten.
Het was Foppe. Hij slaakte een kreetje van verrukking toen hij hen zag.
'Hou alsjeblieft je mond, Foppe dadelijk worden we nog van school
gestuurd.' Foppe grinnikte.
'Stiekem rondsluipen in het holst van de nacht? Kleine eerstejaa rtjes? Foei,
foei, foei. Stouterdjes, stouterdjes. W ie weet worden jullie wel gesnapt.'
Niet als je ons niet verraadt. Alsjeblieft, Foppe.'
Eigenlijk zou ik het tegen Vilder moeten zeggen,' zei Foppe met zijn
braafste stem, maar met een boosaardige schittering in zijn ogen. 'Het is
voor jullie eigen bestwil, weet je.'
'Uit de weg!' snauwde Ron, die uithaalde naar Foppe en dat was een grote
vergissing.
'LEERLINGEN UIT BED!' brulde Foppe. 'LEERLINGEN UIT BED OP
DE BEZWERINGENGANG!'
Ze doke n onder Foppe door en renden voor hun leven. Helemaal aan het
eind van de gang kwamen ze bij een deur en die zat op slot.
'We zijn er geweest!' kreunde Ron terwijl ze hulpeloos tegen de deur
duwden. 'W e kunnen het wel schudden! Zeg maar dag met je handje!'
Ze hoorden voetstappen: Vilder die haastig op het geschreeuw van Foppe
afkwam.
'Opzij!' snauwde Hermelien. Ze greep Harr
V toverstok, tikte op het slot en
fluisterde: 'Alohomora.'
Het slot klikte en de deur zwaaide open. Ze sprongen naar binne n, deden de
deur dicht, drukten hun oren ertegen en luisterden.
'Waar zijn ze, Foppe?' zei V ilder. 'Vooruit, zeg op. Snel.'

'Eerst "alsjeblieft" zeggen.'
'Hou op met dat gedonder, Foppe! Waar zijn ze?'
'Ik zeg toch niet niks als jij niet alsjeblieft zegt!' zei Fopp e, met zijn
irritante, zangerige stem.
'Nou, goed dan alsjeblieft.'
'NIKS! Ha ha! Ik zei toch dat ik niet niks zou zeggen als jij niet alsjeblieft
zei! Ha ha! Haaaa!' Ze hoorden Foppe wegsuizen en Vilder woedend
vloeken.
'Hij denkt dat deze deur op slot is,' fluisterde Harry. 'Nu redden we het wel
hou op, Marcel!' Marcel zat al minstens een minuut aan de mouw van
Harr
VRFKWHQGMDVWHSOXNNHQ
W at is er nu weer?'
Harr draaide zich om en zag maar al te goed wat er was. Even dacht hij dat
hij in een nachtmerrie verzeild was geraakt, het was gewoon te veel, na
alles wat ze al hadden meegemaakt.
Ze stonden niet in een kamer , zoals hij eerst had gedacht, maar in een gang.
De verb oden gang op de derde verdieping. En nu begreep hij waarom hij
verboden was.
Ze keken recht in de ogen van een monsterlijke hond, een hond die zo groot
was dat zijn rug tegen het plafond schraapte. Hij had drie koppe n. Drie paar
rollende, krankzinnige ogen; drie neuzen, die trillend en snuivend in hun
richting wezen; drie kwijlende bekken, vol enorme gele tanden en
slijmerige speekseldraden.
De hond staarde hen roerloos aan, met al zijn zes ogen en Harry besefte dat
ze alleen nog niet dood waren omdat het beest verrast was door hun
plotselinge verschijning. Aan zijn oorverdovende gegrom te horen, kwam
hij echter snel over zijn verbazing heen.
Harr tastte naar de deurknop; als hij moest kiezen tussen Vilder en een
pijnlijke dood, viel de keuze toch op V ilder.
Ze struik elden naar buiten, Harr smeet de deur met een klap dicht en ze
holden haastig de gang uit. Waarschijnlijk was Vilder ergens anders gaan
zoeken, want ze zagen hem niet, maar dat kon hen eigenlijk niets meer
schelen. Ze wilden alleen nog zo ver mogelijk van dat monster vandaan
zien te komen. Ze hielden pas op met rennen toen ze bij het portret van de
Dikke Dame op de zevende verdieping waren.
'Waar zijn jullie in vredesnaam geweest?' vroeg ze, met een blik op hun
openhangende ochtendjassen en rode, zweterige gezichten.
'Doet er niet toe varkenssnuit, varkenssnuit,' hijgde Harr en het portret

klapte weg. Ze klauterden door het gat en ploften trillend neer in de stoelen
in de leerlingenkamer .
Het duurde een tijdje voor iemand iets zei en het zag er zelfs naar uit dat
Marcel zijn mond nooit meer open zou doen.
'Waarom denk je dat zo'n beest opgesloten zit in een school?' zei Ron
uiteindelijk. 'Als er ooit een hond nodig uitgelaten moet worde n, is hij het
wel.'
Hermelien was weer op adem en had ook haar slechte humeur terug.
'Hebben jullie eigenlijk wel ogen in je hoofd?' beet ze hen toe. 'Zagen jullie
niet waar hij op stond?'
'De vloe r?' opperde Harry. 'Ik keek eigenlijk niet naar zijn poten. Ik had het
te druk met zijn koppen.'
'Nee, niet op de vloer . Hij stond op een luik. Het is duidelijk dat hij iets
bewaakt.'
Ze stond op en keek de anderen woedend aan.
'Ik hoop dat jullie blij zijn. We hadden allemaal opgevreten kunnen worden
of nog erger , va n school gestuurd. Als jullie het niet erg vinden, ga ik nu
naar bed.'
Ron staarde haar met open mond na.
'Nee, dat vinden we helemaal niet erg,' zei hij. 'Je zou nog denken dat we
haar hadden gedwongen om mee te gaan!
Hermelien had Harr echter stof tot nadenken gegeven. Dus die hond
bewaakte iets, dacht hij terwijl hij in bed stapte. Wat had Hagrid ook alweer
gezegd? Goudgrijp was de allerveiligste plek ter wereld als je iets wilde
bewaren op Zweinstein na.
Het zag ernaar uit dat Harr had ontdekt waar dat groezelige pakje uit kluis
713 was gebleven.

Hoofd stu k 1 0
HALLOWEEN
Malfidus kon zijn ogen niet geloven toen Harr en Ron de volgende dag
nog op school waren en er weliswaar moe uitzagen, maar verder heel
opgewekt waren, 's Ochtends dachten Harr en Ron zelfs dat hun
ontmoeting met de driekoppige hond een geweldig avontuur was geweest
en popelden ze om opnieuw zoiets mee te maken. Onder het ontbijt vertelde
Harr over het pakje dat blijkb aar vanuit Goudgrijp naar Zweinstein was
gebracht en ze vroegen zich vaak en lang af wat er in hemelsnaam zo zwaar
bewaakt moest worden.
'Het moet ongelooflijk kostbaar of ongelooflijk gevaarlijk zijn,' zei Ron.
'Of allebei,' zei Harry .
Ze wiste n echter alleen dat het geheimzinnige voorwerp zo'n vijf centimeter
lang was. Daardoor was het onm ogelijk te raden wat het was, tenzij ze meer
aanwijzingen wisten te vinden.
Hermelien en Marcel hadden geen enkele belangstelling voor wat zich
onder de hond en het luik bevond. Marcel wilde alleen nog maar zo ver
mogelijk bij het beest uit de buurt blijven.
Hermelien praatte niet meer tegen Harr en Ron, maar ze was zo bazig en
betweterig dat ze dat als een zegen beschouwden. Ze zonnen op een manier
om wraak te nemen op Malfidus en tot hun genoegen werd er een week
later een pakje bezor gd dat daar heel geschikt voor leek.
De Grote Zaal stroomde 's ocht ends vol met uilen, zoals gewoo nlijk, maar
iedereen keek naar een lang, dun pak dat werd gedragen door zes grote
oehoes. Harry, die net zo nieuwsgierig was als de anderen, zag tot zijn
verbijstering dat de uilen plotsel ing neerdaalden en het pak bij hem op tafel
gooiden, zodat zijn spek op de grond viel. Ze waren nog maar nauwelijks
weggefladderd toen een andere uil een brief op het pak liet vallen.
Harr scheurde eerst de brief open en dat was maar goed ook, want er
stond:
OPEN DIT P AK NIET AAN T AFEL.
Het beva t je nieuwe Nimbus 2000, maar ik wil niet dat de ande ren zien dat
je een be zem hebt gekregen, anders willen ze er allemaal een. Olivier Plank

verwacht je vanavond om zeven uur op het Zwerkbalveld voor je eerste
training.
Professor M. Anderling
HarrNRQ]LMQEOLMGVFKDSQDXZHOLMNVYHUEHr gen. Hij gaf het briefje aan Ron.
'Een Nimbus 2000!' kreunde Ron jaloers. 'Ik heb er zelfs nooit eentje
aangeraakt!'
Ze gingen snel naar hun slaapzaal, want ze wilden de bezem uitpakken voor
de eerste les begon, maar in de hal versperden Korzel en Kwast hun de weg
naar de trap. Malfidus griste het pak uit Harr
VKDQGHQYRHOGHHUDDQ.
'Dat is een bezem,' zei hij en hij gooide het pak terug naar Harry , met een
mengeling van afgunst en venijn. 'Nu kun je het wel schudden, Potter.
Eerstejaars mogen geen bezems hebben.'
Ron kon zich niet inhouden.
'Het is niet zomaar een bezem,' zei hij. 'Het is een Nimbus 2000. Wat
hadden jullie thuis ook alweer , Malfidus? Een Komeet 260?' Ron grijnsde
tegen Harry. 'Kometen zien er flitsend uit, maar ze halen het niet bij een
Nimbus.'
'Wat weet jij daarvan, Wemel? Je zou nog niet eens de helft van de steel
kunnen betalen,' snauwde Malfidus. 'Jij en je broertjes sparen zeker twijgje
voor twijgje bij elkaar?'
Voor Ron kon reageren, verscheen plotseling professor Banning.
'Jullie hebben toch geen ruzie, hoop ik?' piepte hij.
Potter heeft een bezem, professor ,' zei Malfidus vlug.
'Ja. Ja, dat klopt,' zei professor Banning, die breed glimlachte tegen Harry .
'Professor Anderling heeft me over de speciale omstandigheden verteld.
Wat is het voor model?'
'Een Nimbus 2000, meneer ,' zei Harry , die zijn uiterste best moest doen om
niet in lachen uit te barsten bij het zien van Malfidus' ontsteltenis. 'En
eigenlijk heb ik het aan Malfidu s te danken dat ik die gekregen heb,' voegde
hij eraan toe.
Harr en Ron gingen gauw naar boven, gniffelend om Malfidus' woede en
verwarring.
'Het is toch waar?' grinnikte Harr toen ze boven aan de marmeren trap
waren. 'Als hij Marcels Geheugensteen niet had gestolen, zat ik nu niet in
het team.'
'Dus je vindt dat een beloning omdat je de regels aan je laars hebt gelapt?'

zei een nijdige stem. Hermelien stampte ook de trap op en keek afkeurend
naar het pak.
'Ik dacht dat je niet meer met ons praatte?' zei Harry .
'Ja, ga daar alsjeblieft mee door,' zei Ron. 'Het was juist zo lekker rustig.'
Hermelien liep pinnig verder, met haar neus in de lucht.
Het kostte Harr die dag veel moeite om bij de les te blijven. Zijn
gedachten dwaalden steeds af naar de slaapzaal, waar zijn splinternieuwe
bezemsteel onder zijn bed lag of naar het Zwerkbalveld, waar hij 's avonds
zou leren spelen. Hij schrokte zijn avondeten op zonder te merke n wat hij at
en holde toen samen met Ron naar boven, om eindelijk de Nimbus 2000 uit
te pakken.
'Wauw!' zuchtte Ron toen de bezem op Harr
VVSUHLUROGH.
Zelfs Harry , die geen verstand had van de verschillende soorten
bezemstelen, vond hem prachtig. Hij was rank en glanzend, met een
mahonie steel en een lange staart van keurige, rechte twijgjes. Nimbus
2000, stond er in gouden letters boven aan de steel.
Tegen zevenen verliet Harr het kasteel en ging in de schemering op weg
naar het Zwerkb alveld. Hij was nog nooit in het stadion geweest. Het veld
werd omringd door hoge tribunes met honderden zitplaatsen, zo hoog dat de
toeschouwers het spel goed konden volgen. Aan beide zijden van het veld
stonden drie gouden palen met hoepels erop. Ze deden Harr aan de plastic
stokjes denken die Dreuzelkind eren gebruikten om bellen te blazen, alleen
waren deze ruim vijftien meter hoog.
Harr wilde zo graag opnieuw vliegen dat hij geen zin had om op Plank te
wachten. Hij stapte op zijn bezem en zette zich af. Wat een gevoel, hij
scheerde tussen de doelpalen door en zigzagde over het veld. De Nimbus
2000 draaide ongelooflijk soepel en reageerde op de minste of geringste
aanraking.
'Hé, Potter! Kom naar beneden!'
Olivier Plank was gearriveerd, met een grote houten krat onder zijn arm.
HarrODQGGHQDDVWKHP.
'Heel goed,' zei Plank, met fonkelende ogen. 'Ik snap wat Anderling
bedoelde... je bent inderdaad een natuurtalent. Ik zal vanavond eerst de
spelregels uitleggen en dan train je voortaan drie keer per week met ons
mee.'
Hij deed de krat open, die vier ballen van verschillende afmetingen bevatte.
' 'O ké,' zei Plank. 'Kijk, Zwerkbal is gemakkelijk te begrijpen, maar

moeilijk te spelen. Een ploeg bestaat uit zeven spelers. Drie daarvan heten
Jagers.'
'Drie Jagers,' herhaalde Harr terwijl Plank een felrode bal uit de krat
haalde, die ongeveer zo groot was als een voetbal.
'Deze bal heet de Slurk,' zei Plank. 'De jagers gooien de Slurk naar elkaar en
proberen hem door een van die ringen te krijgen. Elke keer als de Slurk
door zo'n ring gaat, levert dat tien punten op. Kun je me een beetje volgen?'
'De jagers gooien de Slurk door die ringen om te scoren,' herhaalde Harry,
'Eigenlijk lijkt het op basketbal op bezemstelen met zes netten, hè?'
'Wat is basketbal?' vroeg Plank nieuwsgierig.
'Laat maar ,' zei HarrKDDVWLJ.
'Elk team heeft ook een speler die de Wachter heet ik ben de Wachter van
Griffoendor en ik vlieg rond onze ringen, om te voorkomen dat de andere
ploeg scoort.'
'Drie Jagers, één Wachter ,' zei Harry , vastbesloten om niets te ver geten. 'En
ze spelen met de Slurk. Oké, dat snap ik. Maar waar zijn die dan voor?' Hij
wees op de andere ballen in de krat.
'Dat zal ik laten zien,' zei Plank. 'Hier , pak aan.'
Hij gaf Harr een kleine knuppel, die wel iets weghad van een afgezaagde
honkbalknuppel.
'Ik zal je laten zien wat de Beukers doen,' zei Plank. 'Dit zijn de Beukers.'
Hij wees op twee identieke ballen, pikzwart en iets kleiner dan de rode
Slurk. Het was net alsof ze probeerden te ontsnappen aan de riemen
waarmee ze waren vastgebonden.
'Achteruit,' waarschuwde Plank. Hij bukte zich en maakte een van de
Beukers los.
De zwarte bal schoot direct omhoog en suisde op Harr
V gezicht af. Harry
sloeg hem weg met de knuppel, zodat hij zijn neus niet zou breken en de bal
zigzagde door de lucht, zoefde om hun hoofden en schoot op Plank af, die
er bovenop sprong en hem tegen de grond wist te drukken.
'Zie je wel?' hijgde Plank, die de tegenstribbelende Beuker weer in de krat
duwde en stevig vastbond. 'De Beukers schieten rond en proberen spelers
van hun bezems te slaan. Daarom heeft elke ploeg twee Drijvers; bij ons
zijn dat de broe rtjes Wemel die hun ploeggenoten beschermen tegen de
Beukers en ze naar het andere team proberen te slaan. Begrijp je dat?'
'Drie Jagers proberen te scoren met de Slurk; de Wachter verdedigt de
doelen; de Drijvers houden de Beukers weg bij hun ploeggenoten,' dreunde

HarrRS.
'Prima,' zei Plank.
'Eh hebb en de Beukers wel eens iemand doodgebeukt?' vroeg Harry, die
hoopte dat hij nonchalant klonk.
'Niet op Zweins tein. Af en toe loopt iemand een gebroken kaak op, maar
meer niet. Oké, de laatste speler van de ploeg is de Zoeker . Da t ben jij. Jij
hoeft je geen zor gen te maken om de Slurk of de Beukers -'
'Tenzij ze mijn hoofd tot moes beuken.'
'Maak je niet ongerust, de Wemels kunnen de Beukers gemakkelijk aan; ik
bedoel, het zijn zelf net twee wandelende Beukers.'
Plank haalde de vierde en laatste bal uit de krat. Ver geleken met de Slurk en
de Beukers was hij piepklein Hij was blinkend goud, zo groot als een forse
walnoot en had kleine, fladderende, zilveren vleugeltjes.
'Dit,' zei Plank, 'is de Gouden Snaai en de belangrijkste bal van allemaal.
Hij is moeilijk te pakken, omdat hij zo snel en zo lastig te zien is. Het is de
taak van de Zoeker om de Snaai te grijpen. Je zigzagt tussen Jagers,
Drijvers, Beukers en Slurk door en probeert hem eerder te pakken dan de
Zoeker van de andere ploeg, want de Zoeker die de Snaai bemachtigt,
scoort honderdvijftig punten voor zijn team, dat daardoor vrijwel altijd
wint. Vandaar dat er zo veel gemene overtredingen worden gemaakt tegen
Zoekers.
Een Zwerkbalw edstrijd eindigt pas als de Snaai is veroverd en kan daarom
eindeloos duren; ik geloof dat het record drie maanden is. Ze moesten
steeds reserves inzetten, zodat de andere spelers een uurtje konden slapen.
Nou, dat is het zo'n beetje. Heb je nog vragen?'
Harr schudde zijn hoofd. Hij begreep precies wat hij doen moest, maar het
ook echt doen was een ander verhaal.
'We oefenen vandaag nog niet met de Snaai,' zei Plank, die hem weer
zorgvuldig opborg in de krat. 'Het is te donker , misschien raken we hem wel
kwijt. Laten we eerst oefenen met deze.'
Hij haalde een tasje met doodgewone golfballen uit zijn zak en een paar
minuten later scheerden hij en Harr door de lucht. Plank smeet de
golfballen in alle richtingen en HarrPRHVW]H]LHQWHYDQJHQ.
Harr miste er niet eentje en Plank was opgetogen. Na een halfu ur werd het
echt donker en moesten ze ophouden.
'Dit jaar winnen wij de Zwerkb alcup,' zei Plank terwijl ze terugliepen naar
het kasteel. 'Het zou me niets verbazen als jij nog beter wordt dan Charlie

Wemel en die had voor Engeland kunnen spelen, als hij niet zo nodig op
drakenjacht had gemoeten.'
Misschien was het omdat hij het zo druk had, nu hij naast al zijn huiswerk
ook drie avonden per week trainde met het Zwerkbalteam, maar Harr kon
nauwelijks geloven dat hij al twee maanden op Zweinstein zat. Het kasteel
was veel meer een thuis voor hem dan de Ligusterlaan ooit was geweest en
de lessen werden ook steeds interessanter , nu ze de basisprincip es onder de
knie hadden.
Toen ze wakker werden op de ochtend van Halloween, dreef de heerlijke
geur van gebakk en pompoen door de gangen. Nog beter dan die geur was
de Bezweringle s en professor Bannings mededeling dat ze er klaar voor
waren om dingen te laten vliegen, iets waar ze allemaal naar hadden
uitgekeken nadat hij Marcels pad door het lokaal had laten zoeven.
Professor Banning verdeelde de leerlingen in paren om te oefen en. Harr
s
partner was Simon Filister (een hele opluchting, omdat Marcel verwoede
pogingen had gedaan om zijn aandacht te trekken), maar Ron moest
samenwerken met Hermelien Griffel. Het was moeilijk te zeggen wie
nijdiger was: Ron of Hermelien . Ze had geen woord meer met Harr en
Ron gewisseld nadat Harr
VEH]HPVWHHOZDVJHDUULYHHUG.
'Denk vooral aan de soepele zwaaibeweging die we hebben geoefend!'
piepte professor Banning, die zoals gewoonlijk op een stapel boeken stond.
'Het moet uit de polsen komen, denk daaraan. Uit de polsen. En de spreuk
correct uitspreke n is ook heel belangrijk denk aan tovenaar Baruffio, die "s"
zei in plaats van "f" en plotseli ng op de grond lag met een buffel op zijn
borst.'
Het was heel moeilijk. Harr en Simon maakten de mooiste
polsbewegingen, maar de veer die eigenlijk omhoog moest dwarrelen bleef
gewoon op de lessenaar liggen. Simon werd op het laatst zo ong eduldig dat
hij de veer een por gaf met zijn toverstok en hem in brand stak. HarrPRHVt
hem gauw doven met zijn hoed. Aan het tafeltje naast hen verging het Ron
niet veel beter . W ingardium Leviosa'.' riep hij en maaide met zijn lange
armen. Je spreekt het verkeerd uit,' zei Hermelien bits. 'Het is Wing-gar -
dium Levi-o-sa, met de klemtoon op "gar".'
'Doe jij het dan, als je het zo goed weet!' gromde Ron.
Hermelien rolde de mouwen van haar gewaad op, zwaaide met haar
toverstok en zei: 'W ingardium Leviosa.'
De veer steeg op en bleef ruim een meter boven hun hoofden zweven.

'Goed zo!' riep professor Banning en hij klapte. 'Kijk eens, het is juf frouw
Grif fel gelukt!'
Na afloop van de les was Ron in een pesthumeur .
'Geen wonder dat iedereen zo'n hekel aan haar heeft,' zei hij tegen Harry
terwijl ze zich door de drukke gang wrongen. 'Ze is onuitstaanbaar , echt.'
Iemand kwam haastig langs en stootte tegen Harr aan. Het was Hermelien.
Harr ving een glimp op van haar gezicht en zag tot zijn verbazing dat ze
huilde.
'Volgens mij heeft ze je gehoord.'
'Nou en?' zei Ron, maar hij leek niet echt op zijn gemak. 'Ze zal zelf ook
wel gemerkt hebben dat ze geen vrienden heeft.'
Hermelien kwam niet opdagen voor de volgende les en liet zich de hele
middag niet meer zien. Op weg naar de Grote Zaal, voor het
Halloweenbanket, hoorden Harr en Ron Parvati Patil tegen haar vriendin
Belinda zeggen dat Hermelien zat te huilen op de meisjes-wc's en met rust
gelaten wilde worden. Ron keek nog ongemakkelijker toen hij dat hoorde,
maar een paar tellen later waren ze in de Grote Zaal, die zo schitterend
versierd was dat ze Hermelien ver gaten.
Duizend levende vleermuizen hingen fladderend aan de muren en het
plafond en duizend andere scheerden in zwarte zwermen over de tafels,
zodat de kaarsen in de pompo enen flakkerden. Het feestmaal verscheen
plotseling op de gouden borden, net als bij het banket aan het begin van het
schooljaar .
Harr schepte net een gepofte aardappel op toen professor Krinkel de zaal
binnenstormde. Hij zag er doodsbang uit en zijn tulband zat scheef,
iedereen staarde hem aan terwi jl hij zich overeind hield aan de tafel waar
professor Perkamentus zat en hijgde: 'Trol in de kerkers ik dacht, laat ik het
even zeggen.'
Hij viel flauw en stortte op de grond.
Er ontstond een geweldig rumoer. Pas nadat professor Perkamentus paarse
voetzoekers uit zijn toverstaf had laten knallen, wist hij de leerlingen stil te
krijgen.
'Klassenoudsten, breng jullie afdelingen terug naar de slaapzalen!' gromde
hij.
PercZDVLQ]LMQHOHPHQW.
'Volg me! Eerste jaars, bij elkaar blijven, Jullie hoeven niet bang te zijn voor
die trol, als jullie precies doen wat ik zeg! Blijf bij me! Opzij, laat die

eerstejaars passeren! Neem me niet kwalijk, ik ben klassenoudste!'
'Hoe is die trol binnengekomen?' vroeg HarrWHUZLMO]HGHWUDSRSOLHSHQ.
'Geen idee. Ze zeggen dat troll en oerstom zijn,' zei Ron. 'Misschien heeft
Foppe hem binnengelaten, voor de grap.'
Ze passeerden andere groepen leerlingen, die haastig in verschillende
richtingen liepen. Toen ze zich door een massa verwarde Huffelpufs
wrongen, greep Harr5RQSORWVHOLQJELM]LMQDUP.
'Ik bedenk me net - Hermelien.'
'Wat is er met haar?'
'Ze weet niet van die trol.'
Ron beet op zijn onderlip.
'Nou, goed dan,' zei hij nijdig. 'Maar zor g dat PercRQVQLHW]LHW'
Ze bukten, sloten zich aan bij de Huf felpufs, die de andere kant opgingen,
glipten een verla ten zijgang in en holden naar de meisjes-wc's. Net toen ze
de hoek om waren, hoorden ze haastige voetstappen.
'Perc
VLVWH5RQGLH+DUU snel achter een grote stenen grif fioen trok.
Ze gluu rden voorzichtig om het beeld heen en zagen niet Percy , maar
Sneep. Hij liep de gang uit en verdween uit het zicht.
'W at doet die hier?' fluisterde Harry. 'W aarom is hij niet in de kerkers,
samen met de andere leraren?'
'Al sla je me dood.'
Zo stil mogelijk slopen ze door de gang, achter het wegstervende geluid van
Sneeps voetstappen aan.
'Hij gaat richting derde verdieping,' zei Harry , maar Ron stak zijn hand op.
'Ruik je niets?'
Harr snoof en rook een smerige stank: een mengeling van oude
zweetsokken en een openbaar toilet dat nooit wordt schoongemaakt.
Ze hoorden nu ook geluiden een zacht gegrom en het geschuifel van
enorme voeten. Ron wees en aan het einde van een gang aan hun linkerkant
zagen ze iets gigantisch bewegen. Het kwam hun richting uit. Ze trokken
zich terug in de schaduwen en zagen het ding een plas maanlicht instappen.
Het was een afschuwelijk gezicht. De trol was vier meter lang, met een
doffe, granietgrijze huid. Zijn enorme, knobbelige lijf was net een rotsblok
waar een klein, kaal hoofdje op balanceerde, als een soort kokosnoot. Hij
had korte beentjes, zo dik als boomstammen en grote, eeltige platvoeten. De
stank die hij uitwasemde was niet te harden. Hij had een kolossale houten
knots in zijn hand, die over de vloer sleepte omdat zijn armen zo lang

waren.
De trol bleef bij een deuropening staan en tuurde naar binnen. Hij klapperde
met zijn lange oren, terwijl hij zijn kleine hersentjes pijnigde in een poging
te besluiten of hij naar binnen zou gaan of niet. Uiteindelijk sjokte hij traag
de kamer binnen.
'De sleutel zit in het slot,' mompelde Harry . 'We kunnen hem opsluiten.'
'Goed idee,' zei Ron nerveus.
Ze schuifelden naar de deur , met kurkdroge monden en biddend dat de trol
niet opeens naar buiten zou komen. Met een grote sprong greep Harr de
kruk, sloeg de deur dicht en draaide de sleutel om.
'Gelukt!'
Met rode, triomfantelijke hoofden holden ze terug, maar op de hoek van de
gang hoorden ze iets waardoor ze verstijfden van schrik, een hoge,
doodsbange gil, uit de ruimte die ze net op slot hadden gedaan.
'O nee!' zei Ron, even bleek als de Bloederige Baron. 'Dat waren de
meisjestoiletten!' hijgde Harry . 'Hermelien!.' riepen ze in koor .
Het laatste wat ze wilden was teruggaan, maar wat hadden ze voor keus? Ze
sprintten terug en draaiden de sleutel om, wat in hun paniek nog veel
moeite kostte. HarrJRRLGHGHGHXURSHQHQ]HUHQGHQQDDUELQQHQ.
Hermelien stond tegen de muur gedrukt en zag eruit alsof ze elk moment
kon flauwvallen. De trol liep op haar af en sloeg in het voorbijgaan de
wasbakken van de muur .
'Leid hem af!' zei Harr wanhopig tegen Ron. Hij greep een losliggende
kraan en gooide die zo hard mogelijk tegen de muur .
De trol bleef op nog geen meter afstand van Hermelien staan en draaide
zich log om, met dom knipperende, gemene oogjes, om te zien wat dat
geluid was. Hij zag Harry , aarze lde even, hief zijn knots op en kwam nu op
hem af.
'Hé, reuzelkop!' riep Ron vanaf de andere kant en hij gooide een metalen
pijp naar de trol. Die leek niet eens te voelen dat de pijp tegen zijn schouder
kwam, maar hij hoorde Ron wel roepen en bleef opnieuw staan. Nu richtte
hij zijn lelijke smoelwerk op Ron, zodat HarrRPKHPKHHQNRQKROOHQ.
'Vooruit, rennen! Rennen!' schreeuwde Harr tegen Hermelien. Hij
probeerde haar mee te slepen naar de deur , maar ze kon zich niet verroeren.
Ze stond nog steeds tegen de muur gedrukt, met haar mond open van angst.
Al dat geschreeuw en die echo's leken de trol razend te maken. Brullend
ging hij op Ron af, die het dichtstbij was en niet kon ontsnappen.

Toen deed Harr iets wat heel dapper maar ook heel dom was: hij nam een
aanloop, maakte een grote sprong en sloeg zijn armen van achteren om de
nek van de trol. Die merkte niet eens dat Harr daar hing, maar zelfs een
trol voelt iets als je plotseling een lange stok in zijn neus steekt . Harr had
zijn toverstaf nog in zijn hand gehad toen hij sprong en die was recht in een
neusgat van de trol gegaan.
De trol krijste van de pijn en maaide met zijn knots. Harr klampte zich
wanhopig vast; elk moment kon de trol hem afschudden of hem een
verschrikkelijke klap met zijn knots geven.
Hermelien was uit pure doodsa ngst op de grond gezakt en Ron pakte zijn
eigen toverstok. Hij wist niet wat hij ermee wilde doen, maar hoorde
zichzelf plotseling de eerste de beste spreuk schreeuwen die in zijn hoofd
opkwam: "W ingardium Leviosa'
De knots vloog uit de hand van de trol, rees hoog op, kantelde langzaam en
smakte met een doffe dreun op het hoofd van zijn eigenaar . De trol
wankelde even en viel toen plat op zijn gezicht, met zo'n klap dat de hele
ruimte trilde.
Harr krabbelde overeind, bevend en buiten adem. Ron stond daar nog met
opgeheven toverstok en staarde naar de trol.
Hermelien verbrak de stilte.
'Is hij dood?'
'Volgens mij niet,' zei Harry . 'Ik geloof dat hij alleen buiten westen is.'
Hij bukte zich en trok zijn toverstok uit de neus van de trol. Hij was
overdekt met iets wat op klonterige grijze lijm leek. 'Getvertrollensnot.'
Hij veeg de zijn stok af aan de broek van de trol. Plotseling klonken luide
voetstappen en sloegen er deure n. Ze keken op. Ze hadden niet beseft wat
een kabaal ze hadden gemaakt, maar natuurlijk hadden de leraren dat
gedreun en het gebrul van de trol gehoord. Een paar tellen later kwam
professor Anderling de toilette n binnenhollen, op de voet gevolgd door
Sneep en op wat grotere afstand door Krinkel. Krinkel wierp één blik op de
trol, jammerde zacht, drukte zijn hand tegen zijn hart en ging gauw op een
wc zitten.
Sneep boog zich over de trol en professor Anderling keek Harr en Ron
aan. Harr had haar nog nooit zo kwaad gezien. Haar lippen waren bleek en
Harr
V hoop dat hij vijftig punten had verdiend voor Griffoend or werd de
bodem ingeslagen.
'Wat doen jullie hier in vredesnaam?' zei professor Anderling vol kille

woede. Harr keek naar Ron, die daar nog steeds met opgeheven toverstok
stond, 'jullie mogen van geluk spreken dat jullie niet dood zijn. Waarom
zijn jullie niet op jullie slaapzaal?'
Sneep wierp een snelle, doordringende blik op Harry , die naar de vloer
staarde en hoopte dat Ron zijn toverstok zou laten zakken.
Opeens klonk uit de schaduwen een klein stemmetje op.
'Ze zochten mij, professor Anderling.'
'Juffrouw Grif fel!'
Hermelien was eindelijk overeind gekrabbeld.
'Ik was op zoek gegaan naar die trol omdat ik dacht dat ik hem in mijn
eentje aan zou kunnen. Ik heb er namelijk veel over gelezen, snapt u.'
Ron liet zijn stok abrupt zakken. Hermelien Griffel die loog tegen een
lerares?
'Als zij me niet hadden gevonde n, zou ik er nu geweest zijn. Harr stak zijn
toverstok in zijn neus en Ron sloeg hem bewusteloos met zijn eigen knots.
Ze hadden geen tijd om er iemand bij te halen. Hij wilde me net doodslaan
toen zij kwamen.'
Harr en Ron probeerden te kijken alsof ze dat verhaal niet voor de eerste
keer hoorden.
'Nou in dat geval...' zei professor Anderling, die hen aanstaard e. 'Dat was
ongelooflijk dom van u, juffrouw Griffel. Wilde u werkelijk in uw eentje
een ber gtrol te lijf gaan?'
Hermelien liet haar hoofd hangen. Harr was stomverbaasd Hermelien zou
nooit iets doen wat verboden was, maar nu deed ze alsof ze alle regels aan
haar laars had gelapt om hem en Ron te helpen. Het was alsof Sneep de hele
klas plotseling op snoep getrakteerd had.
'Dit kost Griffoendor vijf punten, juffrouw Griffel,' zei professor Anderling.
'Ik ben erg teleur gesteld in u. Als u niet gewond bent, zou ik maar gauw
teruggaan naar de toren van Griffoendor . De rest van het feestmaal wordt
geserveerd in de leerlingenkamer .' Hermelien vertrok.
Professor Anderling wendde zich tot HarrHQ5RQ.
'Ik blijf erbij dat jullie geluk hebben gehad, maar niet veel eerstejaars
zouden het hebben opgenomen tegen een volwassen bergtrol. Jullie hebben
allebei vijf punten verdiend voor Grif foendor . Ik zal zorgen dat professor
Perkamentus ervan hoort. Ga nu maar .'
Ze gingen haastig naar buiten en zeiden pas weer iets toen ze twee
verdiepingen hoger waren. Nog afgezien van al het andere, was het een

opluchting om de stank van die trol niet meer te hoeven ruiken.
'We hadden meer dan tien punten moeten krijgen,' mopperde Ron.
'Vijf, bedoel je, na aftrek van die van Hermelien.'
'Aardig van haar om ons uit de puree te helpen,' gaf Ron toe. 'Al hebben wij
natuurlijk wel haar leven gered.'
'Misschien had ze helemaal niet gered hoeven worden als wij die trol niet
hadden opgesloten,' zei Harry .
Ze kwamen bij het portret van de Dikke Dame.
'Varkenssnuit,' zeiden ze en ze gingen naar binnen.
Het was druk en lawaaierig in de leerlingenkamer , iedereen smulde van het
feestmaal dat naar boven was gebracht, maar Hermelien wachtte hen bij de
deur op. Er viel een opgelaten stilte en toen mompelden ze alle drie
'Bedankt', zonder elkaar aan te kijken en haalden gauw een bord.
Maar vanaf dat moment was Hermelien Griffel hun vriendin. Sommige
dingen kun je niet samen doen zonder elkaar aardig te gaan vinden en een
daarvan is een vier meter lange ber gtrol buiten westen slaan.

Hoofd stu k 1 1
ZWERKBAL
Begin november werd het kouder . De bergen rond de school werden ijzig en
grijs en het meer leek wel kil, grauw staal. Elke ochtend was de grond
berijpt. Vanuit de ramen op de bovenverdieping zagen ze Hagrid 's ochtends
de bezem stelen ontdooien op het Zwerkbalveld, goed ingepakt in een lange
overjas van mollenvel, handschoenen van konijnenbont en reusachtige
laarzen van bevervacht.
Het Zwerkbalseizoen was begonnen. Zaterdag zou Harry , na weken van
training, zijn eerste wedstrijd spelen: Griffoendor tegen Zwadderich. Als
Griffoendor won, stegen ze naar de tweede plaats in het
afdelingskampioenschap.
Vrijwel niemand had Harr zien spelen, omdat Plank had besloten dat hij
hun geheime wapen was en daarom ook geheim moest blijven. Maar het
nieuws dat hij Zoeker was, was op de een of andere manier toch uitgelekt
en Harr wist niet wat erger was, de mensen die zeiden dat hij een
doorslaand succes zou zijn of de mensen die zeiden dat ze op de grond
zouden meehollen met een matras.
Gelukkig was Harr nu goede maatjes met Hermelien, want zonder haar
hulp had hij, door alle extra trainingen die Plank had ingelast, nooit zijn
huiswerk afgekregen. Bovendien had ze hem Zwerkbal Voor Beginners
geleend, dat heel interessant bleek te zijn.
Harr las dat er zevenhonderd verschillende overtredingen bestonden, die
allemaal waren begaan tijdens een wedstrijd om de Wereldbek er in 1473;
dat Zoekers gewoonlijk de klein ste en snelste spelers waren en meestal ook
de ernstigste blessures opliepen; dat fatale ongelukken zeldzaam waren bij
Zwerkbal, maar dat scheidsrechters wel af en toe spoorloos verdwenen en
dan maanden later werden teruggevonden in de Sahara.
Hermelien had iets minder moeite met het overtreden van de regels nadat
Harr en Ron haar van die bergtrol hadden gered en daardoor was ze een
stuk aardiger geworden. De dag voor Harr
V eerste wedstrijd liepen ze in
de pauze met zijn drieën over de ijskoude binnenplaats. Hermelien had een
felblauwe vlam te voorschijn getoverd, die je kon bewaren in een jampotje.
Ze stonden er met hun rug naartoe en hadden het lekker warm toen Sneep

naar buiten kwam. Harr zag meteen dat Sneep hinkte. Harry, Ron en
Hermelien gingen dicht om het vuur staan, want ze wisten zéker dat dat
verboden zou zijn. Helaas zag Sneep aan hun schuldige gezichten dat er iets
niet in de haak was en hij hinkte naar hen toe. Hij had het vuur niet gezien,
maar zocht blijkbaar een excuus om straf uit te delen.
'Wat heb je daar , Potter?'
Het was Zwerkbal V oor Beginners. HarrOLHWKHWERHN]LHQ.
'Boeken uit de bibliotheek mogen niet buiten de schoolgebouwen worden
meegenomen,' zei Sneep. 'Geef hier. En Griffoendor krijgt vijf punten
aftrek.'
'Hij heeft die regel vast net verzonnen,' mompelde Harr nijdig terwijl
Sneep weghinkte. 'W at zou hij aan zijn been hebben?'
'Geen idee, maar ik hoop dat het goed zeer doet,' zei Ron bitter .
Het was die avond erg rumoerig in de leerlingenkamer van Grif foendor .
Harry, Ron en Hermelien zaten bij het raam. Hermelien keek het
Bezweringenhuiswerk van Harr en Ron na. Ze wilde niet dat ze iets van
haar overschrev en ('Hoe moeten jullie het dan ooit leren?'), maar als ze
vroegen of ze het door wilde lezen, leverde dat toch de goede antwoorden
op.
Harr was rusteloos. Hij wilde Zwerkbal Voor Beginners terug, om zijn
gedachten af te leiden van de wedstrijd van morgen. Waarom was hij
eigenlijk bang voor Sneep? Hij stond op en zei tegen Ron en Hermelien dat
hij zijn boek terug ging vragen.
'Jij lieve r dan ik,' zeiden ze in koor, maar Harr had zo'n idee dat Sneep niet
zou weigeren als er andere leraren bij waren.
Hij liep naar de docentenkamer en klopte. Hij hoorde niets en klopte
nogmaals. Niets.
Had Sneep het boek misschien binnen laten liggen? Het was het proberen
waard. Hij deed de deur op een kier open, stak zijn hoofd naar binnen en
zag een angstaanjagend tafereel.
Alleen Sneep en Vilder waren in de kamer . Sneep had zijn gewaad tot
boven zijn knieë n opgetrokken en een van zijn benen zat onder het bloed.
Vilder reikte Sneep verband en pleisters aan.
'Rotbeest,' zei Sneep. 'Hoe kun je in godsnaam drie koppen tegelijk in de
gaten houden?'
HarrSUREHHUGHGHGHXUVWLOOHWMHVGLFKWWHGRHQPDDr - 'POTTER!'
Sneep liet snel zijn mantel vallen om zijn gewonde been te ver bergen, met

een gezicht dat vertrokken was van woede. HarrVOLNWHPRHL]DDP.
'Ik kwam alleen vragen of ik mijn boek terug mag.'
'ERUIT! ERUIT!'
Harr vertrok haastig, voor Sneep nog meer punten kon aftrekken van
Griffoendor . Hij sprintte naar boven.
'En, heb je het?' vroeg Ron toen HarrELQQHQNZDP.
'Wat is er aan de hand?'
Fluisterend vertelde HarrZDWKLMJH]LHQKDG.
'Begrijpen jullie wat dat beteke nt?' besloot hij ademloos. 'Op Halloween
heeft hij geprob eerd langs die hond met die drie koppen te komen. Daar
ging hij natuurlijk heen toen we hem zagen hij heeft het gemunt op wat die
hond bewaakt! En ik durf er m'n bezem om te verwedden dat hij die trol
heeft binnengelaten, als afleidingsmanoeuvre!'
Hermelien keek hem met grote ogen aan.
'Nee dat zou hij niet doen,' zei ze. 'Ik weet dat hij niet aardig is, maar hij zou
nooit iets stelen wat Perkamentus veilig heeft opgebor gen.'
'Allemachtig, Hermelien, denk je soms dat alle leraren heiligen zijn of zo?'
zei Ron bits. 'Nee, ik ben het met Harr eens. Sneep is tot alles in staat.
Maar wat zoekt hij? W at bewaakt die hond?'
Harr ging naar bed, maar diezelfde vraag bleef door zijn hoofd malen. In
tegenstelling tot Marcel, die luid snurkte, kon HarrGHVODDSQLHWYDWWHQ+Lj
probeerde nergens aan te denke n hij moest slapen, want over een paar uur
begon zijn eerste Zwerkbalweds trijd maar de uitdrukking op Sneeps gezicht
toen Harr]LMQEHHQ]DJNRQKLMPDDUPRHLOLMNYHr geten.
De volgende ochtend was het helder en koud. In de Grote Zaal hing de
heerlijke geur van gebakken worstjes en klonk het geroez emoes van
leerlingen die zich verheugden op een goed potje Zwerkbal
'Je moet iets eten.'
'Ik heb geen trek.'
'Alleen een stukje toost dan,' drong Hermelien aan. Ik heb geen honger .'
Harr voelde zich vreselijk. Over een uur zouden de team s het veld
opkomen.
'Je moet op krachten blijven, Harry ,' zei Simon Filister. 'Zoekers worden
altijd als eerste uit de wedstrijd geschopt.'
'Bedankt, Simon,' zei Harry , terwijl Simon ketchup over zijn worstjes goot.
Tegen elven was het alsof de hele school rond het Zwerkbalve ld zat. Veel
leerlingen hadden hun telescopen bij zich. De tribunes waren weliswaar

hoog, maar toch was het af en toe moeilijk om te zien wat er precies
gebeurde.
Ron en Hermeli en gingen op de bovenste rij zitten, bij Marce l, Simon en
Daan de West Hamsupporter . Als verrassing voor Harr hadden ze een
groot spandoek gemaakt van een laken dat Schurfie kapot had geknaagd,
met Potter For President erop. Daan, die goed kon tekenen, had een grote
leeuw geschilderd, het wapen van Griffoendoren na een lastig klein
spreukje van Hermelien flitste de verf in alle kleuren van de regenboog.
Ondertussen hulden Harr en de rest van het team zich in de kleedkamer in
hun vuurrode Zwerkbalgewaden (Zwadderich speelde in het groen).
Plank schraapte zijn keel, om de spelers tot stilte te manen.
'Oké, mannen,' zei hij.
'En vrouwen,' zei jager Angelique Jansen.
'En vrouwen,' beaamde Plank. 'Dit is de beslissende match.'
'Erop of eronder ,' zei Fred Wemel.
'De dood of de gladiolen,' zei Geor ge.
'We ken nen Oliviers toespraak uit ons hoofd,' zei Fred tegen Harry. 'V orig
jaar zaten we ook in het team.'
'Hou je mond,' zei Plank. 'Griffoendor heeft het beste team sinds jaren. We
gaan winnen. Dat voel ik gewoon.'
Hij keek de spelers nijdig aan, alsof hij wilde zeggen: 'Of ander s.' 'Oké. Het
is tijd. V eel succes, allemaal.'
Harr volgde Fred en Geor ge naar buiten en hoopte dat zijn knieën het niet
zouden begeven. Onder luid gejuich kwamen ze het veld op.
Madame Hooch was scheidsrechter . Ze wachtte de ploegen bij de
middenstip op, met haar bezem in haar hand.
'Ik verwacht een leuke, sportiev e wedstrijd,' zei ze zodra ze om haar heen
stonden. Harr dacht dat ze het vooral tegen Marcus Hork had, de
aanvoerder van Zwadderich. Hork was vijfdejaars en Harr verdacht hem
ervan dat hij trollenbloed in zijn aderen had. Uit zijn ooghoek zag hij hoog
op de tribune het spandoek wapperen.
Potter For Presi dent, flitsten de letters. Zijn hart sprong op en hij voelde
zich plotseling een stuk moediger .
'Bestijgt uw bezems.'
HarrNORPRS]LMQ1LPEXV,
Madame Hooch liet haar zilveren fluitje snerpen.
Vijftien bezems stegen op. De wedstrijd was begonnen.

'En de Slurk wordt onmiddell ijk veroverd door Angelique Jansen van
Griffoendor wat is dat meisje toch een uitstekende Jager, en nog leuk om te
zien ook -'
'JORDAAN!'
'Sorry , professor .'
Leo Jordaan, de vriend van de broertjes Wemel, gaf commentaar ,
nauwlettend in het oog gehouden door professor Anderling.
'Ze gaat er als een speer vandoor , een mooie pass naar Alicia Spinet, een
prima vondst van Olivier Plank, die vorig jaar nog reserve was terug naar
Jansen en nee, Zwadderich heeft de Slurk. Aanvoerder Marcus Hork heeft
de Slurk veroverd en ligt op snelheid - Hork schiet als een adelaar op het
doel af hij gaat sco nee, uitstek end getackeld door Plank, de Wachter van
Griffoendor , dat opnieuw in Slurkbezit is Jager Katja Bell van Griffoendor
duikt mooi om Hork heen, een sprint over de lengte van het veld en AUW
dat doet pijn, vol op het achterh oofd geraakt door een Beuker - de Slurk is
in het bezit van Zwadderich. Adriaan Punnik rukt op richting doel, maar
wordt geblokt door een tweede Beuker, die op hem af werd gestuurd door
Fred of Geor ge Wemel, ik kan niet zien welke van de twee in elk geval een
fraai staaltje Drijverskunst van Griffoendor en Jansen heeft de Slurk weer.
Ze heeft een leeg veld voor zich en gaat richting doel ze ligt op volle
snelheid ontwijkt een aanstorm ende Beuker ze nadert het doel kom op,
Angelique - W achter Wildeling duikt mist GRIFFOENDOR SCOOR T!'
Luid gejuich van de Grif foendors en gekreun en gejoel van de Zwadderaars
galmde door de koude lucht. 'Hé, schuif es een stukkie op.' 'Hagrid!'
Ron en Hermelien kropen bijna bij elkaar op schoot, zodat Hagrid zich
tussen hen in kon wurmen.
'Ik zat te kijken vanuit me huissie,' zei Hagrid en hij klopte op een grote
verrekijker die om zijn nek hing, 'maar da's toch nooit 'tzelfde als in 't
stadion. De Snaai is nog ner gens te bekennen, hè?'
'Nee,' zei Ron. 'HarrKHHIWQRJQLHWYHHOWHGRHQJHKDG'
'Maar hij is ook niet in de problemen gekomen. Das tenmins te iets,' zei
Hagrid, die door zijn verrekijker naar het kleine vlekje tuurde dat Harry
heette.
Harr zweefde hoog boven de spelers en tuurde rond of hij de Snaai zag.
Dat hoorde bij de tactiek die hij en Plank hadden uitgestippeld.
Blijf op afstand tot je de Snaai ziet,' had Plank gezegd. 'W e willen niet dat je
wordt aangevallen als het niet nodig is.'

Toen Angelique scoorde, had Harr een paar salto's gemaakt om zijn
vreugde af te reageren, maar nu was hij weer op zoek naar de Snaai. Op een
bepaald moment dacht hij dat hij een gouden flits zag, maar dat was het
zonlicht dat weerkaatste van het horloge van een van de Wemels. Ook
kwam een keer een Beuker op hem afstormen, die veel weghad van een
kanonskogel, maar Harr ontweek hem en Fred Wemel dreef de bal snel
weg. Hij had nog net tijd om: 'Alles oké, Harr"
te schreeuwe n terwijl hij
de Beuker furieus in de richting van Marcus Hork sloeg.
'Zwadderich in Slurkbezit,' zei Leo Jordaan. 'Jager Punnik ontwijkt twee
Beukers, twee Wemels en Jager Bell en scheurt naar de- wacht eens even
was dat de Snaai?'
Er klonk geroezemoes onder de toeschouwers en Adriaan Punnik liet de
Slurk vallen, zo druk had hij het met achterom kijken naar de gouden flits
die langs zijn oor was gesuisd.
Harr zag het ook. Hij voelde een golf van opwinding en dook achter de
gouden flits aan, net als Zoeker André Hilarius van Zwadderich. Nek aan
nek spurtten ze naar de Snaai de andere spelers vergaten waar ze mee bezig
waren en bleven zweven om te kijken.
Harr was sneller dan Hilarius hij zag het kleine balletje voor zich
uitschieten, met wild fladderende vleugeltjes hij perste er een extra sprint
uit BENG! De Grif foendors op de tribunes brulden van woede Marcus Hork
had Harr opzet telijk geblokt en zijn bezem vloog tollend uit de koers. Het
kostte HarrGHJURRWVWHPRHLWHRPWHEOLMYHQ]LWWHQ.
'Overtreding!' gilden de Grif foendors.
Hork kreeg een uitbrander van madame Hooch, die Grif foendor een vrij
schot op doel gaf, maar in de verwarring was de Gouden Snaai uiteraard
weer verdwenen.
Op de tribune schreeuwde Daan Tomas: 'Stuur die vent eraf, scheids! Rode
kaart!'
'Dit is geen voetbal,' herinnerde Ron hem eraan. 'Je kunt geen mensen van
het veld sturen bij Zwerkbal en wat is een rode kaart?' Hagrid was het
echter met Daan eens.
'Ze mosten de regels veranderen! Hork had Harr wel van z'n bezem
kennen slaan!'
Het kostte Leo Jordaan moeite om niet partijdig te worden.
'Goed na dat flagrante en weerzinwekkende staaltje valsspelerij -'
'Jordaan!' gromde professor Anderling.

'Ik bedoel, na die overduidelijke en smerige overtreding -'
'Jordaan, ik waarschuw je!'
'Oké, oké. Hork helpt de Zoeker van Griffoendor bijna om zeep, wat
iedereen kan gebeuren, neem ik aan, zodat Griffoendor een strafschot krijgt.
Spinet neemt het... ja, die zit. En het spel gaat verder , met Griffoendor nog
steeds in Slurkbezit.'
Net toen Harr wegdook voor een andere Beuker, die gevaarlijk dicht langs
zijn hoofd suisde, gebeurde het. Zijn bezem maakte plotseling een
angstaanjagende, steigerende beweging. Even dacht hij dat hij zou vallen.
Hij greep de steel met handen en knieën beet. Zoiets had hij nog nooit
gevoeld.
Het gebeurde opnieuw. Het leek wel alsof de bezem hem af wilde gooien.
Maar een Nimbu s 2000 besloot niet plotseling om zijn berijder zomaar af te
gooien. Harr probeerde terug te vliegen naar het doel van Griffoendor; hij
was half en half van plan om Plank te vragen een time-out te nemen maar
toen besefte hij dat hij geen controle meer had over zijn bezem. Hij kon
hem niet draaien. Hij kon er helemaal niets meer mee. Hij zigza gde door de
lucht en maakte zulke heftige, zwiepende bewegingen dat hij er bijna afviel.
Leo gaf nog steeds commentaar .
'Zwadderich is in Slurkbezit Hork heeft de Slurk passeert Spinet passeert
Bell krijgt een Beuker in zijn gezicht ik hoop dat hij zijn neus heeft
gebroken grapje, professor Zwadderich scoort o nee...'
De Zwa dderaars juichten. Niemand scheen gemerkt te hebben dat Harr
s
bezem zich raar gedroeg. Langzaam dreef hij steeds verder weg van het
spel, hoger en hoger , rukkend en zwiepend.
'Kweenie waar Harr denkt dat ie mee bezig is,' mompelde Hagrid, die door
zijn verrekijker staarde. 'Als ik niet beter wist, zou ik denken dat ie de
controle over z'n bezem kwijt was... maar dat ken natuurlijk niet...'
Plotseling wezen overal op de tribunes mensen naar Harry . Zijn bezem
rolde nu om en om en het kostte hem de grootst mogelijke moeite om te
blijven zitten. Opeens stokte de adem van de toeschouwers. De bezem had
zo'n wilde zwiep gemaakt dat Harr eraf was gevallen. Hij had zich nog net
met één hand beet weten te grijpen en bengelde nu onder aan de bezem.
'Is er iets met die bezem gebeurd toen Hork hem blokte?' fluisterde Simon.
'Ken niet,' zei Hagrid met trillende stem. 'Niks ken een bezem onklaar
maken, behalve krachtige Zwarte Kunst en niet één leerling zou zoiets uit
kennen halen met een Nimbus 2000.'

Toen ze dat hoorde, greep Hermelien Hagrids verrekijker . Ze keek niet naar
Harry , maar zocht de rijen toeschouwers af.
'Wat doe je?' kreunde Ron, met een asgrauw gezicht.
'Ik wist het wel,' zei Hermelien ontzet. 'Kijk Sneep.'
Ron greep de verrekijker . Snee p zat op de tribune tegenover hen, op de
middelste rij. Hij keek strak naar HarrHQPRPSHOGHRQRSKRXGHOLMN.
'Hij doet iets, de bezem beheksen of zo.' 'W at nu?'
'Laat dat maar aan mij over.'
Voor Ron iets kon zeggen was Hermelien al verdwenen. Ron richtte de
verrekijker weer op Harry . Zijn bezem trilde zo erg dat hij zich onmogelijk
nog lang kon blijven vastklampen. Alle toeschouwers waren overeind
gesprongen en keken angstig toe, terwijl de Wemels naar Harry toe vlogen
in een poging hem op hun eigen bezem te hijsen. Dat lukte niet steeds als ze
in de buurt kwamen, schoot Harr
V bezem verder omhoog. Ze daalden en
cirkelden onder hem rond, blijkbaar in de hoop hem te kunnen vangen als
hij viel. Marcus Hork greep de Slurk en scoorde vijf keer, zonder dat
iemand het merkte.
'Kom op, Hermelien,' mompelde Ron wanhopig.
Hermelien had zich door de mensenmassa's naar de tribune gewrongen
waar Sneep stond en holde nu over de rij achter hem; ze bleef niet eens
staan om haar excuses te maken toen ze tegen professor Krinkel botste, die
met een smak op de rij daaronder viel. Toen ze bij Sneep was hurkte ze,
pakte haar tover stok en fluisterde een paar welgekozen woorden. Felblauwe
vlammen schoten vanuit haar toverstok op de zoom van Sneeps gewaad.
Het duurde misschien dertig seconden voor Sneep besefte dat hij in brand
stond. Aan een plotselinge, angstige kreet hoorde Hermelien dat haar
plannetje was geslaagd. Gauw stopte ze het vuur weer in haar jampotje,
deed dat in haa r zak en liep haastig terug. Sneep zou nooit weten wat er
gebeurd was.
Het was voldoende. Hoog in de lucht was Harr plotseling weer in staat om
op zijn bezem te klimmen.
'Je kunt weer kijken, Marcel!' zei Ron. Marcel zat al vijf minuten snikkend
met zijn gezicht tegen Hagrids jas gedrukt.
Harr scheerde naar de grond, maar opeens zagen de toeschouwers hem
zijn hand tegen zijn mond drukken, alsof hij moest overgeven. Hij plofte op
handen en knieën op het gras neer hoestte en er viel iets goudkleurigs in
zijn hand.

'Ik heb de Snaai!' schreeuwde hij en hij zwaaide ermee. De wedstrijd
eindigde in één grote chaos,
'Hij heeft hem niet gevangen, hij heeft hem bijna ingeslikt,' brulde Hork
twintig minuten later nog steeds, maar dat haalde niets uit Harr had geen
regels overtreden en Leo Jordaan riep luid en opgetogen het resultaat om
Griffoendor had gewonnen, met 170 punten tegen 60. Dat hoorde Harry
niet, want hij was in het huisje van Hagrid, die een kop sterke thee voor
hem maakte. Ron en Hermelien waren er ook.
'Het kwam door Sneep,' legde Ron uit. 'Hermelien en ik hebben hem gezien.
Hij behe kste je bezemsteel. Hij mompelde iets en staarde je alsmaar strak
aan.'
'Onzin,' zei Hagrid, die niets had gezien van wat zich allemaal op de andere
tribune had afgespeeld. 'W aarom zou Sneep dat doen?'
Harry, Ron en Hermelien keken elkaar aan en vroegen zich af wat ze
moesten zeggen. HarrEHVORRWGHZDDUKHLGWHYHUWHOOHQ.
'Ik ben iets over hem te weten gekomen,' zei hij tegen Hagrid. 'Met
Halloween heeft hij geprobeerd langs die driekoppige hond te komen en die
heeft hem gebeten. W e denken dat hij wil hebben wat die hond bewaakt.'
Hagrid liet de theepot vallen.
'Hoe weten jullie van Pluisje?' zei hij,
'Pluisje?'
'Ja hij is van mij ik heb 'm vorig jaar in de kroeg gekocht van een of ander
Grieks tSHHQLNKHE
PDDQ3HUNDPHQWXVJHOHHQGDOVEHZDNHUYDQ'
'ja?' zei HarrJUHWLJ.
'Vraag me alsjeblieft niks meer ,' zei Hagrid kortaf. 'Da's streng geheim.'
Maar Sneep probeert het te stelen.'
-onzin,' herhaalde Hagrid. 'Sneep is docent aan Zweinstein. Die doet zoiets
niet.'
'Waarom probeerde hij HarrGDQWHYHUPRRUGHQ"
ULHS+HUPHOLHQ.
Door de gebeurtenissen van die middag was ze blijkbaar heel anders gaan
denken over Sneep.
'Ik weet heus wel wanneer iemand een ander probeert te beheksen, Hagrid!
Daar heb ik veel over gelezen. Je moet oogcontact houden en Sneep heeft
niet één keer met zijn ogen geknipperd! Ik heb het zelf gezien!'
'Jullie hebben het mis, zeg ik!' zei Hagrid verhit. 'Ik weet niet waarom
Harr
V bezem opeens zo raar deed, maar Sneep zou nooit proberen een
leerling om zeep te helpen! Nou motten jullie es goed luisteren, alle drie

jullie bemoeien je met zaken die jullie niks aangaan. Da's gevaarlijk.
V er geet die hond en vergeet wat ie bewaakt! Dat gaat alleen professor
Perkamentus en Nicolaas Flamel wat aan -'
'Aha!' zei Harry . 'Dus er is een zekere Nicolaas Flamel bij betrokken?'
Hagrid kon zich wel voor zijn kop slaan.

Hoofd stu k 1 2
DE SPIEGEL V AN NEREGEB
De leerlingen werden 's ochtends wakker en zagen dat Zweinstein bedekt
was met bijna een halve meter sneeuw . Het meer vroor dicht en de broertjes
Wemel kregen straf omdat ze sneeuwballen hadden behekst, die Krinkel
overal volgden en tegen zijn tulband stuitten. De weinige uilen die zich een
weg wisten te banen door het noodweer om post te bezor gen, moesten eerst
een tijdje bij Hagrid aansterken voor ze voldoende hersteld waren om terug
te kunnen vliegen.
Iedereen wachtte vol ongeduld op het begin van de kerstvakantie. In de
leerlingenkamer van Griffoendor en in de Grote Zaal brandden weliswaar
laaiende haardvuren, maar de tochtige gangen waren ijskoud en de ramen
van de lokalen klapperden in de ijzige wind. Het ergst waren de lessen van
Sneep. In de kerkers vormde hun adem witte dampwolken en ze bleven zo
dicht mogelijk bij hun warme ketels.
'Ik heb echt med elijden met die arme stakkers die met Kerstmis op school
moeten blijven omdat ze thuis niet gewenst zijn,' zei Malfidus tijdens een
Toverdrankles.
Hij keek naar Harr en Korzel en Kwast grinnikten. Harry, die gemalen
stekel van schorpioenvis afwoog, deed alsof hij het niet hoorde. Malfidus
was nog veel etteriger geworden na de Zwerkbalwedstrijd.
Hij kon niet verkroppen dat Zwadderich had verloren en had geprobeerd
Harr voor gek te zetten door te zeggen dat hij bij de eerstvolgende
wedstrijd vervangen zou worde n door een breedbekkikker , maar dat had
niemand grappig gevonden omdat iedereen onder de indruk was geweest
van de manier waarop HarrRS]LMQVWHLJHUHQGHEH]HPZDVEOLMYHQ]LWWHQ.
Daarom was Malfidus jaloers en nijdig Harr maar weer eens gaan pesten
met het feit dat hij geen echte familie had.
Het klopte dat Harr in de kerstvakantie niet teruggin g naar de
Ligusterlaan. Professor Anderling had een week eerder een lijst opgesteld
van leerlingen die tijdens de vakantie zouden overblijven en Harr had
direct zijn naam opgegeven. Hij vond het helemaal niet erg om te blijven;
waarschijnlijk zou het de fijnste Kerstmis worden die hij ooit had gehad.
Ron en zijn broers bleven ook op school, omdat hun ouders naar Roemenië

gingen om Charlie op te zoeken.
Toen ze na afloop van de Toverdrankles de kerker uitkwame n, werd de
gang geblokkeerd door een grote kerstboom. Aan de enorme voeten die
eronder uitstaken en het luide gepuf en gehijg, merkten ze dat hij werd
voortgesleept door Hagrid.
'Hoi, Hagrid. Moeten we helpen?' vroeg Ron, die zijn hoofd door de takken
stak.
'Nee, 't lukt wel, Ron. Bedankt.'
'Zou je even opzij willen gaan?' zei Malfidus' kille, lijzige stem. 'Probeer je
wat bij te verdienen, Wemel? je wilt zeker ook terreinknecht worden als je
van school komt dat hutje van Hagrid lijkt waarschijnlijk een paleis,
vergeleken met wat je thuis gewend bent.'
Ron sprong op Malfidus af, net toen Sneep de trap opkwam.
'WEMEL!'
Ron liet Malfidus' gewaad los.
'Hij werd uitgedaagd, professor Sneep,' zei Hagrid, die zijn grote, harige
gezicht door de takken stak. 'Malfidus beledigde z'n familie.'
'Dat zal best, Hagrid, maar vechten is tegen de regels,' zei Sneep gladjes.
'Vijf punten aftrek voor Griffoendor , W emel en wees blij dat het niet meer
is. Vooruit, doorlopen.'
Malfidus, Korzel en Kwast wrongen zich voldaan grijnzend langs de boom
en strooiden naalden in het rond.
'Ik krijg hem nog wel,' zei Ron, die Malfidus knarsetandend nakeek. 'Op
een dag neem ik hem te grazen -'
'Ik weet niet aan wie ik een grotere hekel heb,' zei Harry . 'Malfidus of
Sneep.'
'Vooruit, kop op, 't is bijna kerst,' zei Hagrid. 'Weet je wat, ga effe mee naar
de Grote Zaal. Das echt een plaatje.'
Ze volg den Hagrid en zijn boom naar de Grote Zaal, waar professor
Anderling en professor Banning druk bezig waren met de kerstversieringen.
'Ah, Hagrid, de laatste boom zou je hem daar in de hoek willen zetten?'
De zaal zag er schitterend uit. Overal hingen guirlandes van hulst maretak
en er stonden niet minder dan twaalf enorme kerstbomen. In sommige
fonkelden piepkleine ijspegeltjes en in andere flakkerden honderden
kaarsjes.
'Hoeveel dagen nog voor de vakantie begint?' vroeg Hagrid.
'Eentje,' zei Hermelien. 'En dat doet me eraan denken, Harr en Ron we

hebben nog een halfuurtje voor het middageten. Eigenlijk zouden we in de
bibliotheek moeten zijn.'
'Je hebt gelijk; zei Ron. Hij scheurde zijn blik los van profess or Banning,
die gouden bellen uit zijn tovers tok liet borrelen en die over de takken van
de laatste boom drapeerde.
'De bieb?' zei Hagrid, die ook naar buiten ging. 'Op jullie laatste schooldag?
Jullie zijn wel fanatiek, hè?'
'O, het is geen schoolwerk; zei Harr opgewekt. 'Maar sinds jij de naam
Nicolaas Flamel hebt laten vallen, proberen wij erachter te kom en wie dat
is.'
'Wat?' zei Hagrid geschokt. 'Hoor es effe ik zei toch dat jullie je d'r niet mee
mogen bemoeien? 't Gaat jullie niks an wat die hond bewaakt.'
'We willen alleen weten wie Flamel is,' zei Hermelien.
'Of jij moet dat nu direct zeggen en ons een hoop moeite besparen,' voegde
Harr eraan toe. 'We hebben al honderden boeken doorgekeken en kunnen
hem nergens vinden. Vooruit, geef eens een hint. Ik weet zeker dat ik zijn
naam er gens gelezen heb.'
'Ik zeg niks' zei Hagrid kortaf.
'Dan moeten we het zelf maar uitvissen,' zei Ron. Ze gingen haastig naar de
bibliotheek en lieten een humeurige Hagrid achter .
Ze waren inderdaad druk op zoek naar de naam Flamel, sinds Hagrid die er
per ongeluk had uitgeflapt. Hoe moesten ze er anders achterkomen wat
Sneep probeerde te stelen? Het probleem was dat ze niet wisten waar ze
moesten zoeken, omdat ze geen idee hadden waarom Flamel in de boeken
vermeld zou kunnen zijn. Hij stond in elk geval niet in Grote Tovenaars van
de Twin tigste Eeuw of Opmerkelijke Magiërs van ons Tijdsgewricht en was
ook niet te vind en in Belangrijke Moderne Magische Ontdekkin gen of Een
Overzicht van Recente Ontwikkelingen in de Toverkunst. En daar kwam de
omvang van de bibliotheek dan nog eens bij: tienduizenden boeken;
duizenden planken; honderden kasten.
Hermelien had een lijst met onderwerpen en titels die ze sVWHPDWLVFh
naliep, terwijl Ron naar een willekeurige kast ging en lukraak boeken van
de planken haalde. Harr slenterde naar de Verboden Afdeling. Hij vroeg
zich al een tijdje af of Flamel daar niet te vinden zou zijn.
Helaas had je een speciaal, door een leraar ondertekend briefje nodig om
een verboden boek in te mogen kijken en hij wist dat hij dat nooit zou
krijgen. Die boeken bevatten krachtige Duistere Magie, die nooit werd

onderwezen op Zweinstein en alleen werd bestudeerd door oudere
leerlingen, die bezig waren met Verweer tegen de Zwarte Kunsten voor
Gevorderden.
'Wat zoek je, jongen?'
Niets,' zei Harry .
Madame Rommella, de bibliothecaresse, wuifde met haar plumeau naar
hem.
'Dan zou ik maar gaan. V ooruit opgehoepeld!'
Nijdig op zichzelf omdat hij niet wat sneller een smoes had kunnen
verzinnen verliet Harr de bibliotheek. Hij, Ron en Hermelien hadden
afgesproken om niet aan madame Rommella te vragen waar Flamel te
vinden was. Dat zou ze ongetw ijfeld weten, maar dan liepen ze het risico
dat Sneep erachter kwam wat ze in hun schild voerden.
Harr wachtte buiten op de gan g, om te horen of de anderen iets gevonden
hadden, maar erg hoopvol was hij niet. Ze zochten nu al twee weken, maar
hadden slechts af en toe een halfuurtje vrij tussen de lessen en het was niet
vreemd dat ze niets gevonden hadden. Ze hadden eigenlijk een lekker lange,
ongestoorde speurtocht nodig, zonder op hun vingers gekeken te worden
door madame Rommella.
Vijf min uten later kwamen Ron en Hermelien hoofdschuddend naar buiten
en gingen ze eten.
'Je blijft toch zoeken als ik weg ben, hè?' zei Hermelien. 'En stuur een uil
als je iets vindt.'
'Misschien kan jij thuis vragen of ze weten wie Flamel is,' zei Ron. 'Het is
vast wel veilig om dat aan je ouders te vragen.'
'Heel veilig, want ze zijn allebei tandarts,' zei Hermelien.
Zodra het eenmaal vakantie was, hadden Ron en Harr veel te veel lol om
nog vaak aan Flamel te denken. Ze hadden de slaapzaal voor zich alleen en
de leerlingenkamer was veel leger dan anders, zodat ze de beste stoelen bij
de haard konden nemen. Ze zaten uren bij het vuur , aten alles wat ze maar
aan een lange vork konden roosteren - brood, krentenbollen, marshmallows
en bedachten manieren om Malfidus van school gestuurd te krijgen.
Waarschijnlijk zouden die niet werken, maar het was leuk om over te
praten.
Ron leerde Harr ook toverschaken. Dat was precies als Dreu zelschaken,
alleen leefden de stukken, waardoor het veel leek op soldaten commanderen
tijdens een geve cht. Rons schaakspel was oud en haveloos en net als zijn

andere spullen een afdankertj e van een familielid in dit geval zijn
grootvader . Oude schaakstukken waren echter geen nadeel. Ron kende ze
zo goed dat ze altijd direct deden wat hij vroeg.
Harr gebruikte schaakstukken die hij van Simon Filister had geleend, maar
die hadd en geen greintje vertrouwen in hem. Hij speelde nog niet zo best en
ze schreeuwden steeds allerlei raadgevingen, wat nogal verwarrend was:
'Stuur me daar niet heen, zie je zijn loper dan niet? Stuur hém maar , hem
kunnen we missen.'
Toen Harr de avond voor Kerstmis naar bed ging, verheugde hij zich wel
op veel lekker eten en veel lol, maar verwachtte hij geen cadeautjes. Zodra
hij de volgende ochtend zijn ogen opendeed, zag hij echter een stapeltje
pakjes aan zijn voeteneinde liggen.
'Vrolijk kerstfeest,' zei Ron slaperig, terwijl Harr haastig uit bed sprong en
zijn ochtendjas aantrok.
Jij ook,' zei Harry . 'Moet je zien! Ik heb cadeautjes gekregen!'
'Wat dac ht je dan dat je zou krijgen? Suikerbieten?' zei Ron. Hij liep naar
zijn eigen stapel, die heel wat groter was dan die van Harry .
Harr maakte eerst het bovenste pakje open, dat in dik bruin papier was
verpakt. In grote hanenpoten stond er Voor Harr van Hagrid op. Het
bevatte een ruw gesneden houten fluit, die Hagrid duidelijk zelf had
gemaakt. HarrEOLHVHURSKHWNORQNHHQEHHWMHDOVKHWNUDVVHQYDQHHQXLO.
In een tweede, piepklein pakje zat een briefje.
We hebben je boodschap ontvangen en sluiten je kerstcadea u bij. Oom
Herman en tante Petunia. Aan het briefje was met plakband een munt van
vijftig pence bevestigd.
'Heel aardig van ze,' zei Harry .
Ron was gefascineerd door de achthoekige munt van vijftig pence.
'Idioot gewoon!' zei hij. 'Die vorm! Is dat geld?'
'Hou maar,' zei Harry , die moe st lachen toen hij zag hoe blij Ron was.
'Hagrid, mijn oom en tante wie hebben deze dan gestuurd?'
'Ik denk dat ik weet van wie dit is,' zei Ron, die rood werd en op een groot,
bobbelig pak wees. 'Mijn moeder . Ik heb geschreven dat je geen cadeautjes
verwachtte en o nee,' kreunde hij. 'Ze heeft een W emel-trui voor je gebreid.'
Harr scheurde het pak open en zag een dikke, gebreide, smaragdgroene
trui en een grote doos zelfgemaakte karamels.
'Ze breit elk jaar een trui voor ons,' zei Ron, die zijn eigen trui uitpakte, 'en
de mijne is altijd kastanjebruin.'

'Dat is echt aardig van haar,' zei Harry . Hij proefde een karam el, die heel
lekker was.
Zijn volgende pakje bevatte ook snoep een grote doos Choco kikkers van
Hermelien.
Er was nog maar één pakje over Harr voelde eraan. Het was erg licht. Hij
pakte het uit.
Er glibberde iets glads en zilverachtigs op de grond, dat in glanzende
plooien bleef liggen. Ron hapte naar adem.
'Daar heb ik over gehoord,' zei hij zacht en hij liet de doos met Smekkies In
Alle Smaken die hij van Hermelien had gekregen vallen. 'Als dat is wat ik
denk dat het is, dan is het zeldzaam en heel er g kostbaar.'
'Wat is het dan?'
De glimmende, zilverachtige stof voelde wonderlijk aan, als water dat tot
textiel was geweven.
'Volgens mij is het een onzich tbaarheidsmantel,' zei Ron vol ontzag. 'Ik
weet het trouwens wel zeker pas hem maar eens.'
HarrVORHJGHPDQWHORPHQ5RQVODDNWHHHQNUHHW.
'Ja, zie je wel! Kijk maar omlaag!'
Harr keek naar zijn voeten, maar die waren verdwenen. Hij holde naar de
spiegel en inderdaad, alleen zijn hoofd zweefde in de lucht. De rest van zijn
lichaam was volkomen onzichtbaar . Hij trok de mantel over zijn hoofd en
ook zijn laatste stukje spiegelbeeld verdween.
'Er zit een briefje bij!' zei Ron plotseling. 'Er viel een briefje uit!'
Harr deed de mantel af en pakte het briefje. Het was geschr even in een
smal, krullerig handschrift dat hij nog nooit eerder had gezien:
Je vader heeft dit bij mij in bewaring gegeven voor zijn dood.
Het wordt tijd dat jij het terugkrijgt.
Maak er goed gebruik van.
Een Heel V rolijk Kerstfeest
Het was niet ondertekend. Harr staarde naar het briefje, terwijl Ron de
mantel bewonderde.
'Ik zou alles geven voor zo'n ding,' zei hij. 'Alles. W at is er?'
Niets,' zei Harry . Hij voelde zich heel vreemd. Wie had hem die mantel
gestuurd? En was hij werkelijk van zijn vader geweest?
Voor hij iets anders kon zeggen of bedenken, vloog de deur van de slaapzaal

open en kwamen Fred en Geor ge Wemel binnenstormen. Harr stopte de
mantel gauw weg. Hij had nog geen zin om hem met ieman d anders te
delen.
'Vrolijk kerstfeest!'
'Hé, kijk HarrKHHIWRRNHHQW emel-trui!'
Fred en Geor ge droegen blauwe truien, eentje met een grote F erop en
eentje met een G.
'Maar die van Harr is mooier ,' zei Fred, die Harr
V trui omhoog hield. 'Het
is duidelijk dat ze beter haar best doet als je geen familie bent.'
'Waarom heb je jouw trui niet aan, Ron?' vroeg George. 'Vooruit - ze zijn
heerlijk warm.'
'Ik haat kastanjebruin,' kreunde Ron, die de trui over zijn hoofd trok.
'Jij hebt geen letter op je trui,' zei Geor ge. 'Ze denkt zeker dat jij je eigen
naam niet vergeet. Maar wij zijn heus niet stom, hoor we weten best dat we
Gred en For ge heten.'
'Wat is dat voor herrie?'
Perc Wemel stak afkeurend zijn hoofd om de deur . Blijkbaar was hij ook
bezig geweest zijn cadeautjes uit te pakken, want hij had een dikke,
bobbelige trui over zijn arm, die Fred meteen greep.
'De K van Klassenoudste! Vooruit, Percy, trek aan. Wij dragen onze truien
ook. Zelfs HarrKHHIWHUHHQ'
'Ik wil niet -' zei Perc gesmoord, terwijl zijn tweelingbroertjes de trui over
zijn hoofd trokken, zodat zijn bril scheef kwam te hangen.
'En je gaat vandaag ook niet bij de andere klassenoudsten zitten,' zei
George. 'Kerstmis vier je samen met je familie.'
Ze grep en Percy , die zijn arme n niet kon bewegen omdat ze klem zaten
onder zijn trui en sleepten hem mee naar buiten.
Harr had nog nooit zo'n kerstmaaltijd gezien. Wel honderd grote,
geroosterde kalkoenen, bergen gebakken en gekookte aardappels, schalen
vol worstjes, terrines vol erwten met boter, juskommen vol dikke,
smakelijke jus en veenbessen saus en om de meter lagen er stapels
fantastische, magische knalbonbons. Die waren totaal anders dan de
armzalige, Dreuzelige knalbonbons die de Duf felings kochten, met hun
gammele stukjes plastic speelgoed en armetierige papieren feestmutsjes.
HarrWURNPHW)UHGHHQNQDOERQERQNDSRW.
Die gaf niet gewoon een knalletje, maar ging af met een dreun als een
kanonslag en hulde iedereen in blauwe rookwolken, terwijl er een

admiraalssteek en een stel levende witte muizen uitvielen. Aan de
Oppertafel had Perkamentus zijn puntige tovenaarshoed verwisseld voor
een papieren bloemetjesmuts en hij grinnikte vrolijk om een grap die
professor Banning had verteld.
De kalko en werd gevolgd door geflambeerde kerstpudding. Perc brak zijn
kiezen bijna op een zilveren Sikkel die in zijn stuk was meeg ebakken en
Harr zag Hagrid roder en roder worden terwijl hij meer en meer wijn
dronk. T en slotte kuste hij professor Anderling op haar wang, die tot Harr
s
verbazing giechelde en bloosde, met haar hoge hoed scheef op haar hoofd.
Toen Harr uiteindelijk opstond van tafel, had hij een hele lading cadeautjes
die in de knalbonbons had gezeten, waaronder een zak lichtgevende
ballonnen die niet konden klappen, een Kweek-Je-Eigen-W rattenset en een
splinternieuw toverschaakspel. De witte muizen waren verdwenen en Harry
had het akelige gevoel dat die zouden eindigen als kerstmaal van mevrouw
Norks.
Harr en de Wemels brachten een heerlijke middag door met een fanatiek
sneeuwballengevecht in het park. Koud, nat en buiten adem keerden ze ten
slotte terug naar het haardvuur in de leerlingenkamer van Griffoendor , waar
Harr zijn nieuwe schaakstukken inwijdde door spectaculair van Ron te
verliezen. Hij vermoedde dat hij niet zo ingemaakt zou zijn als Perc hem
wat minder goedbedoelde raad had gegeven.
Na het avondeten, dat bestond uit broodjes kalkoen, cake, pudding en
kersttaart, was iedereen zo vol en slaperig dat eigenlijk niemand nog iets
wilde doen, behalve kijken hoe Perc Fred en Geor ge achterna zat door de
toren omdat ze zijn klassenoudstespeld hadden gestolen.
Het was Harr
s allerbeste kerstfeest geweest, maar toch had er de hele dag
iets aan hem geknaagd. Pas toen hij in bed stapte, besefte hij wat dat was:
de onzichtbaarheidsmantel en wie die gestuurd had.
Ron, die propvo l kalkoen en taart zat en niet geplaagd werd door mVWHULHV,
viel vrijw el direct nadat hij de gordijnen van zijn hemelbed had dichtgedaan
in slaap. Harr boog zich over de rand van zijn bed en haalde de
onzichtbaarheidsmantel te voorschijn.
Zijn vader... hij was van zijn vader geweest. Hij liet de stof door zijn
vingers glijden, gladder dan zijde en zo licht als lucht. Maak er goed
gebruik van, had er in het briefje gestaan.
Hij moest hem uitproberen, nu meteen. Hij glipte uit bed en sloeg de mantel
om. Toe n hij naar zijn benen keek, zag hij alleen maanlicht en schaduwen.

Dat was een heel raar gevoel.
Maak er goed gebruik van.
Plotseling was Harr klaarwakk er. Heel Zweinstein lag voor hem open als
hij die mantel droeg. Hij voelde een golf van opwinding terwijl hij daar
stond, in duisternis en stilte. Hij kon gaan en staan waar hij wilde, zonder
dat V ilder ook maar iets zou merken.
Ron kreunde even in zijn slaap. Harr vroeg zich af of hij hem wakker
moest maken, maar iets weerhield hem. Zijn vaders mantel hij had het
gevoel dat hij die deze keer de eerste keer alleen wilde gebruiken.
Hij sloop de trap af, stak de leerlingenkamer over en klom door het
portretgat.
'Wie is daar?' piepte de Dikke Dame. Harr zei niets, maar liep snel de gang
uit.
Waar zou hij heen gaan? Hij bleef met bonkend hart staan en dacht na.
Plotseling schoot het hem te binnen: de Verboden Afdeling van de
bibliotheek. Hij kon nu lezen zolang hij wilde, zolang hij maar nodig had
om erachter te komen wie Flamel was. Hij sloeg de onzichtbaar heidsmantel
om zich heen en ging op pad.
Het was aardedo nker en griezelig in de bibliotheek. Harr pakte een lamp,
om te kunnen zien waar hij liep. Het was net alsof de lamp zweefde en
hoewel Harr voelde dat zijn arm hem ondersteunde, kreeg hij er toch
koude rillingen van.
De V erboden Afdeling bevond zich helemaal achter in de bibliotheek. Harry
stapte voorzicht ig over het touw dat hem van de rest van de bieb scheidde
en hield zijn lamp omhoog, om de titels te kunnen lezen.
Daar werd hij niet veel wijzer van. De bladderende, vale gouden letters op
de ruggen spelden woorden in talen die Harr niet begreep . Sommige
boeken hadden helemaal geen titel en op één boek zat een donkere vlek die
akelig veel op bloed leek. Harr
V nekharen gingen overeind staan.
Misschien was het verbeelding, maar hij dacht dat er een zach t gefluister
opsteeg uit de boeken, alsof ze wisten dat er een indringer was.
Hij moe st ergen s beginnen. Voorzichtig zette hij de lamp op de grond en
keek of hij op de onderste plank iets interessants zag. Zijn oog viel op een
groot, zwartzilve ren boek. Hij haalde het er met moeite tussenuit, want het
was loodzwaar , legde het op zijn knie en liet het openvallen.
Een doordringend, bloedstollend gekrijs verscheurde de stilte het boek
gilde! Harr sloeg het met een klap dicht, maar het gegil ging door,

ononderbroken, snerpend en oorverdovend. Hij struikelde paniekerig
achteruit en stootte de lamp om, die meteen uitging. Hij hoorde voetstappen
op de gang snel propte hij het krijsende boek terug tussen de and ere en zette
het op een lopen . Hij passeerde Vilder bijna in de deuropening; zijn bleke,
verwilderde ogen keken dwars door hem heen. Harr dook onder zijn
uitgestrekte arm door en sprintte de gang uit, terwijl het gekrijs van het
boek nagalmde in zijn oren.
Bij een groot harnas bleef hij staan. Hij had zo graag uit de bibliotheek
willen ontsnappen dat hij niet had gekeken waar hij heen ging. Misschien
kwam het omdat het zo donker was, maar hij herkende de plek waar hij nu
was totaal niet. Hij wist dat er een harnas in de buurt van de keu kens stond,
maar hij moest minstens vijf verdiepingen hoger zijn.
'U vroeg of ik u direct wilde waarschuwen als er iemand 's nachts
rondsloop, professor. Daarnet is er iemand in de bibliotheek geweest op de
Verboden Afdeling.'
Harr voelde het bloed uit zijn gezicht wegtrekken. Hij wist niet waar hij
was, maar Vilder had blijkbaar een kortere weg genomen, want zijn zachte,
onderdanige stem klonk heel dichtbij en tot Harr
V afschuw was het Sneep
die antwoord gaf.
'De Verboden Afdeling, hè? Nou, dan kunnen ze niet ver zijn. Die vinden
we wel.'
Harr stond aan de grond genageld terwijl Vilder en Sneep ietsje verderop
de hoek om kwamen. Ze konden hem natuurlijk niet zien, maar het was een
smalle gang en als ze nog dichterbij kwamen, zouden ze tegen hem
opbotsen ondanks die mantel was hij nog steeds van vlees en bloed.
Hij schuifelde zo geruisloos mogelijk achteruit. Links van hem stond een
deur op een kier en dat was zijn enige kans. Met ingehouden adem wrong
hij zich door de opening en pro beerde de deur niet te laten bewegen. Tot
zijn opluchting wist hij naar binnen te glippen zonder dat ze iets merkten:
ze liepen voorbij en Harr leunde diep ademend tegen de muur en luisterde
naar hun wegstervende voetstappen. Dat had weinig gescheeld, héél weinig.
Het duurde een paar seconden voor hij in staat was om de kamer in zich op
te nemen.
Zo te zien bevond hij zich in een ongebruikt klaslokaal. T egen de muren zag
hij de donkere omtrekken van opgestapelde stoelen en lessen aars en een
omgekeerde prullenbak maar recht tegenover hem, tegen de muur , stond
iets wat daar niet thuishoorde, iets wat blijkbaar was neergezet door iemand

die het uit de weg wilde hebben.
Het was een schitterende spiegel, zo hoog als het plafond, met een
rijkversierde gouden lijst en twee klauwpoten. Aan de bovenkant van de
lijst was een spreuk uitgesneden: Neregeb jiz taw raam neiz nesnem taw
tein noot ki.
Harr
V paniek verdween nu hij Vilder en Sneep niet meer hoord e en hij liep
naar de spiegel. Hij wilde zichzelf opnieuw bekijken en niets zien. Hij ging
voor de spiegel staan.
Hij moest zijn handen tegen zijn mond drukken om niet te gillen.
Bliksemsnel draaide hij zich om, met een hart dat nog veel harder bonkte
dan toen het boek gegild had want hij had niet alleen zichzelf gezien, maar
ook een hele groep mensen, die vlak achter hem stond.
Er was niemand in de kamer . Langzaam maar snel ademend keek hij weer
in de spiegel.
Daar was zijn spiegelbeeld, doodsbleek en bang en vlak achter hem stonden
minstens tien mensen. Harr keek over zijn schoudermaar zag nog steeds
niemand. Waren die anderen ook onzichtbaar? Was hij in een kamer vol
onzichtbare mensen en was het bijzondere van die spiegel dat hij ze toch
kon zien?
Hij keek opnieuw . Vlak achter hem stond een vrouw , die glimlachte en
zwaaide. Hij stak zijn hand uit en voelde achter zich. Hun spiegelbeelden
stonden zo dicht bij elkaar dat hij haar gevoeld zou hebben als ze er
werkelijk was geweest, maar hij voelde alleen lucht zij en die anderen
bestonden alleen in de spiegel.
Het was een heel knappe vrouw. Ze had donkerrood haar en haa r ogen haar
ogen zijn net de mijne, dacht Harry, die nog iets dichter naar het glas
schuifelde. Felgroen en met precies dezelfde vorm maar toen zag hij dat ze
huilde; ze lachte, maar huilde tegelijk. Naast haar stond een lange, magere
man, die zijn arm om haar heen sloeg. Hij droeg een bril en had verward
zwart haar, dat aan de achterkant in pieken omhoogstak, net als dat van
Harry .
Harr stond nu zo dicht bij de spiegel dat zijn neus bijna tegen het glas
kwam.
'Ma?' fluisterde hij. 'Pa?'
Ze keke n hem alleen maar glimlachend aan. Langzaam bekeek Harr de
gezichten van de andere mensen in de spiegel en zag nog meer groene ogen,
andere neuzen die op de zijne leken en zelfs een oud mannetje dat zo te zien

Harr
V knobbelknieën had. Voor het eerst in zijn leven zag Harr zijn
familie.
De Potters lachten en zwaaiden en Harr staarde gretig, met zijn handen
tegen het glas gedrukt, alsof hij hoopte dat hij er doorheen zou vallen, zodat
hij bij hen kon zijn. Hij voelde een overweldigende, pijnlijke emotie, half
vreugde en half snijdend verdriet.
Hij wist niet hoe lang hij daar bleef staan. De spiegelbeelden vervaagden
niet en hij staa rde en staarde tot hij uiteindelijk in de verte een geluid
hoorde en uit zijn trance ontwaakte. Hij kon daar niet eeuwig blijven; hij
moest de weg naar de slaapzaal terug zien te vinden. Hij scheurde zijn blik
los van het gezicht van zijn moeder , fluisterde: 'Ik kom terug,' en ging
haastig naar buiten.
'Je had me wel wakker kunnen maken,' zei Ron gepikeerd.
'Je kunt vanavond mee. Ik ga opnieuw . Ik wil je die spiegel laten zien.'
'Ik zou je vader en moeder graag zien,' zei Ron gretig. 'En ik wil al jouw
familie zien, alle W emels. Je andere broers en zo.'
'Die kun je zien wanneer je wilt,' zei Ron. 'Dan hoef je van de zomer alleen
maar bij ons te komen logeren. En misschien kun je er trouwen s uitsluitend
dode mensen in zien. Jammer trouwens dat je Flamel niet hebt gevonden.
Vooruit, neem ook wat spek. W aarom eet je niets?'
Harr kon geen hap door zijn keel krijgen. Hij had zijn ouders gezien en
zou ze vanavond opnieuw zien. Flamel was hij al bijna vergeten. Het leek
ook niet belangrijk meer. W at kon het hem schelen wat die driekoppige
hond bewaakte? Wat kon het hem eigenlijk schelen of Sneep het inpikte of
niet?
'Voel je je wel goed?' zei Ron. Je ziet er een beetje raar uit.'
Harr was vreselijk bang dat hij de kamer met de spiegel niet zou kunnen
terugvinden. Met Ron ook in zijn mantel gewikkeld ging het wel wat
langzamer . Ze probeerden Harr
V route vanuit de bibliotheek opnieuw te
volgen en zwierven bijna een uur door de donkere gangen.
'Ik bevries zowat,' zei Ron. 'Laten we teruggaan.'
'Nee!' siste Harry . 'Het moet hier er gens zijn.'
Ze passeerden de geest van een lange heks, die de andere kant uitzweefde,
maar kwamen verder niemand tegen. Net toen Ron begon te klagen dat zijn
voeten bevroren waren, zag HarrKHWJURWHKDUQDV.
'Hier is het - hierzo ja!'
Ze duwden de deur open. Harr liet de mantel van zijn schouder s glijden en

rende naar de spiegel.
Ze ware n er weer! Zijn vader en moeder glimlachten breed toen ze hem
zagen.
'Zie je wel?' fluisterde Harry .
'Ik zie niks.'
'Kijk! Moet je ze zien... het zijn er een heleboel...' 'Ik zie alleen jou.'
'Kijk dan goed. Vooruit, ga hier staan.'
Harr stapte opzij, maar toen Ron voor de spiegel stond, kon hij zijn familie
niet meer zien, alleen Ron in zijn gestreepte pMDPD Ron staarde
gefascineerd naar zijn spiegelbe eld. 'Moet je mij zien!' zei hij. 'Zie jij ook je
hele familie?'
'Nee ik ben alleen maar ik ben anders ik zie er ouder uit en ik ben
hoofdmonitor!'
'Wat?'
'Ik - ik heb een speld op, net als Bill vroeger en ik heb de afdelingsbeker in
mijn hand en de Zwerkbalcup en ik ben aanvoerder van het Zwerkbalteam!'
Ron wendde zijn blik even van dat opwindende tafereel af en keek Harry
opgewonden aan.
'Denk je dat die spiegel de toekomst laat zien?'
'Hoe kan dat nou? Mijn hele familie is dood - laat mij nog eens kijken -'
'Jij hebt hem gisteren de hele avond voor jezelf gehad. Laat mij nou ook
even.'
'Jij houdt alleen de Zwerkbalcup vast. Wat is daar zo interessant aan? Ik wil
mijn ouders zien.'
'Niet duwen -'
Hun discussie werd afgekapt door een geluid op de gang. Ze hadden niet
beseft hoe hard ze praatten. 'Vlug!'
Ron gooide de mantel over hen heen, precies op het moment dat de
lichtgevende ogen van mevrouw Norks om de deur keken Ron en Harry
bleven stokstijf staan en dachten allebei precies hetzelfde - werkte die
mantel ook bij katten? Na wat wel een eeuwigheid leek, draaide ze zich om
en ging weer weg.
'Dit wordt link - misschien gaat ze Vilder halen. Ik wil wedden dat ze ons
gehoord heeft. Kom op.'
Ron sleepte HarrPHHQDDUEXLWHQ.
De volgende ochtend was de sneeuw nog steeds niet gesmolten. 'Wil je een
potje schaken, Harr"
YURHJ5RQ.

'Nee.'
'Zullen we bij Hagrid langsgaan?'
'Nee... ga jij maar...'
'Ik weet waar je aan denkt. Harry . Aan die spiegel. Ga vanavond niet.'
'Waarom niet?'
'Ik weet niet. Ik heb een slecht voor gevoel en bovendien ben je al te vaak op
het nipp ertje ontsnapt. Vilder , Sneep en mevrouw Norks sluipen daar ook
rond. Misschien kunnen ze je niet zien, maar wat dan nog? Stel dat ze tegen
je opbotsen? Of dat je zelf iets omstoot?'
'Je lijkt Hermelien wel.'
'Ik meen het, Harry . Ga niet.'
Maar Harr had slechts één wens en dat was opnieuw voor die spiegel
staan. Rons bezwaren zouden hem heus niet tegenhouden.
De derde avond vond hij de kamer heel wat sneller dan eerst. Hij liep zelfs
zo snel dat hij meer geluid maakte dan verstandig was, maar hij kwam
niemand tegen.
En daar stonden zijn vader en moeder weer te lachen en een van zijn opa's
knikte blij. Harr ging voor de spiegel op de grond zitten. Niets kon hem
ervan weerhouden om de hele nacht bij zijn familie te blijven. Helemaal
niets.
Behalve -
'Zo weer terug, Harr"'
Harr had het gevoel dat zijn binnenste in ijs was veranderd. Hij keek om.
Op een van de lessenaars tegen de muur zat niemand minder dan Albus
Perkamentus. Harr moest regelrecht langs hem heen zijn gelopen, maar hij
had zo graag in de spiegel willen kijken dat hij hem niet eens gezien had.
'Ik - ik zag u niet, meneer .'
'Merkwaardig hoe bijziend je wordt van onzichtbaar zijn,' zei Perkamentus
en tot Harr
VRSOXFKWLQJJOLPODFKWHKLM.
'Zo,' zei Perkamentus, die zich van de lessenaar liet glijden en naast Harry
op de grond ging zitten. 'Dus net als honderden anderen heb je de
verlokkingen van de Spiegel van Neregeb ontdekt.'
'Ik wist niet dat hij zo heette, meneer .'
'Maar je beseft inmiddels wel wat hij doet?'
'Hij - nou ik zie mijn familie -'
'En je vriend Ron zag zichzelf als hoofdmonitor .'
'Hoe weet u dat?'

'Ik heb geen mantel nodig om onzichtbaar te zijn,' zei Perkamentus
vriendelijk. 'Snap je nu wat de Spiegel laat zien?' HarrVFKXGGH]LMQKRRIG.
'Ik zal het uitleggen. De gelukkigste man ter wereld zou de Spiegel van
Neregeb kunnen gebruiken als een normale spiegel. Met andere woorden:
hij zou zichzelf precies zo zien als hij was. Begrijp je het nu?'
Harr dacht na en zei toen langzaam: 'Hij laat zien wat we willen... alles
wat we willen...'
'Ja en nee,' zei Perkamentus. 'Hij toont onze diepste, meest brandende
verlangens, niets meer , niets minder . Jij hebt nooit familie gehad en ziet al
je verwanten om je heen. Ronald Wemel is altijd overschaduwd door zijn
broers en ziet zichzelf eenzaam aan de top staan, de beste van allemaal.
Toch biedt deze spiegel ons geen kennis en ook geen waarh eid. Er zijn
mensen voor weggekwijnd, betoverd door wat ze zagen, en anderen zijn
krankzinnig geworden, omdat ze niet wisten of wat ze zagen echt of zelfs
maar mogelijk was.
Mor gen verhuis t de Spiegel naar een nieuw onderkomen en ik vraag je om
er niet meer naar op zoek te gaan, Harry. Mocht je hem onverhoopt nog
eens tegenkomen, dan weet je wat je kunt verwachten. Het is niet goed om
je te laten begoochelen door dromen en te ver geten om te leven. En nu zou
ik die fraaie mantel maar weer omdoen en naar bed gaan, als ik jou was.'
HarrVWRQGRS.
'Meneer professor Perkamentus? Mag ik u iets vragen?'
'Dat heb je zojuist gedaan,' zei Perkamentus glimlachend. 'Maar je mag nog
één extra vraag stellen.'
'Wat ziet u als u in die spiegel kijkt?'
'Ik? Ik zie gewoon mezelf, met een paar dikke, wollen sokken in mijn hand.'
HarrJDDSWHKHPDDQ.
'Een mens kan nooit genoeg sokken hebben,' zei Perkamentus. 'Kerstmis is
weer voorbij en ik heb niet één paar gekregen. Iedereen geeft me altijd maar
boeken.'
Pas toen hij weer in bed lag, besefte Harr dat Perkamentus misschien niet
helemaal de waarheid had gesproken. Maar het was dan ook een vrij
persoonlijke vraag geweest, dacht hij terwijl hij Schurfie van zijn kussen
duwde.

Hoofd stu k 1 3
NICOLAAS FLAMEL
Perkamentus had Harr overtuigd dat hij niet opnieuw op zoek moest gaan
naar de Spiegel van Neregeb en de rest van de kerstvakantie bleef de
onzichtbaarheidsmantel keurig opgevouwen in zijn hutkof fer liggen. Kon
Harr wat hij in de spiegel had gezien maar net zo makkelijk van zich af
zetten, maar dat was onmogelijk. Hij kreeg last van nachtmerri es. Keer op
keer droomde hij dat zijn ouders verdwenen in een groene lichtflits, terwijl
een hoge stem kakelend lachte.
'Zie je wel? Perkamentus heeft gelijk. Je kan inderdaad gek worden door die
spiegel,' zei Ron, toen HarrKHPRYHU]LMQGURPHQYHUWHOGH.
Hermelien, die op de laatste vakantiedag terugkwam, dacht daar heel anders
over. Aan de ene kant was ze ontzet omdat Harr drie nachten achter elkaar
door de school had gezworven ('Stel dat Vilder je had betrapt! ') en aan de
andere kant was ze teleur gesteld omdat hij er niet achter was gekomen wie
Nicolaas Flamel was.
Ze hadden de hoop om Flamel ooit nog eens in een bibliotheekboek tegen te
komen al bijna opgegeven, ook al was Harr ervan overtuigd dat hij zijn
naam ergens gelezen had. Zodra de school begon, moesten ze weer
genoegen nemen met tien minuten boeken doorbladeren in de pauze. Harry
had nog minder tijd dan de and eren, omdat de Zwerkbaltrainin g weer was
begonnen.
Plank beulde zijn ploeg nog erger af dan eerst. Zelfs de onophoudelijk
neer gutsende regen, die de sneeuw had verdreven, kon zijn enthousiasme
niet bekoelen. De Wemels klaagden dat hij een echte slavendrijver was,
maar Harr was het met Plank eens. Als ze de wedstrijd tegen Huffelpuf
wonnen, zouden ze voor het eerst in zeven jaar boven Zwadderich staan.
Nog afgezien van het feit dat hij graag wilde winnen, merkte Harr ook dat
hij minder last van nachtmerri es had als hij uitgeput was na een zware
training.
Tijdens een uitzonderlijk natte en modderige training had Plank een
vervelend nieuwtje voor zijn ploeg. Hij was net woest geworden op de
Wemels, die duikbommenwerp ertje speelden en deden alsof ze van hun
bezems vielen.

'Hou op met dat gedonder!' schreeuwde hij. 'Dat is nou precies wat ons de
wedstrijd kan kosten! Sneep fluit en die popelt vast om punten af te trekken
van Grif foendor!'
Toen hij dat hoorde, viel Geor ge Wemel echt van zijn bezem.
'Is Sneep scheidsrechter?' sputterde hij met zijn mond vol modder . 'Heeft hij
ooit eerder een Zwerkbalwedstrijd gefloten? Ik denk niet dat hij erg
onpartijdig zal zijn als hij bang is dat we Zwadderich inhalen.'
De andere spelers landden naast Geor ge om ook hun beklag te doen.
'Ik kan het ook niet helpen," zei Plank. 'We moeten gewoon zorgen dat we
geen overtredin gen maken en Sneep geen aanleiding geven om ons te
grazen te nemen.'
Dat was leuk en aardig, dacht Harry, maar hij had nog een andere reden om
niet in de buurt van Sneep te willen zijn als hij Zwerkbal speelde...
Na de training bleef de rest van het team nog even napraten, zoals
gewoonlijk, maar Harr ging regelrecht naar de leerlingenkamer van
Griffoendor , wa ar Ron en Hermelien zaten te schaken. Schaken was het
enige waarbij Hermelien af en toe verloor en dat vonden Ron en Harr heel
goed voor haar .
'Even niks zeggen,' zei Ron toen Harr naast hem ging zitten. 'Ik moet me
concen -' Hij zag Harr
VJH]LFKW
W at heb je? Je ziet er vreselijk uit.'
Zachtjes, zodat de anderen het niet zouden horen, vertelde Harr over
Sneeps plotselinge en sinistere verlangen om een Zwerkbalwedstrijd te
fluiten.
'Speel dan niet,' zei Hermelien.
'Zeg dat je ziek bent,' zei Ron.
'Doe alsof je je been hebt gebroken,' suggereerde Hermelien.
'Breek je been echt,' zei Ron.
'Dat kan niet,' zei Harry . 'W e hebben geen reserve-Zoeker . Als ik me
terugtrek, kan Grif foendor niet spelen.'
Op dat moment smakte Marcel op de vloer van de leerlingenkamer . Het was
een raadsel hoe hij door het portretgat had kunnen klimmen, want zijn
benen waren aan elkaar gekleefd, zo te zien met behulp van de Vloek van
Beentjeplak. Hij moest helemaal naar de toren van Grif foendor zijn gehopt.
Iedereen rolde over de grond van het lachen, behalve Hermelie n, die gauw
de tegenvloek uitsprak. Marcels benen schoten los en hij krabbelde
overeind.
'Wat is er geb eurd?' vroeg Hermelien, die hem naast Harr en Ron

neerpootte.
'Malfidus,' zei Marcel trillerig. 'Ik kwam hem tegen bij de bieb. Hij zei dat
hij iemand zocht om op te oefenen.'
'Ga naar professor Anderling!' drong Hermelien aan. 'Ga klagen!'
Marcel schudde zijn hoofd.
'Ik wil niet nog meer problemen,' mompelde hij.
'Je moet van je afbijten, Marcel!' zei Ron. 'Hij is eraan gewend om over
mensen te lopen, maar dat is nog geen reden om braaf te gaan liggen en het
hem gemakkelijk te maken.'
'Je hoeft me heus niet te vertellen dat ik niet dapper genoeg ben voor
Griffoendor . Dat heeft Malfidus al gedaan,' zei Marcel gesmoord.
Harr haalde een Chocokikker uit zijn zak, de allerlaatste uit de doos die
Hermelien hem voor Kerstmis had gegeven. Hij gaf hem aan Marcel, die zo
te zien op het punt stond om in tranen uit te barsten.
'Jij bent twaalf Malfidussen waard, Marcel,' zei Harry . 'De Sorteerhoed
heeft je toch bij Grif foendor ingedeeld? En waar zit Malfidus? Bij dat
smerige Zwadderich.'
Marcel glimlachte flauwtjes terwijl hij de kikker uitpakte.
'Bedankt, Harry... ik denk dat ik maar naar bed ga... wil jij het plaatje? Je
spaart ze toch?'
Marcel sjokte weg en HarrNHHNQDDUKHWNDDUWMHPHW%HURHPGHT ovenaars.
'Alweer Perkamentus,' zei hij. 'Dat was het allereerste plaatje dat ik - '
Hij snakte naar adem, staarde naar de achterkant van het kaartje en keek
toen naar Ron en Hermelien.
'Ik heb hem gevonden!.' fluisterde hij. 'Ik heb Flamel gevonden! Ik zei toch
dat ik die naam ergens had gelezen? Dat was in de trein, op weg naar
Zweinstein. Luister maar: "Professor Perkamentus is vooral beroemd door
het verslaan van de duistere magiër Grindelwald in 1945, door zijn
ontdekking van de twaalf verschillende toepassingen van drakenbloed en
door zijn onderzoek op het gebied van de alchemie met zijn partner
Nicolaas Flamel"'.'
Hermelien sprong overeind. Ze was niet meer zo opgewonden geweest
sinds ze hun cijfers hadden gekregen voor hun allereerste proefwerk.
'Blijf hier!' zei ze en ze sprintt e naar de meisjesslaapzaal. Harr en Ron
hadden nauwelijks tijd om elkaar verbaasd aan te kijken voor ze alweer
terugkwam, met een enorm oud boek in haar armen.
' Ik heb er nooit aan gedacht om hierin te zoeken!' fluisterde ze. 'Ik heb het

weken geleden uit de bieb gehaald, omdat ik iets luchtigs wilde lezen.'
'Iets luchtigs?' zei Ron, maar Hermelien zei dat hij zijn mond moest houden
omdat ze iets wilde opzoeken . Opgewonden mompelend begon ze te
bladeren.
Uiteindelijk vond ze wat ze zocht.
'Ik wist het! Ik wist het!'
'Mogen we nu iets zeggen?' vroeg Ron knorrig, maar Hermelien negeerde
hem.
'Nicolaas Flamel,' fluisterde ze dramatisch, 'is de enige bekende maker van
de Steen der W ijzen!'
Dat had niet het effect waarop ze gehoopt had. 'De Steen der wat?' zeiden
HarrHQ5RQ.
'Allemachtig! Lezen jullie echt nooit iets? Hier , kijk dan daar.' Ze schoof het
boek naar hen toe en HarrHQ5RQOD]HQ:
De aloude studie der alchemie houdt zich voornamelijk bezig met het
vervaardigen van de Steen der W ijzen, een legendarische substantie met
verbluffende eigenschappen. De Steen verandert ieder metaal in zuiver
goud en produceert het Levenselixer , dat de drinker onsterfelijk maakt.
In de loop der eeuwen is veel gezegd en geschreven over de Steen der
Wijzen, maar de enige Steen die momenteel bestaat is in het bezit van de
heer Nicolaas Flamel, de befaamde alchemist en operaliefhebber . Meneer
Flamel, die vorig jaar zijn 665-ste verjaardag vierde, leidt een
teruggetrokken bestaan in Devon met zijn vrouw Perenelle (658).
'Zie je wel?' zei Hermelien toen Harr en Ron waren uitgelezen. 'Die hond
bewaakt de Steen der Wijzen! Ik wil wedden dat Flamel aan Perkamentus
heeft gevraagd om erop te passen, omdat ze vrienden zijn en hij wist dat
iemand het op die Steen gemunt had. Daarom is hij weg gehaald bij
Goudgrijp!'
'Een steen die goud maakt en waar je onsterfelijk van wordt!' zei Harry .
'Geen wonder dat Sneep hem zo graag wil hebben! W ie zou dat niet willen?'
'En geen wonde r dat we Flame l niet konden vinden in dat Overzicht van
Recente Ontwikkelingen in de Toverkunst,' zei Ron. 'Iemand van 665 kun je
moeilijk recent noemen, nietwaar?'
De volgende ochtend, toen ze tijdens hun les in Verweer tegen de Zwarte
Kunsten aantekeningen maakten over de verschillende behandelingen van
weerwolf beten, hadden Harr en Ron het er nog steeds over wat ze zouden
doen als ze zelf een Steen der Wijzen hadden. Pas toen Ron zei dat hij zijn

eigen Zwerkbalteam zou kopen, dacht Harr weer aan Sneep en de
komende wedstrijd.
'Ik ga wel spelen,' zei hij tegen Ron en Hermelien. 'Als ik dat niet doe,
denken de Zwadderaars nog dat ik bang ben voor Sneep. Ik zal ze wat laten
zien... als we winnen, vegen we die zelfvoldane grijns van hun smoel.'
'Als we jou maar niet hoeven op te vegen,' zei Hermelien.
Naarmate de wedstrijd naderde werd Harr steeds zenuwachtiger , ook al
hield hij zich groot tegenover Ron en Hermelien. De rest van het team was
ook niet echt kalm. De gedacht e dat ze misschien voor het eerst in zeven
jaar Zwadderich zouden inhalen op de ranglijst was geweldig, maar zouden
ze wel een eerlijke kans krijgen met zo'n partijdige scheidsrechter?
Harr wist niet of het verbeelding was, maar het leek alsof hij Sneep overal
tegen het lijf liep. Soms dacht hij zelfs dat Sneep hem volgde en hem
stiekem ergens op probeerde te betrappen. De Toverdrankles was een
wekelijkse marteling geworden,zo hatelijk deed Sneep tegen Harry. W as hij
er op de een of andere manier achter gekomen dat ze wisten van de Steen
der Wijzen? Dat leek Harr onmogelijk maar af en toe had hij het
afschuwelijke gevoel dat Sneep gedachten kon lezen.
Toen Ron en Hermelien hem de volgende middag veel succes wensten bij
de deur van de kleedkamer , wist Harr dat ze zich afvroegen of ze hem nog
levend terug zouden zien, wat niet bepaald geruststellend was. Harry
hoorde bijna geen woord van Planks peptalk terwijl hij zijn
Zwerkbalgewaad aantrok en zijn Nimbus 2000 pakte.
Intussen zochten Ron en Herme lien een plaatsje op de tribune, naast Marcel
die niet snapte waarom ze zo grimmig en ongerust keken of waa rom ze hun
toverstok hadden meegenomen. Zelfs Harr wist niet dat Ron en Hermelien
heimelijk de Vloek van Beentjeplak hadden geoefend.
Ze waren op dat idee gekomen doordat Malfidus die vloek had gebruikt
tegen Marcel en ze waren klaar om hem in te zetten tegen Sneep, zodra het
ernaar uitzag dat hij HarrLHWVZLOGHGRHQ.
'Denk eraan, de spreuk is Loco motor Mortis,' mompelde Hermelien tegen
Ron, die zijn toverstok verbor g in zijn mouw.
'Weet ik,' snauwde Ron. 'Zeur niet zo.'
In de kleedkamer had Plank HarrHYHQDSDUWJHQRPHQ.
'Ik wil je niet nog meer onder druk zetten, Potter, maar als het ooit
belangrijk is geweest om de Snaai vroeg buit te maken, is het nu wel. Beslis
de wedstrijd voor Sneep Huf felpuf al te erg voor kan trekken.'

'Zo'n beetje de hele school zit in het stadion!' zei Fred Wemel die even om
de deur keek. 'Zelfs - jeetje - zelfs Perkamentus is er!'
Harr
VKDUWVSURQJRS.
'Perkamentus?' zei hij en hij holde naar de deur om zelf te kijke n. Fred had
gelijk. Die zilverkleurige baard zou je uit duizenden herkennen.
Harr had zin om hardop te lachen, zo opgelucht was hij. Hij was veilig.
Sneep zou nooit iets durven doen als Perkamentus op de tribune zat.
Misschien keek Sneep daarom wel zo nijdig toen de teams het veld
opkwamen. Dat zag Ron ook.
'Ik heb Sneep nog nooit zo vals zien kijken,' zei hij tegen Hermelien. 'Kijk
ze zijn begonnen. Auw!'
Ron was door iemand tegen zijn achterhoofd geschopt. Door Malfidus.
'O, sorry , Wemel. Ik zag je niet.'
Malfidus grijnsde breed tegen Korzel en Kwast.
'Hoe lang zou Potter deze keer op zijn bezem blijven zitten? Wil iemand
wedden? Jij misschien, W emel?'
Ron gaf geen antwoord; Sneep had Huffelpuf net een strafschot toegekend
omdat George Wemel een Beuk er in zijn richting had geslagen. Hermelien,
die met haar handen op haar schoot als een razende zat te duimen, staarde
strak naar Harry , die als een havik boven de andere spelers rondcirkelde, op
zoek naar de Snaai.
'Weet je hoe ze spelers kiezen bij Grif foendor?' zei Malfidu s een paar
minuten later luid, toen Sneep opnieuw zonder enige aanleiding een
strafschot gaf aan Huffelpuf. 'Ze nemen alleen mensen met wie ze
medelijden hebben. Kijk maar: Potter heeft geen ouders, de Wemels hebben
geen geld - jij zou eigenlijk ook in het team moeten zitten, Lubbermans.
Tenslotte heb jij geen hersens.'
Marcel werd vuurrood. Hij draaide zich om en keek Malfidus aan.
'Ik ben twaalf van jouw soort waard, Malfidus,' stotterde hij.
Malfidus, Korzel en Kwast bulderden van het lachen, maar Ron, die zijn
blik nog steeds niet durfde af te wenden van het spel, zei: 'Goed zo, Marcel.
Bijt van je af.'
'Lubbermans, als hersens goud waren zou je nog armer zijn dan W emel en
dat wil wat zeggen.'
Rons zenuwen waren al tot het uiterste gespannen omdat hij zo ongerust
was over Harry .
'Ik waarschuw je, Malfidus nog één woord -'

'Ron!' zei Hermelien plotseling. 'Harr'
'Wat? W aar?'
Harr maakte plotseling een spectaculaire duik. De toeschouwers juichten
en snakten naar adem. Hermelie n stond op, met haar vingers in haar mond,
terwijl HarrDOVHHQNRJHORSGHJURQGDIVXLVGH.
'Je boft, W emel. Ik geloof dat Potter geld heeft zien liggen!' zei Malfidus.
Ron verloor zijn zelfbeheersing. Voor Malfidus wist wat er gebeurde, was
Ron op hem afgesprongen en had hem op de grond gegooid. Marcel
aarzelde even, maar klom toen over de rugleuning van zijn stoeltje om te
helpen.
'Vooruit, Harr!' gilde Hermelien, die op haar eigen stoeltje sprong terwijl
Harr recht op Sneep afschoot. Ze merkte niet eens dat Malfidus en Ron
onder haar stoel rolden en hoorde niets van de kreten en klappen van
Marcel, Korzel en Kwast, die alleen nog uit een kluwen maaiende vuisten
leken te bestaan.
Hoog in de lucht keerde Sneep net op tijd zijn bezemsteel om iets roods
langs te zien schieten, dat hem op een haar na miste en een tel later
beëindigde Harr zijn duikvlucht en trok zijn bezem recht, met de Snaai
triomfantelijk in zijn opgestoken hand.
Er ging een oorverdovend gejuich over de tribunes; dat moest een record
zijn. Niemand kon zich herinneren dat de Snaai ooit zo snel was
buitgemaakt.
'Ron! Ron! Waar ben je? De wedstrijd is afgelopen! Harr heeft gewonnen!
W ij hebben gewonnen! Griffoen dor gaat aan de leiding! krijste Hermelien,
die op en neer danste op haar stoel en Parvati Patil omhelsde, die een rij
lager zat.
Harr sprong een halve meter boven de grond van zijn bezem. Hij kon het
gewoon niet geloven. Het was hem gelukt de wedstrijd was afgelopen en
had nauwelijks vijf minuten geduurd. De Grif foendors bestormden het veld
en Snee p landde naast hem, met een doodsbleek gezicht en een strakke
mond. Opeens voelde Harr een hand op zijn schouder . Hij keek in
Perkamentus' glimlachende gezicht.
'Goed zo,' zei Perkamentus zacht, zodat alleen Harr hem kon verstaan. 'Ik
ben blij dat je niet te veel hebt gepiekerd over die spiegel - je bent druk
bezig geweest... uitstekend...'
Sneep spuwde verbitterd op de grond.
Een tijdje later verliet Harr in zijn eentje de kleedkamer om de Nimbus

2000 terug te brengen naar de bezemstalling. Hij kon zich niet herinneren
dat hij zich ooit zo gelukkig had gevoeld. Hij had iets gedaan waar hij trots
op kon zijn niemand kon nu nog beweren dat hij alleen een beroemde naam
had. De avondlucht had nog nooit zo lekker geroken. Hij liep over het
vochtige gras en herbeleefde het afgelopen uur. Het was allemaal één groot,
gelukzalig waas: aanstormende Griffoendors die hem op de schouders
namen; Ron en Hermelien die in de verte op en neer sprongen; Ron die luid
juichte ondanks zijn bloedneus.
Harr kwam bij de stalling. Hij leunde tegen de houten deur en keek naar
Zweinstein. De ramen gloeiden rood in het licht van de onder gaande zon.
Griffoendor lag op kop. Hij had het hem gelapt! Hij had Sneep een poepje
laten ruiken.
En over Sneep gesproken...
Een in mantel en kap gehulde gedaante kwam het bordes voor het kasteel
af. Hij wilde blijkbaar niet gezien worden en liep zo snel mogelijk in de
richting van het verboden bos. Harr
V overwinningsroes verdween terwijl
hij de gedaante nakeek. Hij herkende die grote, roofzuchtige passen: Sneep,
die stiekem het bos inglipte terwijl de anderen zaten te eten. Wat voerde hij
in zijn schild?
Harr sprong weer op zijn Nimbus 2000 en steeg op. Geruislo os dreef hij
over het kasteel en zag Sneep haastig het bos binnengaan. Harr volgde
hem.
De bomen stonden zo dicht op elkaar dat hij niet kon zien waar Sneep was
gebleven. Hij cirkelde rond, lager en lager , tot hij haast langs de bovenste
takken streek en uiteindelijk stemmen hoorde. Hij gleed in de richting van
het geluid en landde stilletjes in een hoge beuk.
Voorzichtig klom hij over een tak, met zijn bezem stevig in zijn hand en
probeerde door de bladeren omlaag te kijken.
Beneden, op een schemerige open plek, stond Sneep, maar hij was niet
alleen. Krinkel was er ook. Harr kon zijn gezicht niet zien, maar hij
stotterde erger dan ooit. Harr deed zijn uiterste best om hen te kunnen
verstaan.
'S-snap niet w-waarom je me per se h-hier wilde ontmoeten, Severus...'
'O, ik dacht dat we dit beter onder ons konden houden,' zei Sneep ijzig.
Tenslotte mogen de leerlingen niet van de Steen der W ijzen weten.'
Harr boog zich voorover . Krinkel mompelde iets, maar Sneep viel hem in
de rede. 'W eet je al hoe je langs dat beest van Hagrid moet komen?'

'M-maar, Severus, ik-'
'Je kunt mij beter te vriend houden, Krinkel,' zei Sneep, die een stap in zijn
richting deed.
'Ik w-weet niet w-wat je -'
'Je weet heel goed wat ik bedoel.'
Een uil kraste luid en Harr viel bijna uit de boom van schrik, maar hij
greep zich nog net op tijd beet en hoorde Sneep zeggen: 'Je kleine stukje
hocus-pocus. V ooruit, vertel op.'
'M-maar ik w-weet niet -'
'Goed dan,' onderbrak Sneep hem. 'Binnenkort maken we opnieuw een
praatje, als je eens rustig hebt nagedacht en hebt besloten aan wiens kant je
eigenlijk staat.'
Hij sloeg zijn mantel weer om zich heen en liep met grote passen weg. Het
was bijna donker , maar Harr zag dat Krinkel stokstijf bleef staan, alsof hij
in steen was veranderd.
'Harry , waar was je?' piepte Hermelien.
'We hebben gewonnen! Jij heb t gewonnen! We hebben gewonnen!' riep
Ron, die Harr op zijn rug beukte. 'En ik heb Malfidus een blauw oog
geslagen en Marcel heeft het in zijn eentje tegen Korzel en Kwast
opgenomen! Hij is nog steeds buiten westen, maar madame Plijster zegt dat
het weer goed komt - over wraak op Zwadderich gesproken! Iedereen wacht
op je in de leerl ingenkamer . W e gaan een feestje bouwen! Fred en Geor ge
hebben een paar taarten en dat soort dingen gejat uit de keuken.'
'Dat doet er eve n niet toe,' zei Harr buiten adem. 'Laten we eerst een leeg
lokaal opzoeken. Als jullie dit horen...'
Na te hebben gekeken of Foppe niet ergens rondhing deed hij de deur dicht
en vertelde wat hij gezien en gehoord had.
'Dus we hadden gelijk. Het gaat inderdaad om de Steen der Wijzen en
Sneep wil Krink el dwingen om hem te helpen dat ding te bema chtigen. Hij
vroeg of hij wis t hoe hij langs Pluisje kon komen en zei iets over Krinkels
'hocus-pocus'. Ik vermoed dat die steen niet alleen door Pluisje wordt
bewaakt, maar waarschijnlijk ook door allerlei betoveringen. Krinkel heeft
vast een of and ere bezwering tegen de Zwarte Kunsten uitgesproken, die
Sneep moet zien te doorbreken.'
'Bedoel je dat die Steen alleen veilig is zolang Krinkel niet toegeeft aan
Sneep?' vroeg Hermelien geschrokken. 'Dan is hij mor gen verdwenen,' zei
Ron.

Hoofd stu k 1 4
NORBER T DE NOORSE BUL TRUG
Krinkel moest echter moediger zijn dan ze dachten, want hij werd wel
steeds bleker en magerder , maar gaf zich blijkbaar niet gewonnen. Elke keer
als ze langs de gang op de derde verdieping kwamen, luisterden Harry, Ron
en Hermelien aan de deur , om te controleren of Pluisje nog binnen zat te
grommen. Sneep beende met zijn gebruikelijke rothumeur door de gangen,
wat vast betekende dat de Steen nog veilig was. Als Harr Krinkel nu
tegenkwam, glimlachte hij bemoedigend en Ron las mensen de les die
Krinkel uitlachten omdat hij zo stotterde.
Hermelien had meer dingen aan haar hoofd dan alleen de Steen der Wijzen.
Ze was studieschema's aan het opstellen en had al haar aantekeningen van
kleurcoderingen voorzien. Dat zouden Ron en Harr niet zo erg hebben
gevonden, als ze maar niet bleef zeuren dat zij dat ook moesten doen.
'Hermelien, het duurt nog eeuwen voor de tentamens beginnen.'
'Tien weken,' beet Hermelien hem toe. 'Dat zijn geen eeuwen, maar een tel
voor iemand als Nicolaas Flamel.'
'Maar wij zijn geen zeshonderd jaar oud,' herinnerde Ron haar eraan. 'En
waarom zou je trouwens nog studeren? Je weet alles al.'
'Waarom ik zou studeren? Ben je wel goed wijs? Besef je dat we deze
tentamens moeten halen om over te gaan? Ze zijn ontzettend belangrijk en
ik had eigenlijk al een maand geleden moeten beginnen. Ik weet niet wat er
in me is gevaren...'
Helaas dachten de leraren er blijkbaar net zo over als Hermelien. Ze
zadelden hun leerlingen met zulke bergen huiswerk op dat de paasvakantie
lang niet zo leuk was als de kerstvakantie. Het was moeilij k om je te
ontspannen als Hermelien naast je zat en de twaalf toepassingen van
drakenbloed opsomde of tove rstokbewegingen oefende. Harry, Ron en
Hermelien brachten het grootste gedeelte van hun vrije tijd in de bibliotheek
door, kreunend en geeuwend, in een poging al het extra werk af te krijgen.
'Dat krijg ik nooit allemaal in mijn hoofd gestampt,' foeterde Ron op een
middag. Hij smeet zijn ganzenveer neer en staarde smachtend uit het raam
van de bieb. Het was de eerste mooie dag sinds maanden. De lucht was
helder , vergeet-mij-nietjesblauw en je voelde dat het lente werd.

Harry, die net 'Vuurwerkplant' opzocht in Duizend Magische Kruiden en
Paddenstoelen, keek pas op toen Ron zei: 'Hagrid! W at doe jij in de bieb?'
Hagrid schuifelde naar hun tafeltje. Hij hield iets op zijn rug en viel heel er g
uit de toon, met zijn lange jas van mollenvel.
'Alleen effe kijken,' zei hij ontw ijkend, zodat hun nieuwsgierigheid meteen
gewekt werd. 'En wat voeren jullie in je schild?' Hij keek hen wantrouwig
aan. 'Zijn jullie nog steeds op zoek naar die Nicolaas Flamel?'
'O, we weten al lang wie dat is,' zei Ron gewichtig. 'En we weten ook wat
die hond bewaakt: de Steen der -'
'Ssst!' Hagrid keek om zich heen, om te zien of er ieman d luisterde.
'Schreeuw 't alsjeblieft niet van de daken! V oel je je wel goed?'
'Eigenlijk wilden we je een paar dingen vragen,' zei Harry . 'W aardoor die
Steen nog meer bewaakt wordt, behalve Pluisje -'
'SSST!' zei Hagrid opnieuw . 'H oor es kom later effe bij me langs. Ik ken
niet beloven dat ik wat zeg, maar zit er hier alsjeblieft niet over te
wauwelen. De leerlingen horen d'r niks van te weten. Dadelijk denken hun
nog dat jullie 't van mijn hebben.'
'Tot vanmiddag, dan,' zei Harry . Hagrid schuifelde weg.
'Wat hield hij op zijn rug?' zei Hermelien bedachtzaam. 'Denken ze dat het
iets te maken had met de Steen?'
'Even kijken bij welk onderwerp hij zocht,' zei Ron, die genoeg gestudeerd
had. Een paar minuten later kwam hij terug met een stapel boeken, die hij
op tafel smeet.
'Draken' fluisterde hij. 'Hagrid heeft dingen opgezocht over draken! Hier,
moet je zien: De draken van Groot-Brittannië en Ierland. Van ei tot inferno-
Een Praktisch Handboek voor Drakenfokkers.'
'Hagrid heeft altijd al een draak willen hebben. Dat heeft hij bij onze
allereerste ontmoeting gezegd,' zei Harry .
Maar dat is tegen de wet,' zei Ron. 'Drakenfokken is verboden door de
Heksenmeestersconventie van 1709. Dat weet iedereen.
Het is moeilijk om niet opgemer kt te worden door Dreuzels als je een draak
in je schuurtje hebt en bovendien kun je draken niet temmen, dat is veel te
gevaarlijk. Je zou de schroeiplekken eens moeten zien die Charlie in
Roemenië heeft opgelopen.'
'Maar er zijn toch zeker geen draken meer in Engeland?' zei Harry .
'Natuurlijk wel,' zei Ron. 'De Gewone Groene Huisdraak uit Wales en de
Schotse Zwartkop. Het Minister ie van Toverkunst heeft er een dagtaak aan

om dat te verd oezelen, dat kan ik je verzekeren. Ze moeten constant
Dreuzels betoveren die draken hebben gezien, zodat ze dat weer ver geten.'
'Wat voert Hagrid in vredesnaam in zijn schild?' zei Hermelien.
Toen ze een uur later op de deur van Hagrids huisje klopten, zagen ze tot
hun verb azing dat de gordijnen dicht waren. Hagrid riep eerst: 'Wie is daar?'
en sloeg de deur gauw dicht toen ze binnen waren.
Het was bloedh eet in het huisje. Buiten was het warm, maar in de haard
brandde een laaiend vuur. Hagri d zette thee en bood broodjes bunzing aan,
die ze beleefd afsloegen.
'Dus jullie wilden wat vragen?'
'Ja,' zei Harry . H et had geen zin om eromheen te draaien. 'We vroegen ons
af of jij weet waar de Steen nog meer door bewaakt wordt, behalve Pluisje.'
Hagrid keek hem fronsend aan.
'Dat ken ik tuurlijk niet zeggen,' zei hij. 'Ten eerste weet ik 't zelf niet en ten
tweede weten jullie al veels te veel, dus ga ik dat echt niet aan jullie neus
hangen. Die Steen legt daar niet zonder reden. Ze hebben 'm op een haar na
gejat bij Goudgrijp - dat hebben jullie ondertussen wel begrepen, toch? Ik
snap trouwens nog steeds niet hoe jullie van Pluisje weten.'
'Kom nou, Hagrid. Misschien wil je het niet zeggen, maar natuurlijk weet je
het best. Jij weet tenslotte alles wat er hier gebeurt,' zei Hermelien hartelijk
en vleiend. Hagrids baard bewoog en ze zagen dat hij glimlachte. 'We
vroegen ons eigenlijk meer af wie verder voor de bewaking heeft gezorgd,'
vervolgde Hermelien. 'We waren benieuwd of Perkamentus nog meer
mensen voldoende vertrouwt om ze te laten helpen, behalve jij.'
Hagrid glom van trots en HarrHQ5RQNHNHQ+HUPHOLHQEHZRQGHUHQGDDQ.
'Nou, 't ken geen kwaad om dat te vertellen... es effe kijken... hij heb Pluisje
van me geleend... en toen heb een stel leraren betoveringen uitgesproken...
professor Stronk - professor Banning - professor Anderling...' Hij telde op
zijn vingers. Professor Krinkel en Perkamentus heb zelf tuurlijk ook wat
gedaan. W acht effe, ik ver geet iemand. O ja, professor Sneep.'
'Sneep?'
'Ja zijn jullie daar nog steeds over bezig? Hoor es, Sneep heb geholpen die
Steen te beschermen. Dan zal ie hem zekers niet gappen.'
Harr wist dat Ron en Hermelien hetzelfde dachten als hij. Als Sneep had
geholpen de Steen te bescherm en, moest het een fluitje van een cent zijn
geweest om erachter te komen hoe de andere docenten hem hadden
beveiligd. Waarschijnlijk wist hij alles al behalve de spreuk van Krinkel en

hoe hij langs Pluisje moest komen.
'Jij bent de enige die weet hoe je Pluisje moet bedwingen, hè Hagrid?' zei
Harr ongerust. 'Dat zou je toch verder tegen niemand zeggen? Zelfs niet
tegen een leraar?'
'Verder weet niemand niks, enkelt Perkamentus en ik,' zei Hagrid trots.
'Nou, dat is tenminste iets,' mompelde HarrWHJHQGHDQGHUHQ
+DJULGPDg
er een raam open? Ik smelt zowat.'
'Sorry , Harry , dat gaat niet,' zei Hagrid. Harr merkte dat hij even naar het
haardvuur keek en dat deed HarrRRN.
'Hagrid wat is dat?'
Maar hij wist al wat het was. Onder de waterketel, in het hart van het vuur ,
lag een enorm zwart ei.
'Dat?' zei Hagrid, die nerveus met zijn baard speelde. 'Dat is - eh...'
'Hoe kom je daaraan, Hagrid?' zei Ron, die zich over het vuur boog om het
ei beter te bekijken. 'Dat moet een fortuin hebben gekost.'
'Ik heb 't gewonnen,' zei Hagrid. 'Gisteravond ging ik effe wat drinken in de
kroeg in 't dorp en toen heb ik een paar potjes gekaart met een vreemdeling.
V olgens mijn was ie blij dat ie 't kwijt was, om je de waarheid te zeggen.'
'Maar wat wil je ermee doen als het is uitgekomen?' vroeg Hermelien.
'Nou, kijk, ik heb d'r 't nodige over gelezen,' zei Hagrid, die een groot boek
onder zijn kussen vandaan haalde. 'Dit heb ik uit de bieb: Drakenfokken als
Broodwinning en Tijdverdrijf. 't Is tuurlijk een beetje verouderd, maar alles
staat erin. Je mot 't ei in 't vuur leggen omdat de moeder erop ademt,
snappie, en als 't uitkomt mot je 'm elk half uur een emmer cognac met
kippenbloed geven. Kijk, hier staat hoe je de verschillende soorten eieren
ken herkennen - mijnes is een Noorse bultrug. Die zijn hartstikke zeldzaam.'
Hagrid leek echt in zijn schik, maar Hermelien niet.
'Maar Hagrid, je woont in een houten huis,' zei ze.
Hagrid luisterde niet. Hij neuriede een vrolijk wijsje en stookte het vuur nog
hoger op.
Dus nu hadden ze er nog een zorg bij: wat er met Hagrid zou gebeuren als
bekend werd dat hij een illegale draak in zijn huisje verbor gen hield.
'Ik vraag me af hoe het is om een vredig leventje te leiden,' zuchtte Ron op
een avond, nadat ze zich door hun extra huiswerk heen hadden geploegd.
Hermelien maakte nu ook studieschema's voor Harr en Ron en die werden
daar stapelgek van.
Op een dag, tijdens het ontbijt, bracht Hedwig een briefje voor Harry . Er

stonden maar drie woorden op: Het komt uit.
Ron stelde voor de les Kruidenkunde over te slaan en direct naar Hagrid te
gaan, maar daar wilde Hermelien niets van weten.
'Hermelien, hoe vaak zien we nog een drakenei uitkomen?'
'We heb ben les, we komen in de problemen en dat is nog niets vergeleken
met de problemen die Hagrid krijgt als ze merken wat hij -'
'Hou je mond!' fluisterde Harry .
Malfidus kwam net langs en was op nog geen meter afstand blijven staan
om te lu isteren. Wat had hij geh oord? De uitdrukking op zijn gezicht beviel
HarrKHOHPDDOQLHW.
Ron en Hermelien maakten tot aan de kruidenkassen ruzie en uiteindelijk
stemde Hermelien ermee in om tijdens de pauze gauw even bij Hagrid langs
te gaan. Toen aan het eind van de les de bel ging, lieten ze hun
plantschopjes direct vallen en liepen haastig naar de bosrand. Hagrid deed
rood van opwinding open.
''t Is al bijna uitgekomen!' Ze gingen snel naar binnen.
Het ei lag op tafel en zat vol barsten. Er bewoog iets in de schaal en er
klonk een gek, klikkend geluid.
Ze gingen aan tafel zitten en keken met ingehouden adem toe.
Plotseling hoorden ze gekraak. Het ei barstte open en de babGUDDN plofte
op tafel. Je kon hem moeilijk mooi noemen; Harr vond hem nog het meest
op een verfomfaaide zwarte paraplu lijken. Zijn stekelige vleugels waren
reusachtig, vergeleken met zijn magere, gitzwarte lichaam, hij had een
lange snuit met grote neusgaten twee hoornstompjes en uitpuilende oranje
ogen.
Hij nieste en er vlogen een paar vonken uit zijn snuit.
'Is 't geen plaatj e?' murmelde Hagrid. Hij stak zijn hand uit om de kop van
de draak te strelen en die hapte naar zijn vingers, zodat zijn lange, scherpe
tanden blootkwamen.
'Ach, 't schatje! Kijk, hij kent z'n baasje!' zei Hagrid.
'Hagrid,' zei Hermelien, 'hoe snel groeien Noorse bultruggen eigenlijk?'
Hagrid wilde net antwoord geven toen zijn gezicht plotseling lijkbleek
werd. Hij sprong overeind en rende naar het raam. 'W at is er?'
'Iemand gluurde tussen de gordijnen door een of ander joch - hij holt gauw
terug naar school.'
Harr sprintte naar de deur en keek naar buiten. Zelfs op die afstand was de
gedaante onmiskenbaar .

Malfidus had de draak gezien.
Harry, Ron en Hermelien werden heel zenuwachtig van de glim lach die de
week daarna constant om Malfidus' lippen speelde. Ze brachten het grootste
gedeelte van hun vrije tijd in Hagrids huisje door, in een poging hem tot
rede te brengen.
'Laat hem gewoon gaan,' drong HarrDDQ
/DDWKHPYULM'
'Dat ken niet,' zei Hagrid. 'Hij is nog veels te klein, dan gaat ie dood.'
Ze keken naar de draak. In één week tijd was hij drie keer zo lang geworden
en er kringelde constant rook uit zijn neusgaten. Hagrid verwaarloosde zijn
werk als terreinknecht omdat het verzor gen van de draak zo veel tijd in
beslag nam. De vloer was bezaaid met lege cognacflessen en kippenveren.
'Ik heb besloten 'm Norbert te noemen,' zei Hagrid, die de draak met
wazige, sentimentele ogen aanstaarde. 'Hij kent me, kijk maar. Norbert!
Norbert! W aar is baasje?'
'Hij is echt niet goed bij zijn hoofd,' fluisterde Ron in Harr
VRRr .
'Hagrid,' zei Harr luid, 'over twee weken is Norbert even lang als je huis.
En Malfidus kan elk moment naar Perkamentus stappen.'
Hagrid beet op zijn onderlip.
'Ik ik weet best dat ik 'm niet altijd ken houden, maar ik ken 'm toch ook
niet zomaar aan z'n lot overlaten? Dat ken ik niet over me hart verkrijgen.'
HarrNHHN5RQDDQ
&KDUOLH
]HLKLM.
'Ik geloof dat jij ook niet helem aal fris meer bent,' zei Ron. 'Ik heet Ron,
weet je nog?'
'Nee Charlie je broer , Charlie. In Roemenië. Die bestudeert toch draken?
We zouden Norbert naar hem toe kunnen sturen. Charlie kan voor hem
zorgen en hem vrijlaten als hij groot genoeg is!'
'Briljant!' zei Ron. 'W at vind je, Hagrid?'
Uiteindelijk gaf Hagrid toestemming om een uil te sturen aan Charlie, om
het te vragen.
De week daarna kroop voorbij . Op woensdagavond zaten Hermelien en
Harr alleen in de leerlingenkamer , want verder was iedereen al naar bed.
De wandklok had net middernacht geslagen toen het portretgat opensprong.
Ron verscheen uit het niets terwijl hij Harr
V onzichtbaarheidsmantel
afgooide. Hij had Hagrid geholpen met het voeren van Norbert, die nu hele
kratten dode ratten naar binnen werkte.
'Hij heeft me gebeten!' zei hij en hij liet zijn hand zien, die in een bebloede
zakdoek was gewikkeld. 'Ik kan een week lang geen ganzenveer

vasthouden! Ik zweer je, die draak is het vreselijkste beest dat ik ooit heb
gezien, maar als je Hagrid hoort, zou je denken dat het een donzig konijntje
was. Toen hij me beet, kreeg ik een uitbrander omdat ik hem zou hebben
laten schrikken. En toen ik wegging, zong Hagrid een slaapliedje voor
hem!'
Er werd op het donkere venster getikt.
'Hedwig!' zei Harry , die haar gauw binnenliet. 'Ze heeft vast antwoord van
Charlie!'
Met hun hoofden bij elkaar lazen ze het briefje:
Beste Ron,
Alles goed met je? Bedankt voor je brief - ik wil die Noorse Bultrug graag
hebben, maar het zal niet eenvo udig zijn om hem hier te krijgen. Het beste
lijkt me dat jullie hem meegeven aan een paar vrienden van me, die
volgende week komen logeren. Het probleem is dat ze niet betrapt mogen
worden op het smokkelen van een illegale draak. Zouden jullie de Bultrug
zaterdag om middernacht boven in de hoogste toren kunnen krijgen? Dan
kunnen ze hem meenemen als het nog donker is. Stuur zo snel mogelijk
antwoord.
Groetjes, Charlie
Ze keken elkaar aan.
'We heb ben de onzichtbaarheid smantel,' zei Harry . 'Het lijkt me niet al te
moeilijk, die mantel is groot genoeg voor twee van ons plus Norbert.'
Hoe vreselijk de afgelopen week geweest was bleek nog het duidelijkst uit
het feit dat de anderen geen bezwaar maakten. Ze waren tot alles bereid om
van Norbert af te komen en Malfidus.
Er was echter een probleem. De volgende ochtend was Rons gebeten hand
twee keer zo dik en hij wist niet of het wel veilig was om naar madame
Plijster te gaan - zou ze een drak enbeet herkennen? Tegen de middag zat er
echter niets anders op. De won d had een akelige groene kleur gekregen;
blijkbaar had Norbert giftanden.
Na afloop van de lessen gingen Harr en Hermelien gauw naar de
ziekenboeg. Ron lag in bed en was er slecht aan toe.
'Dat komt niet alleen door die hand,' zei hij. 'Ook al heb ik het gevoel dat
die er el k moment af kan vallen. Malfidus zei tegen madame Plijster dat hij
een boek van me wilde lenen, zodat hij me lekker kon komen uitlachen. Hij

dreigde steeds dat hij zou verklappen waar ik echt door gebeten ben - ik zei
dat het een hond was, maar volgens mij geloofde ze daar niks van. Ik had
hem niet moeten slaan tijdens die Zwerkbalwedstrijd. Nu probee rt hij wraak
te nemen.'
HarrHQ+HUPHOLHQWUDFKWWHQ5RQWHVXVVHQ.
'Zaterdag om middernacht is het voorbij,' zei Hermelien, maar dat
kalmeerde Ron niet. Integende el, hij ging overeind zitten en begon te
zweten.
'Zaterdag om middernacht!' zei hij schor . 'O nee - o nee - nu weet ik het
weer . Charlie's brief zat in het boek dat Malfidus heeft meege nomen! Nu
weet hij dat we proberen Norbert dan weg te smokkelen!'
Harr en Hermelien konden geen antwoord geven, want madame Plijster
kwam binnen en zei dat ze moesten opkrassen, zodat Ron kon slapen.
'Het is te laat om van plan te veranderen,' zei Harr tegen Hermelien. 'We
hebben geen tijd om Charlie nog een uil te sturen en dit is misschien onze
enige kans om Norbert kwijt te raken. We moeten het er maar op wagen. En
per slot van rekening hebben we de onzichtbaarheidsmantel. Dat weet
Malfidus niet.'
Muil de wolfshond zat buiten, met zijn staart in het verband, toen ze het aan
Hagrid gingen vertellen. Die deed het raam open om met hen te praten.
'Ik laat jullie maar niet binnen,' hijgde hij. 'Norbert is op een moeilijke
leeftijd - niet dat ik 't niet aanken, hoor .'
Toen ze hem vertelden over Charlie's brief sprongen de tranen in zijn ogen,
al was dat misschien ook omdat Norbert hem in zijn been beet.
'Aaauw! O nee, 't valt mee. Hij heb alleen me laars te pakken. Hij is nog zo
speels, hè? T enslotte is 't maar een baby .'
De bab sloeg met zijn staart tegen de muur en de ramen klapperden. Harry
en Hermelien liepen terug naar het kasteel met het gevoel dat het niet gauw
genoeg zaterdag kon zijn.
Als ze zich niet zo ongerust hadden gemaakt, zouden ze misschien
medelijden hebben gehad met Hagrid toen het tijd was om afscheid te
nemen van Norb ert. Het was een stikdonkere, bewolkte nacht en ze waren
iets te laat bij Hagrids huisje, omdat ze eerst hadden moeten wachten tot
Foppe was opgekrast, die squash had gespeeld tegen de muur van de hal.
Hagrid had Norbert al klaarstaan, in een grote kist.
'Hij heb ratten zat en een sloot cognac voor onderweg,' zei Hagrid
gesmoord. 'En ik heb z'n teddy beertje ingepakt, voor als ie zich eenzaam

voelt.'
Uit de krat klonken scheurende geluiden, die Harr het idee gaven dat
tedd
VKRRIGMHZHUGDIJHUXNW.
'Dag Norbert. Dag schatje!' snikte Hagrid, terwijl Harr en Hermelien de
onzichtbaarheidsmantel over de kist gooiden en er zelf ook onder kropen.
'Baasje zal je nooit ver geten!'
Het was een raadsel hoe ze erin slaagden om de kist naar het kasteel te
zeulen. Middernacht kwam steeds dichterbij terwijl ze Norbert de
marmeren trap ophesen en door de donkere gangen sleepten. Nog een trap
op en nog een, ze sneden een stuk af door een geheime gang die Harry
kende, maar zelfs dat maakte het er niet veel gemakkelijker op.
'We zijn er bijna!' hijgde Harr toen ze bij de gang onder de hoogste toren
waren.
Plotseling zagen ze iets bewegen en lieten de kist bijna vallen. Ze vergaten
dat ze onzichtbaar waren en deinsden terug in de schaduwen, starend naar
twee donkere silhouetten die op een meter of drie afstand in een worsteling
verwikkeld waren. Opeens ging er een lamp aan.
Professor Anderling, met een haarnetje en een geruite ochtendjas, had
Malfidus bij zijn oor .
'Straf!' riep ze. 'En dit kost Zwadderich twintig punten! In het holst van de
nacht door het kasteel zwerven! Hoe durf je -'
'U begrijpt het niet, professor . Harr3RWWHUNRPW]RKLMKHHIWHHQGUDDN'
'Wat een onzin! Hoe durf je zulk e leugens uit te kramen! Vooruit, kom mee
hier zal professor Sneep van horen, Malfidus!'
De steile wenteltrap naar de top van de toren leek daarna een fluitje van een
cent. Pas toen ze de kille nachtlucht waren ingestapt gooiden ze de mantel
af, blij dat ze weer normaal konden ademhalen. Hermelien maakte een
vreugdedansje.
'Malfidus is erbij! Ik zou wel kunnen zingen!'
'Liever niet,' raadde HarrKDDUDDQ.
Gniffelend om Malfidus wachtten ze af, terwijl Norbert tegen de wanden
van zijn kist beukte. Zo'n tien minuten later kwamen er vier bezems
aanzoeven door het duister .
Charlie's vrienden waren een vrolijk stel. Ze lieten Harr en Hermelien het
geïmproviseerde tuig zien waarmee ze Norbert tussen zich in konden
hangen en ze hielpen allemaal om Norberts kist stevig vast te gespen. Harry
en Hermelien gaven de anderen een hand en bedankten hen hartelijk.

Eindelijk! Norbert steeg op... hij verdween... hij was weg!
Ze glipten naar beneden met handen die even licht aanvoelden als hun
gemoed, nu ze Norbert kwijt waren. Geen draak meer Malfidus die straf
had wat kon de avond nog bederven?
Het antwoord op die vraag wachtte onder aan de trap. Toen ze de gang
instapten, doemde het gezicht van V ilder plotseling op uit de duisternis.
'Wel, wel, wel,' fluisterde hij. 'Zijn wij er even gloeiend bij!' Ze hadden de
onzichtbaarheidsmantel boven laten liggen.

Hoofd stu k 1 5
HET VERBODEN BOS
Ze hadden moeilijk nog dieper in de puree kunnen zitten. Vilder bracht hen
naar de studeerkamer van professor Anderling, waar ze zonder een woord
tegen elkaar te zeggen wachtten. Hermelien zat te trillen. Smoezen, alibi's
en onwaarschijn lijke verklaringe n maalden door Harr
V hoofd, de een nog
dwazer dan de ander . Hij wist niet hoe ze deze keer onder een fikse straf uit
zouden kunnen komen. Ze waren op heterdaad betrapt. Hoe hadden ze zo
stom kunnen zijn om de mantel te ver geten?
Professor Anderling zou geen enkel excuus accepteren voor het feit dat ze
in het holst van de nacht door de school hadden gezworven en ook nog eens
in de hoogste toren waren geweest, die verboden gebied was voor de
leerlingen, behalve tijdens astronomielessen. Als je daar Norbert en de
onzichtbaarheidsmantel aan toevoegde, konden ze misschien beter direct
hun kof fers pakken.
Dacht Harr dat ze moeilijk nog dieper in de puree hadden kunnen zitten?
Dan had hij het mis. Toen profe ssor Anderling binnenkwam, had ze Marcel
bij zich.
'Harr
flapte Marcel eruit, zodra hij de anderen zag. 'Ik wilde jullie
waarschuwen. Ik hoorde Malfidus zeggen dat hij jullie erbij wilde lappen,
dat jullie een draak -'
Harr schudde zijn hoofd, om Marcel de mond te snoeren, maar professor
Anderling had het gezien. Ze leek nog meer op een vuurspuwende draak
dan Norbert, terwijl ze dreigend boven hen uittorende.
'Dit had ik echt nooit van jullie gedacht. Meneer Vilder zegt dat jullie in de
astronomietoren waren. Het is één uur 's nachts. W at deden jullie daar?'
Voor het eerst had Hermelien geen antwoord op een vraag van een leraar .
Roerloos staarde ze naar haar pantof fels.
'Ik denk dat ik wel weet wat hier aan de hand is,' zei professor Anderling.
'Je hoeft echt geen genie te zijn om dat uit te knobbelen. Jullie hebben
Draco Malfidus een of ander flauwekulverhaal over een draak op de mouw
gespeld, om hem uit bed en in de problemen te krijgen. Ik heb hem al
betrapt. Jullie vonden het zeker wel leuk dat Lubbermans dat verhaal ook
geloofde?'

Harr keek naar Marcel, die verbijsterd en gekwetst leek en probeerde hem
zwijgend duidelijk te maken dat dat niet waar was. Die arme, onhandige
Marcel - HarrZLVWZDWHHQPRHLWHKHWKHPJHNRVWPRHVWKHEEHQRPKHQWe
vinden in het pikkedonker , om hen te waarschuwen.
'Ik ben geschokt,' zei professor Anderling. 'Vier leerlingen uit bed op één
nacht! Dat heb ik nog nooit meegemaakt! Ik dacht dat u versta ndiger was,
juffrouw Griffel. En ik dacht dat Griffoendor meer voor u betekende,
meneer Potter. Jullie krijgen alle drie straf - ja, u ook, meneer Lubbermans.
Niets geeft jullie het recht om 's nachts door de school te zwerven, vooral
nu niet. Dat is levensgevaarlijk. En dit kost Grif foendor vijftig punten!'
'Vijftig?' bracht Harr moeizaam uit - dan waren ze in één klap hun
voorsprong kwijt, de voorspro ng die hij had behaald tijdens de laatste
Zwerkbalwedstrijd.
'Vijftig punten per persoon,' zei professor Anderling, zwaar ademend door
haar lange puntneus.
'Maar professor , alstublieft -'
'U kunt niet -'
'Probeer me niet te vertellen wat ik wel en niet kan doen, Potter. En nu naar
bed! Ik heb me nog nooit zo geschaamd voor leerlingen van Grif foendor.'
Honderdvijftig punten! Daardoor kwam Griffoendor op de laatste plaats. In
één nacht hadden ze Grif foendors kansen om de afdelingsbeker te winnen
de grond ingeboord. Harr had een hol gevoel in zijn maag. Hoe konden ze
dit ooit goedmaken?
HarrGHHGGLHQDFKWJHHQRRJGLFKW+LMKRRUGH0DUFHOXUHQODQJVQLNNHQLn
zijn kussen, maar kon niets bedenken om hem te troosten. Hij wist dat
Marcel, net als hij, als een berg opzag tegen de nieuwe dag. Wat zou er
gebeuren als de rest van Grif foendor merkte wat ze hadden aangericht?
Eerst dachten de Grif foendors die langs de reusachtige zandlopers kwamen
waarop de afdelingspunten werden bijgehouden dat er een vergissing was
gemaakt. Hoe konden ze plotseling honderdvijftig punten minder hebben
dan gisteren? Maar toen begon het verhaal de ronde te doen: Harr Potter,
de beroemde Harr Potter, de held van de laatste twee
Zwerkbalwedstrijden, had Griffoendor al die punten gekost, samen met een
paar andere achterlijke eerstejaars.
Van een van de populairste en meest bewonderde leerlingen op school,
werd Harr plot seling de meest gehate. Zelfs Ravenklauwen en Huf felpufs
moesten niets meer van hem hebben, omdat iedereen had gehoopt dat

Zwadderich naast de beker zou grijpen. Overal werd Harr nagewezen en
niemand nam de moeite om te fluisteren als ze hem beledigden.
Zwadderaars, daarentegen, klapten en floten en juichten als hij langsliep.
'Bedankt, Potter! W e staan bij je in het krijt!'
Alleen Ron bleef hem steunen.
'Over een paar weken zijn ze het weer vergeten. Fred en Geor ge hebben
Grif foendor ook massa's punten gekost, maar iedereen vindt ze nog steeds
aardig.'
'Maar ze hebben nooit in één klap honderdvijftig punten aftrek gekregen, of
wel?' zei HarrPLVWURRVWLJ.
'Eh nee, dat niet,' moest Ron toegeven.
Het was een beetje laat om de schade te herstellen, maar Harr nam zich
plechtig voor om zich nooit meer te bemoeien met zaken die hem niets
aangingen. Hij was het rondsluipen en spioneren beu. Hij schaa mde zich zo
dat hij Plank aanbood om zich terug te trekken uit het Zwerkbalteam.
'Terugtrekken?' bulderde Plank. 'Wat schieten we daarmee op? Hoe moeten
we ooit punten terugkrijgen als we niet eens kunnen winnen met Zwerkbal?'
Maar zelfs Zwerkbal was niet leuk meer. De rest van de ploeg praatte niet
meer met Harr en als ze iets over hem moesten zeggen, noemden ze hem
'de Zoeker'.
Hermelien en Marcel leden er ook onder . Ze hadden het niet zo zwaar als
Harry. omdat ze minder bekend waren, maar ook zij werden doodgezwegen.
Hermelien probeerde niet meer de aandacht te trekken tijdens de les, maar
werkte met gebogen hoofd en in stilte.
Harr was haast blij dat het bijna examentijd was. Al dat studeren leidde
zijn gedachten tenminste af van zijn ellende. Ron, Hermelien en hij
bemoeiden zich verder met niemand en werkten tot 's avonds laat door , in
een poging de ingrediënten van ingewikkelde toverdrankjes erin te stampen,
bezweringen en formules uit hun hoofd te leren en de jaartallen van
magische ontdekkingen en koboldopstanden in hun geheugen te prenten.
Ongeveer een week voor het begin van de tentamens werd Harr
s
voornemen om zich niet meer te bemoeien met dingen die hem niet
aangingen onverwacht danig op de proef gesteld. Toen hij op een middag
terugkwam uit de bibliotheek, hoorde hij een zacht gejammer in een lokaal
verderop en toen hij dichterbij kwam, herkende hij de stem van Krinkel.
'Nee nee niet weer alstublieft -'
Zo te horen werd hij bedreigd. HarrOLHSGLFKWHUQDDUGHGHXr .

'Goed dan - goed dan -' hoorde hij Krinkel snikken.
Een paar tellen later kwam Krinkel naar buiten. Zijn tulband zat scheef, hij
was bleek en het was alsof hij elk moment in tranen kon uitbars ten. Hij liep
de gang uit; Harr dacht dat Krinkel hem waarschijnlijk niet eens had
gezien. Hij wachtte tot zijn voetstappen waren weggestorven en keek toen
het loka al in. Dat was verlaten, maar aan de andere kant stond een deur op
een kier. Harr was halverwege het lokaal voor hij zich herinnerde dat hij
zich had voor genomen om zich niet meer met dingen te bemoeien.
Desondanks had hij er twaalf Stenen der Wijzen om willen verwedden dat
Sneep zojuist het lokaal had verlaten en te oordelen naar wat Harr had
gehoord, had Sneeps tred nu een nieuwe veerkracht - het zag ernaar uit dat
Krinkel overstag was.
Harr ging terug naar de bibliotheek, waar Hermelien Ron overhoorde over
Astronomie. Hij vertelde wat hij gehoord had.
'Dan is het Sneep gelukt!' zei Ron. 'Als hij weet hoe hij Krin kels spreuk
tegen de Zwarte Kunsten kan omzeilen -'
'Je hebt altijd Pluisje nog,' zei Hermelien.
'Misschien weet Sneep ook wel hoe hij langs die hond kan komen zonder
het aan Hagrid te vragen,' zei Ron, die naar de duizenden boeken staarde.
'Er staat hier vast wel een boek waarin je kunt opzoeken hoe je een
driekoppige hond te slim af moet zijn. W at nu, Harr"'
Er schitterde een avontuurlijk licht in Rons ogen. Harr wilde antwoord
geven, maar Hermelien was hem voor .
'We gaan naar Perkamentus. Dat hadden we direct moeten doen. Als we nog
een keer iets op eigen houtje ondernemen, worden we vast van school
geschopt.'
'Maar we hebben geen bewijs'.' zei Harry . 'Krinkel is veel te bang om ons
verhaal te bevestigen. Sneep hoeft alleen maar te zeggen dat hij niet weet
hoe die trol is binnengekomen met Halloween en dat hij helemaa l niet op de
derde verdieping is geweest - wie denk je dat ze dan zullen geloven, hem of
ons? Het is niet bepaald een geheim dat we een bloedhekel hebben aan
Sneep. Dan denkt Perkamentus natuurlijk dat we dat verhaal verzonnen
hebben om Sneep te laten ontsla an. Vilder helpt ons nooit van z'n leven. Hij
is veel te dikke maatjes met Sneep en vindt het prachtig als er leerlingen
van school worden getrapt. En ver geet niet dat we eigenlijk niets af horen te
weten van die Steen of van Pluisje. Dat is ook moeilijk uit te leggen.'
Hermelien leek overtuigd, maar Ron minder . 'Als we nou gewoon wat

rondneuzen -'
'Nee,' zei Harr kortaf. 'We hebben genoeg rondgeneusd.' Hij trok een kaart
van Jupiter naar zich toe en beg on de namen van de manen uit zijn hoofd te
leren.
De volgende ochtend, tijdens het ontbijt, ontvingen Harry, Hermelien en
Marcel alle drie hetzelfde briefje:
Jullie straf vindt om elf uur vanavond plaats. Wacht in de hal op meneer
Vilder . Prof. M. Anderling
In al die heisa om de verloren punten was Harr vergeten dat ze ook nog
gestraft moesten worden. Hij verwachtte half en half dat Hermelien zou
klagen dat dat haar een hele avond studeren kostte, maar ze zei niets. Net
als HarrGDFKW]HZDDUVFKLMQOLMNGDWKHWKXQYHUGLHQGHORRQZDV.
Om elf uur namen ze in de leerlingenkamer afscheid van Ron en gingen
samen met Marcel naar de hal. V ilder stond hen al op te wac hten net als
Malfidus. HarrZDVYHr geten dat Malfidus ook strafwerk had gekregen.
'Volg me,' zei V ilder, die een lamp aanstak en naar buiten ging.
'Jullie bedenken je nu wel twee keer voor jullie de regels nog eens
overtreden, hè?' voegde hij er met een onaangename grijns aan toe.
'Jazeker ... hard werken en pijn zijn nog steeds de beste leermeesters, als je
het mij vraagt... doodzonde dat ze de oude straffen hebben afgeschaft... een
paar dagen aan je polsen aan het plafond hangen en zo. Ik bewaar de
kettingen nog steeds op m'n kantoortje en ik zor g dat ze goed geolied zijn,
voor het geval ze zich bedenken... laten we gaan en probeer er niet tussenuit
te knijpen, want dan maak je het er alleen maar er ger op.'
Ze marcheerden over het donk ere terrein. Marcel snikte zachtjes. Harry
vroeg zich af wat voor straf ze zouden krijgen. Het moest iets vreselijks
zijn, anders zou V ilder niet zo opgewekt klinken.
De maan scheen helder, maar voorbijdrijvende wolkenflarden zorgden
steeds voor duis ternis. In de vert e zag Harr de verlichte ramen van Hagrids
huisje en hoorde toen Hagrid roepen:
'Ben jij dat, V ilder? Schiet es op, ik wil aan de gang.'
Harr voelde zich plotseling een stuk opgeluchter; als ze iets met Hagrid
moesten doen, was het vast niet al te er g. Waarschijnlijk was zijn opluchting
op zijn gezicht te lezen, want Vilder zei: 'Je denkt zeker dat het een gezellig
avondje wordt, hè, met die grote pummel? Nou, vergeet het maar , jongen
jullie gaan het bos in en ik denk niet dat jullie er heelhuids uitkomen.'
Toen Marcel dat hoorde kreunde hij zacht en Malfidus bleef stokstijf staan.

'Het bos in?' zei hij en hij klonk niet zo koeltjes als normaal. 'We kunnen 's
nachts het bos niet in - dan lopen er allerlei beesten los - weerwolven en zo.'
Marcel greep Harr
VPRXZHQPDDNWHHHQJHVPRRUGJHOXLG.
'Dat is jullie probleem,' zei Vilder , wiens stem haast oversloeg van pret.
'Had je maar aan die weerwolven moeten denken voor je jezelf in de nesten
werkte.'
Hagrid kwam met grote passen aanlopen, met Muil op zijn hielen. Hij had
een kruisboog in zijn hand en een koker met pijlen over zijn schouder .
'Hè hè, eindelijk,' zei hij. 'Ik wacht al een halfuur . Alles kits, Harr?
Hermelien?'
'Ik zou maar niet zo vriendelijk zijn, Hagrid,' zei Vilder kil. 'Tenslotte
komen ze om gestraft te worden.'
'O, ben je daarom zo laat?' zei Hagrid, die Vilder fronsend aankeek. 'Zekers
een pree k gehou den? Da's jouw taak niet. Oké, je werk zit erop . Ik neem 't
nu wel over .'
'Ik kom jullie met zonsopgang halen,' zei Vilder . 'De overlevenden dan,'
voegde hij er boosaardig aan toe en hij liep terug naar het kastee l. Zijn lamp
verdween dansend in het duister .
Malfidus keek Hagrid aan.
'Ik ga dat bos niet in,' zei hij en tot zijn genoegen hoorde Harr paniek
doorklinken in zijn stem.
'O jawel, als je tenminste op Zweinstein wil blijven,' zei Hagrid fel. 'Jullie
hebben wat verkeerds gedaan en nou motten jullie boeten.'
'Maar dat is iets voor het personeel, niet voor de leerlingen. Ik dacht dat we
strafregels zouden moeten schrijven of zo. Als mijn vader dit hoort, dan zou
hij -'
'zeggen dat 't nou eenmaal zo gaat op Zweinstein,' gromde Hagrid.
'Strafregels! Daar heb niemand niks an. Of je doet wat nuttigs of je rot maar
op. Als je denkt dat je ouweheer liever heb dat je van school wordt getrapt,
ga je maar terug naar 't kasteel om je kof fers te pakken. Nou, ga dan!'
Malfidus verroerde zich niet. Hij keek Hagrid woedend aan, maar sloeg zijn
ogen toen neer .
'Goed zo,' zei Hagrid. 'En nou effe goed luisteren, want we gaan iets
gevaarlijks doen en ik wil niet dat iemand risico's neemt. Kom mee.'
Hij ging hen voor naar de bosra nd, hield zijn lamp omhoog en wees op een
smal zandpad, dat kronkelend tussen de duistere bomen verdween. Hun
haar woei op in een zacht briesje.

'Kijk,' zei Hagrid. 'Zien jullie dat glanzende spul op de grond? Dat
zilverachtige spul? Da's eenhoor nbloed. D'r loopt een eenhoorn in 't bos die
door iets of iem and ernstig verwond is. 't Is al de tweede in een week.
Woensdag heb ik d'r eentje dood gevonden. We motten 't arme beest zien te
vinden. Misschien motten we 'm wel uit z'n lijden verlossen.'
'En als wat die eenhoorn heeft aangevallen ons nou eerst vindt?' zei
Malfidus, die de trilling in zijn stem niet kon onderdrukken.
'Niks in dat bos zal jullie wat maken als ik of Muil erbij ben,' zei Hagrid.
'En als jullie op 't pad blijven. Oké, we splitsen ons in twee groepen en
volgen 't pad in verschillende richtingen. Overal leg bloed, dus dat beest
mot al minstens sinds gisteravond rondwankelen.'
'Ik wil met Muil mee,' zei Malfidus snel, met een blik op Muils lange
tanden.
'Oké, maar 't is een lafaard, ik waarschuw je,' zei Hagrid. 'Dan gaan Harry ,
Hermelien en ik de ene kant op en Draco, Marcel en Muil de andere. Als
iemand die eenhoorn vindt, spuit ie groene vonken, oké? Pak je
toverstokkie en oefen effe - prim a en als iemand in de penarie komt, spuit ie
rooie vonken en dan komen we je te hulp. Nou, pas goed op en laten we
gaan.'
Het was aardedonker en doodstil in het bos. Na een klein eindje lopen
kwamen ze bij een splitsing van het pad. Harry , Hermelien en Hagrid
gingen linksaf en Malfidus, Marcel en Muil rechts.
Ze zeide n geen woord en hielden hun blik op de grond gericht. Om de
zoveel tijd scheen de maan tussen de takken door en verlichtte een
blauwachtig-zilveren bloedvlek op de gevallen bladeren.
HarrYRQGGDW+DJULGKHHORQJHUXVWOHHN.
'Zouden die eenhoorns inderdaad gedood kunnen zijn door een weerwolf?'
vroeg Harry .
'Die zijn niet snel genoeg,' zei Hagrid. "t Is niet eenvoudig om een eenhoorn
te vange n. Het zijn machtige magische wezens. Ik heb nog nooit eerder
meegemaakt dat d'r eentje gewond was.'
Ze passe erden een bemoste boomstronk. Harr hoorde stromend water , dus
moesten ze in de buurt zijn van een stroompje of beekje. Hier en daar zagen
ze plasjes eenhoornbloed op het kronkelpad.
'Alles oké, Hermelien?' fluisterde Hagrid. 'Maak je geen zorgen, hij ken niet
ver geko men zijn als ie zo zwaar gewond is en dan kennen we- Vlug, achter
die boom!'

Hagrid greep Harr en Hermelien en zette hen snel achter een torenhoge eik
naast het pad. Hij pakte een pijl, deed die op zijn kruisboog en hief hem op,
klaar om te schieten. Ze luisterden. Vlakbij glibberde iets over de dode
bladeren; het klonk als de zoom van een mantel die over de grond sleepte.
Hagrid tuurde naar het duistere pad, maar na een paar tellen stierf het geluid
weg.
Ik wist 't,' mompelde hij. 'D'r sluipt iets rond wat hier niet thuishoort.'
'Een weerwolf?' suggereerde Harry .
'Dat was geen weerwolf en ook geen eenhoorn,' zei Hagrid grimmig. 'Oké,
volg me, maar wees voorzichtig.'
Ze liepe n nu langzamer , met hun oren gespitst op het minste of geringste
geluid. Opeens zagen ze verderop iets bewegen, aan de rand van een open
plek.
'Wie is daar?' riep Hagrid. 'Kom te voorschijn - ik ben gewapend!'
En op de open plek verscheen een mens, of was het een paard? Tot aan zijn
middel was het een mens, met rood haar en een rode baard, maar daaronder
zagen ze het glanzende, roodbruine lijf van een paard, met een lange,
rossige staart. HarrHQ+HUPHOLHQVWDDUGHQPHWRSHQPRQG.
'O, ben jij 't, Ronan,' zei Hagrid opgelucht. 'Hoe gaat ie?'
Hij liep naar de centaur en gaf hem een hand.
'Goedenavond, Hagrid,' zei Ron an met een diepe, melancholieke stem. 'je
wilde me toch niet neerschieten, hoop ik?'
'We motten voorzichtig zijn, Ronan,' zei Hagrid, die op zijn kruisboog
klopte. 'D'r sluipt iets gevaarlijks rond in 't bos. Dit zijn Harr Potter en
Hermelien Griffel, tussen haakies. Twee leerlingen van schoo l. En dit is
Ronan. Hij is een centaur .'
'Dat hadden we gezien, ja,' zei Hermelien flauwtjes.
'Goedenavond,' zei Ronan. 'Leerlingen, hè? En leren jullie veel, daar op
school?'
'Eh -'
'Een beetje,' zei Hermelien verlegen.
'Een beetje? Dat is beter dan niets,' zuchtte Ronan. Hij staarde naar de
hemel. 'Mars is helder vannacht.'
'Ja,' zei Hagrid. 'Hoor es effe, Ronan, ik ben blij dat we je tegenkomen,
want d'r mot er gens een gewonde eenhoorn rondlopen heb jij wat gezien?'
Ronan gaf niet direct antwoord . Hij staarde omhoog en zucht te opnieuw .
'De onschuldigen zijn altijd de eerste slachtof fers,' zei hij. 'Zo is het altijd

geweest en zo is het ook nu weer.'
'Ja,' zei Hagrid, 'maar heb je toevallig iets gezien, Ronan? Iets ongewoons?'
'Mars is helder vannacht,' herhaalde Ronan, terwijl Hagrid hem ongeduldig
aanstaarde. 'Ongewoon helder .'
'Ja, maa r ik bedoel eigenlijk ietsje dichter bij huis,' zei Hagrid. 'Heb je niks
vreemds gezien?'
Ronan nam opnieuw de tijd voor hij antwoord gaf. Uiteindelijk zei hij: 'In
het bos schuilen vele geheimen.'
Er bewoog iets tussen de bomen achter Ronan en Hagrid hief zijn kruisboog
weer op, maar het was een tweede centaur, met zwart haar en een zwarte
vacht. Hij zag er wat wilder uit dan Ronan.
'Hallo, Ban,' zei Hagrid. 'Alles kits?'
'Goedenavond, Hagrid. Is alles goed met je?'
'Ik ken niet klagen. Hoor es, ik vroeg net aan Ronan of jullie de afgelopen
dagen iets vreemds hebben gezien in 't bos. D'r is een eenhoor n gewond -
weten jullie daar wat van?'
Ban ging naast Ronan staan en staarde ook omhoog.
'Mars is helder ,' zei hij.
'Dat hadden we al gehoord,' zei Hagrid knorrig. 'Nou, als jullie iets zien,
laat 't me dan weten, ja? Dan stappen we maar weer es op.'
Harr en Hermelien volgden hem, maar bleven over hun schouder naar
Ronan en Ban staren tot de open plek achter de bomen verdween.
'Probeer nooit geen simpel antwoord los te krijgen uit een centaur' zei
Hagrid geïrritee rd. 'Stomme sterrenwichelaars. Niet geïnteress eerd in wat
dichterbijer is dan de maan.'
Wonen er veel centaurs in het bos?' vroeg Hermelien.
'O, aardig wat... ze zijn nogal op zichzelf, maar als ik ze moet hebben,
komen hun meestal wel opdagen , 't Zijn diepe denkers, hoor, die centaurs...
ze weten een hoop... alleen laten ze 't niet blijken.'
'Denk je dat we daarnet ook een centaur hoorden?' vroeg Harry .
'Klonk dat als hoefgetrappel? Nee, als je 't mijn vraagt was dat wat die
eenhoorn heb gedood - ik heb nog nooit zoiets gehoord.'
Ze liepen verder door het dicht e, donkere bos. Harr keek steeds nerveus
achterom. Hij had het akelige gevoel dat ze in de gaten werden gehouden en
was blij dat ze Hagrid en zijn kruisboog bij zich hadden. Net toen ze om
een bocht in het pad waren gegaan, greep Hermelien Hagrid bij zijn arm.
'Hagrid! Kijk! Rode vonken! De anderen zijn in gevaar!'

'Wachten jullie hier!' riep Hagrid. 'Blijf op 't pad, dan kom ik jullie halen.'
Met veel gekraak en gestamp stormde hij door het kreupelhout. Harr en
Hermelien keken elkaar doodsbang aan, tot ze ten slotte alleen nog het
geritsel van bladeren hoorden.
'Denk je dat er iets met ze gebeurd is?' fluisterde Hermelien.
'Malfidus kan me niet schelen, maar als Marcel iets is overkomen... het is
onze schuld dat hij hier is.'
De minuten kropen voorbij. Hun gehoor leek scherper dan normaal en het
was alsof Harr elk zuchtje wind en elk krakend takje kon horen. Wat
gebeurde er? W aar waren de anderen?
Uiteindelijk kondigde een luid gekraak de terugkeer van Hagrid aan. Hij
had Malfidus, Marcel en Muil bij zich. Hagrid was woest. Blijkbaar had
Malfidus Marcel voor de grap beslopen en hem plotseling beetgegrepen en
had Marcel in paniek rode vonken afgeschoten.
'We hebben mazzel als we nog iets vinden, na al die rotherrie! Oké, we doen
't anders Marcel , jij blijft bij Hermelien en mij en Harry , jij gaat met Muil
en die idioot mee. 't Spijt me,' fluisterde Hagrid tegen Harry, 'ma ar jij laat je
niet zo gauw bang maken en we motten deze klus klaren.'
Vandaar dat Harr samen met Muil en Malfidus verderging. Ze liepen bijna
een halfuur, die per en dieper het bos in, tot ze het pad nauwelijks nog
konden zien omdat de bomen zo dicht op elkaar stonden. Harr had de
indruk dat er meer bloed lag. De wortels van één bepaalde boom zaten
onder de vlekken, alsof het arme beest daar had liggen spartelen. Iets
verderop, door de takken van een oeroude eik, zag hij een open plek.
'Kijk -' mompelde hij en hij stak zijn hand uit om Malfidus tegen te houden.
Er lag iets op de grond, iets wits en glanzends. Heel behoedzaam slopen ze
naderbij.
Het was de eenh oorn en hij was dood. Harr had nog nooit zoiets moois en
triests gezien. Zijn lange, ranke benen staken alle kanten uit en zijn manen
lagen parelachtig wit uitgespreid over de donkere bladeren, waar hij was
neer gevallen.
Harr had net één stap naar voren gedaan toen hij een glibbe rend geluid
hoorde en verstijfde. Een struik aan de rand van de open plek trilde... uit de
schaduwen dook plotseling een in mantel en kap gehulde gedaante op, die
over de grond kroop als een dier dat zijn prooi besloop. Harry, Malfidus en
Muil keken als versteend toe. De gedaante bereikte de eenhoor n, boog zijn
hoofd over de wond in de flank van het dier en begon zijn bloed te drinken.

' AAAAAAAAARG!'
Malfidus slaakte een vreselijke kreet en nam de benen, net als Muil. De
gestalte hief zijn hoofd op en keek Harr aan van onder zijn kap.
Eenhoornbloed sijpelde over zijn mantel. Hij sprong overeind en kwam op
HarrDIGLHYHUVWLMIGZDVYDQDQJVW.
Opeens voelde hij een stekende pijn in zijn hoofd, erger dan ooit tevoren.
Het was alsof zijn litteken in brand stond - verblind wankelde hij achteruit.
Hij hoor de hoef getrappel en er sprong iets over hem heen, iets wat op de
gedaante afstormde.
De pijn in Harry 's hoofd was zo er g dat hij op zijn knieën neerviel. Pas na
een minuut of wat werd het iets minder en toen hij eindelijk weer opkeek,
was de gedaante verdwenen. Er stond een centaur naast hem, maar niet
Ronan of Ban; deze leek jonger en had witblond haar en een roomkleurig
lijf.
'Is alles in orde?' vroeg de centaur , die HarrRYHUHLQGKLHOS.
'Ja, dank u - wat was dat?'
De centaur gaf geen antwoord. Hij had verbazend blauwe ogen, als bleke
saffieren. Hij keek Harr aandac htig aan en zijn blik bleef op het litteken op
zijn voorhoofd rusten, dat rood en gezwollen was.
'Je bent die jongen van Potter ,' zei hij. 'Je kunt beter teruggaan naar Hagrid.
Het is op het moment niet veilig in het bos -vooral niet voor jou. Kun je
rijden? Dat gaat sneller . Ik heet Firenze,' voegde hij eraan toe en hij liet zich
op zijn knieën zakken, zodat HarrRS]LMQUXJNRQNOLPPHQ.
Plotseling klonken er nog meer galopperende hoeven, aan de andere kant
van de open plek. Ronan en Ban stormden tussen de bomen door, met
zwoegende, bezwete flanken.
Firenze!' riep Ban woedend. 'Wat moet dat? Je hebt een mens op je rug!
Heb je geen schaamte? Ben je een ordinaire muilezel?'
Weet je wel wie dit is?' zei Firenze. 'Dit is die jongen van Potter . Hoe eerder
hij het bos uit is, hoe beter'
'Wat heb je tegen hem gezegd?' gromde Ban. 'Vergeet niet dat we gezworen
hebben ons niet tegen de wil van de hemel te verzetten, Firenze. Hebben we
niet in de bewegingen van de planeten gelezen wat komen gaat?'
Ronan schraapte nerveus met zijn voorhoeven over de grond.
'Firenze deed vast wat hem het beste leek,' zei hij met zijn sombere stem.
Ban schopte woedend met zijn achterbenen. 'Het beste! En wat hebben wij
daarmee te maken? Centaurs bekommeren zich alleen om wat voorspeld is!

Het is onze taak niet om als ezels achter mensen aan te hollen die
verdwaald zijn in ons bos!'
Firenze steigerde plotseling van woede en Harr moest hem bij de
schouders beetgrijpen om niet te vallen.
'Zie je die eenhoorn dan niet?' bulderde Firenze tegen Ban. 'Snap je niet
waarom hij is gedood? Of hebben de planeten dat soms niet aan je onthuld?
Ik verw eer me tegen wat zich in dit bos schuilhoudt, Ban. Zonodig met
behulp van mensen!'
Firenze draaide zich abrupt om en draafde tussen de bomen door, terwijl
Harr]LFK]RJRHGPRJHOLMNYDVWNODPSWH.
HarrVQDSWHHUQLHWVYDQ.
'W aarom is Ban boos?' vroeg hij. 'En wat was dat ding waar je me voor hebt
gered?'
Firenze vertraagde zijn pas en zei dat Harr zijn hoofd omlaag moest
houden en moest oppassen voor laaghangende takken, maar hij gaf geen
antwoord op zijn vraag. Ze liepen zo lang zwijgend verder dat Harr dacht
dat Firenze niet meer wilde praten, maar in een uitzonderlijk dicht stukje
bos bleef de centaur plotseling staan.
'Harr3RWWHr , weet je waar eenhoornbloed voor dient?'
'Nee,' zei Harry , verbaasd door die rare vraag. 'Op Toverdrankles gebruiken
we alleen de hoorn en de staartharen.'
'Dat komt omda t het monsterlijk is om een eenhoorn te doden,' zei Firenze.
'Alleen iemand die niets te verliezen heeft en alles te winnen, is bereid zo'n
misdaad te begaan. Het bloed van een eenhoorn houdt je in leven, zelfs als
je op sterven na dood bent, maar tegen een vreselijke prijs. Je hebt iets reins
en weerloos gedood om je armz alige ik te redden en daarom leid je vanaf
het mom ent dat dat bloed je lippen raakt nog maar een half leven, een
vervloekt leven.'
Harr staarde naar Firenze's achterhoofd, dat zilverkleurig gevlekt leek in
het maanlicht.
'Maar wie zou zo wanhopig zijn?' vroeg hij zich hardop af. 'Als je eeuwig
vervloekt zult zijn kun je toch beter dood zijn, of niet?'
'Inderdaad,' beaamde Firenze, 'tenzij je slechts lang genoeg in leven wilt
blijven om iets anders te drinken iets waardoor je je oude macht en kracht
terugkrijgt iets waardoor je onsterfelijk wordt. Harr Potter, weet je wat
erop dit moment verbor gen is in jullie school?'
'De Steen der Wijzen! Ja, natuurlijk het Levenselixer! Maar ik snap niet wie

-'
'Kun je niemand bedenken die al jaren probeert om zijn macht te
herwinnen, die zich wanhopig vastklampt aan het leven terwijl hij zijn kans
afwacht?'
Het was alsof een ijzeren vuist zich om Harr
V hart sloot. Boven het geruis
van de bomen uit hoorde hij wat Hagrid had gezegd toen ze elkaar voor het
eerst ontmoetten: 'Sommigen zeggen dat ie dood is. Geklets, als je 't mijn
vraagt. Kweenie of ie nog wel voldoende mens in zich had om dood te
kennen gaan.'
'Bedoel je,' kraste Harry , 'dat dat Vol-'
'Harr+DUUy , is alles goed met je?'
Hermelien holde naar hem toe, gevolgd door een hijgende en puf fende
Hagrid.
'Ja, prim a,' zei Harry , die nauwe lijks wist wat hij zei. 'Die eenhoorn is dood,
Hagrid. Hij ligt een eind verderop, op een open plek.'
'Dan neem ik hier afscheid van je,' prevelde Firenze, terwijl Hagrid haastig
vertrok om de eenhoorn te onderzoeken. 'Je bent nu veilig.'
HarrOLHW]LFKYDQ]LMQUXJJOLMGHQ.
'Het allerbeste, Harr Potter ,' zei Firenze. 'De wil der planeten is al eerder
verkeerd uitgelegd, zelfs door centaurs. Ik hoop dat dat nu ook het geval is.'
Hij draaide zich om en draafde weg door de bomen, met achterlating van
een trillende Harry .
Ron, die had zitten wachten in de donkere leerlingenkamer , w as in slaap
gevallen en riep iets over een Zwerkbalovertreding toen Harr hem ruw
wakker schudde. Een paar tellen later was hij echter klaarwakker en
vertelde HarrKHPZDWHULQKHWERVJHEHXUGZDV.
Harr kon niet stilzitten. Hij ijsbeerde heen en weer voor de haard en trilde
nog steeds.
'Sneep probeert die Steen te pakken te krijgen voor Vold emort... en
Voldemort wacht in het bos... en de hele tijd dachten we dat Sneep gewoon
rijk wilde worden...'
'Zeg die naam niet steeds!' fluisterde Ron doodsbang, alsof Voldemort hen
kon horen.
HarrOXLVWHUGHQLHW.
'Firenze heeft me gered, maar dat was eigenlijk verkeerd van hem... Ban
was woedend... hij zei dat hij tegen de wil van de planeten inging... Ze
weten waarschijnlijk dat Voldem ort terugkeert... Ban vindt dat Firenze niet

had moeten ingrijpen toen Vold emort me wilde vermoorden.. Dat zal ook
wel in de sterren geschreven staan.'
Zeg die naam toch niet steeds' siste Ron.
'Dus ik hoef alleen maar te wa chten tot Sneep de Steen steelt en dan kan
Voldemort terugkomen en me om zeep helpen,' vervolgde Harry
koortsachtig. 'Nou, dan is in elk geval Ban blij.'
Hermelien was ook doodsbenau wd, maar had toch een kleine geruststelling
voor Harry .
'Iedereen zegt dat Perkamentus de enige is voor wie Jeweetwel ooit bang is
geweest, Harry. Zolang Perkamentus in de buurt is, durft Jeweetwel niks te
doen. En wie zegt trouwens dat die centaurs gelijk hebben? Wat zij doen
lijkt me meer waarzeggerij en dat is volgens professor Anderling een heel
onnauwkeurige tak van de toverkunst.'
Het werd buiten al licht voor ze eindelijk waren uitgepraat. Uitgeput en met
zere kelen gingen ze naar bed, maar de verrassingen waren nog niet voorbij.
Toen Harr de lakens wegtrok, zag hij zijn keurig opgevouwen
onzichtbaarheidsmantel liggen. Er was een briefje opgespeld:
V oor het geval dat.

Hoofd stu k 1 6
DOOR HET LUIK
Jaren later kon Harr zich niet meer goed herinneren hoe hij ooit door zijn
tentamens heen had weten te komen, terwijl hij elk moment verwachtte dat
Voldemort binnen zou komen stormen. De dagen kropen voorbij, maar
Pluisjes deur was nog steeds op slot en hijzelf was zo te horen springlevend
en in goede conditie.
Het was bloedheet, vooral in het grote lokaal waar ze het schriftelijk deden.
Speciaal voor het examen kregen ze nieuwe ganzenveren, die behekst
waren met een Anti-Spiekspreuk.
Voor het praktijkexamen moesten ze een voor een bij professor Banning in
de klas komen en een ananas laten tapdansen op zijn bureau . Professor
Anderling keek toe hoe ze een muis in een snuifdoos veranderden; een erg
mooie doos leverde extra punten op, maar als hij nog snorharen had kregen
ze aftrek . Sneep maakte iedereen doodnerveus door over hun schouders
mee te kijken terwijl ze zich probeerden te herinneren wat er in
Ver getelheidsdrank ging.
Harr deed zo goed mogelijk zijn best en probeerde de stekende pijn in zijn
voorhoofd te negeren. Na hun avontuur in het bos had hij daar constant last
van. Marcel dacht dat Harr aan een ernstige vorm van examenvrees leed,
omdat hij niet kon slapen, maar in werkelijkheid schrok hij steeds wakker
door zijn oude nachtmerrie. Die was nu erger dan ooit, omdat er ook een in
een mantel gehulde, bloedbevlekte gedaante in voorkwam.
Misschien was het omdat ze niet hadden gezien wat Harr in het bos had
gezien of omdat ze geen kloppende littekens op hun voorhoofd hadden,
maar Ron en Hermelien maakten zich lang niet zo veel zorgen om de Steen
als Harry . Ze vonden de gedachte aan Voldemort natuurlijk wel
angstaanjagend, maar hij spookte niet door hun dromen en ze hadden het zo
druk met leren dat ze weinig tijd hadden om te piekeren over de snode
plannetjes die Sneep of wie dan ook smeedde.
Hun laatste tentamen ging over de Geschiedenis van de Toverkunst. Nog
een uur lang vragen beantwoorden over geschifte oude tovenaars die
zelfroerende ketels hadden uitgevonden en dan zouden ze vrij zijn, een
heerlijke week lang, tot de uitslag van de tentamens bekend werd. Toen de

geest van professor Kist zei dat ze hun ganzenveren moesten neerleggen en
hun perkament oprollen, juichte HarrRQGDQNVDOOHVPHWGHDQGHUHQPHH.
'Het viel ontzettend mee, vond ik,' zei Hermelien toen de leerlingen het
zonnige park instroomden. 'Ik had al die dingen over de Gedragscode voor
Weerwolven uit 1637 of de opstand van Elfric de Grijpgrage helemaal niet
hoeven leren.'
Hermelien nam na afloop van een tentamen de vragen graag nog eens door,
maar Ron zei dat hij daar misselijk van werd en daarom slenterden ze naar
het meer en ploften onder een boom neer. De broertjes Wemel en Leo
Jordaan kietelden de tentakels van een reuzeninktvis, die in het ondiepe
water van het zonnetje genoot.
'Eindelijk niet meer leren!' zuchtte Ron gelukzalig en hij strekte zich uit in
het gras. 'Kijk niet zo somber , Harry . Het duurt een hele week voor we
horen hoe slecht we het gedaan hebben, dus maak je alsjeblieft geen
zorgen.'
HarrZUHHIRYHU]LMQYRRUKRRIG.
'Ik wou dat ik wist wat dit betek ent!' zei hij nijdig. 'M'n litteken doet steeds
pijn. Dat is al eerder gebeurd, maar nog nooit zo vaak als nu.'
'Ga dan naar madame Plijster ,' suggereerde Hermelien.
'Ik ben niet ziek,' zei Harry . 'V olgens mij is het een waarschuwing... dat er
gevaar op de loer ligt...'
Het was zo warm dat Ron zich niet echt druk kon maken.
'Ontspan je, Harry . Hermelien heeft gelijk. De Steen is veilig zolang
Perkamentus in de buurt is. Bovendien hebben we geen enkel bewijs dat
Sneep ooit heeft uitgevogeld hoe hij langs Pluisje moet komen. De laatste
keer is zijn been bijna afgebete n en ik denk niet dat hij het gauw opnieuw
zal proberen. En het lijkt me waarschijnlijker dat Marcel Zwerkbal speelt
voor Engeland dan dat Hagrid Perkamentus verraadt.'
Harr knikte, maar toch hield hij het knagende gevoel dat hij iets vergeten
was. Iets belangrijks. Toen hij dat probeerde uit te leggen zei Hermelien:
'Dat komt door al dat leren. Gisteren werd ik plotseling wakker en pas toen
ik de helft van mijn aantekeningen voor Transfiguratie had door gewerkt,
bedacht ik dat we dat tentamen al gehad hadden.'
Harr wist zeker dat dat onrustige gevoel niets met de tentamens te maken
had. Hij zag een uil door de felb lauwe hemel naar de school fladderen, met
een briefje in zijn snavel. Hagrid was de enige die hem ooit briefjes schreef.
Hagrid zou Perkamentus nooit verraden. Hagrid zou nooit tegen iemand

zeggen hoe ze Pluisje in de luren moesten leggen... nooit... maar-
HarrVSURQJRYHUHLQG.
'Waar ga jij heen?' zei Ron slaperig.
'Er schiet me iets te binnen,' zei Harr doodsbleek. 'We moeten naar Hagrid,
nu meteen.'
'Waarom?' zei Hermelien hijgend. Ze moest moeite doen om hem bij te
houden.
'Vind je het ook niet gek dat Hagrid, die altijd dolgraag een draak heeft
willen hebben, plotseling een wildvreemde tegen het lijf loopt die een
drakenei op zak heeft?' zei Harry , die tegen de met gras begro eide helling
opklauterde. 'Hoeveel mensen lopen met drakeneieren rond, terwijl dat
verboden is? Wel heel toevallig dat hij net Hagrid ontmoette, nietwaar?
Waarom heb ik dat niet eerder beseft?'
'W at klets je toch?' zei Ron, maar Harr sprintte in de richting van het bos
en gaf geen antwoord.
Hagrid zat buiten, in een gemakkelijke stoel. Hij had zijn mouwen en
broekspijpen opgerold en was erwten aan het doppen, die hij in een grote
kom gooide.
'Hallo,' zei hij glimlachend. 'Zitten de tentamens d'rop? Motten jullie wat
drinken?'
'Ja, graag,' zei Ron, maar HarrYLHOKHPLQGHUHGH.
'Nee, Hagrid, we hebben haast. Ik wilde je alleen iets vragen. Weet je nog,
die avond toen je Norbert hebt gewonnen? Hoe zag die vreemdeling met
wie je gekaart hebt eruit?'
'Kweenie,' zei Hagrid nonchalant. 'Hij wou z'n mantel niet uitdoen.'
Hij zag hun verbijsterde blikken en trok zijn wenkbrauwen op.
'Da's echt niet zo mal, hoor. Je komt een hoop rare lui tegen in de
Zwijnskop, da's de kroeg in 't dorp. 't Zal wel een draken dealer zijn
geweest. Ik heb z'n gezicht niet gezien, want hij hield z'n kap op.'
HarrSORIWHQHHURSKHWJUDVQDDVWGHNRPPHWHUZWHQ.
'Waar hebben jullie over gepraat, Hagrid? Heb je het over Zweinstein
gehad?'
'Zou best es ter sprake kennen zijn gekomen,' zei Hagrid, die zijn voorhoofd
fronste en zich dat probeerde te herinneren. 'Ja... hij vroeg wat ik dee en ik
zei dat ik terreinknecht en jachtopziener was... Hij vroeg voor wat voor
beesten ik zor g en dat heb ik verteld... en toen zei ik dat ik altijd al graag
een draak had willen hebben... en toen... es effe denken... 't is een beetje

vaag, want hij gaf steeds rondjes... effe kijken... o ja, toen zei ie dat ie een
drakenei had en dat ie daar best om wilde kaarten... alleen wilde ie wel
zeker weten dat ik d'rvoor kon zorgen en dat ie een goed tehuis zou
krijgen... en toen zei ik dat een draak een makkie zou zijn na Pluisje...'
'En was hij leek hij geïnteresse erd in Pluisje?' vroeg Harry, die probeerde
zijn stem niet te laten trillen.
'Nou ja. Ik bedoel, hoe vaak kom je een driekoppige hond tegen, zelfs op
Zweinstein? Dus ik vertelde dat Pluisje een eitje is, als je maar weet hoe je
hem aan mot pakken. Gewoon een stukkie muziek spelen, dan valt ie als
een blok in slaap -'
Hagrid keek hen vol ontzetting aan.
'Dat had ik niet motten zeggen! ' flapte hij eruit. 'Vergeet dat ik dat gezegd
heb! Hé, waar gaan jullie heen?'
Harry , R on en Hermelien deden er het zwijgen toe tot ze in de hal van de
school stonden, die kil en somber leek na het zonnige park.
'We mo eten het tegen Perkamentus zeggen,' zei Harry . 'Hagrid heeft die
vreemdeling verteld hoe hij langs Pluisje kan komen en onder die mantel
moet Sneep of V oldemort hebben gezeten - het moet een fluitje van een cent
zijn geweest, zodra hij Hagrid dronken had gevoerd. Ik hoop alleen maar
dat Perk amentus ons gelooft. Misschien wil Firenze getuige zijn, als Ban
hem tenminste niet tegenhoudt. W aar is Perkamentus' kantoor?'
Ze keke n om zich heen, alsof ze hoopten dat ze een bordje zouden zien dat
in de juiste richting wees. Ze hadden nooit gehoord waar Perkamentus'
kamers waren en kenden ook niemand die ooit bij hem had moeten komen.
'Dan moeten we gewoon -' bego n Harry , maar plotseling galmde een stem
door de hal.
'Wat doen jullie binnen?'
Het was professor Anderling. Ze had een grote stapel boeken bij zich.
'We wilden professor Perkamentus spreken,' zei Hermelien, wat Harr en
Ron nogal dapper van haar vonden.
'Professor Perkamentus spreken?' herhaalde professor Anderling, alsof dat
iets heel verdachts was. 'Hoezo?'
HarrVOLNWHZDWQX?
'Eigenlijk is het min of meer geheim -' begon hij, maar daar kreeg hij
meteen spijt van, want professor Anderling sperde haar neusgaten nijdig
open.
'Professor Perkamentus is tien minuten geleden vertrokken,' zei ze kil. 'Hij

kreeg een dringe nde uil van het Ministerie van Toverkunst en is direct naar
Londen gevlogen.'
'Is hij weg?' zei HarrJHDJLWHHUG
1~"'
'Professor Perkamentus is een groot tovenaar , Potter . Er wordt vaak een
beroep op hem gedaan.'
'Maar dit is belangrijk.'
'Is wat jij te zeggen hebt belangrijker dan het Ministerie van T overkunst?'
'Luister, professor ,' zei Harry , die alle voorzichtigheid overboord zette, 'het
gaat om de Steen der W ijzen -'
Hij wist niet wat professor Anderling verwacht had te horen, maar dit in elk
geval niet. Ze liet haar boeken vallen, maar raapte ze niet op.
'Hoe weten jullie ?' sputterde ze.
'Professor , ik denk nee, ik weet dat Sn- dat iemand van plan is die Steen te
stelen. Ik moet professor Perkamentus spreken!'
Ze staarde hem geschokt en achterdochtig aan.
'Professor Perkamentus komt morgen terug,' zei ze uiteindelijk. 'Ik weet niet
hoe jullie van die Steen hebben gehoord, maar ik verzeker je dat hij
onmogelijk gestolen kan worden. Hij wordt veel te streng bewaakt.'
'Maar professor -'
'Potter , ik weet waar ik het over heb,' zei ze kortaf. Ze bukte zich en raapte
haar boeken op. 'Het lijkt me beter dat jullie naar buiten gaan en van het
mooie weer genieten.'
Dat deden ze echter niet.
'Vanavond gaat het gebeuren,' zei Harry , zodra professor Anderling buiten
gehoorsafstand was. 'Vanavond gaat Sneep door dat luik. Hij weet nu wat
hij weten moet en Perkamentu s is er niet. Sneep heeft vast dat briefje
gestuurd. Ik wil wedden dat ze stomverbaasd zijn op het Ministerie van
Toverkunst als Perkamentus opeens op de stoep staat.'
'Maar wat kunnen wij -'
Hermelien snakte naar adem en HarrHQ5RQGUDDLGHQ]LFKVQHORP.
Sneep stond op een paar meter afstand.
'Goeiemiddag,' zei hij gladjes. Ze staarden hem aan.
'Jullie horen buiten te zijn, met dat mooie weer,' zei hij met een
eigenaardige, verwrongen glimlach.
'We gingen -' begon Harry , zonder enig idee wat hij eigenlijk wilde zeggen.
'Ik zou maar voorzichtig zijn,' zei Sneep. 'Je zou nog denken dat jullie iets
in je schild voeren, als je jullie zo ziet rondhangen. En Grif foendor kan het

zich niet veroorloven om nog meer punten kwijt te raken, nietwaar?'
HarrZHUGURRG=HZLOGHQQDDUEXLWHQJDDQPDDU6QHHSULHSKHQWHUXJ.
'Ik waarschuw je, Potter nog meer nachtelijke omzwervingen en ik zor g er
persoonlijk voor dat je van school wordt gestuurd. Een fijne dag verder .'
Hij liep met grote passen naar de docentenkamer.
Buiten, op het stenen bordes, keek HarrGHDQGHUHQDDQ.
'Oké, dan doen we het zo,' fluisterde hij. 'Eentje houdt Sneep in de gaten,
wacht hem in de buurt van de docentenkamer op en volgt hem als hij naar
buiten komt. Dat kun jij het beste doen, Hermelien.'
'Waarom ik?'
'Dat lijkt me duidelijk,' zei Ron. 'je kunt altijd doen alsof je op professor
Banning wacht.' Met een hoog stemmetje zei hij: 'O professor Banning, ik
maak me toch zo ongerust! Volgens mij heb ik vraag 4b niet helemaal goed
beantwoord...'
'Hou je mond,' zei Hermelien, maar ze was bereid om Sneep in de gaten te
houden.
'En dan bewaken wij de gang op de derde verdieping,' zei Harr tegen Ron.
'Kom op.'
Maar hun plannetje mislukte faliekant. Ze waren nauwelijks bij de deur die
Pluisje van de rest van de scho ol scheidde toen professor Anderling weer
langskwam en deze keer werd ze echt kwaad.
'Jullie denken zeker dat jullie moeilijker te passeren zijn dan een hele lading
betoveringen!' zei ze woedend. 'Genoeg onzin! Als ik jullie hier nog één
keer zie, trek ik opnieuw vijftig punten af van Griffoendor! Ja, Wemel, van
mijn eigen afdeling!'
Harr en Ron gingen terug naar de leerlingenkamer . Harr zei net: 'Nou, in
elk geval wordt Sneep geschadu wd door Hermelien,' toen het portret van de
Dikke Dame openzwaaide en Hermelien binnenkwam.
'Het spijt me zo, Harr
jammerde ze. 'Sneep kwam naar buiten en vroeg
wat ik deed en toen ik zei dat ik op Banning wachtte, ging Sneep hem
halen. Ik heb net weg weten te komen, maar ik weet niet waar Sneep is
gebleven.'
'Nou, dan hebben we geen keus,' zei Harry .
De anderen staarden hem aan. Hij was bleek en zijn ogen fonkelden.
'Vanavond probeer ik om die Steen als eerste te pakken te krijgen.'
'Je bent gek!' zei Ron.
'Dat kan niet!' zei Hermelien. 'Na wat Anderling en Sneep gezegd hebben?

Je wordt van school gestuurd!'
'EN WAT DAN NOG?' schreeuwde Harry. 'Snappen jullie het dan niet? Als
Sneep de Steen te pakken krijgt, keert Voldemort terug! Hebben jullie niet
gehoord hoe het was toen hij de boel probeerde over te nemen? Dadelijk is
er geen school meer om afgestuurd te worden! Hij verandert Zweinstein in
een berg puin of in een school voor de Zwarte Kunsten! Het doet er niets
meer toe hoevee l punten we verliezen, begrijpen jullie dat niet? Denk je dat
hij jullie met rust zal laten als Grif foendor de beker wint? Als ik betrapt
word voor ik de Steen vind, nou, dan moet ik terug naar de Duf felings en
daar afwachten tot Voldemort me vindt. Dat betekent alleen dat ik ietsje
later doodga dan anders, want ik loop nooit over naar de Duistere Zijde!
Nooit! Vanavond ga ik door dat luik heen en niets wat jullie zeggen kan me
tegenhouden! Voldemort heeft mijn ouders vermoord, weten jullie nog
wel?'
Hij staarde hen woedend aan.
'Je hebt gelijk, Harry,' zei Hermelien met een klein stemmetje. 'Ik zal de
onzichtbaarheidsmantel gebruiken,' zei Harry . 'Een geluk dat ik die terug
heb gekregen.'
'Maar is hij groot genoeg voor ons drieën?' zei Ron.
'Ons - ons drieën?'
'Kom nou! Je dacht toch niet dat wij je in je eentje laten gaan?'
'Nee, natuurlijk niet,' zei Hermelien gedecideerd. 'Denk je dat je die Steen te
pakken zou kunnen krijgen zonder onze hulp? Ik ga gauw even mijn boeken
doorkijken. Misschien staat er iets in wat van pas komt...'
'Maar als we worden gesnapt, worden jullie ook van school gestuurd.'
'Dat lijkt me sterk,' zei Hermelien grimmig. 'Banning heeft me in
vertrouwen verteld dat ik een score van honderdtwaalf procent heb behaald.
Ik denk niet dat ze me dan nog gauw van school zullen trappen.'
Na het avondeten ging het drietal nerveus een beetje apart zitten in de
leerlingenkamer . Niemand viel hen lastig; tenslotte praatten de andere
Grif foendors niet meer met Harry . Dit was de eerste keer dat hij dat niet
vreselijk vond. Hermelien nam vlug haar aantekeningen door, in de hoop
dat ze een betovering tegen zou komen die ze dadelijk misschien zouden
moeten overwin nen. Harr en Ron zeiden niet veel. Ze dachten aan wat hen
te wachten stond.
Langzaam ging de ene na de andere leerling naar bed en liep de kamer leeg.
'Ik zou de mant el maar halen,' mompelde Ron, toen Leo Jorda an eindelijk

geeuwend en rekkend opstond. Harr holde de trap op naar hun donkere
slaapzaal. Hij pakte de mantel en zijn blik viel op de fluit die Hagrid hem
voor kerst had gegeven. Hij stak hem in zijn zak, om hem tegen Pluisje te
gebruiken, hij had niet veel zin om te zingen.
Hij rende terug naar de leerlingenkamer .
'Laten we die mantel vast omdoe n en kijken of hij ons helemaal bedekt -stel
je voor dat V ilder een losse voet door de gang ziet zweven.'
'Wat doen jullie daar?' zei een stem uit een hoek van de kamer . Marcel
kwam achter een stoel vandaan, met Willibrord de pad in zijn hand, die
blijkbaar opnieuw een poging had gedaan om zijn vrijheid te herwinnen.
'Niets, Marcel, niets,' zei Harry , die de mantel gauw op zijn rug hield.
Marcel staarde naar hun schuldige gezichten. 'Jullie gaan weer op pad,' zei
hij.
'Nee, nee, nee,' zei Hermelien. 'Nee, echt niet. Ga maar lekker slapen,
Marcel.'
Harr keek naar de staande klok naast de deur . Ze hadden geen tijd meer te
verliezen; misschien was Sneep al bezig om Pluisje in slaap te spelen.
'Jullie mogen niet weg,' zei Mar cel. 'Jullie worden vast weer gesnapt en dan
komt Grif foendor nog er ger in de problemen.'
'Je begrijpt het niet, Marcel,' zei Harry . 'Dit is belangrijk.' Maar Marcel had
blijkbaar al zijn moed bijeengeschraapt en was van plan krasse maatregelen
te nemen.
'Ik laat jullie niet gaan,' zei hij en hij ging haastig voor het portretgat staan.
'Dan dan zullen jullie met me moeten vechten!'
'Marcel,' siste Ron woedend, 'ga opzij, idioot -'
'Noem me geen idioot!' zei Marcel. 'Jullie mogen de regels niet meer
overtreden. En jij zei zelf dat ik van me af moest bijten!'
'Ja, maar niet tegen ons,' zei Ron geër gerd. 'Marcel, je weet niet wat je doet.'
Hij deed een stap naar voren en Marcel liet Willibrord de pad vallen, die
haastig wegsprong.
'Vooruit, probeer me maar te slaan,' zei Marcel, die zijn vuisten ophief. 'Ik
ben klaar!'
HarrZHQGGH]LFKWRW+HUPHOLHQ.
'Doe iets,' zei hij wanhopig.
Hermelien stapte naar voren. 'Marcel,' zei ze, 'dit spijt me heel, heel er g.'
Ze hief haar toverstok op. 'Petrificus Tolalus!' riep ze en wees met haar stok
op Marcel.

Marcels armen schoten tegen zijn zijden. Zijn benen klapten tegen elkaar en
zijn hele lichaam verstarde. Hij zwaaide even heen en weer en viel toen plat
op zijn gezicht, zo stijf als een plank.
Hermelien rende naar hem toe en draaide hem om. Marcels kaken waren op
elkaar geklemd, zodat hij niets kon zeggen. Alleen zijn ogen konden nog
bewegen en staarden haar vol afschuw aan.
'Wat heb je gedaan?' fluisterde Harry .
'De Totale Verstijving,' zei Herm elien mistroostig. 'O, Marcel, het spijt me
zo!'
'We moe sten wel, Marcel. We hebben geen tijd om het uit te leggen,' zei
Harry.
'Later zul je het begrijpen, Marcel,' zei Ron, terwijl ze over hem heen
stapten en de onzichtbaarheidsmantel omsloegen.
Het feit dat ze Marcel daar roerloos achterlieten, leek echter geen best
voorteken. Ze waren zo zenuwachtig dat elke schaduw van een standbeeld
op Vilde r leek en elk zacht gefluister van de wind net Foppe was die op hen
afschoot.
Bij de eerste trap zagen ze mevr ouw Norks, die bij de bovenste trede op de
loer lag.
'Laten we haar nu eindelijk eens een goeie schop geven,' fluisterde Ron in
Harr
V oor, maar Harr schudd e zijn hoofd en ze liepen voorzichtig om
haar heen. Mevrouw Norks keek hen wel aan met haar bolle, lichtgevende
ogen, maar deed niets.
Verder kwamen ze niemand tegen, tot ze bij de trap naar de derde
verdieping waren. Foppe dobberde halverwege op en neer en maakte de
loper los, zodat mensen zouden struikelen.
'Wie is daar?' zei hij terwijl ze de trap opliepen. Hij kneep zijn boosaardige
zwarte oogjes half dicht. 'Ik weet dat je er bent, ook al kan ik je niet zien.
Ben je een spook of zo'n kliertje van een vervelend scholiertje?'
Hij rees hoger op en staarde omlaag.
'Eigenlijk moet ik Vilder erbij halen, als er 's nachts iets onzichtbaars
rondsluipt.'
HarrNUHHJHHQSORWVHOLQJHLQYDO.
'Foppe,' zei hij op schorre fluistertoon, 'de Bloederige Baron heeft zo zijn
redenen om onzichtbaar te zijn.'
Van schrik viel Foppe bijna uit de lucht. Hij wist nog net op tijd op te
trekken en bleef een halve meter boven de trap zweven.

'Het spijt me vreselijk, uwe Bloederigheid,' zei hij kruiperig. 'Mijn fout,
mijn fout ik zag u niet uiteraard niet, want u bent onzichtbaar , ver geef die
arme oude Foppe! Het was maar een grapje.'
'Ik heb wat zaak jes te regelen, Foppe,' kraste Harry. 'Blijf hier vannacht uit
de buurt.'
'Jazeker, baron, daar kunt u van op aan,' zei Foppe, die weer opsteeg. 'Veel
succes met uw zaakjes, baron. U zult geen last van me hebben.'
En hij zoefde snel weg.
'Briljant, Harr
IOXLVWHUGH5RQ.
Een paar tellen later waren ze bij de gang op de derde verdieping en de deur
stond op een kier .
'Zie je wel?' zei Harr]DFKW
6QHHSKHHIW3OXLVMHDOEHWRYHUG'
Toen ze die open deur zagen, beseften ze pas wat hen te wachten stond.
HarrNHHNGHDQGHUHQDDQ.
'Als jullie terug willen gaan, neem ik jullie dat niet kwalijk,' zei hij. 'Jullie
kunnen de mantel nemen. Die heb ik nu toch niet meer nodig.'
'Doe niet zo achterlijk; zei Ron.
'Wij gaan mee,' zei Hermelien.
HarrGXZGHWHJHQGHGHXr .
Die zwaaide krakend open en ze hoorden een diep, donderend gegrom.
Pluisjes drie neuzen snoven driftig in hun richting, ook al kon hij hen niet
zien.
'Wat ligt daar bij zijn poten?' fluisterde Hermelien.
'Het lijkt wel een harp,' zei Ron. 'Die zal Sneep wel hebben laten liggen.'
'Waarschijnlijk wordt hij wakke r zodra je stopt met spelen,' zei Harry . 'Nou,
daar gaat hij...'
Hij zette Hagrids fluit aan zijn lippen en blies. Het was niet echt een
melodie, maar na de eerste toon werden de oogleden van de hond al zwaar .
Harr durfde nauwelijks adem te halen. Langzaam werd het gegrom
minder . De hond wankelde, zakte door zijn knieën en plofte op de grond,
diep in slaap.
'Blijf spelen,' waarschuwde Ron terwijl ze de mantel af lieten glijden en
naar het luik slopen. Ze voelden de hete, stinkende adem van de hond toen
ze bij zijn drie reusachtige koppen waren.
'Ik denk dat we het luik wel open kunnen krijgen,' zei Ron, die over Pluisjes
rug tuurde. 'W il jij eerst, Hermelien?'
'Nee!'

'Goed dan.' Ron schraapte zijn moed bijeen en stapte voorzich tig over de
poten van de hond. Hij bukte zich en trok aan de ring van het luik, dat
omhoog zwaaide.
'Wat zie je?' vroeg Hermelien ongerust.
'Niks alleen donker . Ik zie geen trap of ladder of zo. W e moeten ons gewoon
laten vallen.'
Harry, die nog steeds op de fluit speelde, zwaaide naar Ron om zijn
aandacht te trekken en wees op zichzelf.
'Jij eerst? Weet je dat zeker?' zei Ron. 'Ik heb geen idee hoe diep het is.
Geef de fluit aan Hermelien, dan kan zij dat beest in slaap houden.'
Harr overhandigde de fluit. In die paar tellen stilte begon de hond te
grommen en met zijn poten te trekken, maar zodra Hermelien ging spelen
viel hij weer als een blok in slaap.
HarrNORPRYHUGHKRQGHQNHHNGRRUKHWOXLN+LM]DJJHHQERGHP.
Hij liet zich zakken tot hij alleen nog aan zijn vingertoppen hing, keek
omhoog en zei tegen Ron: 'Als er iets met me gebeurt, volg me dan niet. Ga
regelrecht naar de Uilenvleugel en stuur Hedwig naar Perkamentus.
Begrepen?'
'Ja, goed,' zei Ron.
'Tot zo, hoop ik...'
Harr liet los. Kille, vochtige lucht ruiste langs zijn oren terwijl hij viel en
viel en viel- Pof. Met een gekke , dof fe dreun landde hij op iets zachts. Hij
ging overeind zitten en tastte om zich heen, want zijn ogen waren nog niet
aan het schemerduister gewend. Zo te voelen zat hij op een soort plant.
'Alles oké!' riep hij naar het lichtplekje, zo groot als een postzegel, dat het
open luik was. 'Je landt zacht, dus laat je maar vallen!'
Ron volgde direct. Hij landde naast Harry, in een wirwar van armen en
benen.
'Wat is dat voor spul?' was het eerste wat hij zei.
'Geen idee. Een of andere plant. Waarschijnlijk groeit die hier om je val te
breken. Kom maar , Hermelien!'
De ver verwijderde muziek hield op en de hond blafte plotseling luid, maar
Hermelien was al gesprongen. Ze landde aan de andere kant van Harry .
'We moeten mijlenver onder de school zijn,' zei ze.
'Gelukkig dat hier planten groeien,' zei Ron.
'Gelukkig'.' krijste Hermelien. 'Moet je jezelf eens zien!'
Ze sprong overeind en sleepte zich moeizaam naar een vochtig e muur . Dat

ging zo moeizaam omdat de plant, zodra ze geland was, dunne, soepele
ranken om haar enkels had gewo nden. De benen van Harr en Ron waren al
omwikkeld met taaie slierten, zonder dat ze iets gemerkt hadden.
Hermelien had zich weten te bevrijden voor de plant haar echt had kunnen
beetgrijpen. Vol ontzetting keek ze hoe de jongens de ranken van zich af
probeerden te trekken, maar hoe meer ze zich verzetten, hoe strakker en
sneller de plant zich om hen heen wond.
'Verroer je niet!' commandee rde Hermelien. 'Ik weet wat het is -
Duivelsstrik!'
'O, wat ben ik blij dat we weten hoe het heet! Dat is een hele troost!'
snauwde Ron, die zo ver mogelijk achterover leunde om te voorkomen dat
de plant zich om zijn hals slingerde.
'Hou je mond! Ik probeer me te herinneren hoe je hem moet bestrijden,' zei
Hermelien.
'Schiet op! Ik krijg bijna geen lucht meer!' zei Harry , die de ranken om zijn
borst weg probeerde te trekken.
'Duivelsstrik, Duivelsstrik... wat zei professor Stronk ook alweer? hij houdt
van donkere, vochtige omstandigheden -'
'Maak dan vuur!' zei Harry , naar lucht happend.
'Ja, natuurlijk maar ik heb geen hout!' riep Hermelien handenwringend.
'BEN JE GEK GEWORDEN?' bulderde Ron. 'BEN JE EEN HEKS OF
NIET?'
'O ja, natuurlijk!', zei Hermelie n. Ze pakte snel haar toversto k, zwaaide
ermee, mompeld e iets en sproeide dezelfde helderblauwe vlammen die ze
ook tegen Sneep had gebruikt over de plant. Al na een paar tellen voelden
de jongens de knellende ranken losser worden, terwijl de plant probeerde te
vluchten voor het licht en de hitte. Kronkelend en zwiepend wonden de
slierten zich los en uiteindelijk wisten ze zich te bevrijden.
'Gelukkig dat jij oplet bij Kruid enkunde, Hermelien,' zei Harry , die naast
haar kwam staan en het zweet van zijn gezicht veegde.
'Ja,' zei Ron, 'en gelukkig raakt Harr niet in paniek in een crisis. "Maar ik
heb geen hout". Allemachtig!'
'Deze kant op,' zei Harr en hij wees op een stenen gang. Ze konden
nergens anders heen.
Het enige wat ze hoorden, behalve hun voetstappen, was het zachte
gedruppel van water dat langs de muren sijpelde. De gang liep glooiend
omlaag en Harr moest aan Goudgrijp denken. Geschrokken herinnerde hij

zich de draken die de kluizen van de tovenaarsbank bewaakten. Als ze hier
een draak tegenkwamen, een volwassen draak Norbert was al erg genoeg
geweest.
'Hoor je iets?' fluisterde Ron.
HarrOXLVWHUGH,QGHYHUWHNORQNHHQ]DFKWJHULWVHOHQJHULQNHO.
'Denk je dat het een geest is?'
'Geen idee... het klinkt meer als vleugels.'
'Verderop brandt licht ik zie iets bewegen.'
Aan het eind van de gang zagen ze een felverlichte, hoge, gewelfde ruimte.
Het wem elde van de kleine vogels, flonkerend als juwelen, die door de
kamer fladderden en zigzagde n. Aan de overkant zagen ze een zware
houten deur .
'Denk je dat ze ons aanvallen als we de kamer oversteken?' zei Ron.
'Waarschijnlijk wel,' zei Harry . 'Ze zien er niet erg gevaarlijk uit, maar als ze
met z'n allen op je neerduiken... nou, er zit niets anders op... daar gaat hij.'
Hij haalde diep adem, sloeg zijn armen voor zijn gezicht en sprintte naar de
deur. Hij verwachtte elk moment scherpe, pikkende en krabbende snavels
en klauwen te vo elen, maar er gebeurde niets en hij kwam ongedeerd bij de
deur . Hij draaide aan de knop, maar de deur zat op slot.
De anderen volgden hem. Ze trokken en duwden, maar de deur zat potdicht.
Zelfs Hermeliens Alohomoraspreuk hielp niet.
'En nu?' zei Ron.
'Die vogels... die zijn er vast niet alleen voor de sier ,' zei Hermelien.
Ze keken naar de vogels die hoog boven hun hoofd rondcirkelden,
flonkerend - flonkerend?
'Het zijn geen vogels!' zei Harry plotseling. 'Het zijn sleutels! Gevleugelde
sleutels zie je wel? Dat betekent...' Hij liet zijn blik door de kamer gaan,
terwijl de anderen naar de zwer m sleutels staarden, 'ja kijk! Bezemstelen!
We moeten de sleutel van die deur vangen!'
'Maar het zijn er honderden'.'
HarrEHNHHNKHWVORW.
'W e zoe ken een grote, ouderwetse sleutel waarschijnlijk van zilver , net als
de knop.'
Ze pakten alle drie een bezem , zetten zich af en vlogen naar de zwerm
sleutels. Ze grepen en graaiden, maar de betoverde sleutels doken en
draaiden zo snel dat het bijna onmogelijk was om er een te vangen.
Harr was echter niet voor niets de jongste Zoeker van de eeuw . Hij zag

dingen die ande ren niet zagen. Na een paar minuten door de zwerm van
bonte veren te hebben gezigzagd zag hij een grote, zilveren sleutel met een
verbogen vleugel, alsof hij al eerder gevangen was en ruw in het sleutelgat
gestopt.
'Die daar!' riep hij. 'Die grote daar nee, die met die knalblauwe vleugels de
veren aan de ene kant zijn helemaal verfomfaaid.'
Ron vloog in de richting die Harr aanwees, knalde tegen het plafond en
viel haast van zijn bezem.
'We moeten hem in een hoek drijven!' riep Harry , die zijn ogen geen
moment van de sleutel met de beschadigde vleugel afwendde. 'Ron, duik jij
van boven op hem neer en blijf jij eronder zodat hij niet kan dalen,
Hermelien. Dan probeer ik hem te grijpen. Oké -NU!'
Ron dook en Hermelien schoot omhoog, maar de sleutel ontweek hen.
Harr spurtte achter de sleutel aan, die naar de muur racete. Harr boog
zich voorover en drukte hem met een akelig krakend geluid met één hand
tegen de stenen. Het gejuich van Ron en Hermelien galmde door de hoge
ruimte.
Ze landden snel en Harr holde naar de deur , terwijl de sleutel zich
probeerde los te rukken. Hij ramde hem in het slot en draaide hem om hij
paste! Zodra het slot was opengeklikt, vloog de sleutel weer weg. Hij zag er
heel gehavend uit nu hij twee keer was gevangen.
'Klaar?' vroeg Harr aan de anderen, met zijn hand op de deurknop. Ze
knikten en hij trok de deur open.
In de volgende ruimte was het zo donker dat ze geen hand voor ogen
konden zien, maar zodra ze ove r de drempel stapten ging het licht aan en
zagen ze een verbluf fend tafereel.
Ze stond en aan de rand van een gigantisch schaakbord, achter de zwarte
stukken, die groter waren dan zij en zo te zien uit zwarte steen waren
gehouwen. Een heel eind verderop, aan de andere kant van de kamer ,
stonden de witte stukken. Harry, Ron en Hermelien huiverden, de kolossale
witte schaakstukken hadden geen gezichten.
'Wat moeten we nu?' fluisterde Harry .
'Dat lijkt me duidelijk,' zei Ron. 'We moeten al schakend de kamer
oversteken.'
Achter de witte stukken zagen ze een tweede deur. 'Hoe dan?' zei Hermelien
nerveus.
'Ik denk dat we schaakstukken moeten worden,' zei Ron.

Hij liep naar een zwart paard en raakte zijn flank aan. Onmidd ellijk kwam
de steen tot leven. Het paard schraapte met zijn hoeven en de ridder op zijn
rug draaide zijn gehelmde hoofd en staarde op Ron neer .
'Moeten we eh met jullie meedoen om aan de andere kant te komen?'
De ridder knikte en Ron wendde zich tot de anderen.
'Eens goed nad enken...' zei hij. 'Ik neem aan dat we de plaats van drie
zwarte stukken moeten innemen...'
Harr en Hermelien keken zwijgend toe terwijl Ron nadacht. Uiteindelijk
zei hij: 'Ik wil jullie niet beledigen, maar jullie zijn niet van die beste
schakers -'
'We zijn niet beledigd,' zei HarrVQHO
=HJMLMPDDUZDWZHPRHWHQGRHQ'
'Oké. Harry, neem jij de plaats in van die loper en ga jij naast hem staan,
Hermelien, op de plaats van die toren.' 'En jij?'
'Ik word paard,' zei Ron.
Blijkbaar hadden de schaakstukken geluisterd, want zodra hij dat zei
keerden een paard, een loper en een toren de witte stukken de rug toe en
verlieten het bord, zodat er drie lege vakken overbleven, waar Harry, Ron
en Hermelien gingen staan.
'W it is altijd eerst aan zet,' zei Ron, die naar de overkant van het bord
staarde. 'Ja... kijk...'
Een witte pion schoof twee vakken naar voren.
Ron nam de leiding over de zwarte stukken over, die zich zwijg end naar de
vakken begaven die hij aanwees. Harr
V knieën trilden. Stel dat ze
verloren?
'HarrGLDJRQDDOYLHUYDNNHQQDDUUHFKWV'
De eerste echte schok kwam toen hun andere paard werd geslagen. De witte
dame beukte hem tegen de grond en sleurde hem van het bord, waar hij
doodstil en met zijn gezicht omlaag bleef liggen.
'Dat kon niet anders,' zei Ron, die ook nogal geschokt leek. 'Nu kun jij die
loper slaan, Hermelien. V ooruit, ga je gang.'
Als er een zwart stuk werd geslagen, toonden de witte stukken geen enkel
mededogen en al gauw lag er een stapel slappe, roerloze zwarte gedaanten
tegen de muur . Ron merkte twee keer net op tijd dat Harr en Hermelien
ook gevaar liepen. Zelf schoot hij over het bord heen en weer en sloeg hij
bijna net zo veel stukken als zwart had verloren.
'We zijn er bijna,' mompelde hij plotseling. 'Even denken even denken...'
De witte dame keek hem aan met haar gezichtsloze hoofd. 'Ja...' zei Ron

zacht. 'Dat is de enige oplossing... ik moet mezelf laten slaan.'
'NEE!' schreeuwden HarrHQ+HUPHOLHQ.
'Zo gaat dat met schaken,' beet Ron hen toe. 'Soms moet je stukken
opof feren! Als ik één vak opschuif, slaat ze me en dan kun jij de koning
schaakmat zetten, Harr'
'Maar -'
'Wil je Sneep tegenhouden of niet?' 'Ron -'
'Hoor eens, als we niet opschieten heeft hij de Steen al te pakken!'
Er zat niets anders op.
Klaar?' riep Ron, bleek maar vastberaden. 'Daar ga ik en blijf niet
rondhangen als we eenmaal gewonnen hebben.'
Hij stapte naar voren en de witte dame sprong op hem af. Ze sloeg Ron hard
tegen zijn hoofd met haar stenen arm en hij viel met een smak op de grond.
Hermelien gilde maar bleef op haar vak staan en de witte dame sleepte Ron
van het bord. Zo te zien was hij buiten westen.
Trillend ging HarrGULHYDNNHQQDDUOLQNV.
De witte koning nam zijn kroon af en gooide die aan Harr
V voeten. Ze
hadden gewonnen! De resterend e stukken gingen opzij en bogen, zodat de
weg naar de deur vrij was. Met een laatste, wanhopige blik op Ron renden
HarrHQ+HUPHOLHQQDDUGHGHXUHQKROGHQGHYROJHQGHJDQJXLW.
Stel dat hij -'
'Het komt heus wel goed met hem,' zei Harry , die zichzelf probeerde te
overtuigen. 'W at zou er nu komen?'
'Stronks bezwering hebben we gehad, dat was die Duivelsstr ik. Banning
moet die sleutels hebben betoverd. Anderling heeft die schaakstukken
behekst, zodat ze leven dus dan hebben we de bezwering van Krinkel nog
en die van Sneep...'
Ze waren weer bij een deur aangeland.
'Klaar?' fluisterde Harry .
'Ga je gang.'
HarrGXZGHGHGHXURSHQ.
Ze werden overspoeld door een weerzinwekkende stank en drukten gauw
hun gewaden tegen hun neus. Met tranende ogen zagen ze een trol op de
grond liggen. Hij was nog groter dan de trol met wie zij het aan de stok
hadden gehad, maar hij had een bloederige bult op zijn hoofd en was
bewusteloos.
'Ik ben blij dat we niet met hem in de clinch hoeven,' fluisterde Harry

terwijl ze voorzichtig over zijn reusachtige benen stapten. 'Snel, ik krijg
haast geen adem.'
Hij deed de volgende deur open en durfde haast niet te kijken wat hen nu
weer te wachten stond maar dat was niet erg angstaanjagend, gewoon een
tafel met zeven flessen, die allemaal verschillend van vorm waren.
'Dit is het werk van Sneep,' zei Harry . 'Wat moeten we doen?'
Ze stapten naar binnen en onm iddellijk schoot er in de deuro pening een
gordijn van vlammen omhoog. Het waren geen gewone vlammen, maar
paarse. Op hetzelfde moment laaiden er in de deuropening die naar het
volgende vertrek leidde zwarte vlammen op. Ze zaten in de val.
'Kijk!' Hermelien greep een rol perkament die naast de flessen lag en Harry
las over haar schouder mee:
Achter je de veiligheid en voor je het gevaar .
Twee van ons die helpen je bij het zoeken naar
W at je ook zoekt, eentje maakt dat je ver der kunt.
Een ander voert de drinker terug naar zijn uitgangspunt.
Twee van ons bevatten slechts dovenetelwijn,
Drie van ons zijn dodelijk maar welke zouden 't zijn?
Kies, want anders blijf je hier tot aan de jongste dag.
W e geven je vier hints, die je gebruiken mag.
Eén: al verber gt het dodelijk venijn zich nog zo slinks,
Altijd staat gif naast netelwijn en wel altijd links.
Twee: anders zijn de flessen aan de uiteinden van de rij,
Maar wie ver der komen wil, heeft niets aan allebei.
Drie: zoals je ziet, verschillen onze maten er g.
Je zult de dood niet vinden in de reus of in de dwerg.
Vier: de tweede fles van links en r echts lijken niet op elkaar,
Maar wie de inhoud proeft die merkt: hij is verwisselbaar .
Hermelien slaakte een diepe zucht en Harr zag tot zijn verbazing dat ze
glimlachte. Dat was wel het laatste waar hij zin in had.
'Briljant,' zei Hermelien. 'Dit is geen toverkunst, dit is logica een puzzel.
Vaak zijn de beste tovenaars ook de grootste warhoofden. Die zouden hier
eeuwig vastzitten.'
'Net als wij.'
'Nee, natuurlijk niet,' zei Herme lien. 'Alle aanwijzingen staan op dat papier .

Zeven flessen: drie bevatten vergif; twee wijn; eentje zorgt dat we veilig het
zwarte vuur kunnen passeren en met de ander kunnen we terug door het
paarse vuur .'
'Maar hoe weten we welke flessen we moeten nemen?'
'Even denken.'
Hermelien las het papier een paar keer door. Ze liep mompelend en wijzend
langs de flessen en klapte uiteindelijk in haar handen.
'Ik weet het,' zei ze. 'Het kleinste flesje voert je door het zwarte vuur naar de
Steen.'
HarrNHHNQDDUKHWSLHSNOHLQHIOHVMH.
'Dat is niet genoeg voor ons allebei,' zei hij. 'Er zit nauwelijks één slok in.'
Ze keken elkaar aan.
'Met behulp van welke fles kun je terug door de paarse vlammen?'
Hermelien wees op een ronde fles rechts, aan het uiteinde van de rij.
'Drink jij die dan,' zei Harry . 'N ee, luister ga terug, haal Ron en pak twee
bezems uit de kamer met de vliegende sleutels, dan kun je op die manier
terug door het luik en langs Pluisje. Ga regelrecht naar de Uilenvleugel en
stuur Hedwig naar Perkamentus . W e hebben hem nodig. Misschien kan ik
Sneep een tijdje tegenhouden, maar ik ben niet echt tegen hem opgewassen.'
'Maar HarrVWHOGDW-HZHHWZHOHURRNLV"'
'Nou ik heb al een keer geluk gehad, nietwaar?' zei Harry , die op zijn
litteken wees. 'Misschien heb ik dat opnieuw .'
Hermeliens onderlip trilde. Plotseling stormde ze op Harr af en omhelsde
hem.
'Hermelien!'
'HarrMHEHQWHFKWHHQJURRWWRYHQDDU'
'Ik ben niet zo goed als jij,' zei HarrRSJHODWHQWHUZLMO]HKHPZHHUORVOLHW.
'Ik!' zei Hermeli en. 'Ik heb alles uit boeken! En ik kan goed leren. Er zijn
belangrijkere dingen vriendschap en moed en o Harry , wees voorzichtig!'
'Drink jij eerst,' zei Harry. 'Je weet toch zeker dat dat de goede zijn, hè?'
'Heel zeker,' zei Hermelien. Ze nam een slok uit de ronde fles en huiverde.
'Het is toch geen ver gif?' zei HarrRQJHUXVW.
'Nee maar het is net ijs.'
'Vooruit, ga snel, voor het uitgewerkt is.'
'Succes en wees voorzichtig -'
'Ga!'
Hermelien draaide zich om en liep regelrecht door de paarse vlammen.

Harr haalde diep adem en pakte het kleinste flesje. Hij keek naar de zwarte
vlammen.
'Daar ga ik dan,' zei hij en hij goot de inhoud in één keer naar binnen.
Het was inderdaad net alsof zijn hele lichaam in ijs veranderde. Hij zette het
flesje neer, schraapte zijn moed bijeen en liep naar het vuur; hij zag de
zwarte vlammen om zijn lichaam likken, maar kon ze niet voelen. Even zag
hij alleen donker vuur en toen was hij aan de andere kant, in de laatste
kamer .
Er was al iemand maar niet Sneep. Het was zelfs V oldemort niet.

Hoofd stu k 1 7
DE MAN MET DE TWEE GEZICHTEN
Het was Krinkel.
'U!' bracht HarrPRHL]DDPXLW.
Krinkel glimlachte. Al zijn zenuwtrekken waren verdwenen.
'Ik,' zei hij kalm. 'Ik vroeg me al af wanneer je zou verschijnen, Potter .'
'Maar ik dacht - Sneep -'
'Severus?' Krinkel lachte; niet zijn gebruikelijke, onzekere gehinnik maar
een kille , scherp e lach. 'Ja, Severus lijkt geknipt voor die rol, hè? De ideale
afleiding. Wie zou die arme s-stotterende p-professor Krinkel verdenken
terwijl Sneep rondscheert als een reusachtige vleermuis?'
HarrNRQKHWQLHWJHORYHQ'DWNRQQLHWZDDU]LMQGDWZDVRQPRJHOLMN.
'Maar Sneep heeft geprobeerd me te vermoorden!'
'Nee, nee, ik heb geprobeerd je te vermoorden. Juffrouw Griffel liep me per
ongeluk omver toen ze Sneep in brand wilde steken tijdens die
Zwerkbalwedstrijd en daardoor verbrak ze mijn oogcontact met jou. Nog
een paar tellen en ik had je van die bezem gegooid. Dat was me al veel
eerder gelukt als Sneep geen tegenbezwering had gemompeld, in een
poging je te redden.'
'Probeerde Sneep mij te redden?'
'Ja, natuurlijk,' zei Krinkel koeltjes. 'Waarom denk je dat hij per se de
volgende wedstrijd wilde fluiten? Hij wilde voorkomen dat ik opnieuw iets
zou uithalen. Grappig eigenlijk. .. hij had zich die moeite kunnen besparen.
Ik kon toch niets doen met Perkamentus erbij. De andere leraren dachten
dat Sneep wilde verhinderen dat Grif foendor zou winnen. Hij heeft zich
heel impopulair gemaakt... en allemaal verspilde moeite, want zo meteen
zal ik je helaas toch moeten doden.'
Krinkel knipte met zijn vingers. Uit het niets verschenen touwen, die zich
strak om Harr
VOLFKDDPZLNNHOGHQ.
'Je bent te nieuwsgierig om te blijven leven, Potter. Stiekem door de school
sluipen met Halloween! Ik was bang dat je me misschie n had zien
terugkomen nadat ik was gaan kijken hoe die Steen werd bewaakt.'
'Hebt u die trol binnengelaten?'
'Jazeker . Ik heb een speciale gave wat trollen betreft - je hebt zeker wel

gezien wat ik met dat exemplaar hiernaast heb gedaan? Iedereen ging
halsoverkop op zoek naar die trol, maar Sneep, die me al verd acht, rende
regelrecht naar de derde verdiep ing, om me voor te zijn en mijn trol slaagde
er niet alleen niet in om jullie dood te slaan, maar die driekoppig e hond wist
Sneeps been niet eens af te bijten. En hou nu je mond, Potter. Ik wil deze
interessante spiegel beter bekijken.'
Pas toen besefte HarrZDWHUDFKWHU.ULQNHOVWRQGGH6SLHJHOYDQ1HUHJHE.
'Deze spiegel is de sleutel tot het vinden van de Steen,' prevelde Krinkel,
die op de lijst tikte. 'Echt iets voor Perkamentus om zoiets te verzinnen...
maar gelukkig zit hij in Londen ... tegen de tijd dat hij terug is, ben ik heel
ver weg...'
Het enige wat Harr kon bedenken was Krinkel aan de praat houden, zodat
hij zich niet op de spiegel kon concentreren.
'Ik heb u samen met Sneep in het bos gezien -' flapte hij eruit.
'Ja,' zei Krinkel achteloos en hij liep om de spiegel heen om de achterkant te
bekijken. 'Tegen die tijd had hij me door . Hij probeerde uit te vissen hoe ver
ik gekomen was. Hij verdacht me al een tijd en probeerde me bang te
maken alsof hij dat zou kunnen, terwijl ik de steun genoot van Heer
Voldemort...'
Krinkel kwam achter de spiegel vandaan en staarde er gretig naar .
'Ik zie de Steen ... ik bied hem aan mijn meester aan... maar waar is de
Steen?'
Harr worstelde , maar de touwe n gaven niet mee. Hij moest voorkomen dat
Krinkel zijn volle aandacht op de spiegel richtte, 'Maar ik dacht dat Sneep
een hekel aan me had.'
'Dat is ook zo,' zei Krinkel terloops. 'O jee, ja. Hij heeft samen met je vader
aan Zwe instein gestudeerd, wist je dat niet? Ze konden elkaar niet luchten
of zien. Maar hij heeft nooit je dood gewild.'
'Maar ik hoorde u een paar dagen geleden snikken - ik dacht dat Sneep u
bedreigde...'
Voor het eerst was er iets van angst zichtbaar op Krinkels gezicht. 'Soms is
het moe ilijk om de opdrachten van mijn meester uit te voeren,' zei hij. 'Hij
is een groot tovenaar en ik ben zwak -'
'Bedoelt u dat hij ook in dat lokaal was?' vroeg HarrYHUELMVWHUG.
'Hij vergezelt me overal,' zei Krinkel kalm. 'Ik ontmoette hem voor het eerst
toen ik een reis rond de wereld maakte. Ik was een jonge dwaas, vol
belachelijke ideeën over goed en kwaad. Heer Voldemort maakte me

duidelijk hoe lachwekkend die waren. Er is geen goed of kwaad, alleen
macht en mense n die te zwak zijn om die te grijpen. Sindsdien heb ik hem
trouw gediend, maar ook vaak teleur gesteld. Hij heeft me soms hard moeten
aanpakken.' Krinkel huiverde. 'Hij ver geeft niet snel. Toen het me niet lukte
om de Steen te stelen bij Goudgrijp, was hij heel erg kwaad. Hij heeft me
gestraft... besloten me nauwlettender in het oog te houden...'
Krinkels stem stierf weg. Harry dacht aan zijn uitstapje naar de Wegisweg.
Hoe had hij zo stom kunnen zijn? Hij had Krinkel daar notabene met eigen
ogen gezien, hij had hem een hand gegeven in de Lekke Ketel!
Krinkel vloekte zacht.
'Ik snap er niets van... zit de Steen in de Spiegel? Moet ik hem kapotslaan?'
Harr
VJHGDFKWHQJLQJHQUD]HQGVQHO.
Wat ik op dit moment het allerliefst wil is de Steen vinden voor Krinkel
hem te pakken krijgt, dacht hij. Dus als ik in de Spiegel kijk, zie ik
waarschijnlijk dat ik de Steen vind. Betekent dat dan dat ik zie waar hij
verbor gen is? Maar hoe kan ik kijken zonder dat Krinkel me doorheeft?
Hij prob eerde naar links te sch uifelen, om zo voor de spiege l te komen
zonder dat Krin kel het merkte, maar de touwen om zijn enkels waren te
strak: hij struikelde en viel. Krinkel negeerde hem. Hij mompelde nog
steeds in zichzelf.
'Hoe werkt die spiegel? Hoe werkt hij? W at moet ik doen, meester?'
Tot Har r
V afschuw antwoordde een stem, die uit Krinkel zelf scheen te
komen: 'Gebruik de jongen... gebruik de jongen...'
'Ja Potter - kom hier .'
Hij klap te één keer in zijn hand en en de touwen vielen van Harr af. Hij
kwam langzaam overeind.
'Kom hier ,' herhaalde Krinkel. 'Kijk in de spiegel en zeg wat je ziet.'
HarrOLHSQDDUKHPWRH.
'Ik moet liegen,' dacht hij wanhopig. 'Ik moet kijken en liegen over wat ik
zie.'
Krinkel ging vlak achter hem staan. HarrURRNHHQYUHHPGHJHXr , die onder
zijn tulband vandaan scheen te komen. Hij kneep zijn ogen dicht, ging voor
de spiegel staan en deed zijn ogen weer open.
Hij zag zijn spiegelbeeld, dat eerst bang en bleek was maar een paar tellen
later glimlachte, zijn hand in zijn zak stak en een bloedrode steen te
voorschijn haalde. Zijn spiegelb eeld knipoogde en deed de Steen weer in
zijn zak en op hetzelfde moment voelde Harr iets zwaars in zijn echte zak

vallen. Het was ongelooflijk, maar op de een of andere manier had hij de
Steen in zijn bezit gekregen.
'En?' zei Krinkel ongeduldig. 'W at zie je?'
HarrVFKUDDSWH]LMQPRHGELMHHQ.
'Ik zie dat Perkamentus me een hand geeft,' verzon hij. 'Ik ik heb de
afdelingsbeker veroverd voor Grif foendor.' Krinkel vloekte opnieuw .
'Uit de weg!' zei hij. Harr stapte opzij en voelde de Steen der Wijzen tegen
zijn been stoten. Durfde hij het op een lopen te zetten?
Hij had echter nog geen vijf stappen gedaan toen hij een hoge stem hoorde,
hoewel Krinkels lippen niet bewogen. 'Hij liegt... hij liegt...'
'Potter , kom terug!' schreeuwde Krinkel. 'Ik wil de waarheid weten. Wat heb
je gezien?'
'Ik wil hem zelf spreken... ik wil hem zien...'
'Meester , u bent niet sterk genoeg!'
'Ik heb voldoende kracht... om dit te doen...'
Harr had het gevoel dat hij omwikkeld was met Duivelsstrik. Hij kon geen
vin verroeren. V erstijfd zag hij Krinkel zijn tulband afwinden. W at gebeurde
er? De lap viel af en zonder die tulband leek Krinkels hoofd merkwaardig
klein. Langzaam draaide hij zich om.
Harr wilde gillen, maar kon geen geluid uit zijn keel krijgen. Waar
Krinkels achterhoofd had moeten zitten zat een gezicht, het vreselijkste
gezicht dat Harr ooit had gezien. Het was krijtwit, met grote , woedende
rode ogen en spleetvormige neusgaten, als een slang.
'Harr3RWWHr ...' fluisterde het gezicht.
HarrSUREHHUGHDFKWHUXLWWHGHLQ]HQPDDU]LMQEHQHQZHLJHUGHQGLHQVW.
'Zie je wat er van me geworden is?' zei het gezicht. 'Ik besta alleen nog uit
schaduw en damp... ik kan uitsluitend vorm aannemen als ik een lichaam
kan delen... maar gelukkig zijn er altijd mensen bereid me in hun hart en
hoofd toe te laten... de afgelopen weken heeft eenhoornbloed me nieuwe
kracht gegeven... je hebt mijn trouwe Krinkel dat zien drinken in het bos...
maar zodra ik het Levenselixer heb, kan ik weer een eigen lichaam
creëren... dus geef me de Steen die je in je zak hebt!'
Hij wist het! Harr kreeg plotseling het gevoel terug in zijn benen en
strompelde achteruit.
'Doe niet zo stom,' snauwde het gezicht. 'Je kunt beter je eigen leven redden
en je bij me aansluiten... anders ver gaat het je net zo als je ouders! Die
stierven terwijl ze om genade smeekten...'

'LEUGENAAR!' schreeuwde HarrSORWVHOLQJ.
Krinkel liep achteruit op Harr af, zodat Voldemort hem kon blijven
aankijken. Het boosaardige gezicht glimlachte.
'Ontroerend...' siste het. 'Moed kan ik altijd waarderen... Ja, jongen, je
ouders waren moedig... ik heb je vader eerst gedood en die verweerde zich
dapper... maar je moeder had niet hoeven sterven... ze probe erde jou te
beschermen... En geef me nu die Steen, tenzij je wilt dat ze vergeefs
gestorven is.'
'NOOIT!'
Harr sprintte naar het vlammende portaal, maar Voldemort krijste: 'GRIJP
HEM!' en Harry voelde Krinkels hand om zijn pols sluiten. Meteen ging er
een messcherpe, stekende pijn door zijn litteken; het was alsof zijn hoofd in
tweeën spleet. Hij gilde en spartelde uit alle macht tegen en tot zijn
verrassing liet Krinkel hem inderdaad los en nam de pijn in zijn hoofd af.
Hij keek verwilderd om zich heen, om te zien waar Krinkel gebleven was,
die ineengedoke n naar zijn vingers staarde terwijl Harr keek, zag hij
brandblaren opkomen.
'Grijp hem! GRIJP HEM!' gilde Voldemort opnieuw. Krinkel sprong op
Harr af, gooide hem tegen de grond en plofte boven op hem, met zijn
handen om zijn nek. Harr werd bijna verblind door de pijn in zijn litteken,
maar toch hoorde hij Krinkel ook krijsen van pijn.
'Meester , ik kan hem niet aanraken - mijn handen - mijn handen!'
En hoewel Krinkel Harr met zijn knieën tegen de grond bleef drukken, liet
hij zijn hals los en staarde verbijsterd naar zijn handpalmen. Harr zag dat
ze verbrand waren rauw , rood en glanzend.
'Dood hem dan, dwaas! Maak er een eind aan!' krijste V oldemort.
Krinkel hief zijn hand op om een dodelijke vloek uit te spreken maar Harry
stak instinctief zijn eigen handen uit en greep Krinkels gezicht -
'AAAAAAH!'
Krinkel rolde van hem af. Zijn gezicht zat nu ook onder de blaren en Harry
besefte dat Krinkel zijn huid niet kon aanraken zonder vreselijke pijn te
lijden - zijn enige kans was om Krinkel vast te blijven houden, zodat hij die
vloek niet kon uitspreken.
Harr sprong overeind en greep Krinkels arm. Krinkel gilde en probeerde
Harr af te schudden - de pijn in Harr
V hoofd werd ondraaglijk - hij kon
niets meer zien - hij hoorde alleen nog het gekrijs van Krinkel en V oldemort
die 'DOO D HEM! DOOD HEM!' riep en andere stemmen, misschien alleen

in Harr
VKRRIGGLH
+DUU! Harr
VFKUHHXZGHQ.
Hij voelde dat Krinkels arm uit zijn handen werd gerukt, besefte dat alles
verloren was en zonk weg in een diepe duisternis... dieper ... dieper...
Vlak boven zijn gezicht glinsterde iets goudkleurigs. De Snaai! Hij
probeerde hem te grijpen, maar zijn armen waren te zwaar .
Hij knipperde met zijn ogen. Het was de Snaai niet, maar een bril. Wat
vreemd.
Hij knipperde opnieuw. Langzaam nam het glimlachende gezicht van Albus
Perkamentus vorm aan.
'Goeiemiddag, Harry ,' zei Perkamentus.
Harr staarde hem aan en opeen s kwam alles weer bij hem terug. 'Meneer!
De Steen! Krinkel heeft hem! Hij heeft de Steen! Vlug, vlug -'
'Kalm, beste jongen. Je loopt een beetje achter,' zei Perkamentus. 'Krinkel
heeft de Steen niet.'
'Wie dan wel? Ik - '
'Kalm, Harry , of madame Plijster schopt me eruit.'
Harr slikte en keek om zich heen. Hij lag in het hospitaal, in een bed met
witte lakens en naast hem stond een tafel waar zo te zien een halve
snoepwinkel op was uitgestort.
'Blijken van waardering van je vrienden en bewonderaars,' zei Perkamentus
met een brede glimlach. 'Wat zich in de kerkers tussen jou en professor
Krinkel heeft afgespeeld is strik t geheim, vandaar dat de hele school op de
hoogte is. Ik geloof dat twee van je vrienden, Fred en Geor ge Wemel,
geprobeerd hebben je een wc-bril te sturen. Ze dachten waarschijnlijk dat
dat je zou opbeuren, maar helaas leek het madame Plijster niet erg
hJLsQLVFKHQGDDURPKHHIW]HKHPLQEHVODJJHQRPHQ'
'Hoe lang lig ik hier al?'
'Drie dagen. Ronald Wemel en juffrouw Griffel zullen opgelucht zijn dat je
eindelijk bent bijgekomen, want ze maakten zich grote zor gen.'
'Maar de Steen -'
'Ik zie dat je je niet laat afleiden. Goed dan, de Steen. Professor Krinkel
slaagde er niet in om die af te pakken. Ik arriveerde net op tijd om dat te
verhinderen, hoewel ik moet zeggen dat je het zelf ook niet slecht deed.'
'Was u hier? Heeft u Hermeliens uil ontvangen?'
'Ik denk dat we elkaar in de lucht gekruist zijn. Zodra ik in Londen was,
werd me duideli jk dat ik eigenlijk op de plaats moest zijn die ik zojuist had
verlaten. Ik arriveerde nog net op tijd om Krinkel van je af te trekken -'

'Was u dat?'
'Ik was bang dat ik al te laat was.'
'Het scheelde weinig. Ik had hem niet veel langer van de Steen af kunnen
houden.'
'Ik bedoel niet de Steen, jongen, maar jou. Je verzet had zo veel kracht
gekost dat je bijna dood was. Eén vreselijk moment was ik bang dat ik
inderdaad te laat was. En wat de Steen betreft: die is vernietigd.'
'Vernietigd?' zei Harr verbouwereerd. 'Maar uw vriend dan Nicolaas
Flamel?'
'O, weet je van Nicolaas?' zei Perkamentus, die echt in zijn nopjes leek.
'Jullie hebben het grondig aangepakt, hè? Nou, Nicolaas en ik hebben het
erover gehad en hij is het met me eens dat het beter is zo.'
'Maar dat betekent toch dat hij en zijn vrouw doodgaan?'
'Ze hebb en voldoende Levenselixer om hun zaken te regelen, maar dan
gaan ze inderdaad dood, ja.'
Perkamentus glimlachte bij het zien van Harr
VYHUELMVWHUGHJH]LFKW.
'Zo'n jong iemand kan zich dat natuurlijk niet voorstellen, maar voor
Nicolaas en Perenelle is het net alsof ze naar bed gaan na een heel, heel
lange dag. Voor de goedgeorde nde geest is de dood tenslotte gewoon het
volgende grote avontuur . Eigenlijk was die Steen helemaal niet zo
fantastisch, weet je. Net zo veel geld en leven als je maar wilt! Precies de
twee dingen die de meeste mensen zouden kiezen. Het problee m is alleen
dat de meeste mensen nou net die dingen kiezen die het slechtst voor ze
zijn.'
Harr was even sprakeloos. Perkamentus neuriede en staard e naar het
plafond.
'Meneer?' zei Harry . 'Ik bedenk net de Steen is dan misschien vernietigd,
maar Vol - ik bedoel Jeweetwel -'
'Noem hem Voldemort, Harry. N oem dingen altijd bij hun naam . De angst
voor een naam ver groot je angst voor het ding op zich.'
'Ja, men eer. Ik bedoel, Voldemort zal nu misschien proberen om op een
andere manier terug te keren. Hij is niet voor goed verslagen, hè?'
'Nee, Harry, dat is hij niet. Hij zwerft nog steeds ergens rond, op zoek naar
een ande r lichaa m dat hij kan delen... omdat hij niet werkelijk leeft, kan hij
ook niet worden gedood. Hij heeft Krinkel in de steek gelaten en laten
sterven; hij heeft even weinig mededogen met zijn volgelingen als met zijn
tegenstanders. Misschien heb je zijn greep naar de macht alleen uitgesteld,

Harry, m aar de volgende keer hoeft ook alleen iemand op te staan die bereid
is een op het eerste gezicht verloren strijd aan te gaan en als hij steeds maar
wordt gedwarsboomd, slaagt hij er misschien nooit meer in om aan de
macht te komen.'
Harr knikte, maar hield daar gauw mee op omdat zijn hoofd pijn begon te
doen. 'Ik zou graag een paar dingen willen weten en misschien kunt u me
die vertellen,' zei hij. Dingen waarvan ik de waarheid wil weten...'
'De waarheid is iets prachtigs en vreselijks en moet met de grootst
mogelijke omzichtigheid worden behandeld,' verzuchtte Perkamentus. 'Ik
zal je vr agen beantwoorden, tenzij ik een gegronde reden heb om dat niet te
doen en in dat geval hoop ik dat je me zult vergeven. Ik zal uiteraard niet
liegen.'
'Nou... Voldemort zei dat hij mijn moeder alleen heeft gedood omdat ze
probeerde te verhinderen dat hij mij zou vermoorden. Maar waarom wilde
hij mij zo graag dood hebben?'
Perkamentus zuchtte diep.
'Helaas is je eer ste vraag er meteen een die ik niet kan beantwo orden. Niet
vandaag. Niet nu. Op een dag zul je het weten... maar zet het voorlopig uit
je gedachten, Harry. Als je oude r bent... ik weet dat dat vreselijk klinkt... als
je er klaar voor bent, zul je het weten.'
HarrZLVWGDWKHWJHHQ]LQKDGRPWHSURWHVWHUHQ.
'Waarom kon Krinkel me niet aanraken?'
'Je moe der heeft haar leven voor je gegeven. Als Voldemo rt iets niet
begrijpt, is het liefde. Hij besefte niet dat een liefde die zo sterk is als die
van je moeder een teken achterlaat. Geen litteken of iets dat van buiten
zichtbaar is... als iemand zo van je heeft gehouden, blijft dat altijd een soort
bescherming geven, ook als die persoon er niet meer is. Het dringt door tot
in je hui d. Daar om kon Krinkel, die verteerd werd door haat, hebzucht en
ambitie en zijn ziel deelde met Voldemort, je niet aanraken. Het was een
kwelling voor hem om iemand aan te raken die doordrongen was van zo
veel goeds.'
Perkamentus had plotseling veel belangstelling voor een vogel op het
raamkozijn, zodat Harr de tijd had om zijn ogen af te vegen aan het laken.
Toen hij weer kon praten zei Harr 'En die onzichtbaarheidsma ntel weet u
wie die gestuurd heeft?'
'Eh die had je vader toevallig bij mij in bewaring gegeven en ik dacht dat jij
hem misschien zou willen hebben,' zei Perkamentus, wiens ogen schitterden

van plezier. 'Een nuttig kledingstuk, zo'n mantel... je vader gebruikte hem
vooral om eten uit de keuken te pikken toen hij hier studeerde.'
'Er is nog iets...'
'Vraag maar op.'
'Krinkel zei dat Sneep -'
'Professor Sneep, Harry .'
'Ja, die Krinkel zei dat hij me niet kan uitstaan omdat hij mijn vader niet
kon uitstaan. Is dat zo?'
'Ze hadden inderdaad een vrij gigantische hekel aan elkaar . Zoi ets als jij en
meneer Malfidus. En bovendien heeft je vader iets gedaan wat Sneep hem
nooit heeft kunnen ver geven.'
'Wat dan?'
'Hij heeft zijn leven gered.'
'Wat?'
'Ja...' zei Perkamentus dromerig. 'De menselijke geest heeft wonderlijke
kronkels, nietwaar? Professor Sneep kon het niet uitstaan dat hij bij je vader
in het krijt stond... ik geloof echt dat hij het afgelopen schooljaar zijn
uiterste best heeft gedaan om jou te beschermen, omdat hij het idee had dat
hij en je vader dan quitte zouden zijn. Dan kon hij de herinnering aan je
vader tenminste weer rustig haten...'
Harr probeerde het te begrijpen, maar zijn hoofd ging weer bonzen en
daarom staakte hij die poging maar . 'Er is nog één ding, meneer...'
'Eentje maar?'
'Hoe heb ik de Steen uit de spiegel gekregen?'
'Aha. Ik ben blij dat je dat vraa gt. Dat was een van mijn briljantere ideeën
en onder ons gezegd en gezwegen wil dat wat zeggen. Kijk, alleen iemand
die de Steen wilde vinden maar niet gebruiken kon hem inderdaad in
handen krijgen. Anders zouden ze toch alleen maar goud maken of
Levenselixer drinken. Soms verbaast mijn eigen genialiteit me... En nu,
genoeg vragen! Ik stel voor dat je aan die enorme berg zoetig heid begint.
Ah! Smekkies In Alle Smaken! Helaas heb ik in mijn jonge jaren ooit een
snoepje met braakselsmaak gegeten en daarna heb ik er nooit meer echt met
volle teugen van kunnen genieten maar aan eentje met toffeesm aak kan ik
me geen buil vallen, nietwaar?
Hij glimlachte en stak het goudbruine snoepje in zijn mond. Een tel later
kokhalsde hij en zei: 'Helaas! Oorsmeer!'
Madame Plijster, de hoofdzus ter, was aardig maar ook streng. 'Vijf

minuutjes maar,' smeekte Harry . 'Geen sprake van.'
'Maar u heeft professor Perkamentus ook binnengelaten.' 'Ja, natuurlijk,
maar hij is het schoolhoofd. Dat is iets heel anders. Je moet rusten.'
'Maar ik rust nu ook, kijk maar , ik lig plat op mijn rug. Alstublieft, madame
Plijster...'
'Nou, goed dan,' zei ze. 'Maar niet meer dan vijf minuten!'
Ze liet Ron en Hermelien binnen.
'Harr'
Zo te zien popelde Hermelien om hem opnieuw te omhelzen, maar Harry
was blij dat ze zich inhield, want zijn hoofd deed nog steeds behoorlijk pijn.
'O Harry , we dachten echt dat je- Perkamentus was zo ongerust -' 'De hele
school praat erover ,' zei Ron. 'Wat is er nou echt gebeurd?'
Het was een van die zeldzam e gelegenheden waarbij de waarheid nog
onwaarschijnlijker en opwindender is dan de wildste geruchten. Harry
vertelde alles: over Krinkel, de spiegel, de Steen en Voldem ort. Ron en
Hermelien waren goede luisteraars; ze snakten op precies de juiste
momenten naar adem en toen Harr vertelde wat er onder Krinkels tulband
had gezeten, gilde Hermelien het uit.
'Dus de Steen is vernietigd?' zei Ron uiteindelijk. 'En Flamel gaat nu
gewoon dood?'
'Dat zei ik ook al, maar volgens Perkamentus is- wat zei hij ook alweer?
"voor de goedgeordende geest is de dood gewoon het volgende grote
avontuur".
'Ik heb altijd al gezegd dat hij niet goed snik is,' zei Ron, die blijkbaar diep
onder de indruk was van de verregaande krankzinnigheid van zijn held.
'En hoe is het jullie ver gaan?' vroeg Harry.
'Nou, ik wist zonder problemen terug te komen,' zei Hermelien. 'Eerst moest
ik Ron bijbrengen dat duurde een tijdje en we waren net op weg naar de
Uilenvleugel om Perkamentus op de hoogte te brengen toen we hem
tegenkwamen in de hal. Hij wist alles al. Hij zei alleen: "Harr is achter
hem aan, hè?" en rende direct naar de derde verdieping.'
'Denk je dat hij wilde dat je dat zou doen?' zei Ron. 'Omdat hij je vaders
mantel heeft gestuurd en zo?'
'Allemachtig!' riep Hermelien verontwaardigd. 'Als dat zo is ik bedoel dat is
gewoon vreselijk het had je dood kunnen zijn!'
'Nee, het is niet vreselijk,' zei Harr bedachtzaam. 'Perkamentus is een
zonderlinge man. Ik denk dat hij me een kans wilde geven. Volgens mij

weet hij zon beetje alles wat er op school gebeurt. Hij besefte waarschijnlijk
heel goed dat we een poging zouden wagen en in plaats van ons tegen te
houden, leerde hij ons net voldoende om ons te helpen. Ik denk niet dat het
toeval was dat ik erachter kwam hoe die spiegel werkte. Het is alsof hij
vond dat ik het recht had om het tegen V oldemort op te nemen...'
'Ja, Perkamentus is echt knetter ,' zei Ron trots. 'Hoor eens, je moet mor gen
naar het eindejaarsfeest komen. De punten zijn verdeeld en Zwadderich
heeft uiteraard gewonnen je hebt de laatste Zwerkbalwedstrijd gemist,
zonder jou zijn we ingemaakt door Ravenklauw maar het eten is in elk
geval lekker .'
Op dat moment kwam madame Plijster binnen.
'Jullie hebben bijna een kwartier de tijd gehad, wegwezen!' zei ze
gedecideerd.
Na goed te hebb en geslapen, voelde Harr zich de volgende dag weer bijna
de oude.
'Ik wil naar het feest,' zei hij tegen madame Plijster, die zijn vele dozen met
snoepgoed rechtzette. 'Dat mag toch, of niet?'
'Professor Perkamentus zegt dat je mag gaan,' zei ze lichtelijk gepikeerd,
alsof ze vond dat Perkamentus niet goed besefte hoe gevaarlijk
feestmaaltijden konden zijn. 'En je hebt bezoek.'
'O, leuk,' zei Harry . 'Wie?'
Terwijl hij dat zei, kwam Hagrid binnenschuifelen. Zoals altijd als hij
binnen was, leek Hagrid gewoon te groot om los te lopen. Hij ging aan
Harr
VEHG]LWWHQNHHNKHPDDQHQEDUVWWHLQWUDQHQXLW.
"t Is alle maal mijn stomme rotschuld!' snikte hij met zijn handen voor zijn
gezicht. 'Ik heb aan die smeerl ap verklapt hoe ie Pluisje in de luren kon
leggen! Dat heb ik zelf verteld! 't Enigste wat ie nog niet wist en ik heb 't
hem verteld! 't Had je dood wel kennen wezen! En allemaal voor zo'n
achterlijk drakenei! Ik raak geen druppel drank meer aan! Eigenlijk mosten
ze me op straat schoppen en me als Dreuzel laten leven.'
'Hagrid!' zei Harr geschokt. Hagrid schudde van verdriet en berouw en
grote, dikke tranen rolden over zijn baard. 'Hij was er heus wel op de een of
andere manier achtergekomen, Hagrid. We hebben het tenslotte over
Voldemort. Hij was er echt wel achter gekomen, ook als jij niets had
gezegd.'
't Had je dood kennen wezen!' snikte Hagrid. 'En zeg die naam niet!'
'VOLDEMOR T!' brulde Harr en Hagrid was zo geschokt dat hij ophield

met huilen. 'Ik heb hem nu zelf gezien en ik noem hem bij zijn naam! Niet
zo treurig, Hagrid! We hebben de Steen gered en die is vernietigd, zodat hij
hem niet meer kan gebruiken. Vooruit, neem een Chocokikker , ik heb dozen
vol...'
Hagrid veegde zijn neus af met de rug van zijn hand en zei: 'Da's waar ook.
Ik heb wat voor je.'
'Toch geen broodje bunzing, hè?' zei Harr ongerust en eindelijk grinnikte
Hagrid zwakjes.
'Nee. Perkamentus heb me gisteren vrijaf gegeven om 't te regelen. Tuurlijk
had ie me d'r eigenlijk uit motten keilen, maar afijn, ik heb dit voor je...'
Het leek een fraai, in leer gebonden boek. Harr deed het nieuwsgierig
open. Het was volgeplakt met toverfoto's. Op elke pagina keken zijn vader
en moeder hem lachend en zwaaiend aan.
'Ik heb alle ouwe schoolmakkers van je ouwelui een uil gestuurd en om
kiekjes gevraagd... Ik wist dat je die niet had... V ind je 't mooi?'
Harr kon niets zeggen, maar Hagrid begreep het. Harr liep die avond in
zijn eentje naar de Grote Zaal voor het eindejaarsfeest. Hij was aan de late
kant, omdat mad ame Plijster hem met alle geweld nog een laatste keer had
willen onderzoeken voor hij wegging, dus de zaal zat al vol. Hij was
versierd met groen en zilver , de kleuren van Zwadderich, dat voor het
zevende achtereenvolgende jaar de afdelingsbeker had gewonnen. Achter
de Oppertafel hing een enorm spandoek met de slang van Zwadderich.
Toen Harr binnenkwam viel er even een stilte en daarna begon iedereen
luid te praten. Harr ging tussen Ron en Hermelien zitten, aan de tafel van
Griffoendor en deed net alsof hij niet merkte dat overal mensen waren
opgestaan om hem beter te kunnen bekijken.
Gelukkig kwam Perkamentus een paar tellen later binnen. Het geroezemoes
verstomde.
'Alweer een jaar voorbij!' zei Perkamentus opgewekt. 'En voor we onze
tanden in dit verrukkelijke feestmaal zetten, moet ik jullie even vervelen
met het amechtige gezwets van een oude man. Het is me het jaartje wel
geweest! Hopelijk zijn jullie hoofden ietsje voller dan eerst... jullie hebben
de hele zomer om ze weer lekker leeg te maken... Maar goed, ik heb
begrepen dat de afdelingsbeker moet worden toegekend en de stand is als
volgt: op de vierde plaats Griffoendor met 312 punten; op de derde plaats
Huffelpuf met 352; Ravenklauw heeft 426 punten en Zwadderich 472.'
Er ging een orka an van gejuich op aan de tafel van Zwadderich. Harr zag

Draco Malfidus met zijn beker op tafel slaan en voelde zich even niet goed.
'Ja, ja, goed gedaan, Zwadderic h,' zei Perkamentus. 'Maar we moeten de
recente gebeurtenissen nog in de stand verwerken.'
Het werd doodstil in de zaal. De grijnzen van de Zwadderaars verflauwden.
'Ahum,' zei Perkamentus. 'Ik moet nog wat laatste puntjes toekennen. Eens
kijken. Ja... T en eerste de heer Ronald W emel. '
Ron kreeg een kop als vuur; hij leek net een radijs die te lang in de zon had
gelegen.
'Voor de beste pot schaak die Zweinstein in jaren heeft gezien, geef ik
Griffoendor vijftig punten.'
Het gejuich aan de tafel van Griffoendor blies het betoverde plafond haast
van de zaal; het was alsof de sterren trilden boven hun hoofd. Ze hoorden
Perc trots tegen de andere klassenoudsten zeggen: 'Dat is mijn broertje!
Mijn jongste broer! Heeft gewonnen van Anderlings reuzenschaakspel!'
Uiteindelijk werd het weer stil in de zaal.
'Ten tweede juffrouw Hermelie n Grif fel. Wegens gebruik van kille logica
onder vuur , ken ik Grif foendor vijftig punten toe.'
Hermelien begroef haar gezicht in haar armen; Harr vermoed de dat ze in
tranen was uitgebarsten. De tafel van Griffoendor was buiten zichzelf ze
waren honderd punten gestegen!
'Ten derde de heer Harr Potter, ' zei Perkamentus. Het werd doodstil in de
zaal. 'Wegens pure lef en uitzo nderlijke moed, ken ik Grif foendor zestig
punten toe.'
Het lawaai was oorverdovend. Degenen die nog konden tellen terwijl ze
hun kelen schor schreeuwden, wisten dat Grif foendor nu 472 punten had
precies evenveel als Zwadderich. De stand was gelijk - als Perkamentus
HarrQRXppQSXQWMHPHHUKDGJHJHYHQ.
Perkamentus stak zijn hand op en geleidelijk werd het stil.
'Er bestaan vele vormen van dapperheid,' zei Perkamentus glimlachend. 'Er
is veel moed voor nodig om het op te nemen tegen je vija nden, maar
evenveel moed om het op te nemen tegen je vrienden. Daarom ken ik tien
punten toe aan de heer Marcel Lubbermans.'
Iemand die buiten had gestaan, zou misschien gedacht hebben dat er een
explosie had plaatsgevonden in de Grote Zaal, zo gigantisch was het kabaal
dat opsteeg aan de tafel van Grif foendor . Harry , Ron en Hermelien
sprongen gillend en juichend overeind en Marcel, die doodsbleek zag van
schrik, werd begraven onder ber gen mensen, die hem allemaal wilden

omhelzen.
Hij had nog nooit ook maar één puntje binnengehaald voor Griffoendor . Al
juichend gaf Harr Ron een por in zijn zij en wees op Malfidus. Als
plotseling de vloek van de Tota le Verstijving over hem was uitgesproken,
zou hij nog niet zo verbijsterd en ontzet hebben gekeken.
'En dat betekent,' riep Perkamentus boven het stormachtige applaus uit,
want zelfs Huffelpuf en Ravenkl auw vierden de val van Zwadderich, 'dat de
versieringen moeten worden aangepast.'
Hij klapte in zijn handen. In een oogwenk werden de groene guirlandes
rood en verande rde het zilver in goud; de enorme slang van Zwadderich
verdween en zijn plaats werd ingenomen door een al even gigantische
leeuw van Griffoendor . Sneep gaf professor Anderling een hand, met een
afschuwelijke, geforceerde glimlach. Zijn blik kruiste die van Harr en die
besefte dat Sneep nog altijd een even grote hekel aan hem had, maar daar
kon hij zich niet meer druk om maken. Het zag ernaar uit dat het leven na
de vakan tie wee r normaal zou zijn, of zo normaal als het leven ooit was op
Zweinstein.
Het was de beste avond van Harr
V leven, nog beter dan winnen met
Zwerkbal of trollen buiten westen slaan... hij zou die avond nooit, nooit
vergeten.
Het was Harr bijna ontschoten dat ze de uitslag van hun examen nog
moesten krijgen, maar uiteraard kregen ze die. Tot zijn verbazing gingen
zowel hij als Ron met goede cijfers over; Hermelien was vanzelfsprekend
de beste van alle eerstejaars. Zelfs Marcel haalde het, met de hakken over
de sloot; zijn goede cijfer voor Kruidenkunde compenseerde zijn zware
onvoldoende voor Toverdranken. Ze hadden gehoopt dat Kwa st, die even
stom als gemeen was, misschien van school zou worden gestuurd, maar
helaas was hij ook over. Het was jammer , maar , zei Ron, je kon nu eenmaal
niet alles krijgen in het leven.
En plots eling waren hun kleerkasten leeg en hun koffers gepakt, werd
Marcels pad gevonden in een hoekje van de toiletten en kregen alle
leerlingen een briefje waarin ze werden gewaarschuwd dat ze tijdens de
vakantie geen toverkunst mochten gebruiken ('Ik hoop altijd dat ze die
briefjes zullen vergeten,' zei Fred W emel triest). Hagrid bracht hen naar de
bootjes en ze voeren naar de andere kant van het meer; ze stapten in de
Zweinsteinexpres; ze lachten en praatten terwijl het landschap netter en
groener werd; ze aten Smekkies In Alle Smaken terwijl ze langs

Dreuzelsteden denderden, ze trokken hun gewaden uit en truien en jassen
aan en stopten uiteindelijk bij perron 9 3/4 op King's Cross Station.
Het duurde een tijdje voor ze het perron hadden verlaten. Bij het
kaartjeshokje stond een verschrompelde oude controleur , die hen in
groepjes van twee of drie door het draaihek liet gaan, zodat ze niet de
aandacht zouden trekken of de Dreuzels zouden laten schrikken door
plotseling in een grote horde uit het niets te verschijnen.
'Jullie moeten van de zomer komen logeren,' zei Ron. 'Allebei ik stuur wel
een uil.'
'Bedankt,' zei Harry . 'Ik heb iets nodig om me op te verheugen.'
Ze werd en door allerlei mensen aangestoten terwijl ze naar het hek liepen
dat naar de Dreuzelwereld leidde. Sommigen riepen:
'Dag Harr'
'Tot ziens, Potter!'
'Je bent nog steeds beroemd,' zei Ron grijnzend. 'Niet waar ik nu heen ga,
dat verzeker ik je,' zei Harry .
Hij, Ron en Hermelien passeerden gezamenlijk het hek. 'Daar heb je
hem,ma, kijk, daar heb je hem!' Het was Ginn Wemel, Rons jongste zusje,
maar ze wees niet op Ron.
'Harr Potter!' piepte ze. 'Kijk, ma! Ik zie -' 'Stil, Ginny . Het is onbeleefd
om te wijzen.' Mevrouw Wemel keek hem glimlachend aan. 'Een druk jaar
gehad?' zei ze.
'Heel druk,' zei Harry . 'Bedankt voor de trui en de karamels, mevrouw
Wemel.'
'O, dat was niets, liefje.'
'Ben je zover?'
Het was oom Herman, nog steeds met snor, nog steeds met een paars
gezicht en nog steeds even woest omdat Harr het lef had om in een station
vol doodnormale mensen met een uil in een kooi rond te lopen. Achter hem
stonden tante Petunia en Dirk, wiens knieën al begonnen te knikken toen hij
HarrDOOHHQPDDU]DJ.
'U bent zeker de familie van Harr
]HLPHYURXZW emel.
'In zekere zin,' zei oom Herman . 'Haast je, jongen. We hebben niet de hele
dag de tijd.' Hij liep weg.
HarrZLVVHOGHHHQSDDUODDWVWHZRRUGHQPHW5RQHQ+HUPHOLHQ.
'Dan zie ik jullie van de zomer wel.'
'Een eh fijne vakantie,' zei Hermelien. Ze keek oom Herman onzeker na,

geschokt dat iemand zo onbeleefd kon zijn.
'O, dat denk ik wel,' zei Harr en ze keken verbaasd naar zijn grijnzende
gezicht. 'Zij weten niet dat we in de vakantie niet mogen toveren. Ik denk
dat ik van de zomer een hoop lol ga beleven met Dirk...'

Tab le o f C on te n ts
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 1 1
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
X